Twitter Facebook RSS Feed Email
Posts tonen met het label Vaag begrip. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vaag begrip. Alle posts tonen

Analyse Stemwijzer op vage begrippen





Eén van de belangrijke deelvaardigheden bij het hebben van een kritische houding is het onderkennen van vage begrippen. Mijn advies aan mijn studenten is om eerst vage begrippen helder te krijgen voordat je een standpunt inneemt. Hoe kun je namelijk nu voor of tegen zijn als je niet precies weet waarover je het hebt? Hoe lastig dat is, blijkt wel weer uit de Stemwijzer. 







Bij deze een snelle analyse van de Stemwijzer op vage begrippen. Stellingen die op het eerste oog voldoen heb ik niet genoemd (maar aanvullingen zijn welkom!):

Stelling 1 Het tekort op de begroting mag in 2013 niet meer dan 3% bedragen.
De stelling kent geen vage begrippen maar bij deze stelling - en meer vragen kennen dit probleem - was het mij niet direct duidelijk wat met de optie "geen van beide" nu wordt bedoeld. De stelling is "Het tekort op de begroting mag in 2013 niet meer dan 3% bedragen.". Wat betekent het nu als je nu kiest "geen van beide"? Dit impliceert een derde optie maar wat zou dit nu kunnen inhouden?

Stelling 3 Alle coffeeshops in Nederland moeten dicht.
Geen vage begrippen al wordt waarschijnlijk met de stelling bedoeld: "Er mogen geen winkels zijn die softdrugs verkopen."

Stelling 4 Er moeten minimumstraffen komen. Rechters hebben dan minder vrijheid in het opleggen van straffen.
Geen vage begrippen. Maar de hoogte van de minimumstraffen kan wel beantwoording van de vraag beïnvloeden.

Stelling 6 De regering moet de reiskostenvergoeding gaan belasten, ook voor openbaar vervoer.
Geen vage begrippen al is het wel onduidelijk wat nu 'belasten' precies inhoudt: 1 procent, 3 procent, 100 procent? Het kan beantwoording van de vraag beïnvloeden. Zie voor een gelijk probleem stelling 8 en 20. Ook stelling 4 kent eigenlijk hetzelfde soort probleem.

Stelling 7 Er moet Europees toezicht op banken komen.
Een lastige stelling. Wat wordt bedoeld met toezicht? Is dit naast Nederlands toezicht of ter vervanging van? Dit zal voor veel kiezers relevant zijn. 

Stelling 8 De hoogte van de kinderbijslag moet afhangen van het inkomen.
Wat wordt precies bedoeld met de hoogte? Welke verhouding wordt gehanteerd?

Stelling 9 De periode dat iemand een WW-uitkering krijgt moet veel korter worden, maar het bedrag moet de eerste maanden wel omhoog.
Geen beste vraag. Wat is namelijk veel korter? Wat betekent het bedrag moet omhoog?

Stelling 11 Het moet voor werkgevers gemakkelijker worden om werknemers te ontslaan.
Lastig: wat wordt bedoeld met gemakkelijker? Is een tweet voldoende?

Stelling 13 Het publieke bestel van radio en tv met omroepverenigingen moet blijven bestaan.
Een stelling waarvan het lastig kan zijn om de gedachte achter de stelling te begrijpen. Indien je voor een publiek bestel bent maar twijfelt aan de omroepverenigingen zul je deze vraag met oneens beantwoorden. Maar is dit ook de bedoeling?

Stelling 14 Het auteursrecht op internet moet streng worden gehandhaafd.
Wat is streng?

Stelling 15 Migranten mogen na aankomst in Nederland voorlopig geen bijstandsuitkering krijgen.
Wat is voorlopig? En weten we wat de (juridische) definitie is van een migrant?

Stelling 16 De regering moet flink bezuinigen op de aanleg van nieuwe wegen.
Flink bezuinigen? Wat is flink?

Stelling 17 De bouw van nieuwe moskeeën moet stoppen.
De stelling is waarschijnlijk anders bedoeld. De bouw moet niet stoppen (dit impliceert reeds dat er gebouwd wordt) maar bedoeld wordt waarschijnlijk "Er mogen geen nieuwe moskeeën meer komen."

Stelling 20 Verhuurders van woningen moeten zelf kunnen bepalen hoeveel huur ze vragen.
Er zitten geen vage begrippen in de stelling. Wel verwacht ik dat veel mensen vinden dat de overheid een grens moet stellen. Met andere woorden: vrij maar onder voorwaarden. Dit maakt de vraag - gelijk aan stellingen 4, 6 en 8 mogelijk wat lastig te beantwoorden.

Stelling 21 De belasting op vlees moet flink omhoog.
De belasting moet flink omhoog. Flink?

Stelling 22 In de Randstad moeten meer woningen komen, eventueel ook in groene gebieden.
Meer woningen? Eén woning voldoet in beginsel maar dit zal vast niet de bedoeling zijn. En wat wordt bedoeld met eventueel? Welke voorwaarden worden dan gesteld? En wat zijn precies de groene gebieden?

Stelling 23 Er mogen meer megastallen komen als zij voldoen aan eisen op het gebied van volksgezondheid, dierenwelzijn en milieu.
De eisen op het gebied van volksgezondheid, dierenwelzijn en milieu? Welke eisen zijn dit precies? En wat is eigenlijk precies een megastal? En hoeveel meer precies? 

Stelling 24 Er moet meer concurrentie tussen zorginstellingen (marktwerking) komen.
Wat is precies meer concurrentie? Deze vraag was voor mij lastig te beantwoorden. Concurrentie in...?

Stelling 29 De regering moet veel minder geld uitgeven voor hulp aan arme landen.
Veel minder geld uitgeven? Wat is veel minder? En wat zijn precies de arme landen?

Stelling 30 Nederland moet streven naar een Europese regering, die door het Europees Parlement wordt benoemd en ontslagen.
Streven? Het is niet meteen duidelijk wat met dit woord wordt bedoeld al vermoed ik dat veel mensen wel de essentie van deze vraag zullen begrijpen. 

Conclusie
De algemene aard van de Stemwijzer maakt dat veel stellingen nog te vaag van aard zijn. Daarnaast doen een aantal stellingen voorkomen of de discussie een principiële discussie is (ben je voor of tegen) terwijl in de praktijk misschien voor veel mensen het genuanceerder ligt (bijvoorbeeld: "ik ben wel voor maar enkel onder deze voorwaarden en anders ben ik tegen"). 

Aanvullingen, wijzigingen: welkom! 


De gemiste vraag aan Marcel Wintels (CDA): wanneer is een politiek standpunt fundamenteel?

Via een argumentatiecursus die gegeven wordt aan de Indiana Universiteit (VS) (h/t professor John Lucaites) kwam ik terecht op een aantal inspirerende Amerikaanse waakhond-websites, namelijk FactCheck.org (te vergelijken met NRC Next Checkt), The Media Research Center en Nieman Watchdog. Doel van deze websites is om het publieke debat in algemene zin zo zuiver mogelijk te houden. Of ze hierin slagen heb ik verder niet uitgezocht, maar conceptueel sprak me hun insteek aan. Met name de benadering van laatstgenoemde - en hun streven naar het stellen van vragen waarvan zij vinden dat deze door de journalistiek eigenlijk gevraagd had moeten worden.- is interessant. Kritisch denken begint immers bij het stellen van de juiste vragen.

Ik moest direct denken aan een interview met kandidaat-lijsttrekker van het CDA Marcel Wintels dat ik onder ogen kreeg. In een interview in HP/De Tijd afgelopen week stelde hij dat het nieuwe / hervonden standpunt van Liesbeth Spies inzake het boerkaverbod van Spies geen goede zaak was voor de politiek en de geloofwaardigheid van het CDA en daarom beter kon opstappen.

De ad-hominem "U draait en bent oneerlijk"?
Nu lijkt het interview met Wintels één grote persoonlijke aanval (de ad-hominem). Neem alleen de titel al: Aan Spies en Buma kleeft het draaien en keren. Nu moeten we dit Wintels misschien niet eens verwijten. We gaan dit namelijk sowieso de komende maanden nog veel zien: politici die elkaar beschuldigen van gedraai. En de inhoud dus laten voor wat het is. Sinds Balkenende's U draait en bent oneerlijk (over Bos, juli 2008) is het een terugkerende manier om een tegenstander zwart neer te zetten in de hoop hiermee de ethos van de ander - zoals deze wordt gepercipieerd door de burger - te verzwakken.

Ook de benadering van Wintels lijkt op een ad-hominem. Immers, een politicus aanvallen op een standpunt dat zij heeft ingenomen als deelnemer van een regering lijkt te getuigen van een persoonlijke aanval. Wintels kan weten dat Spuis als minister iemand anders is als Spuis als CDA-aanhanger. De rollen verschillen. Gelijk iedere politicus weet dat regeren tevens het inleveren van idealen met zich mee brengt (terzijde, maar dat gaan we ook veel zien: politici die het inleveren van hun eigen visie onderkennen maar ons ervan willen overtuigen dat ze hierdoor wel verantwoordelijkheid hebben genomen).

Geen persoonlijke aanval?
De nuancering van Wintels is echter dat het voor hem het niet om het draaien zelf gaat maar om het draaien bij fundamentele zaken. Dit lijkt een redelijke visie:
Een politieke partij mag altijd punten van het partijprogramma inleveren indien er onderhandeld wordt voor regeringsdeelname. Uitgezonderd hiervan zijn echter de fundamentele zaken. Indien fundamentele zaken weg worden gegeven, gaat de vertegenwoordiger van de partij een brug te ver en mag hem/haar gedraai worden verweten.
Dus klaarblijkelijk gaat de discussie over wat fundamenteel is. Voor Winkels lijkt een nee tegen het boerka-verbod hiermee (impliciet) een fundamenteel, hoog te houden standpunt van het CDA. Voor Spies mogelijk niet.

De vraag die ik - dit wetende - graag door HP/De Tijd gesteld had zien worden aan Winkels is dan ook:
Welke onderwerpen beschouwt u zelf - naast een nee-tegen-het-boerka-verbod - als fundamenteel voor uw partij; wat sluit iedere regeringsdeelname per definitie uit?
Sterker: aan alle partijen zou deze vraag gesteld mogen worden. Hieraan vooraf gaat de kritische vraag wat een standpunt nu fundamenteel maakt. Het is een (te) vaag begrip. Een antwoord hierop voorkomt hopelijk toekomstige argumentum-ad-hominems. Dit gaat trouwens verder dan enkel het geven van standpunten.


• CDA-kandidaat: ‘Aan Spies en Buma kleeft het draaien en keren’, HP/De Tijd, 02-05-2012