Twitter Facebook RSS Feed Email
Posts tonen met het label Blog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Blog. Alle posts tonen

Tip #12: Volg een (gratis) online training kritisch denken / argumenteren

Ondanks dat het bij de uitoefening van veel beroepen erg belangrijk is om de juiste vragen te kunnen stellen, is dit niet iets waarin professionals zich snel trainen. Ten onrechte wordt gedacht dat het stellen van vragen iets is als ademhalen: dit kun je toch al van nature? Dit is echter niet correct (off topic, maar hetzelfde geldt misschien ook wel voor goed ademhalen). Om goed vragen te kunnen stellen, is het o.a. essentieel om kennis te hebben van en vaardig te zijn in kritisch denken en argumentatieleer.

Op internet zijn gelukkig een aantal goede, gratis inleidende trainingen in het kritisch denken en argumenteren te vinden. Twee trainingen springen wat mij betreft online eruit. Nu zijn ze wel Engelstalig maar ik hoop niet dat dit je tegenhoudt.

1. Coursera.org / Think again: how to reason and argue
Deze cursus wordt twee keer per jaar aangeboden via Coursera.org. Je kunt echter ook op een later moment je aanmelden en de video's bekijken. Met name de video's van Walter Sinnott-Armstrong zijn erg uitnodigend. Aanrader!


2. Wi-phi / Kahn Academy - Critical thinking
Deze cursus kent inhoudelijk veel overeenkomsten met de cursus van Coursera. De standaard-onderwerpen uit het kritisch denken / informele logica komen ook hier aan bod. Bij deze training word je niet door een docent door de stof gepraat hetgeen de cursus wat saaier maakt (en ja, dat is natuurlijk subjectief). Het doel van de training is:

The critical thinking section will teach you the skills to think clearly and independently. It will help you identify valid arguments, detect inconsistencies in reasoning, understanding logical connections between ideas, and construct and evaluate arguments. 

Hier de eerste video (maar klik hierboven op de link voor het totaaloverzicht).
 



Niet genoemd?
Minder aantrekkelijk qua vorm maar toch interessant voor de liefhebber:

Aanvullingen welkom!

Gebrekkige oordeelsvorming: epistemische blindheid, stomheid, doofheid.

Een andere manier om de mogelijke onkunde in het hanteren van kennis te benaderen, wordt aangereikt door Muel Kaptein [1]. In onze morele oordeelsvorming, zo stelt hij, kunnen we drie tekortkomingen herkennen: we kunnen moreel blind, moreel stom als moreel doof zijn. Kaptein richt zich dus specifiek op de feilbaarheid van onze morele oordeelsvorming. Zijn rubricering is echter ook geschikt om de menselijke tekortkomingen in het gebruik van kennis in het algemeen te duiden. Ik zo'n geval kun je spreken van epistemische - op kennis gerichte - blindheid, stomheid en doofheid.

De ideeën van Kaptein in gedachten kunnen onze professionele oordelen op drie manieren tekortschieten. Ze kunnen onvolledig, en dus niet goed, zijn, omdat we:
 
1. niet inzien – blind zijn voor – wat er precies speelt in een casus. Om te beginnen is hier sprake van als iemand niet alle ins en outs van een situatie kent maar toch een oordeel velt. Sprake is van een kennistekort. Indien dat het geval is, kun je al niet van een juist oordeel spreken. Hiervan is ook sprake als iemand niet inziet dat hij niet deugdelijk argumenteert. Daarnaast kan meer in het bijzonder vergeten worden dat iedere handelingssituatie ook een morele kant kent. Iedere keuze die je maakt zegt namelijk ook iets over wat jij goed (samen) leven vindt. Hiervoor kunnen we ook blind zijn [2]. Ten derde kun je spreken van een bepaalde vorm van morele blindheid als je het lastig vindt om in te leven in de situatie van de ander. Pas als je iets zelf ervaart, zul je soms merken dat je oorspronkelijke houding of mening tekortschiet. Zo worden veel mensen pas donor – en ontwikkelen een duidelijke mening hierover – als iemand in zijn of haar omgeving een donororgaan nodig heeft.
 
2. niet durven te uiten wat we vinden. Veel mensen vinden het lastig om het eigen (morele) oordeel dat ze hebben uit te dragen. Vaak vinden ze het zelfs al lastig om twijfel uit te spreken. Met name in groepen voelen veel mensen zich onzeker en volgen ze de groepsmening. Sprake is dan van een vorm van stomheid. Met name bij aanwijsbaar immoreel handelen zie je vaak dat mensen in de omgeving wel het onethische hadden geconstateerd maar niet hier iets van durfden te zeggen. Bang dat ze zijn voor baanverlies of gezichtsverlies of ...
 
3. niet willen horen wat anderen zeggen (doofheid). Onderzoek laat zien dat mensen het lastig vinden om hun oordeel bij te stellen zelf als anderen met goede, afwijkende argumenten komen. Ze staan niet op een juiste manier open voor de ander. Met name in een hiërarchische context – neem een ervaren sporter die de mening van een beginnend topsporter aanhoort – zie je dat mensen geneigd zijn om zich af te sluiten voor kritiek. Andersom kan trouwens ook: dat mensen juist te makkelijk luisteren naar wat anderen zeggen.

Deze op kennis gerichte blindheid, stomheid of doofheid kan zich op verschillende manieren manifesteren. Bijvoorbeeld dat we ten onrechte rationaliseren. Hiervan is sprake als een beroepsbeoefenaar al onbewust een oordeel heeft gevormd en vervolgens alle argumenten zo uit gaat leggen dat deze altijd het oordeel bevestigen. 

Maar rationaliseren is niet de enige tekortkoming. Welke menselijke tekortkomingen in de omgang met kennis er concreet nog meer zijn zal ik in een volgende serie bijdragen uitwerken.




[1]
Deze indeling in (morele) doofheid, stomheid en blindheid is terug te vinden in Kaptein, M., Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen - 52 bespiegelingen over ethiek op het werk, (bespreking hier) Business Contact (2011). Een verkorte, Engelstalige versie is vrij te downloaden.

[2]
Als eerder is verwoord, ziet Kaptein met name op deze kant van oordeelsvorming, dus of er iets moreels op het spel staat.  Voor een verdere uitleg en duiding van het begrip zie Pallazo, G., F. Krings en U. Hoffrage, Ethical blindness, in: Journal of Business Ethics, februari 2013, bladzijde 323.

Tip #11: Laat je niet overdonderen door de persoon die ondervraagd wordt.

Maar weinig mensen hebben de verhoren van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties gevolgd. De verhoren duurden lang (anderhalf uur tot ruim vier uur) en werden alleen live via politiek24 uitgezonden. Op Youtube zijn de verhoren achteraf te zien, maar ook hier weinig hits. Desondanks hadden de verhoren mijn interesse want de vragen die de commissieleden stelden en de antwoorden die met name de (oud) bestuurders gaven waren leerzaam. Volgens sommigen waren dit namelijk enkel antwoorden waarmee ze de handen in onschuld wassen. Daarnaast zag je bij sommige bestuurders een bepaalde houding die voor onervaren vragenstellers overdonderend kan zijn. Is het een zekere minachting? Lastig te zeggen. Aan de hand van een fictieve cursusdag - één waarin bestuurders wordt geleerd hoe om te gaan met lastige vragenstellers - zal ik duidelijk maken welke antwoorden en signalen kunnen maken dat jij niet de juiste vragen stelt of moet doorvragen.

Stellen van vragen aan bestuurders

Beste cursisten,

Welkom bij de executive course "It wasn´t me". Tijdens deze succesvolle training krijgt u van ons enkele belangrijke tips hoe u het beste om kunt gaan met irritante toezichthouders, leden van ondernemingsraden, leden van onderzoekscommissies en het journalistieke gespuis.

Zoals te doen gebruikelijk hebben we weer een oud-cursist gevraagd om een praktijkervaring met u te delen. Omdat hij vandaag helaas verhinderd was, hebben wij met hem afgesproken dat hij voor één keer online zijn kwaliteiten zou demonstreren. 

Om de waarde van onze training extra te benadrukken, hebben we - in afstemming - gekozen voor een verhoor waar ook toezicht op de agenda stond. Want ik herhaal nogmaals, en nu met z´n allen en zonder te lachen: "Onafhankelijkheid is een hele essentiële en belangrijke voorwaarde voor toezicht".

U kunt beginnen met het maken van aantekeningen.

1. Gebruik om te beginnen de woorden dilemma's, vragen, vraagstukken, discussies en wiskunde.
Zoals onze oud-cursist goed zal laten zien, is het belangrijk om aan te geven hoe lastig het allemaal wel niet was en is. Het is geen wiskunde! Ik herhaal: het is geen wiskunde. Benadruk dat uw vakgebied interessante vraagstukken oplevert en geef aan dat de discussies wel door u gezien werden. Maar dat het lastige discussies zijn. Discussies die nu nog lopen. Dat het een dilemma was. Om het zeldzame moment te benadrukken dat u wel ergens voor staat, adviseren wij u op zo'n moment gepast getimmer.

2. Let u wel even op?
Het kan nooit kwaad om meteen de ondervrager erop te wijzen dat met het geheugen van hem of haar misschien iets mis is. Niet met dat van u. Attendeer de vragensteller er dan ook op dat u het al eerder hebt gezegd. Herhaal dit nogmaals, eventueel begeleid met het betere achterover-zitten, nogmaals: "ik heb u net aangegeven dat...". Doe dit desnoods drie keer. Sterker, je kunt "ik heb u al gezegd" niet vaak genoeg zeggen. Gebruik anders: "ik herhaal", of "nogmaals" of "ik heb u net de optelsom gegeven."

3. It wasn't me.
Attendeer de persoon die ondervraagt even fijntjes erop hoe het in Nederland geregeld is. Geef desnoods een minicollege staatsrecht of ondernemingsrecht. Dit kunt u eventueel versterken door niet meer in de ik-vorm te praten maar door uw functie te noemen. Niet "ik moest" maar "de staatssecretaris moest". Herhaal dit indien nodig. Verwijs vervolgens naar uw opvolgers. En al die verkiezingen die volgend. Dat maakt consistent beleid maken onmogelijk. Aan u lag het niet.

4. Da's toch logisch.
Niets zal uw gesprekspartner kleiner maken dan het internationale "duh, moet ik u dit nog uitleggen-signaal?". Herhaal dit eventueel na een aantal minuten. Of later nogmaals.

5. Haal uw neus op.
Ons advies aan u is om een de dag voorafgaand aan het verhoor met net iets te weinig kleren naar het strand te gaan. De persoon die u bevraagt, zal nooit weten of het te maken heeft met uw verkoudheid of dat u letterlijk uw neus ophaalt voor de commissie. Snuif, snuif, snuif.

6. Ken de synoniemen van "dat wil ik u niet zeggen".
Het kan natuurlijk voorkomen dat u oprecht iets niet meer weet. Maar het kan ook voorkomen dat u het wel weet maar het niet wilt zeggen. Zeg dan nooit "dat wil ik u niet zeggen" maar rek dit op tot "dat weet ik niet meer" of het mindere "ik heb het niet allemaal gevolgd". Het kan ook nooit kwaad om de alternatieven te kennen:
Herhaal dit desnoods vijf keer:

7. Geef toe. Maar ook weer niet.
U kunt altijd het verhoor kracht bijzetten door soms iets toe te geven. Maar doe dit wel strategisch. Zo kan het om te beginnen nooit kwaad om toe te geven dat u ook over de situatie hebt nagedacht en dat wellicht zaken anders hadden gekund. Maar voeg direct hier aan toe dat niet vergeten moet worden dat anderen dit natuurlijk in de weg zouden staan. U kon niet anders.

8. Beantwoord geen als-dan-vragen.
Geef nooit maar dan ook nooit antwoord op een als-dan-vraag. Want dat heeft u wel geleerd. In onze verdiepingsmodule kunt u trouwens leren dat u dit niet moet verwarren met het noemen van de als-dan-redeneringen die ten grondslag liggen aan het beleid. Die inzicht geven in uw beleidskeuzes. Dat mag. Helemaal goed zijn de als-dan-redeneringen waarmee u de samenleving hebt behoed van het kwaad. Deze als-dan-redeneringen kunt u ook gewoon gebruiken.

9. Weet wat u moet doen als het te warm wordt onder uw voeten.
Beantwoord om te beginnen vragen dermate lang dat u aan het eind van uw antwoord het begin van het antwoord weer onderuit kunt halen. Gooi er vervolgens een dooddoener in. Denk hierbij aan een tegeltjeswijsheid als "De wijsheid van vandaag hoeft niet de wijsheid van morgen te zijn. Ook mag het betere "je kunt - en dat geldt voor veel in het leven - niet alles weten". Zie ondertussen FTM voor meer diepzinnigheden van onze oud-cursist. Het woord evolutie doet het natuurlijk erg goed. Het frame hiermee is dat u geen invloed had. Wijs daarnaast op de rol van anderen: benadruk altijd even dat u niet de eerste verantwoordelijkheid had. Hopelijk wordt vergeten dat meerdere personen in meer of mindere mate verantwoordelijk kunnen zijn. Ook kan dit een goed moment zijn om een rechtsfilosofische discussie te beginnen. Is immers geen enkel geval hetzelfde? Geef aan dat er altijd een zekere afwegingsruimte is. Dat de regel overstijgt. Dat alles een kwestie van gezond verstand maakt.

10. Ken uw beperkingen.
Ons advies is trouwens om niet uw kwetsbaarheden te laten zien. Onze oud-cursist heeft dit nog even voor u duidelijk willen maken. Gebruik dus geen euh, euh, euh... of  euh, euh, euh....

11. Een schamper lachje op z'n tijd.
Het is natuurlijk zaak om duidelijk te maken hoe de verhoudingen liggen. Wie is nu de ervaren bestuurder? Wie wie is de man met verantwoordelijk? Who is the man? Dat bent u. Daarom: lach, lach, nog beter, lach wat minzaam.

12. Sjekkie-time!
Onze oud-cursist heeft het trouwens dit keer nagelaten maar tot slot wil ik u graag meegeven dat het natuurlijk altijd mogelijk is om tijdens het verhoor reeds een sjekkie te gaan draaien. Het zal de persoon die u bevraagt raken. En wordt toch onverwachts navraag gedaan? U resteert niets anders dan woedend te worden.

Ik dank u voor uw aandacht en wens u allen veel succes!

Vragen stellen bij een hoofdredactioneel commentaar

De Telegraaf publiceerde als eerste krant de foto's van de vrijgelaten Volkert van der G. Wat mij betreft prima (en laten we hier de morele discussie even laten voor wat het is). Interessanter vind ik namelijk het hoofdredactioneel commentaar waarin deze keuze door de redactie wordt gerechtvaardigd. Op social media werd gesteld dat het commentaar misschien wel een mooi geval van rationaliseren is: het vinden van argumenten voor een reeds ingenomen standpunt. Goed-praten dus.

Laat ik het commentaar proberen te doorgronden en waar relevant te bevragen. Ik neem hierbij natuurlijk de bekende vier criteria van goede argumentatie als uitgangspunt: de helderheid van het betoog, de aanvaardbaarheid van wat beweerd wordt en de relevantie en toereikendheid van de argumentatie.

De Telegraaf begint...

De Telegraaf publiceert vandaag de eerste foto’s van de onlangs vrijgelaten Volkert van der G. Bij de keus om tot publicatie over te gaan, is een zorgvuldige afweging gemaakt van de tegenover elkaar staande belangen.

Wijnberg zou dit mogelijk een ING’tje kunnen noemen: een Irrelevante Noot ter Geruststelling. Het is altijd fijn om te lezen dat een zorgvuldige afweging is gemaakt. Maar maakt dit de keuze direct een juiste keuze? Een zorgvuldige afweging - dat iets zegt over het proces - staat een inhoudelijk foute keuze niet in de weg. Sterker, de meest kwalijke keuzes uit het verleden waren waarschijnlijk met veel zorg overwogen. Is het dus nu een argument of niet? Dit raakt de helderheid van het betoog. Terzijde (en een beetje flauw misschien), maar impliceert de hoofdredactie hiermee dat ze ook soms onzorgvuldig handelt?

Het is onze taak om nieuws en informatie te verschaffen, 

Ok, maar wordt in dit geval niet eerder nieuws gemaakt in plaats van verschaft? Dat Van der G. rondloopt is bekend en is toch geen nieuws te noemen? What's next, de stoep waarover hij gelopen heeft? Door het publiceren van de foto wordt wel informatie gegeven. Hoort een krant informatie te geven? Ik denk het wel. Dit staat ook niet ter discussie. De vraag is enkel waar de grenzen liggen.

en de publieke belangstelling voor de moordenaar van Pim Fortuyn is nog altijd onverminderd sterk. 

Was niet de conclusie n.a.v. de berichten dat Volkert in Apeldoorn zou wonen dat dit wel meeviel? De buurt was er in ieder geval rustig om (zoals ook bericht door De Telegraaf). Het verwijt van sommige auteurs is eerder dat kranten dit niet goed hebben ingeschat. Waarop is dit oordeel van De Telegraaf eigenlijk gebaseerd? Dit veronderstelt om te beginnen dat we eerst duidelijk gaan krijgen onverminderd sterk is en hoe je dit kunt meten (wat zet je af tegen elkaar). Lastig om deze bewering op voorhand te aanvaarden.

Van der G. moet daarentegen de kans krijgen weer deel uit te maken van de samenleving nu hij zijn straf heeft uitgezeten. Het recht dat Van der G. heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer is niet groter dan het recht op vrijheid van meningsuiting van De Telegraaf. 

Hier wordt gesproken over rechten maar ik neem aan dat deze uitspraak niet bedoeld is in juridische zin. Het is toch, even ter verheldering, een moreel betoog? Ik ben ondertussen wel benieuwd (en ik sta hierin niet alleen en alleen): welke mening heeft de redactie dan precies? Een beroep op het recht op vrije meningsuiting impliceert het hebben van een mening. De foto zelf is echter geen mening. Het argument lijkt nog niet toereikend.

Welk recht voorrang heeft, is afhankelijk van de bijzondere omstandigheden in deze zaak, die nog altijd de rechtsorde schokt.

Wederom (voor de tweede keer): wat is het bewijs dat dit de rechtsorde nog altijd schokt? Dit lijkt eerder een subjectieve uitspraak. Beargumenteerd zou zelfs kunnen worden dat in deze casus de rechtsorde prima heeft gewerkt. Iemand krijgt een straf. Misschien te laag dus het strafrecht wordt aangepast. De dader komt vervolgens vrij maar onder allerlei voorwaarden. Zo hoort het te gaan in een rechtsstaat? Als mensen geschokt zijn, kan de krant er vervolgens ook voor kiezen om haar lezers te informeren over hoe een rechtsorde werkt. In plaats van deze emotie verder te voeden met het publiceren van foto's. Hebben we kranten niet juist hard nodig voor behoud van de democratische rechtsstaat? Had De Telegraaf dit ook overwogen?

Van der G. is verantwoordelijk voor een van de meest geruchtmakende politieke moorden uit de Nederlandse geschiedenis en profileerde zichzelf als overtuigingsdader. Van der G. zag in Fortuyn een gevaar voor de democratische samenleving en vond dat hem het zwijgen moest worden opgelegd.
Het gerechtshof, dat achttien jaar celstraf oplegde, noemde Van der G. „star in de bereidheid de uiterste consequenties van zijn denkbeelden te trekken”. Alom wordt aangenomen dat Van der G. in het huidige tijdsgewricht een veel zwaardere straf zou krijgen.

Prima. Maar de vraag is wel wat dit te maken heeft met het recht van De Telegraaf op een vrije meningsuiting? Betekent dit dat als het gerechtshof wel een zwaardere straf kon opleggen (en dit had gedaan) dat de redactie niet de foto's zou publiceren? Mag ik uit dit argument daarnaast opmaken dat starre mensen - of daders zonder spijt - minder recht hebben op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer? Een interessant criterium / discussie.

De maatschappelijke verontwaardiging over de daad en de straf kwam opnieuw bovendrijven in de felle discussie voorafgaande aan zijn vrijlating. Het is dan ook van belang dat niets wordt verzwegen. 

Ik ben er nog niet uit: wat zou zijn foto toevoegen aan de felle discussie over zijn vrijlating? Had hij langer straf moeten krijgen nu blijkt dat hij soms een petje draagt? Het vorige argument kon ik nog volgen maar dit begrijp ik oprecht niet (niet relevant).

Dat zag ook de burgemeester van Apeldoorn in, toen hij het publiek informeerde over de komst van Van der G.

Argumentatief een slimme zet: aansluiten bij een (positieve) autoriteit om je eigen punt kracht bij te zetten. Ik vraag me echter sterk af of de burgemeester de foto zou publiceren.

Deze zaak is in alle opzichten zo uitzonderlijk, dat het gerechtvaardigd is om de beeltenis van Van der G. te tonen.

Een mooie zin maar niet meer dan herhaling van het standpunt. De kracht van herhaling?

Met de publicatie van de foto’s wordt geen onrechtmatige inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer.

Of het juridisch wel of niet zou mogen, is voer voor juristen maar is deze zin wel relevant voor de morele overweging? Zou De Telegraaf de foto's van Van der G. niet gepubliceerd hebben als het wel een privékiekje betrof? Deze zin lijkt daarnaast te botsen met de stelling dat de zaak in alle opzichten zo uitzonderlijk is? In dat geval zou de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer toch ook te rechtvaardigen zijn? Wat ik daarnaast niet begrijp, is dat de redactie hiervoor stelde dat in de belangenafweging wel rekening is gehouden met eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van Van der G. maar dat deze inbreuk niet groot genoeg was. Hiervoor stelde de redactie immers, "Het recht dat Van der G. heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer is niet groter dan het recht op vrijheid van meningsuiting van De Telegraaf." Is er nu wel of niet een inbreuk? Of is er wel een inbreuk maar is deze te rechtvaardigen? De volgende zin maakt het nog ondoorgrondelijker:

Het gaat om neutrale foto’s, die niet in het privédomein zijn gemaakt. Bovendien heeft Van der G. geen bezwaar gemaakt.

Heeft Van der G. op het moment zelf geen bezwaar gemaakt? Heeft de fotograaf zich bekend gemaakt? Heeft de redactie later gevraagd om toestemming? Ik zou graag meer willen weten. Temeer:

Gelet op de brandende publieke belangstelling voor deze zaak, zal Van der G. publicatie van deze foto’s hebben te dulden zolang de beelden nog nieuws- en informatiewaarde hebben.

Deze conclusie komt vrij dwingend over. Terwijl in de vorige zin nog werd voorgedaan dat er een bezwaarmogelijkheid was. Had hij nu wel of niet een bezwaarmogelijkheid? En nogmaals, waar is die brandende publieke belangstelling voor deze zaak? En nogmaals, is er dus wel inbreuk in zijn persoonlijke levenssfeer aangezien hij het moet dulden?

Ergo, we zien m.i. een tweetal interessante argumenten (hij had geen spijt en de geschokte rechtsorde) waarbij het laatste argument maar matig onderbouwd is. Het commentaar kent daarnaast, zeker qua relevantie, een aantal minder betrouwbare argumenten (met name wat de betreft de wel/niet (onrechtmatige) inbreuk op zijn levenssfeer.

Wat natuurlijk op de achtergrond meeweegt (en dit raakt de toereikendheid van het betoog), is dat het jammer is dat er geen verwijzing is naar het eigen belang van De Telegraaf. Had van mij gemogen. Waarom niet gewoon zeggen dat mensen nieuwsgierig zijn en dat De Telegraaf met de foto's meer krantjes verkoopt en meer bezoekers naar de site trekt. Niets mis mee... Ik schrijf ook niet over de te hoge verwachting van de participatiesamenleving. Terwijl de ideeën en de gevolgen van de participatiesamenleving mijn leven - als de lezers van deze posting - waarschijnlijk meer zal raken dan de foto's van Van der G.

Is mijn arts capabel? Deze 11 vragen kunnen je helpen.

Weinig mensen stellen zich helaas de vraag of hun arts wel capabel is. Of met andere woorden hun arts wel voldoet: de juiste man of vrouw is op de juiste plek. En als ze dit al doen (meestal achteraf) dan hanteren ze vaak maar een beperkt aantal criteria. In deze bijdrage zal ik proberen enkele vragen en criteria aan te reiken die je in staat stellen een beter oordeel te vormen over je arts.
Voldoet mijn arts / huisarts?
Vraag: voldoet mijn arts?
Het is niet ondenkbaar dat je een keer een arts hebt bezocht, bijvoorbeeld je huisarts, waarbij je je achteraf de vraag hebt gesteld of je arts wel voldeed aan je verwachtingen. Je bezocht een arts, je hebt een advies gekregen of er is een medicijn voorgeschreven maar toch twijfel je. Waarom zou je het advies moeten volgen? Zou de arts wel bekwaam zijn? De laatste vraag is een goede vraag. Als een arts bekwaam is dan kan dit immers een goede reden zijn (hooguit nog niet toereikend) om het advies op te volgen. In de praktijk gaan toch twee zaken vaak mis.

Twee problemen
1. De vraag wordt niet gesteld 
Om te beginnen stellen maar weinig mensen zich (vooraf) de vraag of hun arts voldoet. Zelfs niet als dit de keuze voor een huisarts betreft. In hun wijk is mevrouw X of meneer Y de huisarts, of zijn ze in hun wijk "overgeleverd" aan huisartsenpraktijk Z. Dus gaan ze hier maar naartoe. Misschien is er nog een intakegesprek maar dan houdt het wel op. En in het ziekenhuis? Daar "wordt bepaald met wie je een afspraak hebt" of "De assistent zal het wel weten". Dus zal het wel goed zijn. Niet dus.

2. Matige criteria worden gehanteerd 
Als mensen wel proberen vast te stellen of hun arts capabel is, hanteren ze helaas vaak maar een beperkt aantal criteria. In de praktijk betreft dit de volgende twee:
  1. Is mijn arts empathisch: staat mijn arts open voor mij en mijn emoties?
  2. Had mijn arts tijd voor mij: kreeg ik genoeg ruimte om mijn verhaal te vertellen, was er genoeg ruimte voor onderzoek en/of voor het bespreken van de diagnose?
Herkenbaar? Het probleem van deze twee criteria is dat ze lang niet alles zeggen over de kwaliteit van je arts. Een arts kan zeer invoelend zijn en veel tijd voor je nemen maar desondanks toch de verkeerde diagnoses stellen. Meer algemeen als arts niet competent zijn. Nu heeft onderzoek laten zien dat er wel een klein verband bestaat tussen deze items (tijd / empathisch zijn → juiste diagnose) maar toch zou je eigenlijk op veel meer zaken kunnen en moeten letten om vast te stellen of je arts voldoet.

De oplossing: de positief-kritische patiënt
Een kritisch patiënt vraagt echter. Niet pas bij de diagnose maar ook wat betreft de capaciteiten van de arts in het algemeen (dus zeker bij de intake). Niet om de arts te bekritiseren - in negatieve zin - maar enkel om te onderzoeken wat de kwaliteiten en beperkingen zijn van de arts. Dit raakt namelijk direct de kwaliteit van de adviezen.

Dus heb je binnenkort een intakegesprek of moet je een bezoek brengen aan een arts? De volgende kritische vragen kunnen je hopelijk helpen (met tussen haakjes enkel smalltalk-zinnen om de vaak lastige vragen in te leiden):
  1. Hoe lang bent u al arts? (Heeft u eigenlijk al lang deze praktijk? Heeft u altijd hier gewerkt?)
  2. Heeft u recent nog opleiding genoten? (bijscholing / nascholing) (Ik heb altijd veel bewondering voor artsen ... u moet bijvoorbeeld vast veel opleidingen en cursussen volgen ... )
  3. Houdt u vakliteratuur bij? Welke abonnementen heeft u? (Ik zag in de spreekkamer veel tijdschriften liggen ... leest u dit allemaal? / Ik zag in de spreekkamer weinig vaktijdschriften liggen... doet u dat eigenlijk bewust ... )
  4. Hoeveel patiënten heeft u? (Het was erg lastig een afspraak met u te maken... u heeft vast veel patiënten? En onder veel verstaat u ...)
  5. Bespreekt u gevallen met collega's? Doet u aan intervisie? (Uw vak lijkt me soms best wel lastig, doet u eigenlijk aan intervisie ...)
  6. Bent u vaker in aanraking gekomen met deze aandoening of deze symptomen? Bent u specialist? Waaruit blijkt dit?
  7. Heeft u onderzoek gedaan (naar deze aandoening) / bent u gepromoveerd?
  8. Hoe staat u tegenover alternatieve geneeskunde?
  9. Heeft u verplichtingen naar of afspraken met derden, bijvoorbeeld met farmaceutische bedrijven, of heeft u andere belangen die u beroepsuitoefening raken? (Heeft u als arts nu eigenlijk veel te maken met farmaceutische bedrijven die zich opdringen? Ik lees hier wel eens over ...)
  10. Als ik een second-opinion zou willen vragen, hoe kijkt u daar tegenaan? Heeft u daar vaak mee te maken? Waar blijkt dit uit?
  11. Heeft u in het verleden wel eens te maken gehad met patiënten die een klacht hebben ingediend? (Uw beroep lijkt me best wel lastig ... patiënten die veeleisend zijn en om niets waarschijnlijk al klagen ... heeft u daar eigenlijk wel eens me te maken gehad? Kan ik eigenlijk als patiënt, zonder meteen aan u te twijfelen, dit eigenlijk ook ergens vinden?)

Kanttekening
Ik ben me ervan bewust dat veel van deze vragen niet makkelijk te stellen zijn omdat sommige artsen de vragen helaas als een motie van wantrouwen zullen zien. Zij hebben moeite met mondige patiënten. Ook kan de tijd ontbreken voor een uitgebreide bespreking. Bijkomend probleem is dat switchen van arts soms geen optie is. Tot slot zul je ook nog eens niet in je beste doen zijn (doordat je ziek bent en omdat het bezoek aan een arts vaak een zekere spanning met zich mee brengt).

Ik hoop echter dat ik met de smalltalk-zinnen enigszins aan dit probleem tegemoet kom. Je kunt en moet sowieso niet alle vragen stellen. Helemaal niet als je ook nog doorvraagt (wat bedoelt u met 'veel'? ... wat bedoelt u met 'recent'?). Daarnaast: een blik in de spreekkamer of kamer van de arts leert je vast reeds veel. Ga eens niet de (figuurlijke) Privé, Metro of Telegraaf lezen maar onderzoek! Liggen er vaktijdschriften? Kun je ergens uit afleiden of je arts fulltime werkt? Misschien kan de doktersassistente al enkele vragen beantwoorden? Kun je tijdens het wachten niet online gaan en iets vinden over je arts? Et cetera.

Mijn ervaring is tot slot dat als je bij je arts aangeeft dat je onzeker bent met wat gaat komen én dat je daarom je graag eerst een beeld wilt vormen van je gesprekspartner, dat artsen je vaak wel de ruimte geven enkele vragen te stellen. Wees hierin niet te passief (en zoek het juiste evenwicht).

Aanvullingen, verbeteringen? Welkom! (graag via @bewijs).

Tip #09: Vraag je af waarom je een bepaalde methode of werkwijze zou moeten omarmen

KRITISCHE HOUDING: TIP
Of dit nu op het werk is of tijdens een studie: we komen veelvuldig in aanraking met methodes, denksystemen of principes. Dit zijn vaste manieren van handelen of denken, vaak met als doel iets te beschrijven of te onderzoeken. Er zijn methodes te over. Bekende voorbeelden (in algemene zin): de SMART-criteria, de kernkwadranten van Ofman, de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI), het 7S-model en natuurlijk het argumentatieve HART-model. De vraag die je echter steeds zou moeten stellen, is waarom je zo'n aanpak zou moeten omarmen (laat staan uit je hoofd leren). Vooral studenten volgen vaak trouw de uitleg van een docent / trainer zonder de vraag te stellen of de methode wel deugt. Mijn advies is om dit wel te doen! In deze posting geef ik een overzicht van vragen (en subvragen) die je hiertoe kunt stellen. Of ze concreet waardevol zijn, is afhankelijk van de methode of werkwijze. Verwacht trouwens geen definitief antwoord. Met onderstaande vragen kun je echter wel een meer geïnformeerde keuze maken.


Vragen stellen bij een methode
KRITISCHE VRAGEN BIJ EEN METHODE

1. Wie is de bedenker van de methode?
Zijn de auteurs autoriteiten in het vakgebied?
▪  Hebben de auteurs veel publicaties op hun naam staan? Wat is veel? Kun je dit afzetten tegenover andere auteurs?
Hebben de auteurs ook praktijkervaring in het vakgebied waarvoor jij de methode misschien gaat inzetten?

2. Hebben de auteurs belang bij de methode?
▪ Verdienen de auteurs met de methode?
▪ Geeft de methode hun een bepaalde reputatie?

3. Is de methode een bewezen methode?
▪ Is er (wetenschappelijk) onderzoek gedaan naar de juistheid van de methode?
Is dit onderzoek gepubliceerd? In een wetenschappelijk tijdschrift? Is dit tijdschrift peer-reviewed? Is het onderzoek herhaald? Bestaat er meta-onderzoek?
▪  Bestaat er ook (wetenschappelijke) kritiek? Wat is deze kritiek?

Tip: pas op met het centraal stellen van je eigen ervaring. Dat de SMART-criteria voor jou werken, wil nog niet zeggen dat deze criteria ook werken voor andere studenten/beroepsbeoefenaren. Ben je niet de uitzondering?

4. Zijn er verwante methodes?
▪ Waarin verschillen dan de methodes? Welke methode bestaat al langer? Kun je dit verklaren?
▪ Zijn er ook methodes die juist een andere aanpak hanteren? Waarom kiezen zij voor een andere aanpak?
Tip: ook voor andere, verwante methodes geldt: stel dezelfde vragen.

5. Wordt de methode ook in de praktijk toegepast?
▪ In hoeverre wordt de methode gebruikt binnen het bedrijfsleven?
▪ Zie je de methode ook gebruikt worden in andere vakgebieden?
▪ Welke methode leren studenten bij andere onderwijsinstellingen?
▪ Zie je de methode ook gebruikt worden in andere landen (tip: kijk eens of de Wiki-pagina ook vertalingen kent. Neem het resultaat met een flinke korrel zou maar het kan wel indicatief zijn en je verder helpen in je onderzoek).

6. Is de methode compleet?
(vooral interessant bij methodes die 'toevallig' een acronym zijn)
▪ Kun je - mede in het licht van de praktijk of andere methodes (zie voorgaande vragen) - een element bedenken dat ontbreekt? SMARTQ laat zich lastig uitspreken maar waarom zou niet net een Q ontbreken bij deze aanpak?
▪ Kun je een element herkennen dat overbodig is? Valt niet een element al onder een ander element? 

Voorbeeld: Waarom spreken we over het 7S-model en niet het 8S-model of zijn enkel zes S'jes relevant? Waarom is het niet het 6S en 1Q-model?

7. Is de methode op een andere methode gebaseerd?
Indien een methode op een andere methode gebaseerd is, stel in dat geval de vragen uit deze posting bij de oorspronkelijke methode. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een methode enkel een vertaling is van een methode uit een andere taal of een combinatie is van andere methodes.

__________

Aanvullingen zijn natuurlijk welkom!

Als lid van een ondernemingsraad de juiste vragen stellen, een voorbeeld

In gesprek met een aantal ondernemingsraadsleden* vertelde een van de aanwezigen het volgende verhaal aan mij. Of het klopt weet ik niet maar het is wel een mooi anekdotisch voorbeeld dat je ook tijdens OR-vergaderingen op moet passen met argumenten die gebaseerd zijn op analogie: argumenten waarin een vergelijking wordt gemaakt.

Door de bestuurders van een ziekenhuis was het voorstel ingebracht om betaald parkeren in te voeren. Hiervoor waren meerdere argumenten. Het zou maatschappelijk verantwoord zijn, er zou een tekort zijn aan parkeerplaatsen en het zou leiden tot extra beweging voor personeel als bezoekers.

 Allemaal argumenten die natuurlijk genoeg vragen oproepen. Maar er was nog een vierde argument.

De bestuurder maakte ten vierde een vergelijking met een ander ziekenhuis. Ook hier was betaald parkeren ingevoerd. Sterker, zo had de bestuurder gesteld, het parkeertarief lag bij dit ziekenhuis zelfs veel hoger dan nu werd voorgesteld. 

Hier werd duidelijk door de bestuurder een analogie gemaakt. Meer formeel: het inductieve argumentatieschema van analogie werd gebruikt. Altijd oppassen!

Een van de OR-leden had dit echter (bewust of onbewust?) door en vroeg aan de bestuurder of dit betekende dat ook de salarisschalen en functie-indeling op elkaar afgestemd zouden worden. Dus hogere salarissen? Helemaal nu het betaald parkeren financiële gevolgen had voor het personeel.

Wat deze vraag zo goed maakt, is dat met een ander voorbeeld gezocht wordt naar de grenzen en gevolgen van de analogie.

Hoe het afliep?

Dit had het gewaardeerde lid, zo stelde de bestuurder, niet goed gezien; de situaties tussen de ziekenhuizen waren qua salariëring / functiegebouw niet met elkaar te vergelijken. Waarom het parkeerbeleid wel met elkaar te vergelijken zou zijn, kon de bestuurder echter niet aangeven. Ook niet waarom niet een vergelijking met een derde ziekenhuis werd gemaakt (waar ook geen betaald parkeren was).

(* om enige anonimiteit te garanderen heb ik het verhaal op een aantal punten aangepast)

Een kritische tandartsassistente

Onze neiging om te snel te oordelen en niet eerst een pas op de plaats te maken, zie je ook terug op de werkvloer. Te snel kunnen beroepsidealen of idealen van de organisatie ons denken doordringen.

Bij de tandarts zag ik vandaag een mooi voorbeeld hiervan.

Ik zit in de wachtruimte als de buitendeur opengaat. Binnen komt een vrouw. Ze vraagt bij de balie of ze een afspraak kan maken.

Klant: "Graag zou ik een afspraak willen maken voor een controle."
De assistente: "Prima. Wat is uw geboortedatum?" 
Klant: xx-xx-xx 
De assistente: "U bent mevrouw Y ?  
Klant: "Ja" 
De assistente, zuchtend: "Ah, ik zie dat u de afgelopen drie jaar niet bent geweest. U moet wel echt ieder jaar komen hoor. Uw dossier is daarnaast gearchiveerd. Helaas kan ik niet eerder een afspraak maken dan over drie weken."

De laatste zin getuigt niet van een kritische houding. De meeste volwassenen zullen wel weten dat eens in de drie jaar de tandarts bezoeken erg weinig is. Ook deze vrouw wist wel beter (zo was mijn inschatting). Het direct (ver)oordelende van de tandartsassistente was om die reden niet verstandig. En contraproductief. 

Wat was beter (met de juiste toon):

De assistente: "Ik zie dat u de afgelopen drie jaar niet bent geweest. Klopt dit? Of bent u bij een andere tandarts geweest? 
(vervolgens) Ik schat in dat u wel weet dat wij u graag vaker zien. Heeft dit een reden? Misschien een reden die voor de tandarts relevant kan zijn?"

Misschien waren er wel goede redenen voor de vrouw om niet te komen. Misschien zaten hier zelfs redenen tussen die voor de tandarts relevant waren (zware operatie achter de rug, angst, ...).

Het was om die reden beter geweest als de tandartsassistente eerst enige kritische vragen had gesteld. Zat in het hoofd van de assistente echter een "gij zult ieder jaar komen voor controle"? Natuurlijk even gevraagd; ze gaf aan dat ze vooral baalde dat ze weer het archief in moest.

Vragen die een stagiaire kan stellen tijdens een stage

Opleidingen en bedrijven verwachten tijdens een stage een gezonde kritische houding van een student. Ze  zien graag dat de student niet alles klakkeloos aanneemt maar ook zelf blijft nadenken en waar nodig vragen stelt. Maar aan welke vragen moet je dan denken? In deze posting een korte toelichting.

Overzicht: gratis eBooks over argumenteren

(update 18-07-2014)

Zoals bekend is het essentieel om kennis te hebben van hoe mensen argumenteren en redeneren en van argumentatietheorie om een goede kritische vragensteller te kunnen zijn. Nu zijn over deze onderwerpen al gelukkig veel te vinden. In deze posting een overzicht van gratis eBooks die te downloaden zijn op het gebied van argumenteren. Aanvullingen, wijzigingen zijn welkom! Op het gebied van beleidsargumentatie en politieke argumentatie lijkt bijvoorbeeld niets te worden aangeboden? We moeten de meerwaarde van het e-boek boven losse artikelen trouwens ook niet overschatten.

DE KLASSIEKEN
Google biedt een groot aantal eBoeken in volledige weergave aan die het argumenteren raken.Het betreffen niet altijd de meest toegankelijke versies van de boeken maar voor het opzoeken van specifieke onderdelen voldoen ze zeker. Ze zijn echter wel bestemd voor een geoefend lezer zijn. Van veel boeken worden wel meerdere versies aangeboden (bijvoorbeeld bij de Rhetoric van Aristoteles (zoek op Aristotle's Treatise on Rhetoric, volledige weergave) maar taalkundig is het soms archaïsch Engelstalig taalgebruik.



De Retorica is een Oud-Griekse verhandeling geschreven door de filosoof Aristoteles in de 4e eeuw voor Christus. Het boek gaat over de kunst van het overtuigen.

 Het interessante van het boek is dat het nog steeds geldingskracht heeft. Veel moderne schrijvers hebben de ideeën van Aristoteles overgenomen. Bijvoorbeeld het onderscheid tussen logos, ethos en pathos is nog steeds waardevol. Dit staat beschreven - maar nog niet zo benoemd - in het eerste deel van het boek, onder hoofdstuk 2.






Een tweede klassieker is de Institutio Oratoria van Quintilianus. Het boek maakt o.a. deel uit van het Forgotten Books project. Ook voor dit boek geldt dat het lastig kan zijn om te lezen. Nu bestaat er een goede Nederlandse uitgave uit 2001 maar deze wordt niet als volledige weergave aangeboden. Het handboek voor de welsprekendheid van de Romeinse redenaar - hij leefde van ca. 40-95/100 n.Chr. - staat vol met praktische tips om een goed redenaar te worden. Quintilianus spreekt over humor, uiterlijke presentatie en de rol van emotie als ook over de opbouw van betogen en hoe een standpunt het beste beargumenteerd kan worden. Quintlianus was zelf advocaat.





PROEFSCHRIFTEN

Er zijn verscheidene proefschriften die een onderwerp uit de argumentatieleer behandelen. Vaak zijn deze echter enkel voor de specialist / liefhebber interessant omdat de onderwerpen (te) specialistisch zijn. Soms geven de eerste hoofdstukken nog een algemene inleiding. Een voorbeeld:



In onderlinge samenhang bezien. De pragma-dialectische reconstructie van complexe argumentatie in recht is het proefschrift uit 2000 van H.J. Plug. Het proefschrift gaat over argumentatie in het recht. In haar studie onderzoekt Plug welke aanwijzingen er gegeven kunnen worden om de relatie tussen argumenten die in rechterlijke uitspraken naar voren worden gebracht op een verantwoorde wijze te reconstrueren.

Het doel is om hiermee een bijdrage te leveren aan de oplossing van de problemen die zich kunnen voordoen bij de reconstructie van complexe argumentatie in rechterlijke uitspraken. Als belangrijk - maar niet het enige - uitgangspunt is hierbij de pragma-dialectische argumentatietheorie.






SYLLABUS = BOEK?

Verschillende boeken worden aangeboden die het juridisch argumenteren behandelen. Soms betreffen dit oud-readers die een boek zijn geworden, soms betreffen het readers die we als boek kunnen betitelen. O.a. de syllabus van De Corte en Verplaetse is online beschikbaar.



Een Inleiding in de Argumentatieleer van Jan Verplaetse (2003) is te vinden via onderstaande link. Het is de syllabus die is bedoeld als handleiding bij de cursus Argumentatieleer van Rogier de Corte en Jan Verplaetse. Verplaetse is tevens de schrijver van For the sake of argument: argumentatieleer voor juristen en ethici, uitgegeven bij Maklu.


De klemtoon ligt in het "boek" op het verklaren van begrippen en het maken van
onderscheiden die veelvuldig voorkomen wanneer over argumentatie
wordt gereflecteerd. Reflecteren over argumenten en argumentatie hetgeen volgens de schrijvers nu net is wat argumentatieleer doet. Doel is de kwaliteit van ons argumenteren te verbeteren.




OVERIG

Buiten bovenstaande categorieën zijn nog los een aantal boeken te vinden. Hieronder een overzicht.



Leiden University Press biedt via de OAPEN library het boek Bending Opinion : Essays on Persuasion in the Public Domain onder redactie  van Van Haaften, De Jong en Koetsenruijter aan.

Het uitgangspunt van het boek is dat het belang van communicatie steeds verder toeneemt in de huidige samenleving en dat daarmee ook retoriek aan invloed blijkt te winnen. De retoriek beheerst het publieke debat: is er geen communicatie zonder retoriek. In een samenleving die wordt gekenmerkt door een overvloed aan informatie en onder invloed staat van de media, is het daarom - zo stellen de schrijvers - van belang inzicht te krijgen in de mechanismen die een rol spelen bij het verzamelen, maken en het overbrengen van informatie en meningen. En in het bijzonder de manier waarop het publiek - in een democratische samenleving - deze verwerkt. 


Via dezelfde uitgever komt Antoine Braet met De Redelijkheid van de Klassieke Retorica : De bijdrage van klassieke retorici aan de argumentatietheorie. Ook dit boek wordt via de OAPEN library gratis - maar onder voorwaarden - aangeboden.

De redelijkheid van Klassieke Retorica bevat - zo stelt de schrijver - een ongewone kijk op de klassieke retorica. Deze wordt "nu niet gezien als een verzameling opportunistische adviezen om een zaak hoe dan ook te winnen, maar als een vroege bijdrage aan het opstellen van 'regels voor redelijke discussies'." De schrijver laat een groot aantal  klassiek-retorische begrippen aan de orde komen als stasis (geschil- of bewijslastpunt), enthymeem (van belang als verzwegen element in enkelvoudige argumentaties), argumentatieve topen (nu bekend als argumentatieschema's) en schijnbare of foutieve argumentaties (nu gekwalificeerd als drogredenen). De schrijver analyseert drie belangrijke klassieke werken: de anonieme Rhetorica ad Alexandrum, de Rhetorica van Aristoteles en de retorica van Hermagoras van Temnos.


Alles afwegende… is een bundeling van de bijdragen aan het Vijfde Symposium Juridische Argumentatie dat is gehouden op 22 juni 2007 aan de Juridische Faculteit van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Het boek wordt gratis door Ars Aequi Libri ter beschikking gesteld.

De bijdragen bieden - zo stellen de schrijvers - een goed inzicht in de stand van zaken in het onderzoek naar juridische argumentatie in Nederland (anno 2007). De bundel wil laten zien dat argumentatief taalgebruik in het recht een bepalende rol speelt. Niet enkel bij de totstandkoming van wetgeving maar ook bij de rechtvaardiging van rechterlijke beslissingen. De bijdragen raken verschillende contexten: de media (bewijsvragen in het strafrecht), de politiek (over Europese regelgeving) als ook de rechtbank (de oorzakelijke verbanden in aansprakelijkheidsclaims). Meer info via de site van de uitgever.

(klik hier voor het boek)

update: helaas biedt de uitgever het boek niet meer gratis aan maar moet het weer gekocht worden. Op internet zijn echter nog genoeg kopieën vindbaar (uit de tijd dat het nog als pdf-bestand beschikbaar was gesteld.




Aanvullingen als gezegd welkom!

De availability-bias: argumenteren met wat beschikbaar is

Sommige zaken staan je beter voor de geest dan andere zaken. Bepaalde voorbeelden kun je je bijvoorbeeld makkelijker herinneren dan andere (die dag dat je een inbraak zag vs die dag dat je in de stad liep en er niets gebeurde). Ook kunnen bepaalde ideeën of visies een meer dominante plek hebben in je geheugen dan andere. Over sommige informatie beschik je misschien zelfs helemaal niet omdat je hier nooit mee in aanraking bent gekomen. Logisch? Misschien wel maar dit mechanisme kan ons desondanks lelijk opbreken als we aan het argumenteren slaan.


Argumenteren
Theorie: de availabilty bias
We zijn namelijk geneigd om ons ook te snel een mening te vormen op basis van de meer toegankelijke informatie. Vooral aan persoonlijke ervaringen hechten we snel veel te veel waarde. Dit komt de argumentatie vervolgens niet ten goede als we hiermee gaan argumenteren/redeneren. We trappen misschien dan te snel in de valkuil van de availability-bias (soms vertaald met beschikbaarheidsheuristiek of beschikbaarheidsvalkuil). Omdat een bepaald voorbeeld of idee available is, kiezen we deze ook of denken we dat we een afweging die hierop gebaseerd is de juiste afweging is. Informatie waartoe we geen of slecht toegang hebben, nemen we niet mee in onze afweging. Dit maakt het een cognitieve valkuil.

Voorbeeld 1. De manager, moet ik wel of niet reorganiseren?
Een manager die eerder een succesvolle reorganisatie heeft meegemaakt, zal eerder voor een reorganisatie kiezen dan een manager die nog nooit een reorganisatie heeft meegemaakt. 

Voorbeeld 2. De politicius, moeten we een langstudeerboete invoeren?
Sander de Rouwe, politicus van het CDA, ging bijvoorbeeld de fout in toen hem werd gevraagd naar de langstudeerboete (EenVandaag, 11 juli 2011, vanaf 09:00):
"Ik heb zelf ook mijn HBO gehaald, ook binnen de tijd. Ik was gemeenteraadslid, fractievoorzitter zelfs en ik werkte parttime bij een zaak.
Dus heel veel studenten kunnen het ook wel.
En het kan inderdaad zijn dat bepaalde studenten het niveau gewoon niet aankunnen. Dan moeten ze een keuze maken. Of gewoon harder en meer studeren of minder sportactiviteit of werk. Je kunt niet alles in het leven en ik vind ook de overheid kan niet alles betalen voor studenten."

Twee zaken - relevant voor deze posting - gaan hier bij qua argumentatie mis; twee zaken die aan elkaar gelieerd zijn:

  • Om te beginnen generaliseert De Rouwe wel erg snel. Het standpunt "dus heel veel studenten kunnen het ook wel" baseert hij immers op één voorbeeld. Hier zou hij op bevraagd kunnen worden. 
  • Dit voorbeeld is ook nog eens gebaseerd op een eigen ervaring. Hierdoor lijkt sprake te zijn van de valkuil van de availability-bias. De Rouwe beschikt over een duidelijk voorbeeld - zijn eigen situatie - en gebruikt dit in het argument. Waarschijnlijk omdat zijn eigen ervaring beschikbaar is. Het was beter geweest als de constatering dat "veel studenten het ook wel kunnen" onderbouwd was geweest met gedegen onderzoek. Hier had De Rouwe op bevraagd kunnen worden.

Juridisch PAO Leiden: Twee cursussen voor de liefhebber

Niet direct aan ons verbonden maar toch wijs ik de juristen onder ons graag op de volgende nascholingscursussen. De eerste richt zich op argumentatie. Zoals bekend is kennis en vaardig zijn in argumenteren essentieel om vaardig te worden in het stellen van goede vragen. Niet alleen om gelijk te hebben en te krijgen maar ook - aan de andere kant - om dit doorzien. De tweede cursus richt zich op beroepsethiek. Voor wie sensibiliteit wil ontwikkelen voor morele vraagstukken is deze cursus interessant.

Vaardigheden: Slagvaardigheid in argumentatie / Gelijk hebben én krijgen

Donderdag 1 december 2011 van 9.30 tot 17.15 uur, te Den Haag
6 PO NOvA (Ber.v.)

Toelichting
Deze cursus biedt uitleg van beginselen van argumentatietheorie en logica, met het oog op verbetering van argumentatieve slagvaardigheid. Immers: gelijk hebben is nog geen gelijk krijgen. Bovendien kunnen drogredeneringen ten onrechte overtuigen. De cursus is dan ook gericht op 1. herkenning van drogredeneringen, 2. theoretische analyse met het oog op praktische toepassing, 3. slagvaardig gebruik van theoretische kennis voor betere herkenning en weerlegging van drogredeneringen.

Aan de orde komen:
• Kleine catalogus van drogredeneringen, waaronder "spelen op de man in plaats van op de zaak" (ad hominem v. ad rem), verwisseling van noodzakelijke en voldoende voorwaarden en verwisseling van statistische met causale verbanden
• Hoofd- en bijzaken in argumentatie
• Beginselen van logica en hun praktisch belang
• Argumentatieve problemen in feitenvaststelling en bewijs
• Retorische slagvaardigheid

Vaardigheden: Slagvaardigheid in argumentatie / Gelijk hebben én krijgen, PAO Leien

------------------------------------------

Vaardigheden: Beroepsethiek voor de jurist

Donderdag 8 december 2011 van 14.00 tot 17.15, te Den Haag
3 PO NOvA (Ber.v.), 3 KNB

Toelichting
Advocaten en anderen staan wel eens voor professionele dilemma's waarop regels geen, geen duidelijk of een kennelijk verkeerd antwoord geven. Dan rijzen vragen van beroepsethiek of zelfs van algemene ethiek.

Advocaten en anderen staan wel eens voor professionele dilemma's waarop regels geen, geen duidelijk of een kennelijk verkeerd antwoord geven. Dan rijzen vragen van beroepsethiek of zelfs van algemene ethiek. Bijvoorbeeld: welke verantwoordelijkheid hebben strafadvocaten jegens slachtoffers van delicten? Of: wat te doen als de waarheidsplicht van art. 21 Rv. strijdt met belangen van cliënten? Of: waar liggen voor bedrijfsjuristen grenzen als het gaat om "lawful but (too) awful"? Ook de beroepsethische dilemma's van het notariaat zullen aan de orde komen, evenals die van de rechterlijke macht.

Aan de orde komen:
• Klassieke en hedendaagse beroepsethische dilemma's
• Verbanden van beroepsethiek en algemene ethiek
• Belang van professioneel rolbewustzijn
• Problemen van confidentialiteit
• Gevaren van al te goed gedrag in een "slechte" wereld

Vaardigheden: Beroepsethiek voor de jurist, PAO Leien

Rationaliseren bij juridische oordeelsvorming

Rationaliseren is het mentale proces waarbij iemand eerst zich onbewust een oordeel vormt om deze vervolgens van de "juiste" argumenten te voorzien (lees hier meer). Onderzoek laat zien dat het lastig is voor de mens om hieraan te ontsnappen. Hoe lastig is het niet om toe te geven dat je fout zat? Om vragen te stellen bij je eigen gedrag? Hoe vaak zien we iemand dan niet op zoek gaan naar argumenten om het eigen gedrag te rechtvaardigen? Om (onbewust) zelfvertrouwen te behouden, om status te behouden, voor erkenning, macht of voor financieel gewin?

Voor juristen is dit een belangrijk gegeven want zowel bij het maken van juridische als morele oordelen moet rationaliseren voorkomen worden. Indien een rechter al direct (onbewust) een bepaalde uitkomst "in gedachten" heeft en vervolgens enkel de ondersteunende argumenten hierbij zoekt, is dit een kwalijke zaak. Maar ook andere juristen (advocaten, Officieren van Justitie, et cetera) moeten dit proces niet onderschatten. Helaas denken we nog te vaak ten onrechte dat we neutraal een kwestie ingaan.

De uitkomsten uit (sociaal) psychologische hoek zijn echter duidelijk en ook in de praktijk kennen we voorbeelden genoeg van doorgeslagen rationalisering. Zelfs gewone burgers kennen wel juridische zaken waar een zekere tunnelvisie het blikveld heeft vertroebeld (zie anders voor een overzicht de Wikipedia-pagina over justitiële dwalingen). Het probleem met rationaliseren is dat zelfs immorele handelingen op deze manier worden goedgepraat. Het (onbewuste) oordeel is gemaakt en enkel argumenten die het oordeel ondersteunen worden gegeven.

Misschien kan dit proces worden waargenomen bij de ontkennende bankiers die met hun excessieve miljoenenbonussen aanwijsbaar hebben bijgedragen aan de financiële crisis? Wie weet. Een bekende valkuil bij juristen is de verwijzing naar juridische afspraken/wet- en regelgeving ter rechtvaardiging van onwenselijk gedrag: "We konden niet anders want het was juridisch afgesproken". Maar is rechtmatig altijd rechtvaardig? Een concrete casus waar deze vraag concreet speelde, was bijvoorbeeld de zaak van de Amerikaanse Justitie vs Charlie Sheen/Brooke Mueller.

Voor wie meer wie lezen over rationalisering bij juridische oordeelsvorming wijs ik graag op het prettige artikel van Kath Hall (onder de titel "Why Good Intentions are Often Not Enough: The Potential for Ethical Blindness in Legal Decision-Making"). Interessant is de constatering dat misschien juist advocaten als leden van het OM/politie gevoelig zijn voor rationaliseren. Omdat ze vaak als belangenbehartiger optreden, zijn ze gewend om enkel argumenten te vinden die hun pleidooi ondersteunt. Met andere woorden: rationaliseren worden een houding, een karaktertrek. Hall claimt dat we dit - o.a. via opleidingen en trainingen - moeten zien te voorkomen. Natuurlijk moet een advocaat een belangenbehartiger zijn, natuurlijk is rechtmatigheid belangrijk maar hij of zij moet ook open staan voor kritische geluiden. Ook juristen moeten vragen blijven stellen bij hun eigen positie. Voor diegene onder ons die hun onderwijs (ook) hierop richten een mooie constatering. Ook kunnen we in het artikel van Hall opnieuw lezen dat beroepsethiek continu onze aandacht vraagt. Niet enkel één keer in vier jaar.

(met dank aan het Legal Ethics Forum voor de tip)