Twitter Facebook RSS Feed Email
Posts tonen met het label Morele oordeelsvorming. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Morele oordeelsvorming. Alle posts tonen

Een overzicht van 365+ waarden die om een norm vragen (lijst-update)

De rol van waarden bij (morele) oordeelvorming

Aan een ethische discussie of moreel beraad kan vaak veel meer diepgang worden gegeven als iemand de vraag stelt welke waarden precies op het spel staan. Zo kunnen bijvoorbeeld ineens de verschillende posities van twee personen in een morele discussie over het wel of niet toestaan van wapens hierdoor helder worden: de ene persoon blijkt meer om de waarde veiligheid te geven terwijl de ander vrijheid belangrijker vindt.

Jammer genoeg vragen veel mensen zich maar zelden af welke waarden bij een discussie op het spel staan (jij bent hopelijk een uitzondering!). Het zou echter dus aan veel morele discussies meer diepgang geven. Daarnaast maakt de vraag eerder inzichtelijk dat je mogelijk te maken hebt met een moreel dilemma: met conflicterende waarden. Je kunt helaas niet alles willen wat waardevol is. Ik zal dit aan het eind van deze bijdrage verder toelichten.

Voordat je namelijk in een morele discussie je kunt afvragen welke waarden relevant zijn en/of welke waarden jij belangrijk vindt, moet je eerst weten wat een waarde precies is en welke waarden er zijn. Ik zal dit in deze bijdrage uiteenzetten.


Wat zijn waarden en normen?

Laat ik beginnen met de betekenis of definitie van een waarde.

Een waarde is een betekenisgevend ideaal; een overtuiging over wat nagestreefd wordt of zou moeten worden; een doel is of kan zijn (bijvoorbeeld ter uitoefening van een bepaalde professie als advocaat of arts of meer in het algemeen wat een leven tot een goed leven maakt).

Uit deze waarden (vaak positief verwoord) volgen vervolgens allerlei concrete normen (vaak negatief verwoord): iemand moet x doen, mag niet y doen, et cetera). Normen zijn concrete gedragsregels, soms beschreven, soms niet, die we elkaar opleggen. Zo volgt uit de waarde veiligheid de concrete norm aan toezichthouders om een helm te dragen als ze een bouwplaats inspecteren. Een verdere toelichting over het verschil tussen normen en waarden vind je hier.

Nu dit duidelijk is, is het interessant om te zien welke waarden er zijn. Hieronder vind je hiertoe een uitgebreide lijst met voorbeelden van waarden waarbij het begrip "waarde" in brede zin is ingevuld. Een aantal waarden in deze lijst zullen eerder als deugd of karaktereigenschap worden gezien (maar het zijn ook modale waarden). Wat een deugd precies is? Na deze lijst met waarden zal ik dit uitleggen. Daarnaast zijn een aantal waarden niet als zelfstandig naamwoord omgeschreven. Omdat het begrip wel een ideaal verwoordt, heb ik het - vaak op verzoek - wel in de lijst opgenomen.

Aanvullingen zijn welkom!
Laatste update: 26-3-2021
(met dank aan Frank)

Waarden voorbeelden:

Aanwezigheid
Aanzien
Actief zijn (doen)
Afwisseling
Alertheid
Alledaagsheid
Anonimiteit
Antifragiliteit
Artisticiteit
Assertiviteit
Attentheid
Authenticiteit
Autonomie
Avontuur / Avontuurlijkheid
Bedachtzaamheid
Bedrevenheid
Bedrijvigheid
Befaamdheid
Begeerlijkheid
Begrip
Behoedzaamheid
Behoudendheid
Behulpzaamheid
Bekendheid
Bekoorlijkheid
Bekwaamheid
Beleefdheid
Beleving
Bereidheid
Bereidwilligheid
Beroemdheid
Bescheidenheid
Beschaving / Beschaafdheid
Beschikbaarheid
Besluitvaardigheid
Betaalbaarheid
Betekenis
Betrokkenheid
Betrouwbaarheid
Bevalligheid
Bevlogenheid
Bezit
Bijdrage
Blijdschap
Bondigheid
Buigzaamheid
Burgerschap
Cachet
Celebriteit
Charisma
Chic
Competitie
Concentratie
Confidentialiteit
Consideratie
Controle
Coöperatie
Correctheid
Creativiteit
Daadkracht


Dankbaarheid
Dapperheid
Degelijkheid
Democratie
Deskundigheid
Dienstbaarheid
Diepzinnigheid
Diplomatie
Directheid
Discipline
Distinctie
Doelgerichtheid
Doelmatigheid
Doorleefbaarheid
Duidelijkheid
Duurzaamheid
Dynamiek
Educatie
Eensgezindheid
Eenstemmigheid
Eenvoud / Eenvoudigheid
Eer
Eerbied
Eerlijkheid
Effectiviteit
Efficiency
Elegantie
Empathie
Engagement
Enthousiasme
Erkenning
Ernst
Esthetiek
Evenwicht
Expressiviteit
Faam
Familie(band)
Fatsoen
Feitelijkheid
Felheid
Fijngevoeligheid
Fijnzinnigheid
Finaliteit
Flexibiliteit
Flinkheid
Gastvrijheid
Gedecideerdheid
Gedegenheid
Gedrevenheid
Geduld
Geestdrift
Geestigheid
Geheimhouding
Gehoorzaamheid
Geleidelijkheid
Gelijkheid
Gelijkwaardigheid
Geloof
Geloofwaardigheid
Geluk
Gematigdheid
Gemeenschappelijkheid
Genegenheid
Generositeit
Genialiteit
Genot
Genuanceerdheid
Gereserveerdheid
Gevatheid
Gevoeligheid
Gewetensvol
Gezelligheid
Gezondheid
Glorie
Godvrezendheid
Godvruchtigheid
Godzaligheid
Goedheid
Goedkeuring
Grandeur
Grondigheid
Grootsheid
Grootmoedigheid
Gulheid
Handigheid
Hardheid
Harmonie
Hartstocht
Heerlijkheid
Helderheid
Heusheid
Hevigheid
Hiërarchie
Hoffelijkheid
Hoop
Hulpvaardigheid
Humor
Idealisme
Ignorantie



Inbreng
Ingetogenheid
Innovatie
Integriteit
Intensiteit
Invoelendheid
Inzicht
Juistheid
Kalmte
Kameraadschap
Karigheid
Kennis
Klaarheid
Klasse
Kracht
Kuisheid
Kwaliteit
Leefbaarheid
Leergierigheid
Leiderschap
Liefdadigheid
Liefelijkheid
Liefde
Lof
Lol
Loyaliteit
Luchthartigheid
Luciditeit
Luister
Macht
Matigheid
Mededogen
Menselijkheid/Medemenselijkheid
Mensgerichtheid
Menswaardigheid
Milieubehoud
Milieubewustheid
Moed
Naam
Natuurbehoud
Nauwgezetheid
Nauwkeurigheid
Nederigheid
Netheid
Nieuwsgierigheid
Nuchterheid
Nut
Nuttigheid
Omzichtigheid
Onafhankelijkheid
Onbaatzuchtigheid
Onbedorvenheid
Ondernemerschap
Onpartijdigheid
Ontplooiing
Ontspanning
Ontvankelijkheid
Onverholenheid
Onverdrotenheid
Onwetendheid
Ootmoedigheid
Openhartigheid
Openheid
Opgewektheid
Oplettendheid
Oprechtheid
Optimisme
Orde
Ordelijkheid
Originaliteit
Overgave
Participatie
Passie
Passiviteit
Patriottisme
Penaliteit
Persoonlijke ontwikkeling
Pittigheid
Plezier
Plichtsbetrachting
Politesse
Positiviteit
Pragmatisme
Prestatiegerichtheid
Privacy
Pro-activiteit
Professionaliteit
Prudentie
Publieke verantwoordelijkheid
Punctualiteit
Rechtsstatelijkheid
Rechtvaardigheid
Redelijkheid
Relativisme



Relaxedheid
Religiositeit
Representativiteit
Resoluutheid
Respect
Rijkdom
Robuustheid
Roem
Ruimdenkendheid
Rust
Saamhorigheid
Samenwerking
Schoonheid
Serieusheid
Sierlijkheid
Sluwheid
Snelheid
Soberheid
Solidariteit
Souplesse
Spaarzaamheid
Spiritualiteit
Spontaniteit
Sportiviteit
Stabiliteit
Standvastigheid
Stelligheid
Stijl
Stiptheid
Strengheid
Structuur
Suaviteit
Synergie
Tact
Tenaciteit
Terughoudendheid
Tevredenheid
Tijdloosheid
Toegankelijkheid
Toegeeflijkheid
Toegenegenheid
Toewijding
Tolerantie
Traditie
Transparantie
Trouw
Tucht
Uitdagendheid
Uiterlijk
Uitgelatenheid
Uitmuntendheid
Unanimiteit
Uniformiteit
Universaliteit
Urbaniteit
Vaderlandsliefde
Vakmanschap
Vastberadenheid
Vasthoudendheid
Veelzijdigheid
Veiligheid
Verandering
Verantwoordelijkheid
Verbaasdheid
Verbetenheid
Verbinding
Verbondenheid
Verdraagzaamheid
Verfijning
Vergeving
Vergevingsgezindheid
Verknochtheid
Vermaak
Vermaardheid
Vernieuwing
Verrassing
Verstandhouding
Verstandigheid
Vertrouwelijkheid
Vertrouwen
Vertwijfeldheid
Verwennen
Verwondering
Verworvenheid
Vitaliteit
Vlijt
Voldoening
Volgzaamheid
Volharding
Voorbereid zijn
Voorkomendheid
Voortreffelijkheid
Vooruitstrevendheid
Vrede
Vriendelijkheid
Vriendschap
Vrijgevigheid
Vrijheid
Vrijmoedigheid
Vrolijkheid
Vroomheid
Waardering
Waardigheid
Waarheid
Wedijver
Welbehagen
Weldadigheid
Welgemanierdheid
Welgemoedheid
Wellevendheid
Weloverwogenheid
Welvaart (immateriële/materiële)
Welvoeglijkheid
Welwillendheid
Werkelijkheidszin
Werkzaamheid
Wijsheid
IJverigheid
Zachtheid
Zachtmoedigheid
Zakelijkheid
Zekerheid
Zelfbepaling
Zelfbeheersing
Zelfbehoud
Zelfbeschikking
Zelfbewustheid
Zelfcontrole
Zelfontplooiing
Zelfrealisatie
Zelfredzaamheid
Zelfstandigheid`
Zelfverwerkelijking
Zelfverwezenlijking
Zelfverzekerdheid
Zelf-zijn / zichzelf-zijn



Zelfzorg
Zingeving
Zorgeloosheid
Zorgvuldigheid
Zorgzaamheid
Zuinigheid
Zwierigheid

In deze lijst zijn zo veel mogelijk positieve idealen opgenomen al kan over bepaalde waarden worden gediscussieerd of deze altijd positief bijdragen aan het menselijk leven. Het streven naar zorgvuldigheid is goed. Maar kun je ook niet te veel streven naar zorgvuldigheid? En is vaderlandsliefde positief?

Misschien moeten we Aristoteles volgen die waarden bezag vanuit de deugdontwikkeling. Een deugd is een karaktereigenschap - een houding, een persoonseigenschap - waardoor je het goede doet. Ze geven het antwoord op de vraag "wat maakt iets goed?". Bij Aristoteles ligt het juiste deugd-ideaal waar we naar moeten streven zijn in het midden; pas als we het juiste midden vinden in ons handelen functioneren we als een goed mens. Dit geeft eigenschappen als moedig zijn, verontwaardiging of verantwoordelijk zijn. Het zijn idealen tussen te veel en te weinig. Voor een advocaat is het een goede karaktertrek om niet openhartig te (willen) zijn. Dit is niet voor niets opgenomen in de Gedragsregels Advocatuur. Maar er zijn gevallen denkbaar waarbij ook van de advocaat openheid wordt verwacht. Waar ligt het juiste midden? Het juiste midden geeft de deugd confidentieel-zijn. Dit is te koppelen aan de waarde confidentialiteit: een waarde die past bij de goede uitoefening van het beroep van advocaat.

Ook voor veel waarden geldt dus: teveel is ook niet goed? Een aantal waarden benoemt in ieder geval ook een midden. Bijvoorbeeld dapperheid: dit zit tussen lafheid en overmoed. Kun je ook te dapper zijn? Niet als we dapperheid niet verwarren met onbezonnenheid.



Daarnaast is het belangrijk om in te zien dat waarden kunnen conflicteren waardoor het lastig te bepalen is wat het goede nu is. We spreken dan van een moreel dilemma. Een voorbeeld. Een advocaat wil in een specifiek geval enerzijds vertrouwelijk omgaan met de gegevens van een cliënt maar anderzijds ook de veiligheid van de samenleving in acht nemen. Veiligheid en Vertrouwelijkheid botsen. Een goed advocaat weet echter ook waar hier - in een specifiek geval - het midden ligt. Dit vraagt opleiding en ervaring: inzicht in belangrijke beginselen, morele intuïtie, belangen, normen (wet- en regelgeving, gedragsregels) en kennis van de morele identiteit van de beroepsrol, het kantoor waarvoor de jurist werkt, de persoon zelf als zijn of haar omgeving. Dit zoeken naar een middenweg toont - volgens sommige auteurs - de directe relatie tussen waarden en deugden.

Normen en waarden (verschil en voorbeelden)

Veel mensen gebruiken de begrippen normen en waarden zonder dat ze het verschil tussen "normen" en "waarden" precies kunnen aangeven. Normen en waarden zijn voor hen hetzelfde of worden als een logische twee-eenheid gezien. Normen en waarden worden zonder verder na te denken met elkaar verbonden. Zo bepleitte (nu oud) minister-president Balkenende meerdere keren voor meer normen en waarden. Maar kan dat wel? Kun je wel meer normen en waarden willen? Is er geen verschil tussen waarden en normen? Om een bespreking van dit onderwerp beter te laten verlopen, zal ik in deze posting het verschil tussen normen en waarden toelichten.
(laatst bijgewerkt op 27-03-2019)

 
Normen en waarden


Relatie tussen normen en waarden

Eerder heb ik uitgelegd dat er meerdere waarden zijn. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een uitgebreide lijst met waarden. De relatie tussen waarden en normen kan het beste als volgt inzichtelijk worden gemaakt:


Waarde


Normen


Met andere woorden: normen zijn afgeleid uit waarden. Waarden leiden dus tot specifieke normen. Bepaalde waarden worden als waardevol beschouwd - de naam zegt het al - en worden geconcretiseerd in normen. Dus waarden gaan eigenlijk vooraf aan normen. Dit terwijl veel mensen* spreken van "normen en waarden" in plaats van "waarden en normen".



Uitleg begrippen normen en waarden

Maar wat betekenen de begrippen "normen" en "waarden" precies, zul je je misschien afvragen.

Een WAARDE is een betekenisgevend ideaal.
Een waarde staat voor een overtuiging over wat nagestreefd wordt of zou moeten worden (bijvoorbeeld ter uitoefening van een bepaalde professie als advocaat of arts of meer in het algemeen wat een leven tot een goed leven maakt).

Dit klinkt lastig maar waarden moet je zien als iets (abstracts) dat we belangrijk vinden. Een waarde wordt vaak omschreven in één woord. Bekende waarden zijn: vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, solidariteit, respect en tolerantie. 

NORMEN zijn gedragsregels.
Normen zijn dus concrete regels waar je de ander (of jezelf) op kunt afrekenen. 


Voorbeelden normen en waarden

Eerst een aantal eenvoudige voorbeelden van normen en waarden:

Voorbeeld 1 Normen en waarden
Waarde: Veiligheid.
Norm: Iedereen die een bouwplaats betreedt, moet een helm dragen

Voorbeeld 2 Normen en waarden
Waarde: Privacy
Norm: U wordt verzocht afstand te houden op uw voorganger (bij een balie bij een bank bijvoorbeeld).



Invulling normen en waarden

Welke normen afgeleid worden uit waarden verschilt per samenleving. Wel vinden veel mensen dezelfde waarden belangrijk. Iedereen vindt vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid et cetera belangrijk. Je ziet enkel:
  • Verschil in welke waarden we belangrijker vinden (bij bijvoorbeeld morele dilemma's tussen vrijheid en veiligheid);
  • Hoe een waarde geconcretiseerd wordt in een norm.

Het laatste vraagt om een toelichting. Dit kan het beste met een voorbeeld van een invulling van een norm uit een geheel andere samenleving:

Toen Europese ontdekkingreizigers in de zeventiende eeuw de Hudson Bay (Noord Canada) inzeilden, ontdekten ze een volk waarbij ouderen – net als veel ouderen in onze samenleving – welwillend waren richting hun kinderen. Deze welwillendheid (waarde) had zich in die samenleving echter geconcretiseerd in de norm dat de kinderen de ouderen actief mochten ombrengen als de oudere een bepaalde leeftijd had bereikt. De kinderen groeven hiervoor eerst een gat voor de oudere. Vervolgens dronken de ouderen en de jongeren een drankje en rookten de pijp. Als de oudere er klaar voor was, werd hij of zij vervolgens door een kind omgebracht en in het graf gelegd. Ouders hadden hier dus geen moeite mee: de norm volgde logisch uit hun welwillendheid. Dit was de enige manier voor een stam om met beperkte middelen om te gaan. Doodgaan in het belang van de groep werd gezien als een eervol einde van het leven.

Omdat normen afgeleid zijn uit waarden kan uit een waarde vervolgens meerdere van elkaar verschillende normen afgeleid worden.

Uit de waarde veiligheid zijn bijvoorbeeld veel verkeersregels afgeleid maar ook de regel (dus norm) dat je bij brand zo snel als het kan een pand verlaat en elkaar ontmoet op een afgesproken plek. Je mag hierbij niet de lift gebruiken maar gebruiken maken van de trap. Deze norm is er dus niet omdat dit beter zou zijn voor je conditie (waarde = gezondheid) of omdat dit beter is voor het milieu (waarde = milieubehoud) of omdat je dan lekker kunt gaan praten op een afgesproken plek (waarde = gezelligheid) maar enkel in verband met de waarde veiligheid.



Normen en waarden in organisaties

Tot slot nog het volgende. Niet alleen de invulling van de normen en waarden per samenleving kan verschillen maar ook bijvoorbeeld in organisaties of binnen een beroepsgroep. Een voorbeeld om dit te verduidelijken:

De meeste advocatenkantoren zien wel in dat ze klantvriendelijk (waarde = klantvriendelijkheid) moeten zijn. Maar hoe concretiseer je dit nu? Dit kan weer op verschillende manieren. Een aantal kantoren kiest er bijvoorbeeld voor om gratis inloopspreekuren te organiseren en leggen dit via normen op aan medewerkers (norm: onze advocaten moeten twee uur in de week open staan om klanten te ontvangen). Andere kantoren kiezen ervoor om de mogelijkheid aan te bieden dat er avondafspraken kunnen worden gemaakt. De norm is dan: onze advocaten moeten op één dag in de week tevens in de avond aanwezig zijn.

Vragen of opmerkingen, aanvullingen op wat normen en waarden zijn? Welkom!

____________

* Terzijde, maar volgens sommige mensen wordt er zoveel gesproken over normen en waarden dat je beter kunt spreken van "wormen en maden". Alle discussies over normen en waarden zijn volgens hen zinloos. Het zijn wormen en maden.


Beginselen (uitleg en voorbeelden)

Tussen waarden en normen staan beginselen. Beginselen worden ook wel principes genoemd. Beginselen zijn niet zo abstract als waarden, maar zijn tevens niet zo concreet als normen. Een bekend beginsel is het wederkerigheidsbeginsel: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. In veel religies komt dit beginsel terug maar in de ethiek is het principe volgens velen belangrijk. Dit beginsel wordt de Gulden leefregel genoemd.

In het algemeen heeft een beginsel vaak de volgende vorm: “je behoort iedereen … te behandelen” waarbij op de puntjes een waarde komt. Bijvoorbeeld: je behoort iedereen gelijk te behandelen. Dit beginsel komt voor uit de waarde gelijkwaardigheid.

In het recht kennen we ook beginselen. Deze beginselen zijn dan vastgelegd (met een lastig woord: gecodificeerd) in een regeling of zijn vormgegeven via uitspraken van rechters (jurisprudentie). 

Bekende rechtsbeginselen zijn onder andere de bestuursrechtelijke algemene beginselen van behoorlijk bestuur als de rechtsbeginselen die in de Grondwet zijn opgenomen. Laat ik een aantal voorbeelden geven van beginselen die specifiek gelden voor de overheid. (1) Het ZORGVULDIGHEIDSBEGINSEL: de overheid behoort een besluit zorgvuldig voor te bereiden en te nemen (zie artikel 3:2 Awb). (2) Het MOTIVERINGSBEGINSEL: de overheid behoort zijn besluiten goed te motiveren; een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering (zie artikel 3:46 Awb). (3) Het VERTROUWENSBEGINSEL: een burger mag (onder bepaalde voorwaarden) kunnen vertrouwen op toezeggingen van een bestuursorgaan. (4) GELIJKHEIDSBEGINSEL. De overheid behoort gelijke gevallen op gelijke wijze behandelen (zie ook artikel 1 Grondwet). 

Relatie tussen waarden, beginselen en normen
Tussen waarden, beginselen en normen bestaat dus een gelaagdheid die we via verschillende voorbeelden inzichtelijk kunnen maken. Met het gelaagdheid bedoelen we dat ze op een bepaalde manier met elkaar te maken hebben. We zullen hierbij ook een onderscheid maken tussen intrinsieke waarden en instrumentele waarden. Intrinsieke waarden zijn waarden die iemand goed vindt uit zichzelf. Zonder dat het nastreven van deze waarde goed is voor een andere waarden. Instrumentele waarden daarentegen zijn waarden die waardevol zijn omdat ze belangrijk zijn voor andere waarden die iemand najaag. De voorbeelden maken het wel duidelijk.

Let op: onderstaande voorbeelden van waarden - beginselen - normen zijn willekeurig gekozen. Mogelijk vind jij de waarden niet waardevol. Of omarm jij andere beginselen of normen. Geen probleem natuurlijk: inhoudelijk mag je het met de voorbeelden niet eens zijn. Ze zijn met name gekozen om de gelaagdheid duidelijk te maken:

Waarde (intrinsiek): Respect
Waarde (instrumenteel): Eerlijkheid
Beginsel: Iedereen behoort de waarheid te vertellen.
Norm: Op een sollicitatiegesprek lieg je niet over je Curriculum Vitae
---
Waarde (intrinsiek): Rechtvaardigheid
Waarde (instrumenteel): Gelijkwaardigheid
Beginsel: Iedereen behoort gelijk behandeld te worden.
Norm: Ter invulling van een nieuwe functie mag de zoon van een collega geen voorrang krijgen omdat hij familie is.
---
Waarde (intrinsiek): Geluk
Waarde (instrumenteel): Welvaart
Waarde (instrumenteel): Spaarzaamheid
Beginsel: Je behoort geld niet te verkwisten.
Norm: Met een auto rijd je door totdat deze economisch afgeschreven is.

Naast het bovengenoemde wederkerigheidsbeginsel is er nog een tweede beginsel dat bij morele oordeelsvorming / ethiek een prominente rol speelt. Een beginsel dat door veel filosofen wordt opgevat als criterium voor morele juistheid. Dit is het morele / ethische [1] universaliteitsbeginsel.

Ook in het dagelijks gebruik wordt universaliteit door veel mensen – vaak onbewust – als kenmerk van ethische oordelen gezien [2]. Dit beginsel schrijft ons voor dat een regel achter een handeling enkel moreel juist is als we de regel tevens in vergelijkbare gevallen moet kunnen willen. Anders is het niet redelijk want enkel gekozen vanuit eigen belang (en dat maakt het hypocriet).

Universaliseerbaarheid van een regel wordt om die reden in verband gebracht met het criterium van onpartijdigheid [3]. Wat voor jou of voor een bepaald persoon geldt onder omstandigheden X, Y, Z moet ook kunnen gelden ook voor anderen onder omstandigheden X, Y, Z. Anders is de regel gekozen uit partijdigheid in de zin dat je een uitzondering voor jezelf of specifiek een ander maakt (en dit is, zo stellen veel mensen, het kenmerk van niet-ethisch handelen).

Deze beoordeling van universaliteit wordt ook soms wel de algemeenheidstest genoemd [4]. Von Schmid geeft het volgende voorbeeld: stel je vraagt je af of je voor de rechtbank mag liegen om een vriend te helpen. Algemeenheid betekent dan: als jij hier mag liegen om die reden, mogen anderen dat ook [5]. Kun je dit willen of ben je partijdig? De vraag die het universaliteitsbeginsel dus stelt is of je in alle vergelijkbare gevallen de gelijke keuze zou willen zien en de regel hiermee tot een algemene regel wilt maken [6]. 

__________

Voetnoten

[1]
Deze versie van het universaliteitsbeginsel moet niet worden verward met de juridische versie (een staat heeft het recht, soms zelfs de verplichting, bepaalde internationale misdrijven te bestraffen, ongeacht de plaats waar zij werden gepleegd, en ongeacht de nationaliteit van de dader of slachtoffer. Zie o.a. Van Den Wyngaert, C., Strafrecht, Strafprocesrecht en internationaal strafrecht, Maklu-uitgevers nv., 2006, bladzijde 1217).

[2]
Hare, R.M., Freedom and Reason, London, Oxford University Press, bladzijde 10.

[3]
Brugmans, E., Onpartijdigheid, in: Becker, M. e.a. (red), Lexicon van de ethiek, Van Gorcum, 2007, bladzijde 253.

[4]
Singer, M.G., Generalization in ethics: an essay in the logic of ethics, with the rudiments of a system of moral philosophy, Atheneum, 1961, bladzijde 19.

[5]
Schmidt, A. von, Praktische ethiek: Van dilemma naar standpunt, Boom onderwijs, 2006, bladzijde 36.

[6]
Het omarmen van het universaliteitsbeginsel veronderstelt het aanhangen van het gelijkheidsbeginsel. Het universaliteitsbeginsel gaat er namelijk impliciet vanuit dat alle mensen gelijkwaardig zijn aan elkaar en om deze reden evenveel respect verdienen (een ieder is gelijk).

Tip #08: Vraag je af wat het ideaal is van je beroep en voorkom dat je hierin doorschiet (tunnelvisie)

KRITISCHE HOUDING: TIP
Het is belangrijk om in het werk je bewust te zijn van de professionele waarden en idealen van je beroep. Anderen kunnen jou hierop afrekenen. Deze waarden en idealen vormen namelijk vaak de basis waarop jij ter verantwoording kunt worden geroepen. Of waarop jij anderen maar ook jezelf ter verantwoording roept. Twee problemen liggen echter op de loer.

Recensie: Kaptein - Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen

Kaptein - Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen - 52 bespiegelingen over ethiek op het werkWaarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen
52 bespiegelingen over ethiek op het werk

Kaptein, M. (Muel)
Uitgever: Business Contact (2011)
_____

Hoe kan het toch dat mensen die misschien niet eens zo slecht van aard zijn toch moreel onwenselijk handelen? Het antwoord op deze vraag probeert Kaptein weer te geven in het boek "Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen: 52 bespiegelingen over ethiek op het werk". Het is een benadering van ethiek die we de laatste jaren steeds meer zien: het is geen beschrijving van wat juist handelen is maar meer een beschrijving van waarom niet juist gehandeld wordt. Wat verklaart bepaald slecht gedrag en hoe kunnen we dit voorkomen?
 
Het boek richt zich hiermee op de zogenaamde restauratieve insteek van ethiek en ons oordeelsvermogen: duidelijk is vaak wel (1) wat goed handelen is maar dat dit (2) helaas in organisaties niet altijd goed gaat; we gedragen ons soms verkeerd. We kunnen echter (3) verklaren waarom dit zo is met als gevolg dat we (4) kunnen vaststellen wat we wel moeten doen – moeten restaureren – om goed handelen (terug) te krijgen.
 
Gezien de verklarende insteek van het het boek ontkomt Kaptein er niet aan veelvuldig gebruik te maken van sociaal psychologisch onderzoek ter ondersteuning van bepaalde constateringen. Waar de sociaal psychologie pakweg 10 jaar geleden nog volledig uit beeld was, is dit vakgebied volgens Kaptein nu nauwelijks meer te negeren (ondanks dat het soms in zwaar weer verkeert; denk aan de affaire Stapel). Diverse experimenten hebben namelijk ons een breed inzicht gegeven in de factoren die invloed hebben op ons gedrag en dat van organisaties.

Deze resultaten, zo stelt Kaptein, bewijzen onze morele DSB: onze morele doofheid, stomheid en blindheid. Het zijn drie veelvoorkomende kwalen van mensen en organisaties: niet willen horen van de ander dat er iets niet goed is, niet willen spreken over bepaalde zaken (Karssing zou spreken van morele zwijgzaamheid) en niet willen/kunnen zien dat er iets moreels/ethisch op het spel staat (dit element komt – soms onder de noemer sensibiliteit – vaker terug; bijvoorbeeld hier bij M. Waling-Huijsen).

De stelling van Kaptein is dat deze morele DSB in organisaties doorbroken moet en kan worden. Geheel vernieuwend is dit weer niet omdat je hier iets van de argumentatie terugziet waarom morele gespreksvoering binnen organisaties volgens sommige auteurs belangrijk is: om morele DSB te voorkomen. Gespreksvoering - om zaken bespreekbaar te maken - is ook voor Kaptein belangrijk. Hij introduceert hiervoor zelfs een term: tjellen: "kom op mensen, even een time-out; het gaat hier niet goed, we raken iets ethisch". Dit kan bijvoorbeeld beginnen met het stellen van een vraag.

De zeven factoren
Het boek begint met een deel dat "de context" heet. In dit inleidende deel beschrijft Kaptein wat de morele geaardheid van mensen is en wat de invloed van de omgeving is op het menselijke gedrag. Aan bod komt het nature-nurture debat, wat baby’s kunnen, de prijselasticiteit van mensen, altruïsme, het pymailion-  en het golem-effect: hoe mensen worden gezien, worden ze behandeld. Met het dodo-effect wil Kaptein aangeven dat mensen zichzelf vaak overschatten. Dit komt mede uit zelfbescherming, zo kunnen zij blijven presteren en worden ze niet onzeker. De sociaal-psychologische insteek mag duidelijk zijn.

Met deze context als basis beschrijft Kaptein vervolgens de zeven factoren die maken dat mensen handelen zoals ze handelen (waarbij ieder deel weer is onderverdeeld in diverse hoofdstukken):
  • Factor 1: Helderheid: over de helderheid van normen, waarden en verantwoordelijkheden.
  • Factor 2: Voorbeeldgedrag: mensen lezen de voor hen van toepassing zijnde normen af aan het gedrag van mensen die voor hen rolmodellen zijn.
  • Factor 3: Uitvoerbaarheid: hierbij gaat het om de ruimte en de mogelijkheden die mensen krijgen om hun doelen, taken en verantwoordelijkheden te realiseren.
  • Factor 4: Betrokkenheid: in hoeverre worden mensen gemotiveerd om zich in te zetten voor de belangen van de organisatie.
  • Factor 5: Transparantie: de mate waarin mensen zicht hebben op hun eigen gedrag en de effecten ervan als op dat van anderen.
  • Factor 6: Bespreekbaarheid: hoeveel ruimte hebben mensen binnen de organisatie om standpunten, gevoelens, dilemma’s en overtredingen aan de orde te stellen.
  • Factor 7: Handhaving: de mate waarin mensen binnen een organisatie worden gewaardeerd, of zelfs beloond voor gewenst gedrag, gestraft voor ongewenst gedrag en in hoeverre er wordt geleerd (!) van fouten, incidenten en ongelukken. Wat opvalt is dat Kaptein de cognitieve ontwikkeling van Kohlberg hierbij bespreekt (de drie niveaus van morele ontwikkeling, het preconventionele niveau, het conventionele niveau en het postconventionele niveau). Niet direct wordt duidelijk of Kaptein deze omarmt of enkel descriptief benadert. Is het streven sowieso om te komen tot autonoom handelende mensen/werknemers?

Relevantie
Het boek is hiermee relevant voor iedereen die geïnteresseerd is in oordeelsvorming en de redenen waarom we hier niet naar handelen. Kaptein richt zich wel minder op wat professionals zelf moeten doen om als beroepsbeoefenaar goed te handelen. Met het boek lijkt Kaptein zich vooral te richten op beleidsmakers en bestuurders en hoe zij werknemers kunnen "beïnvloeden" tot het goede. Als je wilt weten hoe jij zelf als kritisch professional kunt handelen, moet je hier doorheen lezen. Maar dit maakt de inhoud niet minder relevant. Een uitgebreide literatuurlijst - online te raadplegen - geeft ondertussen aan lezers de mogelijkheid om de houdbaarheid van de onderzoeken zelf vast te stellen en eventuele nuances te vinden (want dat is wel soms nodig; Kaptein is soms wel erg stellig).

Conclusie: een aanrader.

Overzicht met deugden (update)

Een voortreffelijk leven bestaat - volgens sommige filosofen en ethici - uit het ontwikkelen van je deugden. De betekenis die aan een deugd wordt gegeven is meestal: een kwaliteit (karaktereigenschap) waarin je uitblinkt. Zoals het hebben van een kritische houding. Maar welke deugden zijn er nog meer? Welke deugden kunnen we in argumenten gebruikt zien worden? In deze post een overzicht. Een aantal deugden komen onder verschillende bewoordingen terug omdat ze lastig te vertalen zijn. Over de verwantschap met waarden - positieve idealen - is eerder bericht. Over sommige deugden die hieronder zijn genoemd, bestaat dan ook discussie over het nu echt karaktereigenschappen zijn.

De Trouw heeft trouwens de afgelopen jaren een mooie serie gemaakt waarin verschillende deugden vanuit diverse beroepen zijn toegelicht (zie hiervoor de algemene link). Qua beroepen buiten het juridische maar wel waardevol. Voor de liefhebber: het is ook in boekvorm uitgegeven.

De lijst met deugden: (aanvullingen welkom, laatste update 28-03-2012)

Aandacht
Aangenaamheid (7)
Actief
Assertiviteit
Avontuurlijkheid
Barmhartigheid
Begrip
Behulpzaamheid
Bescheidenheid
Betrouwbaarheid
Consciëntieusheid (7)
Creativiteit
Dankbaarheid
Dienstbaarheid
Discipline
Doelgerichtheid
Doorzettingsvermogen
Echtheid
Eenheid
Eerlijkheid
Eerzaamheid
Energiek
Enthousiasme
Extraversie (7)
Flexibiliteit
Fouten maken
Geduld
Gelatenheid
Geloof (5)
Geloofwaardigheid
Gematigdheid (1) (6)
Gevatheid (6)
Grondigheid
Grootsheid (6)
Hoffelijkheid
Hoop (5)
Hypocrisie
Idealisme
IJver
Integriteit
Juiste eerzucht (6)
Liefde (5)
Loyaliteit
Maat (1) (6)
Matigheid (1) (6)
Mededogen
Meelevendheid
Mildheid
Moed (3) (6)
Morele grandeur (6)
Morele verontwaardiging (6)
Naastenliefde
Nederigheid
Ontspannen (7)
Ontheching
Ontvankelijkheid
Onverschilligheid
Oordeelsvermogen
Openheid (7)
Oprecht
Oprechtheid
Orde
Ordelijkheid
Rechtschapenheid (4) (6)
Rechtvaardigheid (4) (6)
Reinheid
Rekening houden met anderen
Respect
Samenwerking
Schaamtegevoel (6)
Stabiliteit
Standvastigheid (3) (6)
Sterkte (3) (6)
Tact
Toewijding
Traagheid
Uitmuntendheid
Vastberadendheid
Vasthoudendheid (3) (6)
Verantwoordelijkheid
Verdraagzaamheid
Vergevingsgezindheid
Verstandigheid (2) (6)
Vertrouwen
Volhardendheid
Voorzichtigheid (2) (6)
Vredelievendheid
Vreugde
Vriendelijkheid (6)
Vrijgevigheid/royaliteit/royale vrijgevigheid (6)
Waarachtigheid (6)
Wijsheid (2) (6)
Zachtmoedigheid (6)
Zelfbeheersing (1) (6)
Zelfdiscipline
Zelfmanagement
(Zelf)vertrouwen
Zorgzaamheid
Trouw

Agenda
(1) Een mogelijke vertaling voor σωφροσύνη (sōphrosynē, één van de kardinale deugden)
(2) Een mogelijke vertaling voor φρόνησις (phronēsis, één van de kardinale deugden)
(3) Een mogelijke vertaling voor ανδρεία (andreia, één van de kardinale deugden)
(4) Een mogelijke vertaling voor δικαιοσύνη (dikaiosynē, één van de kardinale deugden)

(5) Eén van de Theologale deugden van Thomas van Acquino

(6) O.a. door Aristoteles genoemd in de Ethica Nicomachea

(7) Eén van de big-five karaktertrekken

Links:
- Trouw Dossier: een voortreffelijk leven, Trouw, 18 januari 2008 (en verder)

De ethiek van de aap = De ethiek van de mens?

ethiek aap
In de bijlage Letter&Geest van de Trouw dit weekend een aantal interessante artikelen. Onder andere een artikel van Frans de Waal, bioloog en onderzoeker naar het sociale ("morele") gedrag van dieren. Het artikel richt zich niet specifiek op morele argumentatie maar is desondanks mijns inziens interessant:

Het uitgangspunt: ethiek en de aap
De Waal beschrijft dat onderzoek laat zien dat dieren rechtvaardigheidsgevoel laten zien en onbaatzuchtig kunnen zijn. Zij - het meest duidelijk zichtbaar bij mensapen - geven om de gemeenschap. De Waal: de superioriteit van ons intellect mag dan overduidelijk zijn maar onze basisbehoeften zijn gelijk: macht, genegenheid, veiligheid et cetera.

Altruïsme volgens De Waal
Interessant is de benadering van het altruïsme/egoïsme-debat door De Waal. Altruïstisch gedrag, zo stelt hij, heeft zich ontwikkeld door de voordelen die eraan vastzitten maar de motivatie is niet egoïstisch. Toekomstige voordelen spelen namelijk nauwelijks een rol: het altruïstische dier houdt zich niet bezig met evolutionaire consequenties. Oprecht altruïsme bestaat volgens De Waal. In het artikel maakt hij tevens duidelijk hoe dit zich dan verhoudt tot de waarneming dat zoogdieren (en mensen) ondertussen genoegen beleven aan het helpen van anderen. Is er toch een (korte-termijn) egoïstisch motief?

Ik citeer De Waal die dit in mooie bewoordingen ontkent:
Ja, we krijgen een 'warm gevoel' als we iemand te hulp schieten, misschien hebben andere dieren dat ook wel, maar omdat dat gevoel ons via de ander bereikt, en uitsluitend via die ander, is helpen niet egocentrisch, maar echt gericht op de ander.
Gevolgen positie moraal
Dit heeft volgens De Waal gevolgen voor de menselijke moraal. De vernistheorie - dat moraal niet meer een laagje vernis is op onze slechte biologische neigingen - is volgens De Waal niet juist. Moraliteit heeft zich ontwikkeld uit sociale instincten. De Waal heeft dit eerder beschreven in zijn boek 'Van nature goed. Over de oorsprong van goed en kwaad in mensen en andere dieren".

Hij beschrijft - en nu wordt het interessant voor ons - dat de top-down-benadering die de meeste filosofen aanhangen (waarbij door de rede we tot een morele positie komen) hierdoor te beperkt is. De vraag die De Waal stelt is of het wel zin heeft om van mensen te verlangen dat ze omzien naar anderen als ze daar geen aanleg voor hebben. Zijn conclusie: David Hume verwoordde het sterk door te stellen dat de rede de slaaf is van onze aandriften. De mens heeft niet de moraal vanuit het niets opgebouwd. We zijn sociale wezens waarop we verder zijn gegaan.

Toch is de chimpansee geen moreel wezen. Want moraal is bij De Waal meer dan gevoelens. Het is daarnaast het opzetten van een logisch, samenhangend systeem. Een systeem dat los staat van iemands eigen situatie, geabstraheerd en los van eigen belangen. Menselijke moraliteit onderscheidt zich dus van de dierlijke moraliteit: ze zoekt universele normen die geconcretiseerd worden in een systeem van recht (met controle en straf/beloning). Hier is volgens De Waal ook waar religie weer in beeld komt (hiertoe verwijs ik graag naar de Trouw).

Ter overweging
Sluipt hier een tegenstrijdigheid in het artikel van De Waal? Enerzijds geeft hij aan dat het niet aan de wetenschap is om de zin van het leven te stellen of hoe we moeten leven. Het geven van een moreel kompas is niet aan de onderzoekende wetenschapper: er is een duidelijk onderscheid tussen descriptieve en normatieve ethiek. Anderzijds stelt De Waal echter wel dat voor moraal gevoelens niet volstaan. Is deze laatste uitspraak niet voorschrijvend van aard?

Ter overweging nog een algemeen punt: wijst het werk van De Waal niet op de juistheid van (een vorm van) het natuurrechtelijk denken of maken we dan de denkfout waarvoor De Waal ons juist wil waarschuwen?

De moraal van de aap, zo egoïstisch zijn we niet, Trouw (abonnee), 14-01-2011
Van nature goed, Uitgeverij Contact

Dat niet iedereen de vernis-theorie wil loslaten, zien we trouwens in de volgende video (concreet vanaf 32:08):



Wetenschap 24: Een aap met moreel besef, deel 32, Uitgeverij Contact

De Waal zelf kunnen we terugzien in een aflevering van Boeken:

Over "De Aap in ons"



Over "Een tijd voor empathie"

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.

Hoe dragen advocaten bij aan de menselijke waardigheid en diens welzijn? Samenvatting artikel Vischer.

Robert K. Vischer van de University of St. Thomas, St. Paul/Minneapolis, MN - School of Law, heeft een interessant artikel geplaatst op SSRN gericht op de relatie tussen menselijke waardigheid, cliëntautonomie en het handelen van de jurist (specifiek de advocaat).


Samengevat stelt Vischer het volgende:
De opvatting van menselijke waardigheid die heerst binnen het juridische domein is ruwweg uitwisselbaar met dat van individuele autonomie. Het uitgangspunt is dat juristen – en dan met name advocaten – de menselijke waardigheid dienen door bij te dragen aan de autonomie van een cliënt. Anders verwoord: de advocaat zorgt ervoor dat de cliënt autonoom kan handelen en hiermee dient de advocaat de menswaardigheid. De juridische beroepspraktijk mist echter - zo stelt Vischer - de nuance en diepgang die gevonden kan worden in discussies in andere vakgebieden, de bio-ethiek in het bijzonder.

Vischer: Autonomie is inderdaad een belangrijk onderdeel van individuele waardigheid, maar de invulling die binnen het juridische domein aan autonomie wordt gegeven, is te beperkt om het gehele begrip van ‘menselijke waardigheid’ te omvatten. In het juridische domein wordt namelijk met name de smalle opvatting over autonomie aangehangen. In deze smalle opvatting over autonomie is er weinig aandacht voor het voeren van een goede menswaardige dialoog tussen cliënt en jurist: een dialoog die noodzakelijk is om tot een volledig relationele invulling van cliëntautonomie te komen. In de plaats daarvan wordt een simplistische visie op autonomie aangehangen: er is sprake van cliëntautonomie als de (eigen) juridische belangen van de cliënt veilig zijn gesteld door maximalisatie van zijn of haar juridische rechten en voorrechten. Maar is wel sprake van autonomie en hiermee van menswaardigheid als enkel de juridische belangen van een cliënt gered worden? Vischer meent van niet.

We moeten in de plaats hiervan komen tot een meer authentieke, relationele opvatting over autonomie. Hierbij kan onze menselijke gerichtheid op relaties ons hulp bieden bij het geven van inhoud aan dit begrip en hiermee aan het ongrijpbare concept “menselijke waardigheid”. Menselijke waardigheid is voor Vischer relationeel: het is de menswaardige relatie die voorop moet staan tussen cliënt en jurist en die inhoud geeft aan het begrip autonomie en wat een cliënt van een jurist zou mogen verwachten. Dit gaat verder dan enkel het behartigen van het juridische:

A commitment to human dignity compels lawyers to widen their gaze, to remember that law serves the well-being of the human person, and thus the person must remain at the center of their work. Lawyers must be technically competent, to be sure, but they also must remain cognizant of the fact that a client‟s best interests are not always served by the maximization of their legal interests.
Robert K. Vischer - How Do Lawyers Serve Human Dignity?, SSRN, 13-11-2011

Publieke lezing - Het spinnenweb van de normativiteit. Recht onder de gedaante van het goede.

Op 17 november 2011 geeft prof. Rodríguez Blanco een publieke lezing met als titel Het spinnenweb van de normativiteit. Recht onder de gedaante van het goede.

Het recht bepaalt hoe we leven. Als we autonoom handelende wezens zijn, kunnen wetgevers, rechters en ambtenaren dan rechtstreeks ingrijpen in ons doen en laten en indirect onze levensprojecten beïnvloeden?

Door te handelen, zetten we onze intenties om in werkelijkheid, en dat kan gaan van de meest eenvoudige daden tot zeer complexe projecten zoals het tot stand brengen van de voorwaarden waaronder een democratische staat kan functioneren of mensenrechten worden beschermd. Mensen veranderen de wereld voor een deel middels menselijke instellingen zoals het recht. Maar de meeste mensen kunnen zelf geen regels uitvaardigen. Ze ondervinden daarentegen dat het recht hen noopt om hun persoonlijke plannen bij te sturen en hun belangen, waarden en voorkeuren aan te passen. Ons zelfbegrip als rationele autonome wezens is bijgevolg tegengesteld aan de realiteit dat een uitwendige macht – het recht – ons bindt.

Volgens prof. Rodríguez Blanco wordt dit antagonisme opgelost als we het recht en de wettelijke regels in onze praktische rede tot uitdrukking brengen. Zo krijgen we greep op ons handelen in weerwil van de externe macht die we recht noemen. De handelende persoon laat zich bewust en niet blindelings leiden door wettelijke regels. Daarvoor moet hij/zij teruggaan naar de basisredenen waarvoor wettelijke regels bestaan. Rechtsfilosofie veronderstelt dat we de verbanden tussen sleutelconcepten van rechtspraak enerzijds, en de filosofie van anderzijds psychologie en handelen goed begrijpen. De scholar onderzoekt de relaties tussen ‘intentioneel handelen’, ‘praktische rede’, ‘sturing van de controle’ en ‘wettelijke handelingen volgens de regels’ en zij belicht de normatieve en dwingende aard van rechtsregels.

Praktische informatie
Verónica Rodríguez Blanco is Senior Lecturer aan de Birmingham Law School van de Universiteit van Birmingham. Als UCSIA-scholar voert zij aan de Universiteit Antwerpen een onderzoeksproject uit: Recht in de gedaante van het goede: een Aristoteliaans begrip van autoriteit van het recht. Haar promotor is prof. dr. Georgios Pavlakos (Centre for Law and Cosmopolitan Values, Faculteit Rechten).

Taal
Engels

Wanneer
Donderdag 17 november 2011, 19.30u-20.45u

Locatie
Kapel Grauwzusters, Lange Sint-Annastraat 7, 2000 Antwerpen

Inschrijvingsgeld
Deelname is gratis.

Meer informatie
Website, UCSIA
brochure, UCSIA

"I like large breasts' but she's bogus". De invloed van uiterlijk op rechtszaken.

Pas op: borsten in de rechtzaal. De 'hijgerigheid' van het onderwerp is gelukkig nu verdwenen, maar de vraag die Daniella Atencia (onbewust) opriep is niet minder interessant. Hoe weten we of het uiterlijk van iemand geen invloed heeft gehad op de uitkomst van een reguliere rechtszaak? Aangezien veel (?) advocaten ook deze kant van de zaak voorbereiden met hun cliënt ('doe even een jasje aan') een relevant aandachtspunt.

Meerdere (onbewuste) vooroordelen kunnen ons in de weg zitten. Bijvoorbeeld dat we mooie mensen eerder koppelen aan succes dan lelijke mensen. Mooie mensen worden bijvoorbeeld eerder aangenomen dan de naar maatschappelijke normen minder mooi gelukte medemens. Daarnaast relateren we ook uiterlijk soms met betrouwbaarheid. Blonde serveersters krijgen dan misschien wel een hogere tip maar brunettes worden bijvoorbeeld weer als betrouwbaarder gezien. Kort gezegd: ons moreel oordeel over de ander wordt soms onbewust beïnvloed door het uiterlijk.

Zou dit nu in de rechtszaal anders liggen? Vaak wordt dan gewezen naar de ervaring van rechters. In de business-wereld bleek ervaring echter nog geen garantie te zijn voor een objectieve afweging. Zo lieten Marlowe, Schneider en Nelson (1996) zien dat ook ervaren managers het nog lang niet altijd lukt om door het uiterlijk heen kijken.

Daarom: hoe weet een rechter dat hij of zij niet wordt beïnvloed door het uiterlijk van betrokkene?

Lawyer: Opponent is using buxom assistant to distract jury; 'I like large breasts' but she's bogus, NY Daily News, 26-05-2011
So blondes really do have more fun: Men claim brunettes make the best wives, but fair haired women are better in bed, Daily Mail, 13-02-2010
Gender and attractiveness biases in hiring decisions: Are more experienced managers less biased?, American Psychological Association (PsycNET), february 1996

De houdbaarheid van het emotivisme

Sommige beroepsbeoefenaren lijken soms de neiging om als laatste verdedigingspoging in een discussie een vorm van emotivisme te omarmen. Kort door de bocht: 'Ik heb er nu eenmaal een goed gevoel over' of 'Mijn gevoel zegt dat het niet goed is.' Omdat niet altijd helder is wat precies met het emotivisme wordt bedoeld en of deze uitspraken inderdaad een vorm van emotivisme zijn, volgt hier een korte inleiding in het emotivisme.

Emotivisme

Ayer: expressie van emoties
Het emotivisme is een meta-ethische theorie die stelt dat morele oordelen uitspraken zijn die een bepaald gevoel van goedkeuring of afkeuring uitdrukken en niet zelf als zodanig waar of onwaar kunnen zijn (non-cognitivistisch).

Twee onderwerpen vragen direct om een toelichting:
(1) Het emotivisme is een vorm van non-cognitivisme: (ook) het emotivisme stelt namelijk dat morele uitspraken geen beweringen zijn met een waarheidsgehalte. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de feitelijke uitspraak 'In deze stad zijn vijf advocatenkantoren' die wel een bewering is die waar of onwaar kan zijn (kwestie van tellen).
(2) Ook belangrijk is het om in te zien dat het emotivisme niet een theorie is die voorschrijft hoe mensen moeten handelen maar enkel een theorie is die beschrijft wat morele uitspraken betekenen (om die reden: meta-ethisch).

Kort weergegeven stelt het emotivisme dus dat als iemand aangeeft iets moreel goed of slecht te vinden hiermee enkel zijn of haar gevoelens uit. 'Ik vind het gedrag van jurist x moreel niet juist', is eigenlijk een nette manier van zeggen van 'Jurist x, aaaargh...' of 'Jurist x, bah....'. Of als gezegd wordt dat het gedrag van jurist x positief moet worden gewaardeerd dan is dit niet meer dan een correcte manier van zeggen van 'Jurist x, mmmmm'. Dit is het standaard-emotivisme van Ayer (1946:107): morele oordelen zijn uiteindelijk enkel te herleiden tot een kwestie van gevoel. We zien hier overeenkomsten met de student die aangeeft dat zijn of haar oordeel enkel een kwestie van gevoel is (al zijn er ook verschillen: volgens de emotivist is ieder moreel oordeel te herleiden tot emotie; bij de student is het vaak eerder een laatste redmiddel in een particuliere discussie).

Morele discussies?
Het gevolg van het zien van morele oordelen als het uiten van gevoelens is, zo stelt Ayer, dat als we een morele discussie hebben dit niet het resultaat is van tegengestelde oordelen maar enkel het gevolg is van tegenstrijdige gevoelens.

Stevenson: expressie en evocatie
Het emotivisme van Stevenson (1970:190) gaat nog een stap verder en stelt dat naast het expressieve karakter van de uitspraak (het gevoel wordt verwoord) een morele uitspraak ook een evocatief karakter heeft: het dient tevens de toehoorder te beïnvloeden. Een morele uitspraak is volgens Stevenson dus suggestief van aard en is hiermee gericht op het naar de gewenste richting leiden van de toehoorder. 'Ik vind het gedrag van jurist x niet goed' staat voor 'Gedrag jurist x, bahhhh, booeehh, doe met me mee... vind dit ook... boeh...'.

Morele uitspraken vs feitelijke uitspraken
Morele uitspraken verschillen hiermee als gezegd van feitelijke uitspraken. De uitspraak 'de wereld is rond' is volgens de emotivist niet gelijk aan de uitspraak 'fraude is slecht'. Feitelijke uitspraken kunnen we namelijk controleren door onze waarneming terwijl dit met morele uitspraken - zo stelt het emotivisme - niet het geval is. Probeer maar eens waar te nemen dat 'fraude slecht is' (helemaal als fraude wordt gepleegd om een gezin te voeden dat anders niet zou overleven). Hoe neem je dit zintuigelijk waar? In deze gedachtegang ligt de kracht van het emotivisme: morele uitspraken drukken geen feiten uit maar drukken emoties uit. Veel mensen zullen zich hierin herkennen. Bijvoorbeeld als de afschuw van bepaalde "vleesfabrieken" mensen aanzet tot het kopen van biologisch vlees of vegetarische producten. Het tweede positieve aspect is dat het emotivisme ook laat zien dat we de wereld om ons heen proberen te beïnvloeden; ook emotioneel.

Dit betekent volgens Ayer dan ook dat het morele oordeel "Die jurist heeft fout gehandeld doordat hij geld heeft gestolen" inhoudelijk niets toevoegt aan de uitspraak "Die jurist heeft geld gestolen". De uitspraak "Geld stelen is fout" heeft namelijk geen feitelijke betekenis. De eerste zin drukt enkel de persoonlijke afkeuring uit. Dit had ook non-verbaal kunnen worden uitgedrukt (vergelijk: 'Grrr... die jurist heeft geld gestolen!!!'). Dat het onbehagen bij de handeling hoort, kunnen we niet feitelijk vaststellen als waar of onwaar (hooguit dat het waar is dat iemand in concrete zin de emotie heeft). Morele oordelen zijn dus geen cognitieve uitspraken over emoties ('ik zie op de scan dat hij angstig is') maar enkel uitdrukkingen van emoties. De uiting van een emotie is niet voor niets heel anders dan het aangeven dat je de emotie hebt.

Bezwaren
Het belangrijkste bezwaar tegen het emotivisme is (1) dat als twee personen verschillende morele standpunten innemen hierover volgens het emotivisme geen discussie over kan bestaan. Het verschil kan namelijk niet worden verklaard: het is gevoel. Williams (1972:16) maakt de vergelijking met twee personen in een boot. De één zegt: 'ik word misselijk'; de ander zegt 'ik heb nergens last van'. Een discussie hierover zal weinig uithalen. Over waarom iemand koffie lekker vindt, is ook geen discussie mogelijk.

Daarnaast (2) kan het emotivisme niet verklaren welke emoties precies een rol spelen. Welke emoties zijn nu relevant voor onze morele oordelen? Enkel morele gevoelens? Dan raken we in een cirkelredenering. Het emotivisme ontbeert hierdoor enige fundering (MacIntyre, 1981:12).

(3) Ten derde kent het emotivisme van Stevenson een vreemd onderscheid: met een morele uitspraak kun je volgens de emotivist vaststellen (descriptief) dat iemand contextgevoelig een persoonlijk gevoel heeft om echter tegelijkertijd daarnaast een onpersoonlijke, niet contextgevoelige oproep te doen aan anderen ook zo te handelen (prescriptief/evocatief). Is dit niet inconsistent? (MacIntyre, 1981:13).

Een ander bezwaar (4) is dat de uiting van emotie in het algemeen juist niet verwoord wordt in een zin/uitspraak. Hier gaat het emotivisme echter wel vanuit. MacIntyre geeft het voorbeeld van de docent die naar één van zijn leerlingen briest: "maar zeven maal zeven is negenenveertig!!". De emotie en de betekenis van de zin zijn niet gelijk.

Enkele resterende bezwaren: (5) het emotivisme is met zichzelf in tegenspraak want waarom zou deze theorie ook niet meer zijn dan een ongefundeerd gevoel en (6) het emotivisme gaat uit van een wil tot kennisgeving die wezenlijk met de inhoud is verbonden waardoor zich een eis van algemene rechtvaardiging aandient; dit lijkt een universele waarheidsclaim te impliceren (Nagel, 2001).

Deze bezwaren laten ons zien dat als we het emotivisme accepteren we de inhoud van morele oordelen ook niet kritisch kunnen beoordelen. Voor velen een reden om het emotivisme niet als betekenistheorie te omarmen. Maar, zo stelt MacIntyre: helaas vertolkt het emotivisme wel de moderne zienswijze op ethiek: het is een kwestie van gevoel. Raes (2009:129) verwoordt MacIntyre:

Het morele moderne debat wordt dan ook gekenmerkt door de paradox dat iedere theorie zich als 'universeel' en 'onpersoonlijk' opwerpt terwijl tegelijkertijd ieder debat tussen diverse ethische stellingen onbeëindigd blijft. [...] Er blijkt in de moderniteit geen overeenstemming over de waarden mogelijk en wanneer iemand het in een debat (tijdelijk) 'haalt' dan komt dat niet door de argumentatieve kracht van zijn positie maar wel door zijn retorische mooipraterij. [...] Het emotivisme van Stevenson, dat morele waarderingen uitdrukt als uitdrukkingen van subjectivistische voorkeur, vertolkt dan ook bij uitstek de moderne zienswijze op ethiek.

Ethiek zonder emoties?
Nu moet de fout niet gemaakt worden dat - gezien de bezwaren tegen het emotivisme - emoties binnen de ethiek er dus niet toe doen. De relatie is volgens sommige ethici echter eerder andersom: een moreel oordeel kan de emotie rechtvaardigen en versterken. Dworkin (1977): 

We distinguish moral positions from emotional reactions, not because moral positions are supposed to be unemotional or dispassionate - quite the reverse is true - but because the moral position is supposed to justify the emotional reaction, and not vice versa. If a man is unable to produce such reasons, we do not deny the fact of his emotional involvement, which may have important social or political consequences, but we do not take this involvement as demonstrating his moral conviction.

Deugdenethici gaan vaak een stap verder: het gaat er juist om onze natuurlijke emoties te perfectioneren door het zoeken van het juiste midden. Moreel handelen zonder de juiste emotie is niet genoeg. Denk aan Sheldon in The Big Bang Theory die een bosje bloemen haalt omdat 'dit hoort volgens de sociale etiquette'. Is dit nu ethisch juist? Deugdenethici zoeken het juiste in gezamenlijke praktijken (bijvoorbeeld: rechtspreken, advocaat-zijn). Het enkel rechtvaardigen van een oordeel op emotie is namelijk voor een beroepsmoraal niet genoeg. Ook de juridische beroepsethiek vraagt om een gezamenlijke horizon. 'Zo voel ik dat nu eenmaal', is hierbij volgens velen niet genoeg.

Ronald Dworkin - The concept of a moral position, Iowa State University
Alisdair MacIntyre - After virtue, Google Books
Charles Leslie Stevenson - Ethics and language, Google Books
Thomas Nagel - The Last Word, Google Books
Alfred Jules Ayer - Language, Truth, and Logic, Google Books
K. Raes, D. Vandendriessche - Van rechtswege(n): politieke en rechtsfilosofische stromingen door de eeuwen heen, Google Books
The Big Bang Theory, Wikipedia

Houthoff: naar een innovatieve wijze van beoordelen van competenties van juridische studenten?

In navolging op een eerdere post en het LEF, voor de volledigheid nog een update naar The Game van Houthoff. Heeft iemand ervaring met deze of dergelijke games? En is de aanpak ook interessant voor het toetsen van de juridische vaardigheden, communicatieskills en (normatieve) houdingsaspecten van studenten op HBO's en universiteiten? Zie onderstaande video.

Symposium: Grenzen aan professionele autonomie

Op 25 januari 2011 organiseert de Vakgroep Rechtstheorie, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen in het kader van het honoursonderwijs van de Faculteit Rechtsgeleerdheid en de oratie van prof. mr. dr. A. R. Mackor een symposium met als thema ‘Grenzen aan professionele autonomie’.

Programma

10.45-11.30 GANG FACUTEITSKAMER ECONOMIE (eerste verdieping, hal aan rechterzijde van de trap) Inloop met koffie met koek

11.30-13.30 SENAATSKAMER (eerste verdieping, zaal aan het eind van de linkerzijde van de trap)

11.30-11.45 Openingswoord prof. mr. J.H.M. Willems (dagvoorzitter) en dr. H.A.M. Weyers (coördinator Honoursprogramma Faculteit Rechtsgeleerdheid)

11.45-12.15 mr. J.H. Wesselink, ‘Magistratelijkheid binnen het Openbaar Ministerie?’

12.15-12.25 Honoursstudent, coreferaat

12.25-12.55 mr. dr. R. Verkijk, ‘Vrije advocatuur’

12.55-13.05 Honourstudent, coreferaat

13.05-13.30 Discussie

13.30-14.15 GANG FACUTEITSKAMER ECONOMIE Lunch

14.15-15.30 SENAATSKAMER

14.15-14.45 prof. mr. M. Otte, ‘De professionele ethiek van strafrechter en gerechtsbestuurder’

14.45-14.55 Honoursstudent, coreferaat

14.55-15.15 Discussie

15.15-15.30 Afsluiting prof. mr. J.H.M. Willems

16.00 AULA Oratie prof. mr. dr. A.R. Mackor ‘Grenzen aan professionele autonomie’

Meer informatie op de site van de vakgroep.

Symposium: Grenzen aan professionele autonomie, RUG, januari 2011

Ethiekonderwijs via roleplaying aan bedrijfsjuristen?

De Indiana State University bericht op haar website over het ethiek-onderwijs dat gegeven wordt aan de business-faculteit van deze universiteit. Ook hier wordt steeds meer gebruik gemaakt van role-playing en simulatie. De case is interessant genoeg om deze ook door te vertalen naar de bedrijfsjurist. Tijdens een zakenbijeenkomst belooft je CEO allerlei zaken die nooit waargemaakt zullen worden. Investeerders worden misleid omtrent de risico's die bepaalde investeringen daadwerkelijk dragen. De handelingen zijn ook in strijd met de wet. Hoe ga je hier - tijdens de meeting - als bedrijfsjurist mee om?

Over de meerwaarde van simulatie/role-playing-oefeningen - naast reflectie en oordeelsvorming - hebben we eerder bericht.

Board in Class: Students confront ethics in business during simulation, Indiana State University, 22-11-2010
De 10 regels voor goede ethieklessen, Rechtsethiek.nl, 07-01-2010

Naar een Maatschappelijk Verantwoorde Opleiding

Omdat niet iedereen de rede gehoord of gelezen heeft, kan op de site van de Nederlandse Juristen Vereniging de rede van prof. mr. F.A.W. Bannier worden nagelezen waarin hij oproept om meer aandacht te geven aan de vorming van juristen:

Natuurlijk streeft de academische opleiding ernaar de student te leren zelfstandig te denken. Maar ik zou hem willen leren, daarenboven, dilemma’s te herkennen, ethische maatstaven te kunnen aanleggen. Een training die niet vroeg genoeg gegeven kan worden. Daarom al op de universiteit en niet pas in de beroepsopleiding respectievelijk RAIO.
Daar moet de vakspecifieke kennis geleerd worden en vaardigheden.

- Rede voorzitter prof. mr. F.A.W. Bannier, NJV, 11-06-2010

Juridisch oordelen versus ethisch oordelen in disciplinaire commissies

Eén van de redenen waarom juristen ook moreel competent moeten zijn, is dat recht deels gebaseerd is op ethische opvattingen. Dit wordt door juristen liever niet expliciet benoemd maar o.a. via vage normen komen ethische normen vaak terug in concrete juridische oordelen. Dhr. Mourik omschreef dit goed in Recht met sfeer, Kluwer, 2008, bladzijde 548:

Open normen als redelijkheid en billijkheid, zorgvuldigheidseisen en natuurlijke verbintenissen bieden ruimte voor verdere ethische invulling

Dat ook veel juristen uiteindelijk toch ook deze weg inslaan, wordt altijd zo mooi helder als ze - andersoms - worden beticht van simpele letterknechten. Dit weekend zagen we een duidelijk voorbeeld vanuit de disciplinaire commissie van de UCI. Na de volgende opmerking van Bruyneel (teambaas Radioshack) via Twitter:

'Het is nu officieel. Als jurylid hoef je geen hersenen te hebben, maar alleen de regels te weten. Hun motto: Het is het reglement.'

moet hij toch verantwoording hierover afleggen. De UCI verbolgen:

'Zijn opmerkingen zijn onaanvaardbaar en daardoor zal de disciplinaire commissie hem oproepen om uitleg te komen geven.'

Het advies aan Bruyneel is om zich maar snel te gaan verdiepen in radicaal rechtspositivisme. Of zal een betoog dat zich richt op de morele incompetentie van de leden van de disciplinaire commissie toch sterker zijn?

- Radioshack wacht sancties na verkleedpartij, Nu, 26-07-2010
- Ok people! Now it's official!..., Twitter Bruyneel, 26-07-2010
- Press release - Team RadioShack to appear before UCI Disciplinary Commission, UCI, 26-07-2010

6. Stage naar en voorbij de grenzen van de wet toestaan?

Ruben attendeerde mij op het volgende voorval. Een student van hem (Bachelor Rechten) was op zoek naar een stageplek voor een lengte van 4 maand. De student vindt meerdere opdrachten maar wordt steeds afgewezen. Hij vermoedt dat dit komt omdat hij van allochtone afkomst is. Uiteindelijk vindt hij op het laatste moment een plek bij een klein uitzendbureautje in het midden van het land. De eigenaar wil graag juridisch uitgezocht krijgen hoe hij zo goedkoop mogelijk buitenlandse werknemers kan inzetten voor klussen in Nederland.

Bij de intake van de opdracht blijkt al snel dat de stageopdracht vooral gericht is - zacht gezegd - op het verkennen van de grenzen van de wet. Niet alleen wat betreft buitenlandse werknemers maar ook inzake Nederlandse werknemers. Vragen als "wanneer kan ik minder dan het minimumloon betalen", "hoe zorg ik ervoor dat dure werknemers weggestuurd kunnen worden zonder regeling", "met welke fiscale constructie zorg ik ervoor dat de belastingdienst mij niet betrapt", et cetera, zetten de toon. Samengevat kan worden gesteld dat het de opdracht is om uit te zoeken hoe misbruik van werknemers juridisch vormgegeven kan worden.

De vraag is nu of een universiteit/hogeschool een dergelijke opdracht moet toestaan dan wel wat de instelling - bij het doorgaan van de opdracht - van de student mag verwachten. Juridisch gezien is de taak helder (zelfs interessant) maar vanuit een moreel standpunt is de opdracht uitermate dubieus. De primaire verantwoordelijkheid ligt natuurlijk bij de ondernemer, daarna misschien bij de student. Maar heeft de onderwijsinstelling geen enkele rol? En moet in het eindverslag ook de morele competentie van de student beschreven worden? En wat houdt deze dan in deze casus in?

A crisis in legal ethics

Een oproep voor het doceren van juridische beroepsethiek aan de hand van klinische lessen.

The role of lawyers in last year's financial meltdown has led to calls for better ethics training. While many schools question their role in teaching moral, a few are taking up the banner.

- Crisis in ethics, The National Jurist, 1-10-2009
- Reactie Flanders, The National Jurist, januari 2010

De 10 regels voor goede ethieklessen

Gevraagd naar mijn methodische ideeën over ethiekonderwijs verwijs ik graag naar een artikel van Lisa Lerman waarin ze 9 goede regels geeft. Ik voeg er nog een tiende aan toe.

Helaas is de onderwijswereld niet altijd even ideaal (financiële beperkingen, groepsgrootte, multimedia-voorzieningen, tijd) maar de regels van Lerman onderstreep ik direct. Een goed ethiekdocent is een procesbegeleider die studenten haar kennis en praktijkervaring laat ontdekken (en niet aanreikt):
- ze bereid (theoretisch en praktijk) voor op inhoud én (te verwachten) proces
- maar laat de studenten het werk doen (uitzoeken, ontdekken, et cetera)
- en kopt alleen maar in.

Ethics methods that work:

1. Structuring a class session
What works: Discussion, role plays, anything interactive, anything that offers
variety in the events of class, movie clips, skits; bringing lawyers and lawyer regulators into the classroom.
What doesn’t: Lecture, unless used sparingly.

2. Selecting reading materials to assign
What works: Concise materials that tell stories and invite analysis. Problems, hypos, narratives that convey contextual detail.
What doesn’t: Court opinions, law review articles, anything verbose.

3. Leading a class discussion
What works: Asking questions that ask for thoughtful analysis, questions that can be answered by thinking.
What doesn’t: Asking questions that ask for recitation of information learned from the reading.

4. Using the problem method
What works: Teaching important cases by providing an account of the facts and inviting students to evaluate the case from the perspective of a lawyer in the situation.
What doesn’t: Studying ethical dilemmas only by reading post-hoc judicial
opinions.

5. Introducing a problem for discussion
What works: Anything that dramatizes the facts: telling the story well, a video dramatization, a skit, a diagram, a factual summary on a power point slide.
What doesn’t: Relying on the students to remember complex facts from the reading, or reciting the facts in the sometimes lifeless manner of an appellate opinion.

6. Inviting small group discussion of problems
What works: Short, focused small-group discussions followed by a large-group discussion of the principal arguments and conclusions.
What doesn’t: Confusing facts or instructions, too-lengthy small-group discussions, too thorough or plodding a large-group review of small-group discussion.

7. Using visual material in class
What works: Carefully selected visual material that fits with a teacher’s objectives. If print slides, use large type. Photos and conceptual diagrams (at least those that make sense) are always a hit.
What doesn’t: Presenting lecture notes in the form of a long series of rapid-fire power point slides; or putting too much text on a slide, or using animation or sound effects in a way that is annoying or distracting.

8. Using simulation or role-play of problems
What works: Many varieties of simulation, including, for example, a “fishbowl” method in which the instructor and/or some students perform a role-play observed by other students and then discussed; a role-play assignment given to small groups, in which everyone plays a role and no one watches, followed by a discussion; use of video clips showing a scenario being played out; or an informal spontaneous role-lay in which the instructor and a student “play out” the posited situation.
What doesn’t: Devoting most of the time to role-play and leaving little time for reflection or discussion; doing a lengthy fishbowl role-play, which is usually boring for all the observers; doing anything that results in confusion or boredom.

9. Teaching close reading and systematic application of rules
What works: Projecting the language of a rule to be applied on the wall or directing the students to the page where the rule appears, guiding the students through the identification of each question that must be asked about the facts to apply the rule, and eliciting the varying arguments that might be made about how the rule applies.
What doesn’t: Assuming that all the students have read and mastered a rule; quickly referencing only the key questions in application of the rule.

10. Tentamineren is verwerken
What works: Controleren en toets of de student de problemen goed heeft doordacht en overziet. Dit kan bijna niet door kennistentamens en zeker niet via MC. Maak bijvoorbeeld gebruik van essay-achtige tentamenvormen waardoor de student gedwongen worden om na te denken.
What doesn’t: Kennisvragen (met uitzondering van de eerste jaren om bepaalde terminologie eigen te maken).

- Lerman, L.G. - Teaching Ethics in and Outside of Law Schools: What Works and What Doesn’t, American Bar Association, 2006