Twitter Facebook RSS Feed Email
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

Recensie: Kaptein - Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen

Kaptein - Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen - 52 bespiegelingen over ethiek op het werkWaarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen
52 bespiegelingen over ethiek op het werk

Kaptein, M. (Muel)
Uitgever: Business Contact (2011)
_____

Hoe kan het toch dat mensen die misschien niet eens zo slecht van aard zijn toch moreel onwenselijk handelen? Het antwoord op deze vraag probeert Kaptein weer te geven in het boek "Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen: 52 bespiegelingen over ethiek op het werk". Het is een benadering van ethiek die we de laatste jaren steeds meer zien: het is geen beschrijving van wat juist handelen is maar meer een beschrijving van waarom niet juist gehandeld wordt. Wat verklaart bepaald slecht gedrag en hoe kunnen we dit voorkomen?
 
Het boek richt zich hiermee op de zogenaamde restauratieve insteek van ethiek en ons oordeelsvermogen: duidelijk is vaak wel (1) wat goed handelen is maar dat dit (2) helaas in organisaties niet altijd goed gaat; we gedragen ons soms verkeerd. We kunnen echter (3) verklaren waarom dit zo is met als gevolg dat we (4) kunnen vaststellen wat we wel moeten doen – moeten restaureren – om goed handelen (terug) te krijgen.
 
Gezien de verklarende insteek van het het boek ontkomt Kaptein er niet aan veelvuldig gebruik te maken van sociaal psychologisch onderzoek ter ondersteuning van bepaalde constateringen. Waar de sociaal psychologie pakweg 10 jaar geleden nog volledig uit beeld was, is dit vakgebied volgens Kaptein nu nauwelijks meer te negeren (ondanks dat het soms in zwaar weer verkeert; denk aan de affaire Stapel). Diverse experimenten hebben namelijk ons een breed inzicht gegeven in de factoren die invloed hebben op ons gedrag en dat van organisaties.

Deze resultaten, zo stelt Kaptein, bewijzen onze morele DSB: onze morele doofheid, stomheid en blindheid. Het zijn drie veelvoorkomende kwalen van mensen en organisaties: niet willen horen van de ander dat er iets niet goed is, niet willen spreken over bepaalde zaken (Karssing zou spreken van morele zwijgzaamheid) en niet willen/kunnen zien dat er iets moreels/ethisch op het spel staat (dit element komt – soms onder de noemer sensibiliteit – vaker terug; bijvoorbeeld hier bij M. Waling-Huijsen).

De stelling van Kaptein is dat deze morele DSB in organisaties doorbroken moet en kan worden. Geheel vernieuwend is dit weer niet omdat je hier iets van de argumentatie terugziet waarom morele gespreksvoering binnen organisaties volgens sommige auteurs belangrijk is: om morele DSB te voorkomen. Gespreksvoering - om zaken bespreekbaar te maken - is ook voor Kaptein belangrijk. Hij introduceert hiervoor zelfs een term: tjellen: "kom op mensen, even een time-out; het gaat hier niet goed, we raken iets ethisch". Dit kan bijvoorbeeld beginnen met het stellen van een vraag.

De zeven factoren
Het boek begint met een deel dat "de context" heet. In dit inleidende deel beschrijft Kaptein wat de morele geaardheid van mensen is en wat de invloed van de omgeving is op het menselijke gedrag. Aan bod komt het nature-nurture debat, wat baby’s kunnen, de prijselasticiteit van mensen, altruïsme, het pymailion-  en het golem-effect: hoe mensen worden gezien, worden ze behandeld. Met het dodo-effect wil Kaptein aangeven dat mensen zichzelf vaak overschatten. Dit komt mede uit zelfbescherming, zo kunnen zij blijven presteren en worden ze niet onzeker. De sociaal-psychologische insteek mag duidelijk zijn.

Met deze context als basis beschrijft Kaptein vervolgens de zeven factoren die maken dat mensen handelen zoals ze handelen (waarbij ieder deel weer is onderverdeeld in diverse hoofdstukken):
  • Factor 1: Helderheid: over de helderheid van normen, waarden en verantwoordelijkheden.
  • Factor 2: Voorbeeldgedrag: mensen lezen de voor hen van toepassing zijnde normen af aan het gedrag van mensen die voor hen rolmodellen zijn.
  • Factor 3: Uitvoerbaarheid: hierbij gaat het om de ruimte en de mogelijkheden die mensen krijgen om hun doelen, taken en verantwoordelijkheden te realiseren.
  • Factor 4: Betrokkenheid: in hoeverre worden mensen gemotiveerd om zich in te zetten voor de belangen van de organisatie.
  • Factor 5: Transparantie: de mate waarin mensen zicht hebben op hun eigen gedrag en de effecten ervan als op dat van anderen.
  • Factor 6: Bespreekbaarheid: hoeveel ruimte hebben mensen binnen de organisatie om standpunten, gevoelens, dilemma’s en overtredingen aan de orde te stellen.
  • Factor 7: Handhaving: de mate waarin mensen binnen een organisatie worden gewaardeerd, of zelfs beloond voor gewenst gedrag, gestraft voor ongewenst gedrag en in hoeverre er wordt geleerd (!) van fouten, incidenten en ongelukken. Wat opvalt is dat Kaptein de cognitieve ontwikkeling van Kohlberg hierbij bespreekt (de drie niveaus van morele ontwikkeling, het preconventionele niveau, het conventionele niveau en het postconventionele niveau). Niet direct wordt duidelijk of Kaptein deze omarmt of enkel descriptief benadert. Is het streven sowieso om te komen tot autonoom handelende mensen/werknemers?

Relevantie
Het boek is hiermee relevant voor iedereen die geïnteresseerd is in oordeelsvorming en de redenen waarom we hier niet naar handelen. Kaptein richt zich wel minder op wat professionals zelf moeten doen om als beroepsbeoefenaar goed te handelen. Met het boek lijkt Kaptein zich vooral te richten op beleidsmakers en bestuurders en hoe zij werknemers kunnen "beïnvloeden" tot het goede. Als je wilt weten hoe jij zelf als kritisch professional kunt handelen, moet je hier doorheen lezen. Maar dit maakt de inhoud niet minder relevant. Een uitgebreide literatuurlijst - online te raadplegen - geeft ondertussen aan lezers de mogelijkheid om de houdbaarheid van de onderzoeken zelf vast te stellen en eventuele nuances te vinden (want dat is wel soms nodig; Kaptein is soms wel erg stellig).

Conclusie: een aanrader.

Overzicht: gratis eBooks over argumenteren

(update 18-07-2014)

Zoals bekend is het essentieel om kennis te hebben van hoe mensen argumenteren en redeneren en van argumentatietheorie om een goede kritische vragensteller te kunnen zijn. Nu zijn over deze onderwerpen al gelukkig veel te vinden. In deze posting een overzicht van gratis eBooks die te downloaden zijn op het gebied van argumenteren. Aanvullingen, wijzigingen zijn welkom! Op het gebied van beleidsargumentatie en politieke argumentatie lijkt bijvoorbeeld niets te worden aangeboden? We moeten de meerwaarde van het e-boek boven losse artikelen trouwens ook niet overschatten.

DE KLASSIEKEN
Google biedt een groot aantal eBoeken in volledige weergave aan die het argumenteren raken.Het betreffen niet altijd de meest toegankelijke versies van de boeken maar voor het opzoeken van specifieke onderdelen voldoen ze zeker. Ze zijn echter wel bestemd voor een geoefend lezer zijn. Van veel boeken worden wel meerdere versies aangeboden (bijvoorbeeld bij de Rhetoric van Aristoteles (zoek op Aristotle's Treatise on Rhetoric, volledige weergave) maar taalkundig is het soms archaïsch Engelstalig taalgebruik.



De Retorica is een Oud-Griekse verhandeling geschreven door de filosoof Aristoteles in de 4e eeuw voor Christus. Het boek gaat over de kunst van het overtuigen.

 Het interessante van het boek is dat het nog steeds geldingskracht heeft. Veel moderne schrijvers hebben de ideeën van Aristoteles overgenomen. Bijvoorbeeld het onderscheid tussen logos, ethos en pathos is nog steeds waardevol. Dit staat beschreven - maar nog niet zo benoemd - in het eerste deel van het boek, onder hoofdstuk 2.






Een tweede klassieker is de Institutio Oratoria van Quintilianus. Het boek maakt o.a. deel uit van het Forgotten Books project. Ook voor dit boek geldt dat het lastig kan zijn om te lezen. Nu bestaat er een goede Nederlandse uitgave uit 2001 maar deze wordt niet als volledige weergave aangeboden. Het handboek voor de welsprekendheid van de Romeinse redenaar - hij leefde van ca. 40-95/100 n.Chr. - staat vol met praktische tips om een goed redenaar te worden. Quintilianus spreekt over humor, uiterlijke presentatie en de rol van emotie als ook over de opbouw van betogen en hoe een standpunt het beste beargumenteerd kan worden. Quintlianus was zelf advocaat.





PROEFSCHRIFTEN

Er zijn verscheidene proefschriften die een onderwerp uit de argumentatieleer behandelen. Vaak zijn deze echter enkel voor de specialist / liefhebber interessant omdat de onderwerpen (te) specialistisch zijn. Soms geven de eerste hoofdstukken nog een algemene inleiding. Een voorbeeld:



In onderlinge samenhang bezien. De pragma-dialectische reconstructie van complexe argumentatie in recht is het proefschrift uit 2000 van H.J. Plug. Het proefschrift gaat over argumentatie in het recht. In haar studie onderzoekt Plug welke aanwijzingen er gegeven kunnen worden om de relatie tussen argumenten die in rechterlijke uitspraken naar voren worden gebracht op een verantwoorde wijze te reconstrueren.

Het doel is om hiermee een bijdrage te leveren aan de oplossing van de problemen die zich kunnen voordoen bij de reconstructie van complexe argumentatie in rechterlijke uitspraken. Als belangrijk - maar niet het enige - uitgangspunt is hierbij de pragma-dialectische argumentatietheorie.






SYLLABUS = BOEK?

Verschillende boeken worden aangeboden die het juridisch argumenteren behandelen. Soms betreffen dit oud-readers die een boek zijn geworden, soms betreffen het readers die we als boek kunnen betitelen. O.a. de syllabus van De Corte en Verplaetse is online beschikbaar.



Een Inleiding in de Argumentatieleer van Jan Verplaetse (2003) is te vinden via onderstaande link. Het is de syllabus die is bedoeld als handleiding bij de cursus Argumentatieleer van Rogier de Corte en Jan Verplaetse. Verplaetse is tevens de schrijver van For the sake of argument: argumentatieleer voor juristen en ethici, uitgegeven bij Maklu.


De klemtoon ligt in het "boek" op het verklaren van begrippen en het maken van
onderscheiden die veelvuldig voorkomen wanneer over argumentatie
wordt gereflecteerd. Reflecteren over argumenten en argumentatie hetgeen volgens de schrijvers nu net is wat argumentatieleer doet. Doel is de kwaliteit van ons argumenteren te verbeteren.




OVERIG

Buiten bovenstaande categorieën zijn nog los een aantal boeken te vinden. Hieronder een overzicht.



Leiden University Press biedt via de OAPEN library het boek Bending Opinion : Essays on Persuasion in the Public Domain onder redactie  van Van Haaften, De Jong en Koetsenruijter aan.

Het uitgangspunt van het boek is dat het belang van communicatie steeds verder toeneemt in de huidige samenleving en dat daarmee ook retoriek aan invloed blijkt te winnen. De retoriek beheerst het publieke debat: is er geen communicatie zonder retoriek. In een samenleving die wordt gekenmerkt door een overvloed aan informatie en onder invloed staat van de media, is het daarom - zo stellen de schrijvers - van belang inzicht te krijgen in de mechanismen die een rol spelen bij het verzamelen, maken en het overbrengen van informatie en meningen. En in het bijzonder de manier waarop het publiek - in een democratische samenleving - deze verwerkt. 


Via dezelfde uitgever komt Antoine Braet met De Redelijkheid van de Klassieke Retorica : De bijdrage van klassieke retorici aan de argumentatietheorie. Ook dit boek wordt via de OAPEN library gratis - maar onder voorwaarden - aangeboden.

De redelijkheid van Klassieke Retorica bevat - zo stelt de schrijver - een ongewone kijk op de klassieke retorica. Deze wordt "nu niet gezien als een verzameling opportunistische adviezen om een zaak hoe dan ook te winnen, maar als een vroege bijdrage aan het opstellen van 'regels voor redelijke discussies'." De schrijver laat een groot aantal  klassiek-retorische begrippen aan de orde komen als stasis (geschil- of bewijslastpunt), enthymeem (van belang als verzwegen element in enkelvoudige argumentaties), argumentatieve topen (nu bekend als argumentatieschema's) en schijnbare of foutieve argumentaties (nu gekwalificeerd als drogredenen). De schrijver analyseert drie belangrijke klassieke werken: de anonieme Rhetorica ad Alexandrum, de Rhetorica van Aristoteles en de retorica van Hermagoras van Temnos.


Alles afwegende… is een bundeling van de bijdragen aan het Vijfde Symposium Juridische Argumentatie dat is gehouden op 22 juni 2007 aan de Juridische Faculteit van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Het boek wordt gratis door Ars Aequi Libri ter beschikking gesteld.

De bijdragen bieden - zo stellen de schrijvers - een goed inzicht in de stand van zaken in het onderzoek naar juridische argumentatie in Nederland (anno 2007). De bundel wil laten zien dat argumentatief taalgebruik in het recht een bepalende rol speelt. Niet enkel bij de totstandkoming van wetgeving maar ook bij de rechtvaardiging van rechterlijke beslissingen. De bijdragen raken verschillende contexten: de media (bewijsvragen in het strafrecht), de politiek (over Europese regelgeving) als ook de rechtbank (de oorzakelijke verbanden in aansprakelijkheidsclaims). Meer info via de site van de uitgever.

(klik hier voor het boek)

update: helaas biedt de uitgever het boek niet meer gratis aan maar moet het weer gekocht worden. Op internet zijn echter nog genoeg kopieën vindbaar (uit de tijd dat het nog als pdf-bestand beschikbaar was gesteld.




Aanvullingen als gezegd welkom!

Recensie: Soeteman en Rosier - Met kracht van argumenten, een inleiding tot het beoordelen van juridische argumentaties

Boek: Met kracht van argumenten
Auteur: Arend Soeteman en Theo Rosier
Uitgave: Ars Aequi Libri (2010)
_____________________

Het boek Met kracht van argumenten wil een inleiding geven tot het beoordelen van juridische argumentaties. Het richt zich dus - op wat de schrijvers zelf ook noemen - passieve taalbeheersing. Het gaat om het kunnen onderkennen en beoordelen van argumentaties. De stap naar actieve taalbeheersing wordt niet gemaakt. Studenten die het boek gebruiken - al zal dit natuurlijk afhangen van hoe het boek precies gebruikt wordt - zullen niet leren zelf argumentaties op te zetten en te produceren.

De schrijvers hanteren als vooronderstelling dat juridische argumentaties in de eerste plaats gewone argumentaties zijn. Soeteman en Rosier gaan dus ervan uit dat de criteria die gelden voor argumentaties in het algemeen ook gelden voor juridische argumentaties. Deze aanpak valt te verdedigen. Dit bepaalt echter wel direct wat de lezer van het boek mag verwachten. De schrijvers geven in deel I - met als subtitel Juridische Argumentatie - eerder een inleiding in de algemene argumentatieleer dan een introductie in juridisch argumenteren. Met name door de voorbeelden ziet de lezer dat de doelgroep in beginsel de jurist is.

Wat ik een sterk onderdeel van het boek vind, zijn de twee hoofdstukken over de drogredenen. De plaats van drogredenen binnen het recht is soms wat lastig. Nu zijn binnen beleidsdiscussies of politieke discussies drogredenen aan de orde van de dag. Onderwijs hierin - aan bijvoorbeeld politici in opleiding, studenten beleidswetenschappen of beleidsmakers - behoeft om die reden weinig toelichting. Bij juristen ligt dit volgens sommige auteurs anders. Soeteman en Rosier maken echter door de gekozen voorbeelden op een sterke manier duidelijk waarom ook juristen kennis moeten dragen van de drogredenen. Al was het al om het analytisch vermogen aan te scherpen.

Het boek is gebaseerd op materiaal dat eerst als syllabus is ingezet aan de juridische faculteit van de Vrije Universiteit. Hier toont zich een mindere kant van het boek. Het blijft op punten een syllabus. Treffend:
"Met kan het betoog vollediger maken door verzwegen premissen aan te vullen. Maar dat vereist wel enig gepuzzel en denkwerk. Van u wordt niet verlangd dat u op het tentamen zulke ingewikkelde reconstructies van een betoog als hierboven kunt geven, laat staan de nog ingewikkelder verdere invulling. (bladzijde 58).
Deel II - dat gaat over het analyseren van uitspraken - hangt waarschijnlijk om dezelfde reden er wat bij. In dit deel van het boek zijn uitspraken opgenomen die de student kan analyseren. Hiertoe wordt een stappenschema gegeven zonder enige toelichting. Ook ontbreekt een voorbeelduitwerking. Mogelijk werkt dit wel voor de colleges die gegeven worden aan de VU maar een geïnteresseerde niet-student lezer kan hier weinig mee. Desondanks betreft dit wel bijna de helft van het boek. De uitspraken zijn ondertussen via cgb.nl of rechtspraak.nl of via een juridische databank ook te vinden. Een gemiste kans?

Het boek sluit wel positief af, namelijk met oefenopgaven. Dit is mooi. Een index ontbreekt.

Mijn eindconclusie is dat het boek - in het rijtje boeken over juridisch argumenteren - geen uitschieter is. Het geeft een goede algemene inleiding in argumentatietheorie, maakt middels leuke voorbeelden een goede koppeling met het juridische maar kent ook een aantal grote bezwaren die waarschijnlijk vooral voortkomen uit het feit dat het eerst een syllabus was, gericht op een specifieke groep studenten.

Recensie: Van Dijk, Hiemstra en Conijn - Argumenteren voor juristen

Boek: Argumenteren voor juristen
Auteur: A.J. van Dijk (red), W.H. Hiemstra en H. Conijn
Uitgave: Noordhoff Uitgevers (2012)


_____________________

De laatste maanden zijn een aantal boeken uitgekomen die het juridisch argumenteren als onderwerp hebben. Noordhoff Uitgevers komt met het boek Argumenteren voor juristen, geschreven door Van Dijk, Hiemstra en Conijn.

Het is trouwens meteen opletten. Onder dezelfde titel verscheen eerder een boek van Van Eemeren, Feteris, Grootendorst, e.a bij dezelfde uitgever (destijds nog onder de vlag van Wolters-Noordhoff). Dit boek wordt echter niet meer uitgegeven. Dat ook de uitgever dit gegeven lastig vindt, blijkt wel uit hun verwijzing op de website naar de 4e druk van het boek. Het is toch echt de eerste druk:


Vorm
Het boek onder redactie van Van Dijk is wat mij betreft aan de prijzige kant. Voor € 35,50 mag een student in ieder geval van een studieboek iets verwachten. De eerste indruk is echter positief. Qua vorm heeft Noordhoff weer een fraai boek uitgegeven. Mooie opmaak, duidelijke hoofdstukindeling en een prettig gebruik van samenvattingen. Daarnaast zijn in het boek studievragen en antwoorden opgenomen, dus prima. Ieder hoofdstuk begint met een kleine casus, soms relevant, soms minder, maar altijd toegankelijk geschreven. Persoonlijk vind ik het een minpunt dat er geen directe bronverwijzingen zijn. Juist van een boek dat een ander moet aanzetten tot goed argumenteren verwacht ik - als voorbeeldfunctie - directe nootverwijzingen.

Inhoud
De schrijvers pretenderen een studieboek als ook een naslagwerk geschreven te hebben met Argumenteren voor juristen. De focus lijkt - door het ontbreken van directe verwijzingen - te liggen op het eerste. Zeven hoofdstukken moeten ervoor zorgen dat de student vaardig wordt in juridische argumentatie. De opbouw lijkt als gezegd logisch: eerst wordt de context beschreven (hoofdstuk 1), dan volgt een beschrijving van argumenteren in het algemeen (hoofdstuk 2 en 3), vervolgens wordt de focus gelegd op argumenteren in een juridische context (4 en 5) om vervolgens af te sluiten met het overbrengen van een betoog (hoofdstuk 6 en 7).

Een belangrijk bezwaar van het boek is misschien wel dat de lezer de indruk kan krijgen dat willekeurig een aantal theorieën en/of ideeën te moeten lezen zonder dat duidelijk is wat hij of zij hier mee aan moet. Zo wordt in het eerste hoofdstuk het verschil tussen ethos-pathos-logos - zoals beschreven door Aristoteles in de Retorica - uitgelegd. M.i. had nog veel sterker beschreven kunnen worden wat de student hier vervolgens mee kan. Ik had bijvoorbeeld verwacht dat in de latere hoofdstukken hier veel meer gebruik van was gemaakt, inclusief voorbeelden (er wordt wel naar verwezen in hoofdstuk 2 en 6 maar dit is erg minimaal). Het eerste hoofdstuk is sowieso niet het sterkste hoofdstuk. Ondanks dat het inleidend van aard is, is het vreemd dat er bij de argumentatietips bijvoorbeeld een opdracht wordt beschreven die niet eerder aan de orde is gekomen (zoals het in kaart brengen van pro- en contra-argumenten; dit wordt pas behandeld in hoofdstuk 2).

De daarop volgende hoofdstukken zijn beter. Het onderdeel argumenteren - hoofdstuk 2 - is mooi uitgewerkt. Met name 2.1 is sterk. De zorg die bijvoorbeeld is besteed aan de signaalwoorden - ook wel bekend als argumentatieve indicatoren - is prettig. We zien duidelijk een neerlandicus aan het werk. Ook in hoofdstuk 3 zien we - bijvoorbeeld in het onderdeel drogredenen (3.3.3) - een gelijke overzichtelijke aanpak. Misschien wordt wel in het deel dat in hoofdstuk 3 hieraan vooraf gaat wel te veel aandacht besteed aan de deductieve argumentatie. De argumentatie-liefhebber vindt het interessant om te lezen over de Eulercirkels maar voor de student Rechten in opleiding is dit misschien minder relevant?

Hoofdstuk 4 begint sterk. In dit hoofdstuk wordt de verbinding tussen recht en argumentatie gelegd. De aanpak is gestructureerd en wordt begeleid met veel voorbeelden. De diverse rechtsbronnen worden langsgelopen: eerst worden rechtsregels geanalyseerd en wordt het verschil tussen cumulatieve, noodzakelijke, alternatieve en voldoende voorwaarden uitgelegd. Vervolgens komt de rechtspraak/jurisprudentie, wetsgeschiedenis en de juridische literatuur aan de orde. Hoofdstuk 5 geeft een stappenplan voor het aanpakken van een juridische casus. Ook dit deel is goed te volgen mede doordat een voorbeeld wordt uitgewerkt.

De overgang naar hoofdstuk 6 en 7 is groot. De verbinding met bijvoorbeeld het stappenplan uit hoofdstuk 5 had veel explicieter beschreven moeten worden. Wordt bijvoorbeeld in hoofdstuk 6 - over tactiek en strategie - een nieuw of een aanvullend stappenplan gegeven? Het zevende hoofdstuk dat over pleiten gaat, kent hetzelfde bezwaar. De uitleg is prima maar het onderdeel is wat lastig te plaatsen ten opzichte van de eerdere hoofdstukken. Zo wordt uitgelegd dat in de romp van een juridisch betoog een argumentatie moet komen (blz. 167) maar wordt niet aangesloten bij de presentatievolgorde die beschreven wordt in hoofdstuk 2 (blz. 43). Een gemiste kans?

Mijn inhoudelijke eindconclusie is dat het boek Argumenteren voor juristen veel goede onderdelen kent. Het grootste bezwaar is dat de onderlinge samenhang tussen deze onderdelen wat mij betreft veel sterker beschreven (en vaker herhaald) had mogen worden. Sommige onderdelen lijken daarnaast wat ad hoc gekozen te zijn. De valkuil kan zijn dat een student 'gaat zwemmen'. Maar de uitleg die van de verschillende onderdelen vervolgens wordt gegeven, is gelukkig prima. Toch meer naslagwerk dan ik op het eerste oog had verwacht?

Recensie: Kuenen - Debatteren, overtuigend argumenteren over beleid

Boek: Debatteren, overtuigend argumenteren over beleid
Auteur: Josje Kuenen
Uitgave: Uitgeverij de Graaff (2010)
Kopen?


_____________________

Debatteren, overtuigend argumenteren over beleid is een eenvoudig maar prettig boekje over debatteren. Het bestaat maar uit 64 A5-pagina's dus ik verwachtte in eerste instantie - in alle eerlijkheid - niet veel. Kuenen biedt echter een goede praktische inleiding in debatteren gericht op het hoger onderwijs. De onderwijskundige insteek van Kuenen geeft ze tijdens de rit in een voetnoot helder weer: "De ervaring leert dat focus op een aantal vaardigheden beter werkt dan streven naar volledigheid". Dit vat prima het boekje samen. Het boekje dat ik trouwens in handen kreeg en waar ik hier over schrijf  betrof de 2010-uitgave. In 2012 schijnt een nieuwe uitgave te komen.

De doelgroep zijn beroepsbeoefenaren (of beter studenten in opleiding hiervoor) die op grond van inhoudelijke argumenten via beleidsdebatten beleidsbeslissingen moeten nemen. Hier wringt misschien nog wel het meest de schoen: hoeveel beleidsmakers zullen op basis van beleidsdebatten beslissingen nemen en in hoeverre is een jury in dergelijke debatten echt praktisch relevant? Het in beginsel uitsluiten van een politieke context lijkt bijvoorbeeld erg geforceerd.

Wat echter overblijft is een leuke, bondige introductie in argumenteren en debatteren. Via vier inhoudelijke hoofdstukken beschrijft Kuenen de belangrijkste onderdelen van een beleidsdebat. Ze begint met een korte inleiding in de argumentatietheorie. Interessant hierbij is om te lezen dat ze het beleidsdebat niet enkel ziet als een retorische situatie maar ook - of eerder juist - als een dialectische situatie. Hiermee wil ze zeggen dat het beleidsdebat gericht zou moeten zijn op het vinden van een weloverwogen overeenstemming tussen betrokkenen.

 In het daaropvolgende hoofdstuk maakt Kuenen de overstap naar de debat-omgeving. De lezer leest over de regels van het debat en wat de rol- en taakverdeling precies is. In hoofdstuk 4 wordt het voor ons interessanter. Dit hoofdstuk gaat over de strategische strategieën die genomen kunnen worden om een ander te overtuigen. Kuenen beschrijft helder vier strategieën: (1) het gebruik van bronnen, (2) het creëren van een redelijk imago (hierbij o.a. aansluitend bij de bevindingen van Cialdini), (3) het benoemen en samenvatten van de standaard-beleidsargumenten en (4) het gebruik van stijlfiguren.

In het laatste hoofdstuk bespreekt Kuenen een aantal drogredenen. Een sterk punt is dat ze ook aangeeft hoe het beste op deze drogredenen gereageerd kan worden. Via oefeningen kan de student zich bekwamen in het onderwerp.

Al met al een leuk boekje over debatteren en argumenteren. Verwacht geen diepgang, geen volledigheid maar wel een bondige, prettig geschreven, praktische handleiding.

Boek en toelichting, Communicatiereeks.nl
Boek via Bol.com

Stelling: Braeckman & Boudry - De Ongelovige Thomas heeft een punt, een inleiding voor kritisch denken

De gerechtelijke procedure als voorbeeld van zelfcorrectie (tunnelvisie)?

Op dit moment ben ik 'De Ongelovige Thomas heeft een punt, een inleiding voor kritisch denken' aan het lezen. In het boek geven Johan Braeckman en Maarten Boudry de lezer advies in het kritisch denken. Natuurlijk ontbreekt de confirmation bias (ook wel bevestingvooroordeel) niet. Een vooroordeel dat, zo beschrijven de auteurs (2011, bladzdijde 51) op verschillende niveaus zich kan manifesteren.

Braeckman & Boudry stellen dat het bevestigingsvooroordeel echter in gunstige zin kan worden omgebogen en onderbouwen dit - nu wordt het interessant - o.a. met de inrichting van de gerechtelijke procedure. Hun stelling is dat doordat een partij (bijvoorbeeld aanklager) alles op alles zet om een eigen hypothese over bijvoorbeeld een moord te staven, dit niet tot problemen hoeft te leiden (tunnelvisie) omdat de andere partij (verdediger) daar even ijverig aan mee doet. Dit noemen ze zelfcorrectie binnen de sociale context.

Hierdoor vindt, zo stellen Braeckman & Boudry, de zelfcorrectie ook plaats op individueel psychologisch niveau. Een kritische partij anticipeert namelijk reeds op de strenge kritiek die hij van zijn opponent mag verwachten. Dit biedt weerstand aan de verleiding van de confirmation bias.

Dat dit geen garanties geeft, weten we (al is dit voor de wetenschappelijk methode niet anders). Tot nu toe is het boek een aanrader. De stelling van Braeckman & Boudry zal - natuurlijk onder verwijzing - worden opgenomen in de volgende editie van het boek "Kritisch denken in de rechtspraktijk".

De ongelovige Thomas heeft een punt
Een handleiding voor kritisch denken
, Houtekiet, september 2011