Twitter Facebook RSS Feed Email

Het innemen van een standpunt in de praktijk

Een belangrijk startpunt bij het bevragen van oordelen in de beroepspraktijk is het standpunt dat een ander inneemt. De eerste vraag die je dan ook ten aanzien van iemands oordeelsvorming moet stellen, is wat precies het standpunt is dat iemand inneemt. Het resultaat van oordeelsvorming is namelijk het standpunt dat iemand zich heeft gevormd.
 
Standpunt (uitleg en voorbeelden)

Het standpunt is in de praktijk de mening, opvatting of zienswijze die iemand ergens over heeft: iemand beweert dat iets het geval is of zou moeten zijn. In plaats van standpunt wordt in het dagelijks taalgebruik ook wel gesproken van de conclusie, oordeel, claim of beslissing waartoe iemand is gekomen. Een voorbeeld van een standpunt is: “Ik vind dat Jan M. de doodstraf had verdiend” maar ook “Ik vind dat Nederland de Euro moet behouden”.

Afhankelijk van wat iemand precies beweert - en het werkveld - zie je vervolgens verschillende soorten standpunten. Deze soorten zijn natuurlijk direct gerelateerd aan de verschillende soorten oordeelsvorming. De meest voorkomende zijn:

  • juridische standpunten (“er is sprake van wanprestatie in de zin van artikel 6:74 BW.”)
  • financiële standpunten (“je kunt beter versneld je hypotheek aflossen.”)
  • politieke standpunten (“Nederland moet een progressiever vreemdelingenbeleid gaan voeren.”)
  • morele standpunten (“Je had niet moeten liegen tegen je beste vriend.”)
  • standpunt om iets te verkopen (“Neem nu een abonnement op deze krant.”)
  • natuurwetenschappelijke standpunten (“De aarde heeft een geringe afplatting aan de polen.”)
  • medische standpunten ("Bij deze patiënt is sprake van een meervoudige breuk.")
  • et cetera.

Het onderkennen van het soort standpunt, is niet onbelangrijk. Het raakt namelijk direct de relevantie van argumenten. Ik kom hier later op terug maar hopelijk zie je reeds in dat voor een juridisch standpunt je andere redenen verwacht dan voor een natuurwetenschappelijk standpunt. Dat de aarde een geringe afplatting heeft aan de polen is niet zo omdat dit in een wetboek staat.


De eerste kritische vraag:
Wat is precies het standpunt dat de ander inneemt?


Nu hopelijk duidelijk is wat in de praktijk onder een standpunt wordt verstaan, is het tijd voor een verdere verdieping. Om precies helder te krijgen wat het standpunt van een ander is - of deze eerst hierop te bevragen - is dit niet onbelangrijk. Hierover lees je hier meer.