Twitter Facebook RSS Feed Email

De invloed van onze behoeften, interesses en angsten op onze oordeelsvorming

Een andere voor een beroepsbeoefenaar onwenselijke cognitieve valkuil is de menselijke neiging om ons in onze kennisverwerving, -verwerking en -uiting te laten beïnvloeden door onze behoeften, interesses en/of onze angsten. Deze neiging is sterk gerelateerd aan onze neiging tot tunnelvisie: de neiging ons te laten beïnvloeden door overtuigingen n.a.v. eerdere ervaringen, eerdere beslissingen, levensopvattingen en/of professionele idealen. Je ziet hier hetzelfde mechanisme aan het werk: we laten ons in onze oordeelsvorming onbewust door iets leiden.

De onbewuste beïnvloeding door onze behoeften, interesses en angsten heeft echter wel een ander karakter. Bij deze cognitieve valkuil gaat het om een gerichtheid die minder te maken heeft met bepaalde overtuigingen maar eerder te relateren is aan hoe we zijn als mens: naast iemand met overtuigingen ook wezens met fysiologische, soms korte-termijn / onmiddelijke behoeften, interesses en angsten. Deze behoeften, interesses en angsten sturen onze gerichtheid. Of als je de houdbaarheid van kennis van de ander bevraagt: kan de ander onbewust beïnvloed hebben.
 
Voorbeeld 1
Misschien herken je het wel: als je een nieuwe telefoon wilt kopen dan ben je ineens veel gerichter op de telefoontjes die anderen hebben. Als je een bepaald model auto wilt kopen, zie je het model vaker rijden. Je gaat er (on)bewust meer op letten.
 
Voorbeeld 2
Bij overvallen weten slachtoffers zich vaak niet te herinneren hoe de dader eruit zag. Dit lijkt merkwaardig maar valt te verklaren. Het slachtoffer is meer gericht op het wapen dat gebruikt wordt. Het slachtoffer heeft namelijk een direct belang hieraan te ontkomen en te overleven [1]. Als een slachtoffer aangeeft de dader niet meer te herinneren, mag je dus niet concluderen dat het slachtoffer dan waarschijnlijk niet aanwezig was. Net zoals maar weinig mensen zich het kenteken kunnen herinneren van de auto waarmee ze (bijna) een aanrijding hadden.

Voorbeeld 3
Mensen die een grote angst hebben voor spinnen, reptielen e.d. merken deze dieren eerder op dan mensen die deze angsten niet hebben [2]. In de zorg zullen artsen of verpleegkundigen die een interesse hebben voor een bepaalde ziekte of kwetsuur deze ook eerder signaleren. Helemaal nu deze interesse vaak samengaat met extra kennis hierin.

__________

[1]
Loftus, E.F. en G.R. Loftus en J. Messo, Some facts about “weapon focus, in: Law and Human Behavior, 1987, Vol. 11 (1), bladzijde 55 e.v. en Kassin, S.M., V.A. Tubb, e.a., On the "General Acceptance" of Eyewitness Testimony Research: A New Survey of the Experts, in: American Psychologist, 2001, Vol. 56 (5), bladzijde 405 e.v.

[2]
Mogg, K. en Bradley, B.P., A cognitive-motivational analysis of anxiety, in: Behaviour Research and Therapy, 1998, Vol. 36, bladzijde 809 e.v.