Twitter Facebook RSS Feed Email

Gebrekkige oordeelsvorming: epistemische blindheid, stomheid, doofheid.

Een andere manier om de mogelijke onkunde in het hanteren van kennis te benaderen, wordt aangereikt door Muel Kaptein [1]. In onze morele oordeelsvorming, zo stelt hij, kunnen we drie tekortkomingen herkennen: we kunnen moreel blind, moreel stom als moreel doof zijn. Kaptein richt zich dus specifiek op de feilbaarheid van onze morele oordeelsvorming. Zijn rubricering is echter ook geschikt om de menselijke tekortkomingen in het gebruik van kennis in het algemeen te duiden. Ik zo'n geval kun je spreken van epistemische - op kennis gerichte - blindheid, stomheid en doofheid.

De ideeën van Kaptein in gedachten kunnen onze professionele oordelen op drie manieren tekortschieten. Ze kunnen onvolledig, en dus niet goed, zijn, omdat we:
 
1. niet inzien – blind zijn voor – wat er precies speelt in een casus. Om te beginnen is hier sprake van als iemand niet alle ins en outs van een situatie kent maar toch een oordeel velt. Sprake is van een kennistekort. Indien dat het geval is, kun je al niet van een juist oordeel spreken. Hiervan is ook sprake als iemand niet inziet dat hij niet deugdelijk argumenteert. Daarnaast kan meer in het bijzonder vergeten worden dat iedere handelingssituatie ook een morele kant kent. Iedere keuze die je maakt zegt namelijk ook iets over wat jij goed (samen) leven vindt. Hiervoor kunnen we ook blind zijn [2]. Ten derde kun je spreken van een bepaalde vorm van morele blindheid als je het lastig vindt om in te leven in de situatie van de ander. Pas als je iets zelf ervaart, zul je soms merken dat je oorspronkelijke houding of mening tekortschiet. Zo worden veel mensen pas donor – en ontwikkelen een duidelijke mening hierover – als iemand in zijn of haar omgeving een donororgaan nodig heeft.
 
2. niet durven te uiten wat we vinden. Veel mensen vinden het lastig om het eigen (morele) oordeel dat ze hebben uit te dragen. Vaak vinden ze het zelfs al lastig om twijfel uit te spreken. Met name in groepen voelen veel mensen zich onzeker en volgen ze de groepsmening. Sprake is dan van een vorm van stomheid. Met name bij aanwijsbaar immoreel handelen zie je vaak dat mensen in de omgeving wel het onethische hadden geconstateerd maar niet hier iets van durfden te zeggen. Bang dat ze zijn voor baanverlies of gezichtsverlies of ...
 
3. niet willen horen wat anderen zeggen (doofheid). Onderzoek laat zien dat mensen het lastig vinden om hun oordeel bij te stellen zelf als anderen met goede, afwijkende argumenten komen. Ze staan niet op een juiste manier open voor de ander. Met name in een hiërarchische context – neem een ervaren sporter die de mening van een beginnend topsporter aanhoort – zie je dat mensen geneigd zijn om zich af te sluiten voor kritiek. Andersom kan trouwens ook: dat mensen juist te makkelijk luisteren naar wat anderen zeggen.

Deze op kennis gerichte blindheid, stomheid of doofheid kan zich op verschillende manieren manifesteren. Bijvoorbeeld dat we ten onrechte rationaliseren. Hiervan is sprake als een beroepsbeoefenaar al onbewust een oordeel heeft gevormd en vervolgens alle argumenten zo uit gaat leggen dat deze altijd het oordeel bevestigen. 

Maar rationaliseren is niet de enige tekortkoming. Welke menselijke tekortkomingen in de omgang met kennis er concreet nog meer zijn zal ik in een volgende serie bijdragen uitwerken.




[1]
Deze indeling in (morele) doofheid, stomheid en blindheid is terug te vinden in Kaptein, M., Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen - 52 bespiegelingen over ethiek op het werk, (bespreking hier) Business Contact (2011). Een verkorte, Engelstalige versie is vrij te downloaden.

[2]
Als eerder is verwoord, ziet Kaptein met name op deze kant van oordeelsvorming, dus of er iets moreels op het spel staat.  Voor een verdere uitleg en duiding van het begrip zie Pallazo, G., F. Krings en U. Hoffrage, Ethical blindness, in: Journal of Business Ethics, februari 2013, bladzijde 323.