Twitter Facebook RSS Feed Email
Posts tonen met het label Onderwijs en onderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onderwijs en onderzoek. Alle posts tonen

Studenten universiteiten tevredener over aanleren kritische houding dan studenten hogescholen

Leren argumenteren





Studenten van universiteiten zijn in het algemeen tevredener over hun opleiding als het aankomt op het aanleren van een kritische houding dan studenten van hogescholen. Ook vinden ze het het onderwijs in argumenteren en redeneren positiever. Dit blijkt uit de Nationale Studenten Enquete (NSE 2012).










Via de NSE Online zijn de resultaten te vinden van de Nationale Studenten Enquête van Studiekeuze123. Omdat dit soort enquêtes in het algemeen bij voorkeur kritisch benaderd moet worden, is het interessant om te zien hoe de studenten (die de enquête zelf hebben ingevuld) zelf oordelen over het aanleren van een kritisch houding en het onderwijs in argumenteren en redeneren. 

Uit de resultaten valt af te leiden dat universiteiten hoger scoren in studenttevredenheid wat betreft het verkrijgen van een kritische houding dan hogescholen. Universitaire studenten waarderen ook het argumentatie-onderwijs hoger. Binnen universiteiten als hogescholen zien we trouwens wel grote verschillen. Ook valt op dat een aantal kleine levensbeschouwelijke opleidingen en zelfs een dansacademie hoog scoren op tevredenheid over het aanleren van de kritische houding.

De resultaten roepen diverse vragen op:
- Zal het studenten duidelijk zijn wat wordt bedoeld met het hebben van "een kritische houding"? 
- Zouden de resultaten kunnen verklaren waarom juist studenten aan hogescholen minder tevreden zijn over hun opleiding? Omdat ze meer blijven hangen in het uiten van kritiek in plaats dat ze een kritische houding aannemen?  
- Valt het verschil tussen hogescholen en universiteiten te verklaren door de focus van onderwijs (wetenschappelijk vs praktijkgericht)? Anderzijds is voor de beroepspraktijk het leren argumenteren en het verkrijgen van een kritische houding ook aanwijsbaar waardevol.
- Afhankelijk van het beroep waarvoor studenten worden opgeleid wordt meer of minder aandacht besteed aan de kritische houding. Dit wetende, is het dan wel redelijk om conclusies te trekken uit de cijfers?

Volgende week symposium RUG: Over onzekerheid en argumentatie in het recht

Voor wie in de buurt is:

Symposium Wijsbegeerte van een Wetenschap

In het symposium staat de aard van juridische bewijsvoering ter discussie. Hoe is het gesteld met de communicatie tussen rechter en deskundige, en hoe kan die worden verbeterd? Is het haalbaar, en wenselijk, om gerechtelijke argumentaties met logica en computermodellen te ondersteunen? En op welke manier dient een rechter om te gaan met onzekerheid in het bewijs, bijvoorbeeld wanneer het bewijs DNA-tests en statistische gegevens bevat?

Lezingen zullen worden verzorgd door Ton Broeders, voormalig chief scientist van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag en hoogleraar criminalistiek aan de Universiteiten van Maastricht en Leiden, en voorts door Bart Verheij, docent en onderzoeker in kunstmatige intelligentie en recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Beide zijn expert op het gebied van gerechtelijke bewijsvoering.

Plaats en tijdstip
Woensdag 18 April, 15:15 tot 17:00
Zaal Omega van de Faculteit Wijsbegeerte, Oude Boteringestraat 52

• Sluitend bewijs? Onzekerheid en argumentatie in het recht, RUG, 23-03-2012

Lector Saxion zet (ook) studenten fiscaal recht aan tot ethische reflectie.

Op dinsdag 31 januari 2012 heeft Ruud Welten zijn lectorale rede houden, getiteld: 'Gij zult maatschappelijk verantwoord ondernemen!" Het is een pleidooi van Welten zoals we van hem kennen: voor een doorleefde bedrijfsethiek. Tegelijkertijd werd Welten formeel geïnstalleerd als lector van het lectoraat Ethiek. Ondanks dat het lectoraat zich niet primair richt op juristen, wordt in de lectorale rede wel duidelijk wat de insteek van Welten is en waarom deze ook juristen kan aanspreken. Treffend (uit de rede, pagina 27):
"In een sessie met Saxion-studenten fiscaal recht (van de Academie Financiën, Economie & Management) heb ik de studenten anderhalf uur lang uitgehoord over het waarom van het vak waarvoor ze leren. Waarom zit je hier? “Om les te volgen”. Waarom volg je les? “Om tentamen te kunnen doen”. Waarom doe je tentamen? “Om een diploma te halen”. Waarom haal je een diploma? “Om het vak van fiscalist te kunnen gaan uitvoeren”. Waarom word je fiscalist? “Om mensen te helpen met hun belastingaangifte”. Waarom de belastingaangifte? “Omdat het zorgt voor een eerlijke verdeling”. Waarom eerlijke verdeling? “Zodat alle mensen genoeg geld hebben”. Toen werd het wat moeilijker. Waarom moeten alle mensen genoeg geld hebben? “Omdat ze in hun onderhoud moeten kunnen voorzien.” Waarom? “Omdat dat nodig is om.....” En uiteindelijk kwam het hoge woord eruit: “...om gelukkig te zijn”. Het klinkt misschien wat contraintuïtief, maar ook de belastingdienst heeft uiteindelijk het geluk van allen op het oog. De zogenaamde ‘morele dilemma’s’ van de fiscalist op de werkvloer werden daarmee opgelost. De studenten waren, in elk geval voor even, in staat om vanuit het hogere doel van hun handelen te denken. De achterliggende gedachte voor Aristoteles is niet zo zeer efficiëntie of strategie, maar geluk: eudaimonia, ofwel een geslaagd leven leiden. Een leven dat de moeite waard is om geleefd te worden."
We wensen hem - oprecht - succes en geluk.

• Haal zombie-ethiek uit het bedrijfsleven, Scienceguide / Saxion, 01-02-2012
• Ebook: Lectorale rede Welten, Lectoraat Ethiek, Scienceguide / Saxion, 31-01-2012
• Website Lectoraat Ethiek, Saxion

Ons morele brein doet niet aan morele kosten-baten-analyses?

De Trouw bericht over een neurologische studie waaruit blijkt dat ons brein bij ethische dilemma's geen simpele kosten-baten-analyse maakt. Als een berekening er niet aan te pas komt, raakt dit direct het utilistische denken.

De bioloog Arri Eisen, zo stelt de krant, gaat nog een stap verder. Eisen stelt dat gezien het onderzoek het daarom ook geen zin heeft om over moraal te discussiëren. Een houdbare conclusie?

De studie is na te lezen via The Philosophical Transactions of the Royal Society.

• Ons brein doet aan moraal, niet aan kosten-baten-analyses, Trouw, 31-01-2012
• The price of your soul: neural evidence for the non-utilitarian representation of sacred values, Philosophical transactions of the royal society, Januari 2012

Hoe dragen advocaten bij aan de menselijke waardigheid en diens welzijn? Samenvatting artikel Vischer.

Robert K. Vischer van de University of St. Thomas, St. Paul/Minneapolis, MN - School of Law, heeft een interessant artikel geplaatst op SSRN gericht op de relatie tussen menselijke waardigheid, cliëntautonomie en het handelen van de jurist (specifiek de advocaat).


Samengevat stelt Vischer het volgende:
De opvatting van menselijke waardigheid die heerst binnen het juridische domein is ruwweg uitwisselbaar met dat van individuele autonomie. Het uitgangspunt is dat juristen – en dan met name advocaten – de menselijke waardigheid dienen door bij te dragen aan de autonomie van een cliënt. Anders verwoord: de advocaat zorgt ervoor dat de cliënt autonoom kan handelen en hiermee dient de advocaat de menswaardigheid. De juridische beroepspraktijk mist echter - zo stelt Vischer - de nuance en diepgang die gevonden kan worden in discussies in andere vakgebieden, de bio-ethiek in het bijzonder.

Vischer: Autonomie is inderdaad een belangrijk onderdeel van individuele waardigheid, maar de invulling die binnen het juridische domein aan autonomie wordt gegeven, is te beperkt om het gehele begrip van ‘menselijke waardigheid’ te omvatten. In het juridische domein wordt namelijk met name de smalle opvatting over autonomie aangehangen. In deze smalle opvatting over autonomie is er weinig aandacht voor het voeren van een goede menswaardige dialoog tussen cliënt en jurist: een dialoog die noodzakelijk is om tot een volledig relationele invulling van cliëntautonomie te komen. In de plaats daarvan wordt een simplistische visie op autonomie aangehangen: er is sprake van cliëntautonomie als de (eigen) juridische belangen van de cliënt veilig zijn gesteld door maximalisatie van zijn of haar juridische rechten en voorrechten. Maar is wel sprake van autonomie en hiermee van menswaardigheid als enkel de juridische belangen van een cliënt gered worden? Vischer meent van niet.

We moeten in de plaats hiervan komen tot een meer authentieke, relationele opvatting over autonomie. Hierbij kan onze menselijke gerichtheid op relaties ons hulp bieden bij het geven van inhoud aan dit begrip en hiermee aan het ongrijpbare concept “menselijke waardigheid”. Menselijke waardigheid is voor Vischer relationeel: het is de menswaardige relatie die voorop moet staan tussen cliënt en jurist en die inhoud geeft aan het begrip autonomie en wat een cliënt van een jurist zou mogen verwachten. Dit gaat verder dan enkel het behartigen van het juridische:

A commitment to human dignity compels lawyers to widen their gaze, to remember that law serves the well-being of the human person, and thus the person must remain at the center of their work. Lawyers must be technically competent, to be sure, but they also must remain cognizant of the fact that a client‟s best interests are not always served by the maximization of their legal interests.
• Robert K. Vischer - How Do Lawyers Serve Human Dignity?, SSRN, 13-11-2011

Publieke lezing - Het spinnenweb van de normativiteit. Recht onder de gedaante van het goede.

Op 17 november 2011 geeft prof. Rodríguez Blanco een publieke lezing met als titel Het spinnenweb van de normativiteit. Recht onder de gedaante van het goede.

Het recht bepaalt hoe we leven. Als we autonoom handelende wezens zijn, kunnen wetgevers, rechters en ambtenaren dan rechtstreeks ingrijpen in ons doen en laten en indirect onze levensprojecten beïnvloeden?

Door te handelen, zetten we onze intenties om in werkelijkheid, en dat kan gaan van de meest eenvoudige daden tot zeer complexe projecten zoals het tot stand brengen van de voorwaarden waaronder een democratische staat kan functioneren of mensenrechten worden beschermd. Mensen veranderen de wereld voor een deel middels menselijke instellingen zoals het recht. Maar de meeste mensen kunnen zelf geen regels uitvaardigen. Ze ondervinden daarentegen dat het recht hen noopt om hun persoonlijke plannen bij te sturen en hun belangen, waarden en voorkeuren aan te passen. Ons zelfbegrip als rationele autonome wezens is bijgevolg tegengesteld aan de realiteit dat een uitwendige macht – het recht – ons bindt.

Volgens prof. Rodríguez Blanco wordt dit antagonisme opgelost als we het recht en de wettelijke regels in onze praktische rede tot uitdrukking brengen. Zo krijgen we greep op ons handelen in weerwil van de externe macht die we recht noemen. De handelende persoon laat zich bewust en niet blindelings leiden door wettelijke regels. Daarvoor moet hij/zij teruggaan naar de basisredenen waarvoor wettelijke regels bestaan. Rechtsfilosofie veronderstelt dat we de verbanden tussen sleutelconcepten van rechtspraak enerzijds, en de filosofie van anderzijds psychologie en handelen goed begrijpen. De scholar onderzoekt de relaties tussen ‘intentioneel handelen’, ‘praktische rede’, ‘sturing van de controle’ en ‘wettelijke handelingen volgens de regels’ en zij belicht de normatieve en dwingende aard van rechtsregels.

Praktische informatie
Verónica Rodríguez Blanco is Senior Lecturer aan de Birmingham Law School van de Universiteit van Birmingham. Als UCSIA-scholar voert zij aan de Universiteit Antwerpen een onderzoeksproject uit: Recht in de gedaante van het goede: een Aristoteliaans begrip van autoriteit van het recht. Haar promotor is prof. dr. Georgios Pavlakos (Centre for Law and Cosmopolitan Values, Faculteit Rechten).

Taal
Engels

Wanneer
Donderdag 17 november 2011, 19.30u-20.45u

Locatie
Kapel Grauwzusters, Lange Sint-Annastraat 7, 2000 Antwerpen

Inschrijvingsgeld
Deelname is gratis.

Meer informatie
• Website, UCSIA
• brochure, UCSIA

Activerende werkvormen om juristen in opleiding aan het kritisch denken te zetten

Net gelezen: een editie van het tijdschrift Informal Logic (vol. 30:4) met daarin een toegankelijk artikel over activerende werkvormen die gericht zijn op het aanzetten van onze studenten tot kritisch denken. Mogelijk waardevol voor rechten-docenten en trainers die (toekomstige) juristen opleiden in deugdelijk argumenteren en kritisch denken.

Voor de liefhebber:

• Gratton, Claude - Critical Thinking and Small Group Activities, Informal Logic, Reasoning and Argumentation in Theory and Practice, Vol 30, No 4 (2010)

De houdbaarheid van het emotivisme

Sommige beroepsbeoefenaren lijken soms de neiging om als laatste verdedigingspoging in een discussie een vorm van emotivisme te omarmen. Kort door de bocht: 'Ik heb er nu eenmaal een goed gevoel over' of 'Mijn gevoel zegt dat het niet goed is.' Omdat niet altijd helder is wat precies met het emotivisme wordt bedoeld en of deze uitspraken inderdaad een vorm van emotivisme zijn, volgt hier een korte inleiding in het emotivisme.

Emotivisme

Ayer: expressie van emoties
Het emotivisme is een meta-ethische theorie die stelt dat morele oordelen uitspraken zijn die een bepaald gevoel van goedkeuring of afkeuring uitdrukken en niet zelf als zodanig waar of onwaar kunnen zijn (non-cognitivistisch).

Twee onderwerpen vragen direct om een toelichting:
(1) Het emotivisme is een vorm van non-cognitivisme: (ook) het emotivisme stelt namelijk dat morele uitspraken geen beweringen zijn met een waarheidsgehalte. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de feitelijke uitspraak 'In deze stad zijn vijf advocatenkantoren' die wel een bewering is die waar of onwaar kan zijn (kwestie van tellen).
(2) Ook belangrijk is het om in te zien dat het emotivisme niet een theorie is die voorschrijft hoe mensen moeten handelen maar enkel een theorie is die beschrijft wat morele uitspraken betekenen (om die reden: meta-ethisch).

Kort weergegeven stelt het emotivisme dus dat als iemand aangeeft iets moreel goed of slecht te vinden hiermee enkel zijn of haar gevoelens uit. 'Ik vind het gedrag van jurist x moreel niet juist', is eigenlijk een nette manier van zeggen van 'Jurist x, aaaargh...' of 'Jurist x, bah....'. Of als gezegd wordt dat het gedrag van jurist x positief moet worden gewaardeerd dan is dit niet meer dan een correcte manier van zeggen van 'Jurist x, mmmmm'. Dit is het standaard-emotivisme van Ayer (1946:107): morele oordelen zijn uiteindelijk enkel te herleiden tot een kwestie van gevoel. We zien hier overeenkomsten met de student die aangeeft dat zijn of haar oordeel enkel een kwestie van gevoel is (al zijn er ook verschillen: volgens de emotivist is ieder moreel oordeel te herleiden tot emotie; bij de student is het vaak eerder een laatste redmiddel in een particuliere discussie).

Morele discussies?
Het gevolg van het zien van morele oordelen als het uiten van gevoelens is, zo stelt Ayer, dat als we een morele discussie hebben dit niet het resultaat is van tegengestelde oordelen maar enkel het gevolg is van tegenstrijdige gevoelens.

Stevenson: expressie en evocatie
Het emotivisme van Stevenson (1970:190) gaat nog een stap verder en stelt dat naast het expressieve karakter van de uitspraak (het gevoel wordt verwoord) een morele uitspraak ook een evocatief karakter heeft: het dient tevens de toehoorder te beïnvloeden. Een morele uitspraak is volgens Stevenson dus suggestief van aard en is hiermee gericht op het naar de gewenste richting leiden van de toehoorder. 'Ik vind het gedrag van jurist x niet goed' staat voor 'Gedrag jurist x, bahhhh, booeehh, doe met me mee... vind dit ook... boeh...'.

Morele uitspraken vs feitelijke uitspraken
Morele uitspraken verschillen hiermee als gezegd van feitelijke uitspraken. De uitspraak 'de wereld is rond' is volgens de emotivist niet gelijk aan de uitspraak 'fraude is slecht'. Feitelijke uitspraken kunnen we namelijk controleren door onze waarneming terwijl dit met morele uitspraken - zo stelt het emotivisme - niet het geval is. Probeer maar eens waar te nemen dat 'fraude slecht is' (helemaal als fraude wordt gepleegd om een gezin te voeden dat anders niet zou overleven). Hoe neem je dit zintuigelijk waar? In deze gedachtegang ligt de kracht van het emotivisme: morele uitspraken drukken geen feiten uit maar drukken emoties uit. Veel mensen zullen zich hierin herkennen. Bijvoorbeeld als de afschuw van bepaalde "vleesfabrieken" mensen aanzet tot het kopen van biologisch vlees of vegetarische producten. Het tweede positieve aspect is dat het emotivisme ook laat zien dat we de wereld om ons heen proberen te beïnvloeden; ook emotioneel.

Dit betekent volgens Ayer dan ook dat het morele oordeel "Die jurist heeft fout gehandeld doordat hij geld heeft gestolen" inhoudelijk niets toevoegt aan de uitspraak "Die jurist heeft geld gestolen". De uitspraak "Geld stelen is fout" heeft namelijk geen feitelijke betekenis. De eerste zin drukt enkel de persoonlijke afkeuring uit. Dit had ook non-verbaal kunnen worden uitgedrukt (vergelijk: 'Grrr... die jurist heeft geld gestolen!!!'). Dat het onbehagen bij de handeling hoort, kunnen we niet feitelijk vaststellen als waar of onwaar (hooguit dat het waar is dat iemand in concrete zin de emotie heeft). Morele oordelen zijn dus geen cognitieve uitspraken over emoties ('ik zie op de scan dat hij angstig is') maar enkel uitdrukkingen van emoties. De uiting van een emotie is niet voor niets heel anders dan het aangeven dat je de emotie hebt.

Bezwaren
Het belangrijkste bezwaar tegen het emotivisme is (1) dat als twee personen verschillende morele standpunten innemen hierover volgens het emotivisme geen discussie over kan bestaan. Het verschil kan namelijk niet worden verklaard: het is gevoel. Williams (1972:16) maakt de vergelijking met twee personen in een boot. De één zegt: 'ik word misselijk'; de ander zegt 'ik heb nergens last van'. Een discussie hierover zal weinig uithalen. Over waarom iemand koffie lekker vindt, is ook geen discussie mogelijk.

Daarnaast (2) kan het emotivisme niet verklaren welke emoties precies een rol spelen. Welke emoties zijn nu relevant voor onze morele oordelen? Enkel morele gevoelens? Dan raken we in een cirkelredenering. Het emotivisme ontbeert hierdoor enige fundering (MacIntyre, 1981:12).

(3) Ten derde kent het emotivisme van Stevenson een vreemd onderscheid: met een morele uitspraak kun je volgens de emotivist vaststellen (descriptief) dat iemand contextgevoelig een persoonlijk gevoel heeft om echter tegelijkertijd daarnaast een onpersoonlijke, niet contextgevoelige oproep te doen aan anderen ook zo te handelen (prescriptief/evocatief). Is dit niet inconsistent? (MacIntyre, 1981:13).

Een ander bezwaar (4) is dat de uiting van emotie in het algemeen juist niet verwoord wordt in een zin/uitspraak. Hier gaat het emotivisme echter wel vanuit. MacIntyre geeft het voorbeeld van de docent die naar één van zijn leerlingen briest: "maar zeven maal zeven is negenenveertig!!". De emotie en de betekenis van de zin zijn niet gelijk.

Enkele resterende bezwaren: (5) het emotivisme is met zichzelf in tegenspraak want waarom zou deze theorie ook niet meer zijn dan een ongefundeerd gevoel en (6) het emotivisme gaat uit van een wil tot kennisgeving die wezenlijk met de inhoud is verbonden waardoor zich een eis van algemene rechtvaardiging aandient; dit lijkt een universele waarheidsclaim te impliceren (Nagel, 2001).

Deze bezwaren laten ons zien dat als we het emotivisme accepteren we de inhoud van morele oordelen ook niet kritisch kunnen beoordelen. Voor velen een reden om het emotivisme niet als betekenistheorie te omarmen. Maar, zo stelt MacIntyre: helaas vertolkt het emotivisme wel de moderne zienswijze op ethiek: het is een kwestie van gevoel. Raes (2009:129) verwoordt MacIntyre:

Het morele moderne debat wordt dan ook gekenmerkt door de paradox dat iedere theorie zich als 'universeel' en 'onpersoonlijk' opwerpt terwijl tegelijkertijd ieder debat tussen diverse ethische stellingen onbeëindigd blijft. [...] Er blijkt in de moderniteit geen overeenstemming over de waarden mogelijk en wanneer iemand het in een debat (tijdelijk) 'haalt' dan komt dat niet door de argumentatieve kracht van zijn positie maar wel door zijn retorische mooipraterij. [...] Het emotivisme van Stevenson, dat morele waarderingen uitdrukt als uitdrukkingen van subjectivistische voorkeur, vertolkt dan ook bij uitstek de moderne zienswijze op ethiek.

Ethiek zonder emoties?
Nu moet de fout niet gemaakt worden dat - gezien de bezwaren tegen het emotivisme - emoties binnen de ethiek er dus niet toe doen. De relatie is volgens sommige ethici echter eerder andersom: een moreel oordeel kan de emotie rechtvaardigen en versterken. Dworkin (1977): 

We distinguish moral positions from emotional reactions, not because moral positions are supposed to be unemotional or dispassionate - quite the reverse is true - but because the moral position is supposed to justify the emotional reaction, and not vice versa. If a man is unable to produce such reasons, we do not deny the fact of his emotional involvement, which may have important social or political consequences, but we do not take this involvement as demonstrating his moral conviction.

Deugdenethici gaan vaak een stap verder: het gaat er juist om onze natuurlijke emoties te perfectioneren door het zoeken van het juiste midden. Moreel handelen zonder de juiste emotie is niet genoeg. Denk aan Sheldon in The Big Bang Theory die een bosje bloemen haalt omdat 'dit hoort volgens de sociale etiquette'. Is dit nu ethisch juist? Deugdenethici zoeken het juiste in gezamenlijke praktijken (bijvoorbeeld: rechtspreken, advocaat-zijn). Het enkel rechtvaardigen van een oordeel op emotie is namelijk voor een beroepsmoraal niet genoeg. Ook de juridische beroepsethiek vraagt om een gezamenlijke horizon. 'Zo voel ik dat nu eenmaal', is hierbij volgens velen niet genoeg.

• Ronald Dworkin - The concept of a moral position, Iowa State University
• Alisdair MacIntyre - After virtue, Google Books
• Charles Leslie Stevenson - Ethics and language, Google Books
• Thomas Nagel - The Last Word, Google Books
• Alfred Jules Ayer - Language, Truth, and Logic, Google Books
• K. Raes, D. Vandendriessche - Van rechtswege(n): politieke en rechtsfilosofische stromingen door de eeuwen heen, Google Books
• The Big Bang Theory, Wikipedia

Houthoff: naar een innovatieve wijze van beoordelen van competenties van juridische studenten?

In navolging op een eerdere post en het LEF, voor de volledigheid nog een update naar The Game van Houthoff. Heeft iemand ervaring met deze of dergelijke games? En is de aanpak ook interessant voor het toetsen van de juridische vaardigheden, communicatieskills en (normatieve) houdingsaspecten van studenten op HBO's en universiteiten? Zie onderstaande video.

Symposium: Grenzen aan professionele autonomie

Op 25 januari 2011 organiseert de Vakgroep Rechtstheorie, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen in het kader van het honoursonderwijs van de Faculteit Rechtsgeleerdheid en de oratie van prof. mr. dr. A. R. Mackor een symposium met als thema ‘Grenzen aan professionele autonomie’.

Programma

10.45-11.30 GANG FACUTEITSKAMER ECONOMIE (eerste verdieping, hal aan rechterzijde van de trap) Inloop met koffie met koek

11.30-13.30 SENAATSKAMER (eerste verdieping, zaal aan het eind van de linkerzijde van de trap)

11.30-11.45 Openingswoord prof. mr. J.H.M. Willems (dagvoorzitter) en dr. H.A.M. Weyers (coördinator Honoursprogramma Faculteit Rechtsgeleerdheid)

11.45-12.15 mr. J.H. Wesselink, ‘Magistratelijkheid binnen het Openbaar Ministerie?’

12.15-12.25 Honoursstudent, coreferaat

12.25-12.55 mr. dr. R. Verkijk, ‘Vrije advocatuur’

12.55-13.05 Honourstudent, coreferaat

13.05-13.30 Discussie

13.30-14.15 GANG FACUTEITSKAMER ECONOMIE Lunch

14.15-15.30 SENAATSKAMER

14.15-14.45 prof. mr. M. Otte, ‘De professionele ethiek van strafrechter en gerechtsbestuurder’

14.45-14.55 Honoursstudent, coreferaat

14.55-15.15 Discussie

15.15-15.30 Afsluiting prof. mr. J.H.M. Willems

16.00 AULA Oratie prof. mr. dr. A.R. Mackor ‘Grenzen aan professionele autonomie’

Meer informatie op de site van de vakgroep.

• Symposium: Grenzen aan professionele autonomie, RUG, januari 2011

Ethiekonderwijs via roleplaying aan bedrijfsjuristen?

De Indiana State University bericht op haar website over het ethiek-onderwijs dat gegeven wordt aan de business-faculteit van deze universiteit. Ook hier wordt steeds meer gebruik gemaakt van role-playing en simulatie. De case is interessant genoeg om deze ook door te vertalen naar de bedrijfsjurist. Tijdens een zakenbijeenkomst belooft je CEO allerlei zaken die nooit waargemaakt zullen worden. Investeerders worden misleid omtrent de risico's die bepaalde investeringen daadwerkelijk dragen. De handelingen zijn ook in strijd met de wet. Hoe ga je hier - tijdens de meeting - als bedrijfsjurist mee om?

Over de meerwaarde van simulatie/role-playing-oefeningen - naast reflectie en oordeelsvorming - hebben we eerder bericht.

• Board in Class: Students confront ethics in business during simulation, Indiana State University, 22-11-2010
• De 10 regels voor goede ethieklessen, Rechtsethiek.nl, 07-01-2010

Naar een Maatschappelijk Verantwoorde Opleiding

Omdat niet iedereen de rede gehoord of gelezen heeft, kan op de site van de Nederlandse Juristen Vereniging de rede van prof. mr. F.A.W. Bannier worden nagelezen waarin hij oproept om meer aandacht te geven aan de vorming van juristen:

Natuurlijk streeft de academische opleiding ernaar de student te leren zelfstandig te denken. Maar ik zou hem willen leren, daarenboven, dilemma’s te herkennen, ethische maatstaven te kunnen aanleggen. Een training die niet vroeg genoeg gegeven kan worden. Daarom al op de universiteit en niet pas in de beroepsopleiding respectievelijk RAIO.
Daar moet de vakspecifieke kennis geleerd worden en vaardigheden.

- Rede voorzitter prof. mr. F.A.W. Bannier, NJV, 11-06-2010

6. Stage naar en voorbij de grenzen van de wet toestaan?

Ruben attendeerde mij op het volgende voorval. Een student van hem (Bachelor Rechten) was op zoek naar een stageplek voor een lengte van 4 maand. De student vindt meerdere opdrachten maar wordt steeds afgewezen. Hij vermoedt dat dit komt omdat hij van allochtone afkomst is. Uiteindelijk vindt hij op het laatste moment een plek bij een klein uitzendbureautje in het midden van het land. De eigenaar wil graag juridisch uitgezocht krijgen hoe hij zo goedkoop mogelijk buitenlandse werknemers kan inzetten voor klussen in Nederland.

Bij de intake van de opdracht blijkt al snel dat de stageopdracht vooral gericht is - zacht gezegd - op het verkennen van de grenzen van de wet. Niet alleen wat betreft buitenlandse werknemers maar ook inzake Nederlandse werknemers. Vragen als "wanneer kan ik minder dan het minimumloon betalen", "hoe zorg ik ervoor dat dure werknemers weggestuurd kunnen worden zonder regeling", "met welke fiscale constructie zorg ik ervoor dat de belastingdienst mij niet betrapt", et cetera, zetten de toon. Samengevat kan worden gesteld dat het de opdracht is om uit te zoeken hoe misbruik van werknemers juridisch vormgegeven kan worden.

De vraag is nu of een universiteit/hogeschool een dergelijke opdracht moet toestaan dan wel wat de instelling - bij het doorgaan van de opdracht - van de student mag verwachten. Juridisch gezien is de taak helder (zelfs interessant) maar vanuit een moreel standpunt is de opdracht uitermate dubieus. De primaire verantwoordelijkheid ligt natuurlijk bij de ondernemer, daarna misschien bij de student. Maar heeft de onderwijsinstelling geen enkele rol? En moet in het eindverslag ook de morele competentie van de student beschreven worden? En wat houdt deze dan in deze casus in?

A crisis in legal ethics

Een oproep voor het doceren van juridische beroepsethiek aan de hand van klinische lessen.

The role of lawyers in last year's financial meltdown has led to calls for better ethics training. While many schools question their role in teaching moral, a few are taking up the banner.

- Crisis in ethics, The National Jurist, 1-10-2009
- Reactie Flanders, The National Jurist, januari 2010

De 10 regels voor goede ethieklessen

Gevraagd naar mijn methodische ideeën over ethiekonderwijs verwijs ik graag naar een artikel van Lisa Lerman waarin ze 9 goede regels geeft. Ik voeg er nog een tiende aan toe.

Helaas is de onderwijswereld niet altijd even ideaal (financiële beperkingen, groepsgrootte, multimedia-voorzieningen, tijd) maar de regels van Lerman onderstreep ik direct. Een goed ethiekdocent is een procesbegeleider die studenten haar kennis en praktijkervaring laat ontdekken (en niet aanreikt):
- ze bereid (theoretisch en praktijk) voor op inhoud én (te verwachten) proces
- maar laat de studenten het werk doen (uitzoeken, ontdekken, et cetera)
- en kopt alleen maar in.

Ethics methods that work:

1. Structuring a class session
What works: Discussion, role plays, anything interactive, anything that offers
variety in the events of class, movie clips, skits; bringing lawyers and lawyer regulators into the classroom.
What doesn’t: Lecture, unless used sparingly.

2. Selecting reading materials to assign
What works: Concise materials that tell stories and invite analysis. Problems, hypos, narratives that convey contextual detail.
What doesn’t: Court opinions, law review articles, anything verbose.

3. Leading a class discussion
What works: Asking questions that ask for thoughtful analysis, questions that can be answered by thinking.
What doesn’t: Asking questions that ask for recitation of information learned from the reading.

4. Using the problem method
What works: Teaching important cases by providing an account of the facts and inviting students to evaluate the case from the perspective of a lawyer in the situation.
What doesn’t: Studying ethical dilemmas only by reading post-hoc judicial
opinions.

5. Introducing a problem for discussion
What works: Anything that dramatizes the facts: telling the story well, a video dramatization, a skit, a diagram, a factual summary on a power point slide.
What doesn’t: Relying on the students to remember complex facts from the reading, or reciting the facts in the sometimes lifeless manner of an appellate opinion.

6. Inviting small group discussion of problems
What works: Short, focused small-group discussions followed by a large-group discussion of the principal arguments and conclusions.
What doesn’t: Confusing facts or instructions, too-lengthy small-group discussions, too thorough or plodding a large-group review of small-group discussion.

7. Using visual material in class
What works: Carefully selected visual material that fits with a teacher’s objectives. If print slides, use large type. Photos and conceptual diagrams (at least those that make sense) are always a hit.
What doesn’t: Presenting lecture notes in the form of a long series of rapid-fire power point slides; or putting too much text on a slide, or using animation or sound effects in a way that is annoying or distracting.

8. Using simulation or role-play of problems
What works: Many varieties of simulation, including, for example, a “fishbowl” method in which the instructor and/or some students perform a role-play observed by other students and then discussed; a role-play assignment given to small groups, in which everyone plays a role and no one watches, followed by a discussion; use of video clips showing a scenario being played out; or an informal spontaneous role-lay in which the instructor and a student “play out” the posited situation.
What doesn’t: Devoting most of the time to role-play and leaving little time for reflection or discussion; doing a lengthy fishbowl role-play, which is usually boring for all the observers; doing anything that results in confusion or boredom.

9. Teaching close reading and systematic application of rules
What works: Projecting the language of a rule to be applied on the wall or directing the students to the page where the rule appears, guiding the students through the identification of each question that must be asked about the facts to apply the rule, and eliciting the varying arguments that might be made about how the rule applies.
What doesn’t: Assuming that all the students have read and mastered a rule; quickly referencing only the key questions in application of the rule.

10. Tentamineren is verwerken
What works: Controleren en toets of de student de problemen goed heeft doordacht en overziet. Dit kan bijna niet door kennistentamens en zeker niet via MC. Maak bijvoorbeeld gebruik van essay-achtige tentamenvormen waardoor de student gedwongen worden om na te denken.
What doesn’t: Kennisvragen (met uitzondering van de eerste jaren om bepaalde terminologie eigen te maken).

- Lerman, L.G. - Teaching Ethics in and Outside of Law Schools: What Works and What Doesn’t, American Bar Association, 2006

De Texas-Instruments Ethiek-test

Niet om zijn theoretische waarde maar juist om zijn praktische insteek wordt vaak verwezen naar de Texas-Instruments Ethiek-test. Relevant voor juristen?

Vacature HU: docent Ethiek in de Rechtspraktijk

7 september 2009

De Faculteit Maatschappij & Recht (FMR) is één van de zes faculteiten van Hogeschool Utrecht. Het Instituut van Recht is onderdeel van deze faculteit. Aan de FMR studeren ruim 7.000 studenten en er zijn 450 medewerkers werkzaam. Voor de opleiding HBO rechten deeltijd en de afstudeerrichting gerechtsdeurwaarders zoeken wij een docent Ethiek in de Rechtspraktijk.

De kandidaat die wij zoeken heeft een afgeronde academische opleiding Nederlands Recht met specialisatie Rechtsfilosofie / Ethiek. Daarnaast dient de kandidaat te beschikken over didactische bekwaamheden en ervaring in het verzorgen van onderwijs.

Reageren voor 20-09-2009

[...]

- Vacature Hogeschool Utrecht

Internationale Legal Ethics Conference

Niet om de hoek, maar van 15-17 juli 2010 is er weer de Internationale Legal Ethics Conference. Plaats: Standford University, California. Papers kunnen worden ingebracht tot 1/10. Zie ook het Legal Ethics Forum.

Congres Ongedeeld Integer

Congres

Klik hier
9 juni 2009

Inhoud
Integriteit staat in de belangstelling bij alle juridische beroepsgroepen. Zolang er nog sprake was van een overzichtelijke juridische elite die elkaar kende, bestond er in grote in grote lijnen overeenstemming over de juridische ethiek. Als gevolg van de groei van de juristenpopulatie, de schaalvergroting van het rechtsbedrijf en het uiteengroeien van de waardepatronen van de verschillende beroepsgroepen, lijkt aan de homogene juridische cultuur volgens sommigen een einde gekomen. De advocatuur behartigt nog steeds partijbelangen, maar ziet dat de maatschappij nadrukkelijker gaat vragen naar de publieke waarden waar de balie voor staat, het OM worstelt met het dilemma crime fighter of magistraat en de rechterlijke macht zucht onder de lasten van een reorganisatie, waarin de klassieke waarden van het rechtersambt naar de achtergrond verdwijnen.
De juridische faculteiten zoeken naar een nieuwe invulling van het vak juridische ethiek. Als gevolg van diverse incidenten vertoont de politiek een bijzonder belangstelling tussen de verhouding bovenwereld - onderwereld en bediscussieert de rol van het zelfregulerend vermogen van de juridische professies (tuchtrecht). Deze ontwikkelingen vormden de aanleiding voor een congres waar de integriteit van de juridische professionals bediscussieerd gaat worden, zowel vanuit de theorie als de praktijk.

Sprekers
Prof.Mr. N.J.H. Huls, hoogleraar Rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Prof.Dr. Mr. W. van der Burg, hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Mr. J. van Zijl, Coördinerend Officier van Justitie Rijksrecherche bij het Landelijk Parket
Dr. Mr. J.M. Sjöcrona, advocaat bij Sjöcrona Van Stigt advocaten te Den Haag
Mr. A. van ’t Laar, rechter bij de Sector Bestuursrecht, rechtbank Rotterdam

Programma
13.30 uur Ontvangst
14.00 uur Introductie door Prof.Mr. N.J.H. Huls (dagvoorzitter)
14.05 uur Prof. Dr.Mr. W. van der Burg: ‘De deprofessionalisering van juridische beroepen: Over het verlies aan rechtsstatelijke oriëntatie’
14.25 uur Mr. J. van Zijl: ‘Hoe houdt het O.M. zich staande?’
14.45 uur Dr. Mr. J.M. Sjöcrona: ‘Raadsman en integriteit; over de aanval als verdediging’
15.05 uur Pauze
15.30 uur Mr. A. van ’t Laar: ‘De onkreukbare rechter?’
15.50 uur Workshops
17.00 uur Herstemming over de stellingen door de sprekers en bijzondere afsluiting
17.30 uur Borrel

Datum: 25 juni 2009

Tijdstip: 13.30 tot 17.30 uur

Lokatie: Rotterdam, Golden Tulip hotel Inntel, Leuvehaven 80

Doelgroep: Het congres is met name gericht op medewerkers van de rechtbanken en het O.M., advocaten, medewerkers van universiteiten en studenten

NOvA: 3 studiepunten

Kosten: geen

(Bij een te groot aantal aanmeldingen, streeft de organisatie naar een goede balans tussen de doelgroepen. De organisatie behoudt zich het recht voor deelnemers te selecteren.)

Een aantal interessante uitspraken relevant voor de rechtsethiek

- HR 26 maart 1971, NJ 1971, 262 (Martens)
- Hof Leeuwarden 25 februari 1943, NJ 1951, 643
- Toetsingsarrest HR WOII (uitspraak die lagere rechters weerhield regelingen te toetsen)