Twitter Facebook RSS Feed Email
Posts tonen met het label Kritische houding tips. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kritische houding tips. Alle posts tonen

Tip #12: Volg een (gratis) online training kritisch denken / argumenteren

Ondanks dat het bij de uitoefening van veel beroepen erg belangrijk is om de juiste vragen te kunnen stellen, is dit niet iets waarin professionals zich snel trainen. Ten onrechte wordt gedacht dat het stellen van vragen iets is als ademhalen: dit kun je toch al van nature? Dit is echter niet correct (off topic, maar hetzelfde geldt misschien ook wel voor goed ademhalen). Om goed vragen te kunnen stellen, is het o.a. essentieel om kennis te hebben van en vaardig te zijn in kritisch denken en argumentatieleer.

Op internet zijn gelukkig een aantal goede, gratis inleidende trainingen in het kritisch denken en argumenteren te vinden. Twee trainingen springen wat mij betreft online eruit. Nu zijn ze wel Engelstalig maar ik hoop niet dat dit je tegenhoudt.

1. Coursera.org / Think again: how to reason and argue
Deze cursus wordt twee keer per jaar aangeboden via Coursera.org. Je kunt echter ook op een later moment je aanmelden en de video's bekijken. Met name de video's van Walter Sinnott-Armstrong zijn erg uitnodigend. Aanrader!


2. Wi-phi / Kahn Academy - Critical thinking
Deze cursus kent inhoudelijk veel overeenkomsten met de cursus van Coursera. De standaard-onderwerpen uit het kritisch denken / informele logica komen ook hier aan bod. Bij deze training word je niet door een docent door de stof gepraat hetgeen de cursus wat saaier maakt (en ja, dat is natuurlijk subjectief). Het doel van de training is:

The critical thinking section will teach you the skills to think clearly and independently. It will help you identify valid arguments, detect inconsistencies in reasoning, understanding logical connections between ideas, and construct and evaluate arguments. 

Hier de eerste video (maar klik hierboven op de link voor het totaaloverzicht).
 



Niet genoemd?
Minder aantrekkelijk qua vorm maar toch interessant voor de liefhebber:

Aanvullingen welkom!

Tip #11: Laat je niet overdonderen door de persoon die ondervraagd wordt.

Maar weinig mensen hebben de verhoren van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties gevolgd. De verhoren duurden lang (anderhalf uur tot ruim vier uur) en werden alleen live via politiek24 uitgezonden. Op Youtube zijn de verhoren achteraf te zien, maar ook hier weinig hits. Desondanks hadden de verhoren mijn interesse want de vragen die de commissieleden stelden en de antwoorden die met name de (oud) bestuurders gaven waren leerzaam. Volgens sommigen waren dit namelijk enkel antwoorden waarmee ze de handen in onschuld wassen. Daarnaast zag je bij sommige bestuurders een bepaalde houding die voor onervaren vragenstellers overdonderend kan zijn. Is het een zekere minachting? Lastig te zeggen. Aan de hand van een fictieve cursusdag - één waarin bestuurders wordt geleerd hoe om te gaan met lastige vragenstellers - zal ik duidelijk maken welke antwoorden en signalen kunnen maken dat jij niet de juiste vragen stelt of moet doorvragen.

Stellen van vragen aan bestuurders

Beste cursisten,

Welkom bij de executive course "It wasn´t me". Tijdens deze succesvolle training krijgt u van ons enkele belangrijke tips hoe u het beste om kunt gaan met irritante toezichthouders, leden van ondernemingsraden, leden van onderzoekscommissies en het journalistieke gespuis.

Zoals te doen gebruikelijk hebben we weer een oud-cursist gevraagd om een praktijkervaring met u te delen. Omdat hij vandaag helaas verhinderd was, hebben wij met hem afgesproken dat hij voor één keer online zijn kwaliteiten zou demonstreren. 

Om de waarde van onze training extra te benadrukken, hebben we - in afstemming - gekozen voor een verhoor waar ook toezicht op de agenda stond. Want ik herhaal nogmaals, en nu met z´n allen en zonder te lachen: "Onafhankelijkheid is een hele essentiële en belangrijke voorwaarde voor toezicht".

U kunt beginnen met het maken van aantekeningen.

1. Gebruik om te beginnen de woorden dilemma's, vragen, vraagstukken, discussies en wiskunde.
Zoals onze oud-cursist goed zal laten zien, is het belangrijk om aan te geven hoe lastig het allemaal wel niet was en is. Het is geen wiskunde! Ik herhaal: het is geen wiskunde. Benadruk dat uw vakgebied interessante vraagstukken oplevert en geef aan dat de discussies wel door u gezien werden. Maar dat het lastige discussies zijn. Discussies die nu nog lopen. Dat het een dilemma was. Om het zeldzame moment te benadrukken dat u wel ergens voor staat, adviseren wij u op zo'n moment gepast getimmer.

2. Let u wel even op?
Het kan nooit kwaad om meteen de ondervrager erop te wijzen dat met het geheugen van hem of haar misschien iets mis is. Niet met dat van u. Attendeer de vragensteller er dan ook op dat u het al eerder hebt gezegd. Herhaal dit nogmaals, eventueel begeleid met het betere achterover-zitten, nogmaals: "ik heb u net aangegeven dat...". Doe dit desnoods drie keer. Sterker, je kunt "ik heb u al gezegd" niet vaak genoeg zeggen. Gebruik anders: "ik herhaal", of "nogmaals" of "ik heb u net de optelsom gegeven."

3. It wasn't me.
Attendeer de persoon die ondervraagt even fijntjes erop hoe het in Nederland geregeld is. Geef desnoods een minicollege staatsrecht of ondernemingsrecht. Dit kunt u eventueel versterken door niet meer in de ik-vorm te praten maar door uw functie te noemen. Niet "ik moest" maar "de staatssecretaris moest". Herhaal dit indien nodig. Verwijs vervolgens naar uw opvolgers. En al die verkiezingen die volgend. Dat maakt consistent beleid maken onmogelijk. Aan u lag het niet.

4. Da's toch logisch.
Niets zal uw gesprekspartner kleiner maken dan het internationale "duh, moet ik u dit nog uitleggen-signaal?". Herhaal dit eventueel na een aantal minuten. Of later nogmaals.

5. Haal uw neus op.
Ons advies aan u is om een de dag voorafgaand aan het verhoor met net iets te weinig kleren naar het strand te gaan. De persoon die u bevraagt, zal nooit weten of het te maken heeft met uw verkoudheid of dat u letterlijk uw neus ophaalt voor de commissie. Snuif, snuif, snuif.

6. Ken de synoniemen van "dat wil ik u niet zeggen".
Het kan natuurlijk voorkomen dat u oprecht iets niet meer weet. Maar het kan ook voorkomen dat u het wel weet maar het niet wilt zeggen. Zeg dan nooit "dat wil ik u niet zeggen" maar rek dit op tot "dat weet ik niet meer" of het mindere "ik heb het niet allemaal gevolgd". Het kan ook nooit kwaad om de alternatieven te kennen:
Herhaal dit desnoods vijf keer:

7. Geef toe. Maar ook weer niet.
U kunt altijd het verhoor kracht bijzetten door soms iets toe te geven. Maar doe dit wel strategisch. Zo kan het om te beginnen nooit kwaad om toe te geven dat u ook over de situatie hebt nagedacht en dat wellicht zaken anders hadden gekund. Maar voeg direct hier aan toe dat niet vergeten moet worden dat anderen dit natuurlijk in de weg zouden staan. U kon niet anders.

8. Beantwoord geen als-dan-vragen.
Geef nooit maar dan ook nooit antwoord op een als-dan-vraag. Want dat heeft u wel geleerd. In onze verdiepingsmodule kunt u trouwens leren dat u dit niet moet verwarren met het noemen van de als-dan-redeneringen die ten grondslag liggen aan het beleid. Die inzicht geven in uw beleidskeuzes. Dat mag. Helemaal goed zijn de als-dan-redeneringen waarmee u de samenleving hebt behoed van het kwaad. Deze als-dan-redeneringen kunt u ook gewoon gebruiken.

9. Weet wat u moet doen als het te warm wordt onder uw voeten.
Beantwoord om te beginnen vragen dermate lang dat u aan het eind van uw antwoord het begin van het antwoord weer onderuit kunt halen. Gooi er vervolgens een dooddoener in. Denk hierbij aan een tegeltjeswijsheid als "De wijsheid van vandaag hoeft niet de wijsheid van morgen te zijn. Ook mag het betere "je kunt - en dat geldt voor veel in het leven - niet alles weten". Zie ondertussen FTM voor meer diepzinnigheden van onze oud-cursist. Het woord evolutie doet het natuurlijk erg goed. Het frame hiermee is dat u geen invloed had. Wijs daarnaast op de rol van anderen: benadruk altijd even dat u niet de eerste verantwoordelijkheid had. Hopelijk wordt vergeten dat meerdere personen in meer of mindere mate verantwoordelijk kunnen zijn. Ook kan dit een goed moment zijn om een rechtsfilosofische discussie te beginnen. Is immers geen enkel geval hetzelfde? Geef aan dat er altijd een zekere afwegingsruimte is. Dat de regel overstijgt. Dat alles een kwestie van gezond verstand maakt.

10. Ken uw beperkingen.
Ons advies is trouwens om niet uw kwetsbaarheden te laten zien. Onze oud-cursist heeft dit nog even voor u duidelijk willen maken. Gebruik dus geen euh, euh, euh... of  euh, euh, euh....

11. Een schamper lachje op z'n tijd.
Het is natuurlijk zaak om duidelijk te maken hoe de verhoudingen liggen. Wie is nu de ervaren bestuurder? Wie wie is de man met verantwoordelijk? Who is the man? Dat bent u. Daarom: lach, lach, nog beter, lach wat minzaam.

12. Sjekkie-time!
Onze oud-cursist heeft het trouwens dit keer nagelaten maar tot slot wil ik u graag meegeven dat het natuurlijk altijd mogelijk is om tijdens het verhoor reeds een sjekkie te gaan draaien. Het zal de persoon die u bevraagt raken. En wordt toch onverwachts navraag gedaan? U resteert niets anders dan woedend te worden.

Ik dank u voor uw aandacht en wens u allen veel succes!

Tip #10: Bevraag eerst, oordeel later

KRITISCHE HOUDING: TIP
Volgens sommige auteurs leven we in een (doorgeschoten) meningencultuur. Met name de komst van internet heeft ertoe geleid dat we steeds meer geneigd zijn om zo snel mogelijk ergens een oordeel over te vormen en te geven. We mogen reageren op weblogs, opiniesites, krantensites e.d. en verwachten op z'n minst de mogelijkheid om berichten te liken.

Of deze constatering juist is of niet, sommige mensen lijken zich inderdaad niet meer de mogelijkheid of tijd te gunnen om een opinie even rustig te bevragen of te overdenken. Zelden zie je in een reactie staan: "Goh, ik begrijp het niet; zou dit of dat toegelicht kunnen worden?". Of: "Interessante opinie, ga ik eens over nadenken." In de beroepspraktijk is het niet anders. Niet direct een mening hebben, wordt vaak als vreemd ervaren. Deze mening-gerichtheid kan echter wel tot gevolg hebben dat je door te snel te reageren allerlei denkfouten maakt dan wel dat je een mening hebt over een betoog dat heel anders bedoeld was.

Oplossing?
Om te voorkomen dat je te snel oordeelt, doe je er verstandig aan als bewuste denkstap een betoog eerst even te analyseren. Al bestaat hierover in de wetenschap nog wel enige discussie, een expliciete analyse-stap lijkt een te snelle oordeelsvorming te kunnen afwenden. Met analyse bedoel ik het helder krijgen van wat en hoe precies betoogd wordt, eventueel door het stellen van de juiste vragen. Dit hoeft - zeker voor de geoefende denker - niet lang te duren: bij kleine betogen kost je dit maar enkele seconden. Een dergelijke bewuste analyse kan je wel waardevolle informatie geven. Misschien kom je al tot de conclusie dat je over het betoog je eigenlijk geen mening zou moeten vormen omdat je eerst meer informatie van de auteur moet hebben. Je eerst nog wat vragen beantwoord wilt krijgen.
Analyseren vs evalueren (van betogen)

Hoe?
Om een betoog helder te krijgen, stel je de volgende basisvragen:
  1. Wat is precies het standpunt?
  2. Welke redenen draagt de auteur aan voor dit standpunt / wat beweert de auteur hiertoe?
  3. Wat verzwijgt de auteur (maar zegt hij of zij impliciet wel)?
  4. Hoe verhouden de redenen zich tot het standpunt?

Voorbeeld
Ik zal een voorbeeld geven van hoe deze vier vragen je kunnen helpen bij het analyseren van een betoog. Ik heb hiertoe een opinie van Hans Laroes uit de Volkskrant gekozen: 'Namen van verdachten publiceren is luie journalistiek, Frank'. Deze opinie lijkt vrij duidelijk maar een nadere beschouwing leert ons dat het betoog toch nog wel wat vragen oproept (en dan zijn we nog niet eens bezig met het evalueren van zijn opinie).

De meest gedegen methode om deze vier vragen te beantwoorden, is door het maken van een argumentatiestructuur. Nu werk je in de praktijk zelden een dergelijke structuur zo uitgebreid uit als ik hieronder zal doen maar het oefenen in het maken van argumentatiestructuren helpt je wel bij het oefenen in het stellen van deze vier vragen. En bij het stellen van de juiste kritische vervolgvragen die hieruit volgen. Een belangrijk onderdeel hierbij is dat ziet je niet relevante informatie kunt wegstrepen (ik zal hier later op terugkomen).

De argumentatiestructuur van het betoog van Laroes is als volgt (waarbij ik als voorbeeld van twee argumenten een verzwegen element expliciet heb gemaakt - in antwoord op de derde vraag - namelijk van argument 1 en 3). 

Standpunt (vraag 1)
S. Namen van verdachten moeten niet gepubliceerd worden door journalisten

Argumenten (vraag 2-4)
1. want tenzij het relevant is, is het is luie journalistiek
(verzwegen: 1b als het luie journalistiek is dan moet dit voor een journalist voldoende reden zijn om namen van verdachten, tenzij relevant, niet te publiceren. Meer in het algemeen: een journalist mag niet aan luie journalistiek doen. (extra, de vraag die je later gaat stellen, is natuurlijk of je dit kunt aanvaarden.)

1.1a want er wordt niet dieper gegraven
1.1b terwijl het juist gaat om verdieping
1.1b.1 want enkel dan kunnen we de werkelijkheid verklaren, helpen begrijpen, het hoe, het waarom, … (de vijfde alinea)
1.1c (en) shaming is de taak van de rechter  

2a. er is een risico van een volksgericht
2a.1 want mensen bedreigen en verwensen anderen
2b en dat is niet wenselijk voor de journalistiek
2b.1 want daarin verliezen mensen hun vertrouwen

3. er is een risico van een volksgericht op de verkeerde mensen
(verzwegen 3b. als er een risico is van een volksgericht op de verkeerde mensen dan moet dit voldoende reden zijn voor journalisten om niet de namen van verdachten te publiceren).

Opmerkingen / concrete kritische vragen
Ik heb bewust voor dit betoog gekozen omdat het bij nadere analyse (dus bij beantwoording van de eerste vier kritische basisvragen) veel vragen oproept. Het is in ieder geval erg lastig om vast te stellen wat nu precies de argumenten zijn. Hierop zou ik Hans Laroes eerst willen bevragen voordat ik een oordeel vorm over de inhoud van het betoog. Het helder krijgen is dus problematisch. 

Voorbeelden van concrete kritische vragen:
  • Hoe moet het argument “dat de verkeerde mensen soms worden bedreigd” (het voorbeeld van Tom) nu worden gelezen? Staat dit los van het argument dat er een risico is van een volksgericht? Dus dat er een risico is van een volksgericht én dat dit volksgericht ook nog eens gericht kan zijn op de verkeerde persoon? Of staat het gericht-zijn-op-de-verkeerde-persoon los van volksgericht-zijn? Zijn dit dan vervolgens meerdere, losse argumenten of is het meer bedoeld als een argument a fortiori? De vierde alinea is hierin niet duidelijk.
  • De auteur geeft aan zijn vertrouwen te verliezen in journalisten die meewerken aan volksgerichten (die meehelpen aan ‘kruisigt hem’). Is dit nu een argument dat meegenomen moet worden? Het lijkt een subjectieve bewering te zijn. En waarom komt de schrijver hier zo laat mee? Gezien de achtergrond van de auteur lijkt het toch als argument bedoeld te zijn (daarom maar als onderdeel van 2b.1 gezet maar we moeten de auteur hier eigenlijk op bevragen).

Tip
In het algemeen: stel je oordeel uit door eerst precies te analyseren wat iemand precies zegt. Bevraag de ander hierop en vorm je dan pas een mening over de inhoud van het betoog. Stel ter analyse hiertoe bovengenoemde vier vragen en probeer hierbij eventueel het betoog (in gedachten) samen te vatten in een argumentatiestructuur.

Tip #09: Vraag je af waarom je een bepaalde methode of werkwijze zou moeten omarmen

KRITISCHE HOUDING: TIP
Of dit nu op het werk is of tijdens een studie: we komen veelvuldig in aanraking met methodes, denksystemen of principes. Dit zijn vaste manieren van handelen of denken, vaak met als doel iets te beschrijven of te onderzoeken. Er zijn methodes te over. Bekende voorbeelden (in algemene zin): de SMART-criteria, de kernkwadranten van Ofman, de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI), het 7S-model en natuurlijk het argumentatieve HART-model. De vraag die je echter steeds zou moeten stellen, is waarom je zo'n aanpak zou moeten omarmen (laat staan uit je hoofd leren). Vooral studenten volgen vaak trouw de uitleg van een docent / trainer zonder de vraag te stellen of de methode wel deugt. Mijn advies is om dit wel te doen! In deze posting geef ik een overzicht van vragen (en subvragen) die je hiertoe kunt stellen. Of ze concreet waardevol zijn, is afhankelijk van de methode of werkwijze. Verwacht trouwens geen definitief antwoord. Met onderstaande vragen kun je echter wel een meer geïnformeerde keuze maken.


Vragen stellen bij een methode
KRITISCHE VRAGEN BIJ EEN METHODE

1. Wie is de bedenker van de methode?
Zijn de auteurs autoriteiten in het vakgebied?
▪  Hebben de auteurs veel publicaties op hun naam staan? Wat is veel? Kun je dit afzetten tegenover andere auteurs?
Hebben de auteurs ook praktijkervaring in het vakgebied waarvoor jij de methode misschien gaat inzetten?

2. Hebben de auteurs belang bij de methode?
▪ Verdienen de auteurs met de methode?
▪ Geeft de methode hun een bepaalde reputatie?

3. Is de methode een bewezen methode?
▪ Is er (wetenschappelijk) onderzoek gedaan naar de juistheid van de methode?
Is dit onderzoek gepubliceerd? In een wetenschappelijk tijdschrift? Is dit tijdschrift peer-reviewed? Is het onderzoek herhaald? Bestaat er meta-onderzoek?
▪  Bestaat er ook (wetenschappelijke) kritiek? Wat is deze kritiek?

Tip: pas op met het centraal stellen van je eigen ervaring. Dat de SMART-criteria voor jou werken, wil nog niet zeggen dat deze criteria ook werken voor andere studenten/beroepsbeoefenaren. Ben je niet de uitzondering?

4. Zijn er verwante methodes?
▪ Waarin verschillen dan de methodes? Welke methode bestaat al langer? Kun je dit verklaren?
▪ Zijn er ook methodes die juist een andere aanpak hanteren? Waarom kiezen zij voor een andere aanpak?
Tip: ook voor andere, verwante methodes geldt: stel dezelfde vragen.

5. Wordt de methode ook in de praktijk toegepast?
▪ In hoeverre wordt de methode gebruikt binnen het bedrijfsleven?
▪ Zie je de methode ook gebruikt worden in andere vakgebieden?
▪ Welke methode leren studenten bij andere onderwijsinstellingen?
▪ Zie je de methode ook gebruikt worden in andere landen (tip: kijk eens of de Wiki-pagina ook vertalingen kent. Neem het resultaat met een flinke korrel zou maar het kan wel indicatief zijn en je verder helpen in je onderzoek).

6. Is de methode compleet?
(vooral interessant bij methodes die 'toevallig' een acronym zijn)
▪ Kun je - mede in het licht van de praktijk of andere methodes (zie voorgaande vragen) - een element bedenken dat ontbreekt? SMARTQ laat zich lastig uitspreken maar waarom zou niet net een Q ontbreken bij deze aanpak?
▪ Kun je een element herkennen dat overbodig is? Valt niet een element al onder een ander element? 

Voorbeeld: Waarom spreken we over het 7S-model en niet het 8S-model of zijn enkel zes S'jes relevant? Waarom is het niet het 6S en 1Q-model?

7. Is de methode op een andere methode gebaseerd?
Indien een methode op een andere methode gebaseerd is, stel in dat geval de vragen uit deze posting bij de oorspronkelijke methode. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een methode enkel een vertaling is van een methode uit een andere taal of een combinatie is van andere methodes.

__________

Aanvullingen zijn natuurlijk welkom!

Tip #08: Vraag je af wat het ideaal is van je beroep en voorkom dat je hierin doorschiet (tunnelvisie)

KRITISCHE HOUDING: TIP
Het is belangrijk om in het werk je bewust te zijn van de professionele waarden en idealen van je beroep. Anderen kunnen jou hierop afrekenen. Deze waarden en idealen vormen namelijk vaak de basis waarop jij ter verantwoording kunt worden geroepen. Of waarop jij anderen maar ook jezelf ter verantwoording roept. Twee problemen liggen echter op de loer.

Tip #07: Gaat de ander wel in op de argumenten / de vraag? (onbekendheid met de weerlegging)

Werd op Dijsselbloem, (destijds) voorzitter van de Eurogroep, een karaktermoord gepleegd? Deze conclusie kwam volgens velen begin 2013 bovendrijven nadat Dijsselbloem veel kritiek had gekregen over bepaalde uitspraken (zie hier of reacties op bericht hier). Maar misschien had de kritiek op hem ook te maken met de zaken die hij als ervaren politicus misschien bewust niet zei. Waardoor hij extra kwetsbaar werd.

Tip #06: Maken anderen geen misbruik van je voorspelbare irrationaliteit?

Training toepassing ideeën Dan Ariely
Ik ben een fan van Dan Ariely. Ariely is professor in de Psychologie en Gedragseconomie en heeft een aantal interessante boeken geschreven over het menselijke irrationele gedrag. Voor een breder publiek werd hij bekend door zijn Ted-optreden. Ariely maakt hier op een leuke manier zijn vakgebied interessant en toegankelijk. Twee vragen spelen hier: (1) hebben we controle over onze beslissingen en (2) maken anderen geen misbruik van mijn voorspelbare irrationaliteit?

Tip #05: Evalueer argumenten waarin een analogie zit en voorkom de denkfout van de valse analogie

Stel vragen bij een argumentatie met analogie
(update) Een argumentatie waarin geargumenteerd wordt op basis van analogie is een sterke manier van redeneren. Te snel wordt namelijk vergeten dat de analogie ook niet deugdelijk kan zijn. De grootste fout die gemaakt kan worden is dat vergeten wordt om vragen of de analogie wel toereikend is. Indien deze vraag onbevredigend wordt beantwoord, is de argumentatie niet optimaal.

Tip #04: Doet de ander zich niet vals voor? (valse identiteit)

Pas op voor mensen die zich vals voordoen?
Helaas, soms doen mensen zich vals voor. Ze doen alsof ze iemand of iets zijn terwijl dit toch echt niet het geval is. Soms is dit bewust (manipulatie) maar soms gebeurt dit onbewust. Wees dus - en zeker op internet - op je hoede en vraag je altijd af of de ander zich niet valt voordoet.

Tip #03: Is een gestelde oorzaak-gevolg-relatie juist? (onjuiste oorzaak-gevolg)

Oorzaak - gevolg? Stel kritische vragen.
Of er sprake is van een oorzaak-gevolg-relatie (oorzakelijk verband) is soms lastig vast te stellen. Kan een SP-politicus met één uitspraak (oorzaak) bijvoorbeeld de rentestand van een land beïnvloeden (gevolg)? Er zijn in ieder geval genoeg kritische vragen te stellen bij een oorzakelijk verband. Eerst een aantal voorbeelden om mee te beginnen.

Tip #02: Laat je niet gek maken door anderen (sociaal bewijs en groepsdruk)

We hebben de neiging om ons te laten leiden door anderen. Als bijvoorbeeld een groep mensen in een winkelstraat omhoog aan het kijken is dan is de kans groot dat jij ook naar boven gaat kijken. Deze neiging maakt dat we een kritische houding moeten aannemen op het moment dat we mogelijk overtuigd worden enkel omdat anderen iets doen of zeggen. 

Tip #01: Wees Socrates (blijf vragen)

(let op: deze bijdrage is enkel te raadplegen bij de originele auteur via www.vraagzin.nl)
 
"Een mens zou niet een niet-onderzocht leven moeten leiden". Dit is misschien wel de bekendste uitspraak van Socrates. Deze uitspraak drukt perfect de houding van Socrates uit: een onderzoekende, kritische houding. Een houding die nu nog steeds waardevol is en je concreet kunt maken met twee vragen. Twee vragen die ook relevant zijn voor de beroepspraktijk.

Tips in kritisch zijn en het stellen van de juiste kritische vragen

Tips in kritisch zijn: het stellen van de juiste vragen
De afgelopen jaren heb ik allerlei tips (klik hier) verzameld die kunnen helpen in het kritisch worden. Niet in de zin van kritiek uiten maar in de zin van het krijgen een onderzoekende, onafhankelijke, open en zelfstandige houding. Gericht op het stellen van de juiste vragen. Met als doel drogredenen te voorkomen en tegen allerlei cognitieve valkuilen aan te lopen. Ik zal deze vraagtips - in willekeurige volgorde en zonder volledig te zijn - op dit weblog publiceren. Waar nodig / mogelijk zal ik deze tips relateren aan de actualiteit.

(update, de onderstaande tekst over kritisch zijn, heb ik eerder geschreven. De meest actuele versie staat hier)