Twitter Facebook RSS Feed Email

Welkom!

Op deze educatieve website vind je informatie over het hebben van een (positief) kritische houding in de beroepspraktijk: het vermogen om (professionele) kennis en informatie zelfstandig te bevragen en te onderzoeken op houdbaarheid.

In de beroepspraktijk gaat het niet enkel trouwens om de kennis die anderen je aanreiken (collega's, je manager, een bestuurder, klanten, een cliënt, et cetera) maar ook je eigen professionele kennis: de waarschijnlijkheid van de feiten waar je van uitgaat, je professionele vooronderstellingen, de volledigheid van je argumentatie, je oordeelsvorming, je beslissingen, et cetera.

Ten onrechte denken veel mensen dat het bevragen van kennis niet zo lastig is terwijl dit wel zo is. Op deze website vind je meer informatie hierover.

Om te kunnen functioneren in de huidige beroepspraktijk is het hebben van een gezonde kritische houding erg belangrijk. Je kunt het zien als een onderdeel van het hebben van onderzoekend vermogen. En het hebben van onderzoekend vermogen is bij de uitoefening van veel beroepen belangrijk.

Want er is immers geen beroep denkbaar waar je niet hebt te maken met kennis en informatie. Denk aan de informatie die via internet aangereikt wordt maar ook aan de informatie die klanten, collega´s of leidinggevenden uiten. Een kritisch professional weet dat je deze informatie niet altijd kunt aanvaarden. Dit wordt zelfs ook van een professional verwacht.

Het is echter menselijk om te geloven dat een feit wel waar zal zijn of dat een oordeel juist is terwijl je juist een vraagteken zou moeten plaatsen; moet blijven nadenken en vragen moet blijven stellen. Niet aanvaarden is trouwens niet hetzelfde als tegen zijn. Een kritische houding is geen houding van (negatieve) kritiek. Sterker, het is de kunst om je oordeel uit te stellen. Enkel dan kun je goede vragen bij kennis en informatie stellen. Onbevooroordeeld, open, nieuwsgierig. 


Als je een positief-kritische houding hebt dan heb je als karaktereigenschap dat je de kennis en informatie die op je afkomt altijd even bevraagt voordat je deze omarmt. 


Een kritische houding?

Een professional met een kritische houding is een beroepsbeoefenaar die de kunst van het stellen van vragen bij kennis en informatie helemaal heeft eigengemaakt. Een kritische beroepsbeoefenaar weet hierbij met name hoe je redeneringen en de daarin gebruikte informatie kunt analyseren en evalueren op houdbaarheid. Met als doel om zo goed mogelijke besluiten te nemen.

Voorbeeld
Een kritische houding is een houding die voor veel professionals belangrijk is. Neem het strafrecht waar iedereen - als beroepsbeoefenaar, als verdachte (al dan niet terecht) of als slachtoffer - mee te maken kan krijgen. Stel dat uit DNA-onderzoek blijkt dat er een kans is van 1 op 44 dat een verdachte iets gedaan heeft. Een dergelijk gegeven roept allerlei vragen op. Wat zegt je dit namelijk? Moet de rechter concluderen dat de verdachte het dus gedaan heeft? Sluit dit toeval uit? Kan een dergelijk getal eigenlijk wel berekend worden? Hoe wordt het berekend? En hoe betrouwbaar is eigenlijk DNA? Kunnen mensen ook een dubbel DNA-profiel hebben? (antwoord: ja) Wat kan wel of niet met DNA worden bewezen? Allerlei interessante vragen die de betrokkenen kunnen stellen bij het aanhoren van zo'n bewering.

Op Kritischehouding.nl

Op deze site vind je zowel theoretische artikelen, artikelen over hoe je zelf constructief-kritisch kunt worden, als stukken over de kritische houding in de praktijk.

Als afsluiting van deze korte introductie een toegankelijke uitleg door Bas Haring (gericht op het ontwikkelen van een kritische houding bij kinderen). Maar als gezegd, het blijven stellen van vragen is niet enkel goed voor kinderen maar het is een krachtige competentie die voor alle professionals van belang is. Sterker, juist professionals vergeten vaak dat hun kennis of oordeelsvorming ook kwetsbaar is.





Veel leesplezier! Maar let op: wees natuurlijk wel kritisch bij het lezen van de tekst. M.a.w. blijf vragen stellen bij wat je leest of hoort. Wordt bijvoorbeeld gesproken over een groot aantal? Wat wordt dan bedoeld? Hoeveel dan? En klopt het ook wel? Is er ook bewijs voor?"

Een overzicht van 365+ waarden die om een norm vragen (lijst-update)

De rol van waarden bij (morele) oordeelvorming

Aan een ethische discussie of moreel beraad kan vaak veel meer diepgang worden gegeven als iemand de vraag stelt welke waarden precies op het spel staan. Zo kunnen bijvoorbeeld ineens de verschillende posities van twee personen in een morele discussie over het wel of niet toestaan van wapens hierdoor helder worden: de ene persoon blijkt meer om de waarde veiligheid te geven terwijl de ander vrijheid belangrijker vindt.

Jammer genoeg vragen veel mensen zich maar zelden af welke waarden bij een discussie op het spel staan (jij bent hopelijk een uitzondering!). Het zou echter dus aan veel morele discussies meer diepgang geven. Daarnaast maakt de vraag eerder inzichtelijk dat je mogelijk te maken hebt met een moreel dilemma: met conflicterende waarden. Je kunt helaas niet alles willen wat waardevol is. Ik zal dit aan het eind van deze bijdrage verder toelichten.

Voordat je namelijk in een morele discussie je kunt afvragen welke waarden relevant zijn en/of welke waarden jij belangrijk vindt, moet je eerst weten wat een waarde precies is en welke waarden er zijn. Ik zal dit in deze bijdrage uiteenzetten.


Wat zijn waarden en normen?

Laat ik beginnen met de betekenis of definitie van een waarde.

Een waarde is een betekenisgevend ideaal; een overtuiging over wat nagestreefd wordt of zou moeten worden; een doel is of kan zijn (bijvoorbeeld ter uitoefening van een bepaalde professie als advocaat of arts of meer in het algemeen wat een leven tot een goed leven maakt).

Uit deze waarden (vaak positief verwoord) volgen vervolgens allerlei concrete normen (vaak negatief verwoord): iemand moet x doen, mag niet y doen, et cetera). Normen zijn concrete gedragsregels, soms beschreven, soms niet, die we elkaar opleggen. Zo volgt uit de waarde veiligheid de concrete norm aan toezichthouders om een helm te dragen als ze een bouwplaats inspecteren. Een verdere toelichting over het verschil tussen normen en waarden vind je hier.

Nu dit duidelijk is, is het interessant om te zien welke waarden er zijn. Hieronder vind je hiertoe een uitgebreide lijst met voorbeelden van waarden waarbij het begrip "waarde" in brede zin is ingevuld. Een aantal waarden in deze lijst zullen eerder als deugd of karaktereigenschap worden gezien (maar het zijn ook modale waarden). Wat een deugd precies is? Na deze lijst met waarden zal ik dit uitleggen. Daarnaast zijn een aantal waarden niet als zelfstandig naamwoord omgeschreven. Omdat het begrip wel een ideaal verwoordt, heb ik het - vaak op verzoek - wel in de lijst opgenomen.

Aanvullingen zijn welkom!
Laatste update: 26-3-2021
(met dank aan Frank)

Waarden voorbeelden:

Aanwezigheid
Aanzien
Actief zijn (doen)
Afwisseling
Alertheid
Alledaagsheid
Anonimiteit
Antifragiliteit
Artisticiteit
Assertiviteit
Attentheid
Authenticiteit
Autonomie
Avontuur / Avontuurlijkheid
Bedachtzaamheid
Bedrevenheid
Bedrijvigheid
Befaamdheid
Begeerlijkheid
Begrip
Behoedzaamheid
Behoudendheid
Behulpzaamheid
Bekendheid
Bekoorlijkheid
Bekwaamheid
Beleefdheid
Beleving
Bereidheid
Bereidwilligheid
Beroemdheid
Bescheidenheid
Beschaving / Beschaafdheid
Beschikbaarheid
Besluitvaardigheid
Betaalbaarheid
Betekenis
Betrokkenheid
Betrouwbaarheid
Bevalligheid
Bevlogenheid
Bezit
Bijdrage
Blijdschap
Bondigheid
Buigzaamheid
Burgerschap
Cachet
Celebriteit
Charisma
Chic
Competitie
Concentratie
Confidentialiteit
Consideratie
Controle
Coöperatie
Correctheid
Creativiteit
Daadkracht


Dankbaarheid
Dapperheid
Degelijkheid
Democratie
Deskundigheid
Dienstbaarheid
Diepzinnigheid
Diplomatie
Directheid
Discipline
Distinctie
Doelgerichtheid
Doelmatigheid
Doorleefbaarheid
Duidelijkheid
Duurzaamheid
Dynamiek
Educatie
Eensgezindheid
Eenstemmigheid
Eenvoud / Eenvoudigheid
Eer
Eerbied
Eerlijkheid
Effectiviteit
Efficiency
Elegantie
Empathie
Engagement
Enthousiasme
Erkenning
Ernst
Esthetiek
Evenwicht
Expressiviteit
Faam
Familie(band)
Fatsoen
Feitelijkheid
Felheid
Fijngevoeligheid
Fijnzinnigheid
Finaliteit
Flexibiliteit
Flinkheid
Gastvrijheid
Gedecideerdheid
Gedegenheid
Gedrevenheid
Geduld
Geestdrift
Geestigheid
Geheimhouding
Gehoorzaamheid
Geleidelijkheid
Gelijkheid
Gelijkwaardigheid
Geloof
Geloofwaardigheid
Geluk
Gematigdheid
Gemeenschappelijkheid
Genegenheid
Generositeit
Genialiteit
Genot
Genuanceerdheid
Gereserveerdheid
Gevatheid
Gevoeligheid
Gewetensvol
Gezelligheid
Gezondheid
Glorie
Godvrezendheid
Godvruchtigheid
Godzaligheid
Goedheid
Goedkeuring
Grandeur
Grondigheid
Grootsheid
Grootmoedigheid
Gulheid
Handigheid
Hardheid
Harmonie
Hartstocht
Heerlijkheid
Helderheid
Heusheid
Hevigheid
Hiërarchie
Hoffelijkheid
Hoop
Hulpvaardigheid
Humor
Idealisme
Ignorantie



Inbreng
Ingetogenheid
Innovatie
Integriteit
Intensiteit
Invoelendheid
Inzicht
Juistheid
Kalmte
Kameraadschap
Karigheid
Kennis
Klaarheid
Klasse
Kracht
Kuisheid
Kwaliteit
Leefbaarheid
Leergierigheid
Leiderschap
Liefdadigheid
Liefelijkheid
Liefde
Lof
Lol
Loyaliteit
Luchthartigheid
Luciditeit
Luister
Macht
Matigheid
Mededogen
Menselijkheid/Medemenselijkheid
Mensgerichtheid
Menswaardigheid
Milieubehoud
Milieubewustheid
Moed
Naam
Natuurbehoud
Nauwgezetheid
Nauwkeurigheid
Nederigheid
Netheid
Nieuwsgierigheid
Nuchterheid
Nut
Nuttigheid
Omzichtigheid
Onafhankelijkheid
Onbaatzuchtigheid
Onbedorvenheid
Ondernemerschap
Onpartijdigheid
Ontplooiing
Ontspanning
Ontvankelijkheid
Onverholenheid
Onverdrotenheid
Onwetendheid
Ootmoedigheid
Openhartigheid
Openheid
Opgewektheid
Oplettendheid
Oprechtheid
Optimisme
Orde
Ordelijkheid
Originaliteit
Overgave
Participatie
Passie
Passiviteit
Patriottisme
Penaliteit
Persoonlijke ontwikkeling
Pittigheid
Plezier
Plichtsbetrachting
Politesse
Positiviteit
Pragmatisme
Prestatiegerichtheid
Privacy
Pro-activiteit
Professionaliteit
Prudentie
Publieke verantwoordelijkheid
Punctualiteit
Rechtsstatelijkheid
Rechtvaardigheid
Redelijkheid
Relativisme



Relaxedheid
Religiositeit
Representativiteit
Resoluutheid
Respect
Rijkdom
Robuustheid
Roem
Ruimdenkendheid
Rust
Saamhorigheid
Samenwerking
Schoonheid
Serieusheid
Sierlijkheid
Sluwheid
Snelheid
Soberheid
Solidariteit
Souplesse
Spaarzaamheid
Spiritualiteit
Spontaniteit
Sportiviteit
Stabiliteit
Standvastigheid
Stelligheid
Stijl
Stiptheid
Strengheid
Structuur
Suaviteit
Synergie
Tact
Tenaciteit
Terughoudendheid
Tevredenheid
Tijdloosheid
Toegankelijkheid
Toegeeflijkheid
Toegenegenheid
Toewijding
Tolerantie
Traditie
Transparantie
Trouw
Tucht
Uitdagendheid
Uiterlijk
Uitgelatenheid
Uitmuntendheid
Unanimiteit
Uniformiteit
Universaliteit
Urbaniteit
Vaderlandsliefde
Vakmanschap
Vastberadenheid
Vasthoudendheid
Veelzijdigheid
Veiligheid
Verandering
Verantwoordelijkheid
Verbaasdheid
Verbetenheid
Verbinding
Verbondenheid
Verdraagzaamheid
Verfijning
Vergeving
Vergevingsgezindheid
Verknochtheid
Vermaak
Vermaardheid
Vernieuwing
Verrassing
Verstandhouding
Verstandigheid
Vertrouwelijkheid
Vertrouwen
Vertwijfeldheid
Verwennen
Verwondering
Verworvenheid
Vitaliteit
Vlijt
Voldoening
Volgzaamheid
Volharding
Voorbereid zijn
Voorkomendheid
Voortreffelijkheid
Vooruitstrevendheid
Vrede
Vriendelijkheid
Vriendschap
Vrijgevigheid
Vrijheid
Vrijmoedigheid
Vrolijkheid
Vroomheid
Waardering
Waardigheid
Waarheid
Wedijver
Welbehagen
Weldadigheid
Welgemanierdheid
Welgemoedheid
Wellevendheid
Weloverwogenheid
Welvaart (immateriële/materiële)
Welvoeglijkheid
Welwillendheid
Werkelijkheidszin
Werkzaamheid
Wijsheid
IJverigheid
Zachtheid
Zachtmoedigheid
Zakelijkheid
Zekerheid
Zelfbepaling
Zelfbeheersing
Zelfbehoud
Zelfbeschikking
Zelfbewustheid
Zelfcontrole
Zelfontplooiing
Zelfrealisatie
Zelfredzaamheid
Zelfstandigheid`
Zelfverwerkelijking
Zelfverwezenlijking
Zelfverzekerdheid
Zelf-zijn / zichzelf-zijn



Zelfzorg
Zingeving
Zorgeloosheid
Zorgvuldigheid
Zorgzaamheid
Zuinigheid
Zwierigheid

In deze lijst zijn zo veel mogelijk positieve idealen opgenomen al kan over bepaalde waarden worden gediscussieerd of deze altijd positief bijdragen aan het menselijk leven. Het streven naar zorgvuldigheid is goed. Maar kun je ook niet te veel streven naar zorgvuldigheid? En is vaderlandsliefde positief?

Misschien moeten we Aristoteles volgen die waarden bezag vanuit de deugdontwikkeling. Een deugd is een karaktereigenschap - een houding, een persoonseigenschap - waardoor je het goede doet. Ze geven het antwoord op de vraag "wat maakt iets goed?". Bij Aristoteles ligt het juiste deugd-ideaal waar we naar moeten streven zijn in het midden; pas als we het juiste midden vinden in ons handelen functioneren we als een goed mens. Dit geeft eigenschappen als moedig zijn, verontwaardiging of verantwoordelijk zijn. Het zijn idealen tussen te veel en te weinig. Voor een advocaat is het een goede karaktertrek om niet openhartig te (willen) zijn. Dit is niet voor niets opgenomen in de Gedragsregels Advocatuur. Maar er zijn gevallen denkbaar waarbij ook van de advocaat openheid wordt verwacht. Waar ligt het juiste midden? Het juiste midden geeft de deugd confidentieel-zijn. Dit is te koppelen aan de waarde confidentialiteit: een waarde die past bij de goede uitoefening van het beroep van advocaat.

Ook voor veel waarden geldt dus: teveel is ook niet goed? Een aantal waarden benoemt in ieder geval ook een midden. Bijvoorbeeld dapperheid: dit zit tussen lafheid en overmoed. Kun je ook te dapper zijn? Niet als we dapperheid niet verwarren met onbezonnenheid.



Daarnaast is het belangrijk om in te zien dat waarden kunnen conflicteren waardoor het lastig te bepalen is wat het goede nu is. We spreken dan van een moreel dilemma. Een voorbeeld. Een advocaat wil in een specifiek geval enerzijds vertrouwelijk omgaan met de gegevens van een cliënt maar anderzijds ook de veiligheid van de samenleving in acht nemen. Veiligheid en Vertrouwelijkheid botsen. Een goed advocaat weet echter ook waar hier - in een specifiek geval - het midden ligt. Dit vraagt opleiding en ervaring: inzicht in belangrijke beginselen, morele intuïtie, belangen, normen (wet- en regelgeving, gedragsregels) en kennis van de morele identiteit van de beroepsrol, het kantoor waarvoor de jurist werkt, de persoon zelf als zijn of haar omgeving. Dit zoeken naar een middenweg toont - volgens sommige auteurs - de directe relatie tussen waarden en deugden.

Tip #12: Volg een (gratis) online training kritisch denken / argumenteren

Ondanks dat het bij de uitoefening van veel beroepen erg belangrijk is om de juiste vragen te kunnen stellen, is dit niet iets waarin professionals zich snel trainen. Ten onrechte wordt gedacht dat het stellen van vragen iets is als ademhalen: dit kun je toch al van nature? Dit is echter niet correct (off topic, maar hetzelfde geldt misschien ook wel voor goed ademhalen). Om goed vragen te kunnen stellen, is het o.a. essentieel om kennis te hebben van en vaardig te zijn in kritisch denken en argumentatieleer.

Op internet zijn gelukkig een aantal goede, gratis inleidende trainingen in het kritisch denken en argumenteren te vinden. Twee trainingen springen wat mij betreft online eruit. Nu zijn ze wel Engelstalig maar ik hoop niet dat dit je tegenhoudt.

1. Coursera.org / Think again: how to reason and argue
Deze cursus wordt twee keer per jaar aangeboden via Coursera.org. Je kunt echter ook op een later moment je aanmelden en de video's bekijken. Met name de video's van Walter Sinnott-Armstrong zijn erg uitnodigend. Aanrader!


2. Wi-phi / Kahn Academy - Critical thinking
Deze cursus kent inhoudelijk veel overeenkomsten met de cursus van Coursera. De standaard-onderwerpen uit het kritisch denken / informele logica komen ook hier aan bod. Bij deze training word je niet door een docent door de stof gepraat hetgeen de cursus wat saaier maakt (en ja, dat is natuurlijk subjectief). Het doel van de training is:

The critical thinking section will teach you the skills to think clearly and independently. It will help you identify valid arguments, detect inconsistencies in reasoning, understanding logical connections between ideas, and construct and evaluate arguments. 

Hier de eerste video (maar klik hierboven op de link voor het totaaloverzicht).
 



Niet genoemd?
Minder aantrekkelijk qua vorm maar toch interessant voor de liefhebber:

Aanvullingen welkom!

De 10 argumenten voor / tegen grondrechten voor dieren

In dit artikel vind je een argumentatie-overzicht als antwoord op de vraag in hoeverre dieren ook grondrechten zouden moeten hebben. Je zou het kunnen zien als een concept-argumentatiekaart (dat je mogelijk kunt gebruiken voor een debat, moreel betoog of essay). Het is in concept en mogelijk nog niet volledig, dus aanvullende argumenten zijn altijd welkom.
 


Photo by Rob Schreckhise on Unsplash

Voordat je verder leest, wel een disclaimer. Zoals vaker op deze site geldt ook hier: een uiteindelijk oordeel of we dieren grondrechten moeten geven, zul je hieronder niet vinden. Het is puur een inventarisatie van argumenten met als doel te komen tot een betere afweging. Je zult hierbij merken dat sommige argumenten beter zijn, en sommige argumenten minder goed (en misschien zelfs drogredenen zijn?). Denk ook niet: waar het meeste argumenten van zijn, dat overtuigt het meest.

Aanleiding

Als startpunt van dit deel van het college gebruikte ik overigens het standpunt van Michael Kiok tegen een nieuwe wet in Duitsland die zoöfilie zou verbieden. Meer info vind je hier. Het wetsvoorstel – ook wel samengevat als een verbod op bestialiteit – werd uiteindelijk voor het constitutioneel hof in Duitsland gebracht (door twee anonieme aanhangers van de zoöfilie).

De vraag die de rechtbank in Karlsruhe moest beantwoorden was in hoeverre een wet die bestialiteit verbood tegen de grondrechten van mensen inging (met name vrijheid, in het bijzonder ‘the right to sexual self-determination’).

De rechters waren echter helder: de wet bleef geldig. Het dierenwelzijn woog zwaarder. Zie als een eerste bron over deze rechtszaak deze link.

Argumenten tegen (en de reactie hierop)

[RECHTEN]
T1. Dieren kunnen geen beroep doen op grondrechten / niet inroepen. 

Klopt, maar dat kunnen (ongeboren) kinderen ook niet en daarvan zeggen we wel dat ze grondrechten hebben.

Dat is wel zo, maar kinderen hebben wel het potentieel om dit op termijn te doen (als ze ouder worden). Het zijn mensen (in ontwikkeling).

Hoe zit het dan met kinderen die zich niet verder zullen ontwikkelen? Of mensen met een hersenletsel? Die hebben toch ook grondrechten?

De grondrechten die ze hebben, kun je gewoon baseren op dat ze lid zijn van het menselijke soort

T2. Met rechten komen plichten. Hieraan kunnen dieren niet voldoen. 

               Zie 1 voor de tegenargumentatie

[OORSPRONG VAN GRONDRECHTEN]
T3. Grondrechten vinden hun oorsprong – naast het mens-zijn (zie verder) – in dat ze nauw samenhangen met het democratisch ideaal. Zie de klassieke grondrechten die met name gaan over het ingrijpen van overheidshandelen. Dieren hebben geen actieve bijdrage aan de democratie.

Dat grondrechten hun oorsprong vinden in de democratie wil niet zeggen dat je ook moeten kunnen bijdragen aan de democratie om ze te kunnen hebben. Ook groepen van individuen en zelfs naties kunnen grondrechten hebben bijvoorbeeld. En waarom zouden dieren geen bescherming moeten krijgen tegen een machtige overheid?

T4. Grondrechten zijn mensenrechten. Ze zijn gebaseerd op het mens-zijn. Niet op dier-zijn.

Dit is natuurlijk een definitiekwestie. We kunnen ook stoppen met het woord mensenrechten te gebruiken of deze grondrechten enkel gebruiken voor de grondrechten die voor mensen van toepassing zijn (en niet voor dieren en /of groepen, et cetera). Zie vervolgens de voorargumenten 1 en 2.

[ALTERNATIEVEN]
T5. Ook zonder grondrechten kun je van mensen (juridisch) eisen dat ze op en goede manier met dieren omgaan. Zoals mensen ook goed moeten omgaan met dingen / zaken / goederen (hoe je het maar ook noemt).

Het is wat vreemd om dieren met dingen, zaken of goederen te vergelijken. Zie ook hieronder het voor-argument: mensen zijn in de kern misschien zelfs dieren of staan op z’n minst dichterbij dieren dan dieren bij zaken (als woningen, goederen, et cetera).

In dat geval kun je dieren ook zien als een derde groep (zoals ook nu in het burgerlijk wetboek reeds gebeurt. Dieren vormen een tussengroep. Mensen hebben grondrechten. (overige) Dieren en niet-levende zaken hebben op een andere manier rechten. Maar de laatste twee zijn niet gebaseerd op de grondrechten die ze zouden hebben.

Maar waar moet je deze rechten van dieren dan op baseren? De plicht om goed om te gaan met goederen kun je baseren bijvoorbeeld op het recht op eigendom (of andere grondrechten). Waar baseer je het recht om goed om te gaan met dieren dan op?

Die kun je bijvoorbeeld funderen op de pijn die ze kunnen lijden (en die van eigenaren). Dat ze echter pijn kunnen lijden, rechtvaardigt dat wij mensen goed met ze omgaan, niet om ze meteen grondrechten te geven. Zie eerder wat gezegd is bij ‘rechten’.

[DIER]
T6. Het is niet duidelijk wat je kunt verstaan onder dier? Moet je aan een spinnetje of een mier ook grondrechten geven? Of een bacterie? Of …

Waarom zou dit niet mogelijk moeten zijn? Nog even los van over welke grondrechten we spreken, verdienen alle dieren onze zorg (tegen ingrijpen tegen de overheid). Dit hoeft het idee van grondrechten aan dieren niet in de weg te staan. Ook een miertje verdient zorg.
Dat misschien bij bepaalde dieren het lastig is om te spreken over grondrechten rechtvaardigt nog niet om in ieder geval aan een aantal dieren grondrechten te geven. Het tegenargument is een hellend-vlak-drogreden.

T7. Als je kijkt naar onze grondrechten dan gaat het met name over vrijheid, privacy, niet gediscrimineerd worden. Dit gaat niet op voor dieren.

Je hoeft niet alle grondrechten die mensen hebben direct aan alle dieren te geven. De vrijheid te mogen leven en niet zonder reden gedood te worden, zou al een goed begin zijn.


Argumenten voor (en de reactie hierop)

[OORSPRONG VAN GRONDRECHTEN / DIER-ZIJN]
V1. We hebben grondrechten omdat we mens zijn: individuen die kunnen pijn lijden. Ook dieren lijden (sterker nog: we zijn ook dieren) en daarom verdienen deze ook bescherming. Treffend is de uitspraak van de filosoof Jeremy Bentham: “De vraag is niet: kunnen ze redeneren, noch kunnen ze praten, maar kunnen ze lijden?”

De mens verschilt van (andere) dieren doordat het niet enkel pijn kan lijden, maar ook een bewustzijn heeft. We hebben het vermogen om na te denken over hoe we met anderen om willen gaan en worden niet enkel gedreven door instincten. Hiermee zijn we anders dan dieren. 

                        Dit geldt toch niet voor alle mensen? 

Ja, maar zie tegenargumentatie hierboven. Het gaat om het lid zijn van het menselijke soort.

En hoe zit het dan met dieren die duidelijk ver zijn in hun ontwikkeling (denk aan varkens en andere mensapen). Het DNA / de hersenen van varkens lijken bijvoorbeeld op die van mensen. Andersom geldt ook: het gedrag van mensen is vaak veel dierlijker dan we doen voorkomen.

Om bescherming te bieden, hoef je ze geen grondrechten te geven. Zoals je een gebouw dat je beschermt ook geen grondrechten geeft. Zie verder tegenargument T5.

[MENS=DIER]
V2. Er is geen reden om verschil te maken tussen de verschillende diersoorten (waar wij één van zijn): er is geen goed argument voor speciësisme.

Je ziet in de praktijk genoeg voorbeelden waaruit blijkt dat mensen verschillen van andere dieren. Heb je ooit een dier een kerncentrale zien ontwikkelen?

Dat het nu zo is, rechtvaardigt nog niet dat we daarom dieren anders behandelen. Ook mensen behandelen we gelijk ongeacht hun specifieke kennis, vaardigheden, bijdrage aan de samenleving e.d.

De mens gebruikt en eet (van oudsher) dieren. Dit laat duidelijk zien dat de mens boven dieren staat. Dit zie je ook terug in veel geloven. Sterker, het kan hier niet zonder. 

Dat de mens dit doet, rechtvaardigt dit nog niet. Sterker nog: het is misschien juist een goede reden om ze grondrechten te geven. Dat de mens andere mensen vermoordt, rechtvaardigt moord ook niet. Zie ook volgend argument.

V3. Dat de mens dieren gebruikt en eet, hoeft geen reden zijn om ze geen grondrechten te geven. Het is juist een reden om dit wel te doen. Het uitgangspunt wordt dan het belang van het dier en afwijking (bijvoorbeeld dieren gebruiken of eten) wordt alleen mogelijk als dit bij wet is toegestaan. Dit erkent het belang van dierenwelzijn.

Zie eerder argument: voor bescherming van het dier heb je geen grondrechten nodig. Bescherming kan ook gewoon zonder grondrechten.


Aanvullingen? Welkom!

De 12 argumenten voor en tegen een Zwarte Piet

Moeten we afscheid nemen van Zwarte Piet? Dit is een terugkerende discussie in Nederland. In oktober komen de eerste pepernoten, maar hoor je ook weer de eerste geluiden die zeggen dat we wel/niet afscheid moeten nemen van Zwarte Piet. Misschien heb jij hier ook al reeds een mening over? Voor een beter doordachte mening doe je er echter toch goed aan je eerst af te vragen welke argumenten er zijn. In deze bijdrage vind je een overzicht van de meest gehoorde argumenten.
Argumenten Zwarte Piet discussie
Eerste versie: 10-10-2013
Laatste update: 29-10-2019 (met dank aan G.E)

Herkomst argumenten
Ik ben voor dit overzicht van de belangrijkste of meest gehoorde argumenten (dus voor en tegen het vasthouden aan Zwarte Piet in onze Sinterklaastraditie) begonnen met de argumenten die ik vaak hoor in de morele discussies die ik begeleid. Deze argumenten voor en tegen een Zwarte Piet heb ik vervolgens uitgebreid en gecontroleerd met argumenten die je op weblogs en in de media terug ziet komen.

Argumentatie-overzicht
Maar let op: ik geef hieronder dus enkel een overzicht van argumenten. Het is een eerste versie van een argumentatiestructuur. Argumenten voor en tegen heb ik hierbij bij elkaar gezet.

Dit zegt natuurlijk nog niets over of het goede argumenten zijn.

Zoals altijd geldt ook hier: sommige argumenten zijn misschien beter dan andere en het overzicht wil niet zeggen dat ik het goede argumenten vind.

Het is aan jou om de argumenten te onderzoeken (op waarheid van de feiten) en te beoordelen (op juistheid van de argumenten en vooronderstellingen). En natuurlijk het liefst van twee kanten, dus van alle argumenten voor en tegen het behouden van de traditie van Zwarte Piet (anders ben je aan het rationaliseren: argumenten zoeken voor een standpunt wat je al hebt; dat schiet natuurlijk niet op).

En voor de volledigheid: je leest hieronder meerdere argumenten die vaak samen iemand overtuigen van een bepaald standpunt (binnen de argumentatietheorie wordt dit ook wel nevenschikkende argumentatie genoemd).

Tot slot
Succes met het verder vormen van een beter oordeel over Zwarte Piet. Of beter: het wel of niet behouden van een Zwarte Piet in de Nederlandse Sinterklaastraditie. Op naar een meer overwogen discussie!




TEGEN ZWARTE PIET

1. Zwarte Piet is racistisch. 
Ze worden vaak als dom neergezet, hebben een accent (vaak Surinaams terwijl ze niet eens uit Suriname komen) en gedragen zich onderdanig aan de grote baas. Het staat symbool voor slavernij. De stereotypering is racistisch.

Tegenargument:
Dat ze vaak als dom worden neergezet is maar de vraag. De rol van Zwarte Piet is eerder positief. Kinderen willen altijd Zwarte Piet zijn; zelden Sinterklaas. Sterker, als je Sinterklaas wilde zijn als kind was je toch wat sneu. Zwarte Pieten zijn grappig, lenig, zijn acrobatisch en mogen ook nog eens pepernoten en cadeautjes weggeven. Dat Zwarte Pieten vaak vreemd spreken, is niet correct. Het zwart is het roet geworden.

Tegen-tegenargument (m.a.w. een argument dat weer tegen laatstgenoemde tegenargument is):
Dat de rol van Zwarte Piet positief is, is wel vergezocht. Sprake is van stereotypering (kroeshaar, dikke lippen, gouden oorringen). Daarnaast is ook duidelijk dat het uitvoerders zijn, dat het knechten zijn en dat ze dus moeten luisteren naar de blanke Sinterklaas. Kijk maar eens naar het Sinterklaasjournaal: als er iets misgaat (en dat is ieder jaar weer) dan zijn er twee mogelijkheden. Of (1) Sinterklaas is de schuldige, maar dat is dan omdat hij oud is of (2) een Zwarte Piet is de schuldige, maar dat is dan omdat hij wat dom is geweest. Ooit van een domme Sinterklaas gehoord?

Als het daarnaast een vriend is - en geen slaaf meer is - wat is dan het probleem om niet de kleur te veranderen? Of enkel een donkere veeg van het roet? Alsof Pieten sowieso nog door schoorstenen kruipen (welke schoorstenen)?

2. Met het Sinterklaasfeest zegt de Nederlander: ik ben beter.
Zie argument 1. Spreekt verder voor zich.

Tegenargument:
De Nederlander zegt dat niet. Wie is sowieso DE Nederlander waarover je spreekt? Ga eens naar een intocht en je zult zien dat ouders het leuk vinden om met hun kinderen daar te zijn. Geen enkele ouder - uitzonderingen natuurlijk daargelaten - zal het feest als een nationalistisch en de ander uitsluitend volksfeest beschouwen. Iedereen is welkom!

Tegen-tegenargument:
Waarom zie je dan zo weinig allochtonen bij een intocht? Waarom wordt dit feest dan minder gevierd onder allochtonen? Ontken niet dat het feest een nationalistisch karakter heeft dat gebaseerd is op uitsluiting. Mensen die in de media tegen een Zwarte Piet zijn, ontvangen trouwens allerlei racistische reacties.

3. De traditie zelf is - historisch gezien - racistisch. 
Als je kijkt naar de oorsprong van de traditie dan zie je duidelijk dat het feest is bedacht vanuit een racistisch motief. NRC: In een documentaire van vorig jaar van Bibi Fadlalla stelt historicus Frits Booy dat er wel een relatie is tussen Zwarte Piet en slavernij (zonder direct te zeggen dat Zwarte Piet een slaaf is van Sinterklaas). (klik hier). 

Tegenargument.
(1) In historische zin valt dit te bezien. Zie bijvoorbeeld het artikel van Arnold-Jan Scheer in de Volkskrant. (2) En als dit al zo zou zijn, dan moet je de vraag stellen of je deze geschiedenis altijd moet corrigeren. Als de huidige samenleving het Sinterklaasfeest niet meer met een racistische bril viert, waarom zou je het veranderen? (3) En stel je zou een nieuw feest bedenken waar kinderen in moeten geloven, dan zou je toch geen groene, blauwe, rode Pieten bedenken? Geen kind dat dit gelooft.

4. Het is eenvoudig aan te passen.
Wat is nu het bezwaar om groene, blauwe en rode Pieten te introduceren? 

Tegenargument:
Ten eerste zullen kinderen dan eerder doorhebben dat het niet echt is. Enige identificatie moet er wel zijn. En moet Sinterklaas dan ook altijd een kleur krijgen? Want anders kan nog steeds gesproken worden over de blanke machthebber. En mag geel ook niet om te voorkomen dat we Aziatische mensen kwetsen? Laten we het wel proberen realistisch te houden. Zie daarnaast wat gezegd is bij traditie: deze moet je koesteren.

Tegen-tegenargument:
Niets staat ons in de weg om gekleurde Pieten te nemen. Sinterklaas mag blank zijn maar ook gekleurd. Prima. Gele Pieten moet je voorkomen als hiermee Aziatische mensen zich gekwetst voelen. Iedere stereotypering is onwenselijk. Of wees dan consequent (ook Zwarte Pieten met een hoofddoekje naast Zwarte Pieten die een verstandelijke beperking hebben?)

5. In het buitenland vinden ze ons maar gek.
In het buitenland hebben veel mensen moeite met deze traditie. Vanuit het Amerikaanse perspectief is Zwarte Piet zelfs geen optie.

Tegenargument:
Argument ad populum: dat veel mensen in het buitenland moeite hebben met de traditie, maakt het nog geen slechte traditie. Laten we de discussie over Zwarte Piet voeren op grond van rationele argumenten.



VOOR ZWARTE PIET

1. Het is een traditie.
Spreekt voor zich.

Tegenargument:
Tradities zijn niet per definitie goede tradities. Sommige tradities hebben we gelukkig achter ons gelaten (het achterstellen van vrouwen, het slaan van kinderen in de opvoeding, het gebruik van slaven, etc). Het beroep op traditie nog een ander probleem: het filosofische is/ought-probleem. Dat iets het geval is, is niet per definitie een reden dat het ook zo zou moeten zijn.

Tegen-tegenargument:
Dat mag dan zo zijn maar tradities hebben wel een bepaalde meerwaarde voor een samenleving. Ze binden en geven samenhang. Het Sinterklaasfeest is een volksfeest dat Nederland (vrij) uniek maakt. Dit moet je koesteren.

2. Het is een kinderfeest.
Het Sinterklaasfeest is gericht op kinderen. Het is geen feest waar racistische mensen hun ideeën uitwisselen. 

Tegenargument:
Dus? Omdat het een kinderfeest moeten we het maar accepteren? Sterker, je moet het omdraaien: juist omdat het gericht is op kinderen moet je heel terughoudend zijn. Indirect maak je namelijk aan kinderen reeds duidelijk dat er een bepaald onderscheid is.

Tegen-tegenargument:
Deze relatie - dat kinderen die in aanraking komen met de traditie van Zwarte Piet later eerder racistisch zullen zijn - is totaal onbewezen.

3. Niemand wordt kwaad gedaan.
Al zou het ooit al met een racistisch motief bedacht zijn, dan nog wordt nu niemand kwaad gedaan. Donkere mensen worden zelf niet gediscrimineerd als je kijkt naar het feest. Sterker, donkere mensen kunnen en mogen Sinterklaas spelen net zoals blanke mensen Zwarte Piet kunnen en mogen spelen. Dat kinderen geen kwaad wordt gedaan is eerder reeds beschreven.

Tegenargument:
De discussie is er niet voor niets: er zijn mensen die aan Zwarte Piet aanstoot aan nemen. Miljoenen mensen ergeren zich hieraan.

Tegen-tegenargument:
Dit is niet nodig (zie andere argumenten: we zijn geen racisten en het heeft geen racistisch doel).

4. De mensen die Sinterklaas vieren, zijn geen racisten.
Mensen vieren een kinderfeest. Nergens zie de andere, meer bekende racistische uitingen (hakenkruizen, vlaggetjes, et cetera).

Tegenargument:
Of we niet racistisch zijn, is om te beginnen lastig vast te stellen. Het komt wel racistisch over (kroeshaar e.d., zie hierboven). Het is daarnaast ook wel een feest dat kenmerken heeft van uitsluiting, van ingroup/outgroupdenken. Vaak zie je bijvoorbeeld minder allochtone gezinnen bij een intocht. Ook vieren mensen met een allochtone herkomst minder vaak het feest. Indirect is wel sprake van racisme. Het is een feest waarbij blanke Nederlanders elkaar ontmoeten. Dit geeft ze een prettig gevoel. Maar hier liggen wel allerlei vooroordelen over allochtonen aan ten grondslag. Zullen mensen een Zwarte Piet met een hoofddoek waarderen? 

Tegen-tegenargument:
Dat niet iedereen het Sinterklaasfeest viert, staat los van Zwarte Piet. Je kunt de blanke Nederlander niet verwijten dat anderen het feest niet vieren. Sterker, de relatie die wordt verondersteld, dat allochtone mensen het feest niet vieren vanwege de racistische sfeer, is onbewezen. Het ligt ook niet voor de hand: dat mensen voorrang geven aan hun eigen tradities en feesten - meegenomen uit het land van herkomst of verbonden aan een eigen subcultuur - is logischer. Net zoals Nederlanders in het buitenland ook mogelijk Sinterklaas eerder zullen blijven vieren in plaats van Santa Claus.

5. De meerderheid van de Nederlanders wil een Zwarte Piet.
Zie onderzoek. Spreekt verder voor zich. Maar let op: dit is niet hetzelfde als dat de Nederlanders het Sinterklaasfeest willen behouden (Pietitie).

Tegenargument:
Dat de meerderheid het goed vindt, wil niet zeggen dat het daarom goed is (drogreden: argumentum ad populum). In het verleden hebben we genoeg andere zaken gezien die de meerderheid prima vond maar toch discutabel waren (extreme voorbeelden maar denk aan het Apartheidsregime in Zuid Afrika of de ideeën van Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog).

6. Het is enkel eigen belang.
De tegenstanders van een Zwarte Piet hoor je enkel omdat dit ten goede komt aan hunzelf. Het is eigen belang. Ze horen zichzelf graag praten, willen media-aandacht omdat ze landelijk bekend willen worden e.d.

Tegenargument:
Je stelt hier de motieven van de personen ter discussie. Dit wordt gezien als een drogreden (ad hominem circumstantial). Ook al zijn de motieven fout - wat valt te betwijfelen want hoe weet je dat ze het doen uit eigen belang - dan nog kunnen ze inhoudelijk een goed punt hebben. Je moet enkel kijken naar het inhoudelijke argument. Niet naar wie het zegt.

7. Zo kun je wel doorgaan met deze politieke correctheid.
Wie is het volgende slachtoffer van deze politieke correctheid? Sinterklaas omdat het een man en geen vrouw is? Moeten we het schaakspel aanpassen (wit begint altijd). Laten we toch stoppen hiermee.

Tegenargument:
Dit is een hellend-vlak-drogreden. Indien er andere zaken zijn die historisch achterhaald zijn omdat we de ideeën erachter verafschuwen, dan vraagt dat inderdaad om aanpassing. Dat heet morele groei. Dat lijkt me geen verkeerd principe (zie ook de hierboven beschreven andere argumenten die gaan over de waarde van tradities).

8. De oorsprong is minder rationeel dan we denken.
De tegenstanders kennen een afkeer die een startpunt vindt in een bepaalde behoefte. Vervolgens vormen ze argumenten om die behoefte te verantwoorden. Dit staat o.a. uitvoerig beschreven in Ons Feilbare Denken van Daniel Kahneman. Hij laat met veel experimenten zien, dat er (vaak) geen enkel verband is tussen de aangedragen argumenten en de gedachte / behoefte. Ergo: bezint eer ge begint aan een discussie!
 
Tegenargument:
Dat de afkeer tegen een bepaalde traditie haar bron vindt in een bepaalde behoefte, wil nog niet zeggen dat de argumenten die vervolgens worden aangedragen rationeel geen hout snijden. Dit zou een drogreden kunnen zijn (ad hominem circumstantial, zie hierboven).




Niet alles zal je hopelijk en waarschijnlijk overtuigen. Het is enkel een analyse van een discussie met als doel alle zwarte piet-argumenten helder te krijgen. Het is geen evaluatie van argumenten. Laat dus ook de (toevallig) hierboven gekozen volgorde van argumenten je niet beïnvloeden.

Aanvullingen, wijzigingen, welkom! Beargumenteerde waardering van de argumenten natuurlijk ook.