Twitter Facebook RSS Feed Email
Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen

De 12 argumenten voor en tegen een Zwarte Piet

Moeten we afscheid nemen van Zwarte Piet? Dit is een terugkerende discussie in Nederland. In oktober komen de eerste pepernoten, maar hoor je ook weer de eerste geluiden die zeggen dat we wel/niet afscheid moeten nemen van Zwarte Piet. Misschien heb jij hier ook al reeds een mening over? Voor een beter doordachte mening doe je er echter toch goed aan je eerst af te vragen welke argumenten er zijn. In deze bijdrage vind je een overzicht van de meest gehoorde argumenten.
Argumenten Zwarte Piet discussie
Eerste versie: 10-10-2013
Laatste update: 29-10-2019 (met dank aan G.E)

Herkomst argumenten
Ik ben voor dit overzicht van de belangrijkste of meest gehoorde argumenten (dus voor en tegen het vasthouden aan Zwarte Piet in onze Sinterklaastraditie) begonnen met de argumenten die ik vaak hoor in de morele discussies die ik begeleid. Deze argumenten voor en tegen een Zwarte Piet heb ik vervolgens uitgebreid en gecontroleerd met argumenten die je op weblogs en in de media terug ziet komen.

Argumentatie-overzicht
Maar let op: ik geef hieronder dus enkel een overzicht van argumenten. Het is een eerste versie van een argumentatiestructuur. Argumenten voor en tegen heb ik hierbij bij elkaar gezet.

Dit zegt natuurlijk nog niets over of het goede argumenten zijn.

Zoals altijd geldt ook hier: sommige argumenten zijn misschien beter dan andere en het overzicht wil niet zeggen dat ik het goede argumenten vind.

Het is aan jou om de argumenten te onderzoeken (op waarheid van de feiten) en te beoordelen (op juistheid van de argumenten en vooronderstellingen). En natuurlijk het liefst van twee kanten, dus van alle argumenten voor en tegen het behouden van de traditie van Zwarte Piet (anders ben je aan het rationaliseren: argumenten zoeken voor een standpunt wat je al hebt; dat schiet natuurlijk niet op).

En voor de volledigheid: je leest hieronder meerdere argumenten die vaak samen iemand overtuigen van een bepaald standpunt (binnen de argumentatietheorie wordt dit ook wel nevenschikkende argumentatie genoemd).

Tot slot
Succes met het verder vormen van een beter oordeel over Zwarte Piet. Of beter: het wel of niet behouden van een Zwarte Piet in de Nederlandse Sinterklaastraditie. Op naar een meer overwogen discussie!




TEGEN ZWARTE PIET

1. Zwarte Piet is racistisch. 
Ze worden vaak als dom neergezet, hebben een accent (vaak Surinaams terwijl ze niet eens uit Suriname komen) en gedragen zich onderdanig aan de grote baas. Het staat symbool voor slavernij. De stereotypering is racistisch.

Tegenargument:
Dat ze vaak als dom worden neergezet is maar de vraag. De rol van Zwarte Piet is eerder positief. Kinderen willen altijd Zwarte Piet zijn; zelden Sinterklaas. Sterker, als je Sinterklaas wilde zijn als kind was je toch wat sneu. Zwarte Pieten zijn grappig, lenig, zijn acrobatisch en mogen ook nog eens pepernoten en cadeautjes weggeven. Dat Zwarte Pieten vaak vreemd spreken, is niet correct. Het zwart is het roet geworden.

Tegen-tegenargument (m.a.w. een argument dat weer tegen laatstgenoemde tegenargument is):
Dat de rol van Zwarte Piet positief is, is wel vergezocht. Sprake is van stereotypering (kroeshaar, dikke lippen, gouden oorringen). Daarnaast is ook duidelijk dat het uitvoerders zijn, dat het knechten zijn en dat ze dus moeten luisteren naar de blanke Sinterklaas. Kijk maar eens naar het Sinterklaasjournaal: als er iets misgaat (en dat is ieder jaar weer) dan zijn er twee mogelijkheden. Of (1) Sinterklaas is de schuldige, maar dat is dan omdat hij oud is of (2) een Zwarte Piet is de schuldige, maar dat is dan omdat hij wat dom is geweest. Ooit van een domme Sinterklaas gehoord?

Als het daarnaast een vriend is - en geen slaaf meer is - wat is dan het probleem om niet de kleur te veranderen? Of enkel een donkere veeg van het roet? Alsof Pieten sowieso nog door schoorstenen kruipen (welke schoorstenen)?

2. Met het Sinterklaasfeest zegt de Nederlander: ik ben beter.
Zie argument 1. Spreekt verder voor zich.

Tegenargument:
De Nederlander zegt dat niet. Wie is sowieso DE Nederlander waarover je spreekt? Ga eens naar een intocht en je zult zien dat ouders het leuk vinden om met hun kinderen daar te zijn. Geen enkele ouder - uitzonderingen natuurlijk daargelaten - zal het feest als een nationalistisch en de ander uitsluitend volksfeest beschouwen. Iedereen is welkom!

Tegen-tegenargument:
Waarom zie je dan zo weinig allochtonen bij een intocht? Waarom wordt dit feest dan minder gevierd onder allochtonen? Ontken niet dat het feest een nationalistisch karakter heeft dat gebaseerd is op uitsluiting. Mensen die in de media tegen een Zwarte Piet zijn, ontvangen trouwens allerlei racistische reacties.

3. De traditie zelf is - historisch gezien - racistisch. 
Als je kijkt naar de oorsprong van de traditie dan zie je duidelijk dat het feest is bedacht vanuit een racistisch motief. NRC: In een documentaire van vorig jaar van Bibi Fadlalla stelt historicus Frits Booy dat er wel een relatie is tussen Zwarte Piet en slavernij (zonder direct te zeggen dat Zwarte Piet een slaaf is van Sinterklaas). (klik hier). 

Tegenargument.
(1) In historische zin valt dit te bezien. Zie bijvoorbeeld het artikel van Arnold-Jan Scheer in de Volkskrant. (2) En als dit al zo zou zijn, dan moet je de vraag stellen of je deze geschiedenis altijd moet corrigeren. Als de huidige samenleving het Sinterklaasfeest niet meer met een racistische bril viert, waarom zou je het veranderen? (3) En stel je zou een nieuw feest bedenken waar kinderen in moeten geloven, dan zou je toch geen groene, blauwe, rode Pieten bedenken? Geen kind dat dit gelooft.

4. Het is eenvoudig aan te passen.
Wat is nu het bezwaar om groene, blauwe en rode Pieten te introduceren? 

Tegenargument:
Ten eerste zullen kinderen dan eerder doorhebben dat het niet echt is. Enige identificatie moet er wel zijn. En moet Sinterklaas dan ook altijd een kleur krijgen? Want anders kan nog steeds gesproken worden over de blanke machthebber. En mag geel ook niet om te voorkomen dat we Aziatische mensen kwetsen? Laten we het wel proberen realistisch te houden. Zie daarnaast wat gezegd is bij traditie: deze moet je koesteren.

Tegen-tegenargument:
Niets staat ons in de weg om gekleurde Pieten te nemen. Sinterklaas mag blank zijn maar ook gekleurd. Prima. Gele Pieten moet je voorkomen als hiermee Aziatische mensen zich gekwetst voelen. Iedere stereotypering is onwenselijk. Of wees dan consequent (ook Zwarte Pieten met een hoofddoekje naast Zwarte Pieten die een verstandelijke beperking hebben?)

5. In het buitenland vinden ze ons maar gek.
In het buitenland hebben veel mensen moeite met deze traditie. Vanuit het Amerikaanse perspectief is Zwarte Piet zelfs geen optie.

Tegenargument:
Argument ad populum: dat veel mensen in het buitenland moeite hebben met de traditie, maakt het nog geen slechte traditie. Laten we de discussie over Zwarte Piet voeren op grond van rationele argumenten.



VOOR ZWARTE PIET

1. Het is een traditie.
Spreekt voor zich.

Tegenargument:
Tradities zijn niet per definitie goede tradities. Sommige tradities hebben we gelukkig achter ons gelaten (het achterstellen van vrouwen, het slaan van kinderen in de opvoeding, het gebruik van slaven, etc). Het beroep op traditie nog een ander probleem: het filosofische is/ought-probleem. Dat iets het geval is, is niet per definitie een reden dat het ook zo zou moeten zijn.

Tegen-tegenargument:
Dat mag dan zo zijn maar tradities hebben wel een bepaalde meerwaarde voor een samenleving. Ze binden en geven samenhang. Het Sinterklaasfeest is een volksfeest dat Nederland (vrij) uniek maakt. Dit moet je koesteren.

2. Het is een kinderfeest.
Het Sinterklaasfeest is gericht op kinderen. Het is geen feest waar racistische mensen hun ideeën uitwisselen. 

Tegenargument:
Dus? Omdat het een kinderfeest moeten we het maar accepteren? Sterker, je moet het omdraaien: juist omdat het gericht is op kinderen moet je heel terughoudend zijn. Indirect maak je namelijk aan kinderen reeds duidelijk dat er een bepaald onderscheid is.

Tegen-tegenargument:
Deze relatie - dat kinderen die in aanraking komen met de traditie van Zwarte Piet later eerder racistisch zullen zijn - is totaal onbewezen.

3. Niemand wordt kwaad gedaan.
Al zou het ooit al met een racistisch motief bedacht zijn, dan nog wordt nu niemand kwaad gedaan. Donkere mensen worden zelf niet gediscrimineerd als je kijkt naar het feest. Sterker, donkere mensen kunnen en mogen Sinterklaas spelen net zoals blanke mensen Zwarte Piet kunnen en mogen spelen. Dat kinderen geen kwaad wordt gedaan is eerder reeds beschreven.

Tegenargument:
De discussie is er niet voor niets: er zijn mensen die aan Zwarte Piet aanstoot aan nemen. Miljoenen mensen ergeren zich hieraan.

Tegen-tegenargument:
Dit is niet nodig (zie andere argumenten: we zijn geen racisten en het heeft geen racistisch doel).

4. De mensen die Sinterklaas vieren, zijn geen racisten.
Mensen vieren een kinderfeest. Nergens zie de andere, meer bekende racistische uitingen (hakenkruizen, vlaggetjes, et cetera).

Tegenargument:
Of we niet racistisch zijn, is om te beginnen lastig vast te stellen. Het komt wel racistisch over (kroeshaar e.d., zie hierboven). Het is daarnaast ook wel een feest dat kenmerken heeft van uitsluiting, van ingroup/outgroupdenken. Vaak zie je bijvoorbeeld minder allochtone gezinnen bij een intocht. Ook vieren mensen met een allochtone herkomst minder vaak het feest. Indirect is wel sprake van racisme. Het is een feest waarbij blanke Nederlanders elkaar ontmoeten. Dit geeft ze een prettig gevoel. Maar hier liggen wel allerlei vooroordelen over allochtonen aan ten grondslag. Zullen mensen een Zwarte Piet met een hoofddoek waarderen? 

Tegen-tegenargument:
Dat niet iedereen het Sinterklaasfeest viert, staat los van Zwarte Piet. Je kunt de blanke Nederlander niet verwijten dat anderen het feest niet vieren. Sterker, de relatie die wordt verondersteld, dat allochtone mensen het feest niet vieren vanwege de racistische sfeer, is onbewezen. Het ligt ook niet voor de hand: dat mensen voorrang geven aan hun eigen tradities en feesten - meegenomen uit het land van herkomst of verbonden aan een eigen subcultuur - is logischer. Net zoals Nederlanders in het buitenland ook mogelijk Sinterklaas eerder zullen blijven vieren in plaats van Santa Claus.

5. De meerderheid van de Nederlanders wil een Zwarte Piet.
Zie onderzoek. Spreekt verder voor zich. Maar let op: dit is niet hetzelfde als dat de Nederlanders het Sinterklaasfeest willen behouden (Pietitie).

Tegenargument:
Dat de meerderheid het goed vindt, wil niet zeggen dat het daarom goed is (drogreden: argumentum ad populum). In het verleden hebben we genoeg andere zaken gezien die de meerderheid prima vond maar toch discutabel waren (extreme voorbeelden maar denk aan het Apartheidsregime in Zuid Afrika of de ideeën van Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog).

6. Het is enkel eigen belang.
De tegenstanders van een Zwarte Piet hoor je enkel omdat dit ten goede komt aan hunzelf. Het is eigen belang. Ze horen zichzelf graag praten, willen media-aandacht omdat ze landelijk bekend willen worden e.d.

Tegenargument:
Je stelt hier de motieven van de personen ter discussie. Dit wordt gezien als een drogreden (ad hominem circumstantial). Ook al zijn de motieven fout - wat valt te betwijfelen want hoe weet je dat ze het doen uit eigen belang - dan nog kunnen ze inhoudelijk een goed punt hebben. Je moet enkel kijken naar het inhoudelijke argument. Niet naar wie het zegt.

7. Zo kun je wel doorgaan met deze politieke correctheid.
Wie is het volgende slachtoffer van deze politieke correctheid? Sinterklaas omdat het een man en geen vrouw is? Moeten we het schaakspel aanpassen (wit begint altijd). Laten we toch stoppen hiermee.

Tegenargument:
Dit is een hellend-vlak-drogreden. Indien er andere zaken zijn die historisch achterhaald zijn omdat we de ideeën erachter verafschuwen, dan vraagt dat inderdaad om aanpassing. Dat heet morele groei. Dat lijkt me geen verkeerd principe (zie ook de hierboven beschreven andere argumenten die gaan over de waarde van tradities).

8. De oorsprong is minder rationeel dan we denken.
De tegenstanders kennen een afkeer die een startpunt vindt in een bepaalde behoefte. Vervolgens vormen ze argumenten om die behoefte te verantwoorden. Dit staat o.a. uitvoerig beschreven in Ons Feilbare Denken van Daniel Kahneman. Hij laat met veel experimenten zien, dat er (vaak) geen enkel verband is tussen de aangedragen argumenten en de gedachte / behoefte. Ergo: bezint eer ge begint aan een discussie!
 
Tegenargument:
Dat de afkeer tegen een bepaalde traditie haar bron vindt in een bepaalde behoefte, wil nog niet zeggen dat de argumenten die vervolgens worden aangedragen rationeel geen hout snijden. Dit zou een drogreden kunnen zijn (ad hominem circumstantial, zie hierboven).




Niet alles zal je hopelijk en waarschijnlijk overtuigen. Het is enkel een analyse van een discussie met als doel alle zwarte piet-argumenten helder te krijgen. Het is geen evaluatie van argumenten. Laat dus ook de (toevallig) hierboven gekozen volgorde van argumenten je niet beïnvloeden.

Aanvullingen, wijzigingen, welkom! Beargumenteerde waardering van de argumenten natuurlijk ook.

De 16 argumenten voor/tegen verbod vuurwerk

ARGUMENTATIE-ANALYSE
Een verbod op vuurwerk? Dit is een steeds vaker terugkerende discussie in Nederland. Eind december - met name na de kerstdagen - komen ook weer de eerste geluiden die zeggen dat we afscheid moeten nemen van vuurwerk. Ik zal hieronder een overzicht geven van de belangrijkste of meest gehoorde argumenten (voor en tegen het vrij afschieten van vuurwerk) die ik terugzie in deze discussie. Zoals altijd: sommige argumenten zijn beter dan andere en niet alle argumenten zou ik omarmen. Ik wil enkel een discussie-overzicht geven. Ook handig als je een betoog over het vuurwerkverbod moet schrijven. En voor de volledigheid: je leest hieronder meerdere argumenten die vaak samen (nevenschikkend) iemand overtuigen van een bepaald standpunt.

Succes met het verder vormen van een oordeel over het vuurwerkverbod. Of meer formeel: het beantwoorden van de vraag in hoeverre er wel of niet een wettelijk verbod moet komen op het afsteken van vuurwerk door particulieren. Of volgens sommige schrijvers andersom: het wel of niet behouden van de traditie dat Nederlanders zelf hun vuurwerk mogen afschieten. Op naar een betere discussie en betere argumenten.

Aanvullingen: welkom! Laatste update: 12 januari 2015, met dank aan G.D (mail 8/1/2015).



TEGEN EEN VERBOD OP VUURWERK

1. Het is een traditie.
We doen het in Nederland al jaren. Dit wil je toch ook graag doorgeven aan kinderen ("het plezier dat je als kwajongen had als je een rotje in een hondenkeutel stak")?
Tegenargument:
Niet alle tradities zijn per definitie goede tradities. Tradities kunnen toch ook veranderen?

2. Veel mensen hebben plezier in het afsteken van vuurwerk. 
Tegenargument:
Ik kan plezier hebben in de gekste dingen. Als dit andere mensen stoort, moet je dit soms niet willen.
Tegen-tegenargument:
Als je alles gaat verbieden wat andere mensen stoort dan blijft er niets over. Leven is geven en nemen.

3. Steeds meer wordt ons afgenomen.
Tegenargument:
Dat valt best mee. Het is niet dat je in Noord-Korea woont. In Nederland mag je erg veel. Noem anders nog eens meer zaken die ons zijn afgenomen? Het lijkt op een hellend-vlak-drogreden.

4. Eerst zwarte piet en nu dit.
Tegenargument:
Guily-by-association-drogreden. Tegen het afsteken van vuurwerk zijn, heeft niets te maken met zwarte piet. Wat heeft een vuurwerkverbod nu met Sinterklaas te maken? Hetzelfde geldt als enkel wordt verwezen naar de initiatiefnemers (bijvoorbeeld GroenLinks).

5. Het is een onwenselijke inperking van de vrijheid van mensen.
(vaak in combinatie met reden drie en vier)

6. Overlast is nu door gemeenten goed te reguleren.
Het afsteken van vuurwerk is reeds dermate gereguleerd dat gemeenten hierdoor relatief weinig problemen hebben bij de jaarwisseling. Je hebt nu minder overlast.
Tegenargument:
In landen waar wel een vuurwerkverbod is, is ook geen overlast.
Tegen-tegenargument:
Klopt dit wel? Kijk naar Frankrijk en de diverse autobranden die je ieder jaar ziet. Deze causaliteit tussen een vuurwerkverbod en minder overlast is discutabel.

7. Pak de echte overlast aan.
Illegaal vuurwerk, vroegtijdig afschieten, dat is het probleem. Pak dit dan eventueel aan. Niet het afschieten van vuurwerk door particulieren tijdens de jaarwisseling.
 
8. Het heeft geen zin.
Mensen storen zich het meest aan het (zware) illegale vuurwerk. De mensen die dit afsteken laten zich nu ook al niet door de wet tegenhouden. Een nog strenger verbod op vuurwerk - dat toch aangevoerd zal worden uit het buitenland - zal weinig zin hebben.

9. Het alternatief is ook niet alles. 
In plaats van particulier vuurwerk wordt vaak professioneel vuurwerk voorgesteld. Op centrale punten (marktpleinen e.d.) wordt dan vuurwerk afgestoken. Dergelijke shows worden georganiseerd en gefinancierd door gemeenten. Deze extra gemeentelijke lasten raakt indirect alle burgers (extra oneerlijk: ook burgers die nu geen kosten maken omdat ze geen vuurwerk kopen). Daarnaast is het maar de vraag of het op zo'n plein het altijd veilig is (dronken mensen, drukte, diefstal). En kan de veiligheid van de opslag van het professionele vuurwerk wel gegarandeerd worden (denk aan Enschede)?
Tegenargument:
Nu zijn we net zo goed veel geld kwijt (denk aan politie-inzet in de hele gemeente, opruimen vuurwerk, medische kosten (verzekeringsgeld van ons allemaal), et cetera). De veiligheid kan ondertussen gewoon gegarandeerd worden. Dat is niet anders dan nu bij het particuliere werk.



VOOR EEN VERBOD OP VUURWERK

1. Veel mensen storen zich aan het vuurwerk.
Tegenargument:
Zie hierboven: er is altijd wel iets waarover iemand zich stoort. Er zijn trouwens knalvrije gebieden. Je wilt toch ook geen vliegtuigen verbieden? Die hoor je ook (maar dan iedere dag).

2. De meerderheid stoort zich aan het vuurwerk.
Tegenargument:
Dat de meerderheid iets vindt, maakt het nog niet goed. Dat de meerderheid dit vindt, is dus ook geen reden om vuurwerk te verbieden. Daarnaast: vooral veel jongeren vinden het leuk. Zijn die wel meegenomen in al die enquêtes? En storen ze zich aan het particuliere afsteken na twaalf uur of aan het overlast dat hier aan vooraf gaat. Pak dan het laatste aan.

3. Vuurwerk is slecht voor de volksgezondheid.
In het algemeen door de smog en in concrete gevallen door de vuurwerkongelukken die plaatsvinden. Vaak betreft dit in het laatste geval omstanders. De vereniging van oogartsen waarschuwt niet voor niets. De kosten voor behandeling in het ziekenhuis / huisarts moeten we trouwens ook nog eens samen ophoesten.
Tegenargument:
Vuurwerkongevallen zijn te voorkomen. Denk ook aan de vuurwerkbril. Waarom kopen mensen die niet als je toch buiten gaan kijken?

4. Dieren lijden onder het vuurwerk (angstige honden e.d.).
Tegenargument:
Dat dit veel dieren betreft, valt te bezien. Het duurt maar even. Vaak helpt binnenblijven trouwens ook al. Daarnaast worden er trainingen aangeboden. Moet je sowieso dieren wel in deze vuurwerkdiscussie betrekken?

5. Dat vuurwerk is zonde van het geld.
Tegenargument:
Laat mensen zelf beslissen hoe ze hun geld willen uitgeven. Het is niet aan de overheid om dit te regelen.

6. Groot professioneel vuurwerk is mooier.
Tegenargument:
Misschien, maar dat is vrij subjectief. Daarnaast beleef menig particulier ook veel plezier in het zelf aansteken (zie ook contra-argument 9).

7. Jongeren en met name kinderen komen in aanraking met (illegaal) vuurwerk.
Tegenargument:
Dit is dan de verantwoordelijkheid van de ouders. Die kopen het of laten hun kinderen hiermee in aanraking komen. Is niet anders dan bij alcohol, roken, et cetera.



Niet alle argumenten zullen je hopelijk en waarschijnlijk overtuigen. Dat is ook niet het doel van de analyse. Het enige doel is om alle vuurwerk-argumenten helder te krijgen. Het is nog geen evaluatie van de argumenten voor en tegen een vuurwerkverbod. Laat dus ook de (toevallig) hierboven gekozen volgorde van argumenten je niet beïnvloeden.

Aantal bronnen (laatst geraadpleegd 23 mei 2014): 

De beste Zwarte Piet drogredenen

(geactualiseerd op 26/11/2014 met dank aan S.H!)

DROGREDENEN
Hieronder vind je een overzicht met drogredenen om Zwarte Piet te behouden in de Nederlandse Sinterklaastraditie. Het lijstje is niet bedoeld om een standpunt uit te spreken maar enkel om de discussie te verbeteren. Want let op: tegenstanders hanteren net zo goed de mooiste drogredenen (bijvoorbeeld de genetic-fallacy, het verschuiven van de bewijslast en de post hoc ergo propter hoc). Aanvullingen en wijzigingen welkom! Ook drogredenen van tegenstanders hoor ik graag.

Overzicht met Zwarte Piet drogredenen 

1. Zwarte Piet moet blijven want het is traditie.
Argumentum ad antiquitatem (beroep op traditie/verleden).

2. Zwarte Piet moet blijven want anders sla ik je in elkaar.
Argumentum ad baculum (beroep op dreigementen).

3. Zwarte Piet moet blijven want er is geen bewijs dat mensen die dit omarmen racistisch zijn.
Argumentum ad ignorantiam (beroep op onwetendheid).

4. Zwarte Piet moet blijven want mensen die hierop tegen zijn, zoals Prem, doen dit enkel om zelf goedkoop te scoren.
Argumentum ad hominem (circumstantial: de motieven ter discussie stellen).

5. Zwarte Piet moet blijven want mensen die hierop tegen zijn, sporen niet.
Argumentum ad hominem (persoonlijke aanval).

6. Zwarte Piet moet blijven. De meerderheid vindt dit immers.
Argumentum ad populum (beroep op de meerderheid).

7. Zwarte Piet moet blijven. What's next. Moeten we straks ook nog de Zwarte Cross en de Zwarte markt verbieden?
Ambiguïteitsdrogreden en argumentum ad consequentiam (beroep op gevolgen).

8. Zwarte Piet moet blijven. Er zijn ergere dingen in de wereld! De VN zou de situatie in Mali eens moeten onderzoeken.
Red herring (verschuiven naar ander standpunt).

9. Zwarte Piet moet blijven. Want het Sinterklaasfeest mag ons niet worden afgepakt!
Stroman/stropop-drogreden (standpunt vertekenen).

10. Zwarte Piet moet blijven. Nergens in de wet staat dat het niet zou mogen.
Argumentum ad legis (beroep op de wet).

11. Zwarte Piet moet blijven. Minister-president Mark Rutte zei dit immers ook.
Autoriteitsdrogreden.

12. Zwarte Piet moet blijven. Onze kinderen ontlenen er zoveel plezier aan!
Argumentum ad misericordiam (beroep op medelijden) en argumentum ad consequentiam.

13. Zwarte Piet moet blijven. Er zijn ook donkere mensen die het geen probleem vinden.
Secundum quid (overhaaste generalisatie)?

14. Zwarte Piet moet blijven want anders is het racisme ten opzichte van de Nederlandse traditie. 
Tu quoque (jij-ook of jij-bak: de andere hetzelfde verwijten) en semantische drogreden.

15. Zwarte Piet moet blijven; als weldenkende Nederlander vindt u dat natuurlijk ook.
Argumentum ad passiones, specifiek: beroep op emoties, namelijk vleierij.

16. Zwarte Piet moet blijven. De ramadan mag toch ook blijven?
Valse / onjuiste analogie

17. Zwarte Piet moet blijven. Ons feest mag namelijk niet verloren gaan.
Vals dilemma

18. Zwarte Piet moet blijven. Er is geen slavernij meer.Ignoratio elenchi (irrelevante argumentatie)

19. Zwarte Piet moet blijven. Ik maak me toch ook niet meer druk om de Duitsers die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog waren?Ignoratio elenchi (irrelevante argumentatie) / red herring

... (nog meer?)

Tip #11: Laat je niet overdonderen door de persoon die ondervraagd wordt.

Maar weinig mensen hebben de verhoren van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties gevolgd. De verhoren duurden lang (anderhalf uur tot ruim vier uur) en werden alleen live via politiek24 uitgezonden. Op Youtube zijn de verhoren achteraf te zien, maar ook hier weinig hits. Desondanks hadden de verhoren mijn interesse want de vragen die de commissieleden stelden en de antwoorden die met name de (oud) bestuurders gaven waren leerzaam. Volgens sommigen waren dit namelijk enkel antwoorden waarmee ze de handen in onschuld wassen. Daarnaast zag je bij sommige bestuurders een bepaalde houding die voor onervaren vragenstellers overdonderend kan zijn. Is het een zekere minachting? Lastig te zeggen. Aan de hand van een fictieve cursusdag - één waarin bestuurders wordt geleerd hoe om te gaan met lastige vragenstellers - zal ik duidelijk maken welke antwoorden en signalen kunnen maken dat jij niet de juiste vragen stelt of moet doorvragen.

Stellen van vragen aan bestuurders

Beste cursisten,

Welkom bij de executive course "It wasn´t me". Tijdens deze succesvolle training krijgt u van ons enkele belangrijke tips hoe u het beste om kunt gaan met irritante toezichthouders, leden van ondernemingsraden, leden van onderzoekscommissies en het journalistieke gespuis.

Zoals te doen gebruikelijk hebben we weer een oud-cursist gevraagd om een praktijkervaring met u te delen. Omdat hij vandaag helaas verhinderd was, hebben wij met hem afgesproken dat hij voor één keer online zijn kwaliteiten zou demonstreren. 

Om de waarde van onze training extra te benadrukken, hebben we - in afstemming - gekozen voor een verhoor waar ook toezicht op de agenda stond. Want ik herhaal nogmaals, en nu met z´n allen en zonder te lachen: "Onafhankelijkheid is een hele essentiële en belangrijke voorwaarde voor toezicht".

U kunt beginnen met het maken van aantekeningen.

1. Gebruik om te beginnen de woorden dilemma's, vragen, vraagstukken, discussies en wiskunde.
Zoals onze oud-cursist goed zal laten zien, is het belangrijk om aan te geven hoe lastig het allemaal wel niet was en is. Het is geen wiskunde! Ik herhaal: het is geen wiskunde. Benadruk dat uw vakgebied interessante vraagstukken oplevert en geef aan dat de discussies wel door u gezien werden. Maar dat het lastige discussies zijn. Discussies die nu nog lopen. Dat het een dilemma was. Om het zeldzame moment te benadrukken dat u wel ergens voor staat, adviseren wij u op zo'n moment gepast getimmer.

2. Let u wel even op?
Het kan nooit kwaad om meteen de ondervrager erop te wijzen dat met het geheugen van hem of haar misschien iets mis is. Niet met dat van u. Attendeer de vragensteller er dan ook op dat u het al eerder hebt gezegd. Herhaal dit nogmaals, eventueel begeleid met het betere achterover-zitten, nogmaals: "ik heb u net aangegeven dat...". Doe dit desnoods drie keer. Sterker, je kunt "ik heb u al gezegd" niet vaak genoeg zeggen. Gebruik anders: "ik herhaal", of "nogmaals" of "ik heb u net de optelsom gegeven."

3. It wasn't me.
Attendeer de persoon die ondervraagt even fijntjes erop hoe het in Nederland geregeld is. Geef desnoods een minicollege staatsrecht of ondernemingsrecht. Dit kunt u eventueel versterken door niet meer in de ik-vorm te praten maar door uw functie te noemen. Niet "ik moest" maar "de staatssecretaris moest". Herhaal dit indien nodig. Verwijs vervolgens naar uw opvolgers. En al die verkiezingen die volgend. Dat maakt consistent beleid maken onmogelijk. Aan u lag het niet.

4. Da's toch logisch.
Niets zal uw gesprekspartner kleiner maken dan het internationale "duh, moet ik u dit nog uitleggen-signaal?". Herhaal dit eventueel na een aantal minuten. Of later nogmaals.

5. Haal uw neus op.
Ons advies aan u is om een de dag voorafgaand aan het verhoor met net iets te weinig kleren naar het strand te gaan. De persoon die u bevraagt, zal nooit weten of het te maken heeft met uw verkoudheid of dat u letterlijk uw neus ophaalt voor de commissie. Snuif, snuif, snuif.

6. Ken de synoniemen van "dat wil ik u niet zeggen".
Het kan natuurlijk voorkomen dat u oprecht iets niet meer weet. Maar het kan ook voorkomen dat u het wel weet maar het niet wilt zeggen. Zeg dan nooit "dat wil ik u niet zeggen" maar rek dit op tot "dat weet ik niet meer" of het mindere "ik heb het niet allemaal gevolgd". Het kan ook nooit kwaad om de alternatieven te kennen:
Herhaal dit desnoods vijf keer:

7. Geef toe. Maar ook weer niet.
U kunt altijd het verhoor kracht bijzetten door soms iets toe te geven. Maar doe dit wel strategisch. Zo kan het om te beginnen nooit kwaad om toe te geven dat u ook over de situatie hebt nagedacht en dat wellicht zaken anders hadden gekund. Maar voeg direct hier aan toe dat niet vergeten moet worden dat anderen dit natuurlijk in de weg zouden staan. U kon niet anders.

8. Beantwoord geen als-dan-vragen.
Geef nooit maar dan ook nooit antwoord op een als-dan-vraag. Want dat heeft u wel geleerd. In onze verdiepingsmodule kunt u trouwens leren dat u dit niet moet verwarren met het noemen van de als-dan-redeneringen die ten grondslag liggen aan het beleid. Die inzicht geven in uw beleidskeuzes. Dat mag. Helemaal goed zijn de als-dan-redeneringen waarmee u de samenleving hebt behoed van het kwaad. Deze als-dan-redeneringen kunt u ook gewoon gebruiken.

9. Weet wat u moet doen als het te warm wordt onder uw voeten.
Beantwoord om te beginnen vragen dermate lang dat u aan het eind van uw antwoord het begin van het antwoord weer onderuit kunt halen. Gooi er vervolgens een dooddoener in. Denk hierbij aan een tegeltjeswijsheid als "De wijsheid van vandaag hoeft niet de wijsheid van morgen te zijn. Ook mag het betere "je kunt - en dat geldt voor veel in het leven - niet alles weten". Zie ondertussen FTM voor meer diepzinnigheden van onze oud-cursist. Het woord evolutie doet het natuurlijk erg goed. Het frame hiermee is dat u geen invloed had. Wijs daarnaast op de rol van anderen: benadruk altijd even dat u niet de eerste verantwoordelijkheid had. Hopelijk wordt vergeten dat meerdere personen in meer of mindere mate verantwoordelijk kunnen zijn. Ook kan dit een goed moment zijn om een rechtsfilosofische discussie te beginnen. Is immers geen enkel geval hetzelfde? Geef aan dat er altijd een zekere afwegingsruimte is. Dat de regel overstijgt. Dat alles een kwestie van gezond verstand maakt.

10. Ken uw beperkingen.
Ons advies is trouwens om niet uw kwetsbaarheden te laten zien. Onze oud-cursist heeft dit nog even voor u duidelijk willen maken. Gebruik dus geen euh, euh, euh... of  euh, euh, euh....

11. Een schamper lachje op z'n tijd.
Het is natuurlijk zaak om duidelijk te maken hoe de verhoudingen liggen. Wie is nu de ervaren bestuurder? Wie wie is de man met verantwoordelijk? Who is the man? Dat bent u. Daarom: lach, lach, nog beter, lach wat minzaam.

12. Sjekkie-time!
Onze oud-cursist heeft het trouwens dit keer nagelaten maar tot slot wil ik u graag meegeven dat het natuurlijk altijd mogelijk is om tijdens het verhoor reeds een sjekkie te gaan draaien. Het zal de persoon die u bevraagt raken. En wordt toch onverwachts navraag gedaan? U resteert niets anders dan woedend te worden.

Ik dank u voor uw aandacht en wens u allen veel succes!

Vragen stellen bij een hoofdredactioneel commentaar

De Telegraaf publiceerde als eerste krant de foto's van de vrijgelaten Volkert van der G. Wat mij betreft prima (en laten we hier de morele discussie even laten voor wat het is). Interessanter vind ik namelijk het hoofdredactioneel commentaar waarin deze keuze door de redactie wordt gerechtvaardigd. Op social media werd gesteld dat het commentaar misschien wel een mooi geval van rationaliseren is: het vinden van argumenten voor een reeds ingenomen standpunt. Goed-praten dus.

Laat ik het commentaar proberen te doorgronden en waar relevant te bevragen. Ik neem hierbij natuurlijk de bekende vier criteria van goede argumentatie als uitgangspunt: de helderheid van het betoog, de aanvaardbaarheid van wat beweerd wordt en de relevantie en toereikendheid van de argumentatie.

De Telegraaf begint...

De Telegraaf publiceert vandaag de eerste foto’s van de onlangs vrijgelaten Volkert van der G. Bij de keus om tot publicatie over te gaan, is een zorgvuldige afweging gemaakt van de tegenover elkaar staande belangen.

Wijnberg zou dit mogelijk een ING’tje kunnen noemen: een Irrelevante Noot ter Geruststelling. Het is altijd fijn om te lezen dat een zorgvuldige afweging is gemaakt. Maar maakt dit de keuze direct een juiste keuze? Een zorgvuldige afweging - dat iets zegt over het proces - staat een inhoudelijk foute keuze niet in de weg. Sterker, de meest kwalijke keuzes uit het verleden waren waarschijnlijk met veel zorg overwogen. Is het dus nu een argument of niet? Dit raakt de helderheid van het betoog. Terzijde (en een beetje flauw misschien), maar impliceert de hoofdredactie hiermee dat ze ook soms onzorgvuldig handelt?

Het is onze taak om nieuws en informatie te verschaffen, 

Ok, maar wordt in dit geval niet eerder nieuws gemaakt in plaats van verschaft? Dat Van der G. rondloopt is bekend en is toch geen nieuws te noemen? What's next, de stoep waarover hij gelopen heeft? Door het publiceren van de foto wordt wel informatie gegeven. Hoort een krant informatie te geven? Ik denk het wel. Dit staat ook niet ter discussie. De vraag is enkel waar de grenzen liggen.

en de publieke belangstelling voor de moordenaar van Pim Fortuyn is nog altijd onverminderd sterk. 

Was niet de conclusie n.a.v. de berichten dat Volkert in Apeldoorn zou wonen dat dit wel meeviel? De buurt was er in ieder geval rustig om (zoals ook bericht door De Telegraaf). Het verwijt van sommige auteurs is eerder dat kranten dit niet goed hebben ingeschat. Waarop is dit oordeel van De Telegraaf eigenlijk gebaseerd? Dit veronderstelt om te beginnen dat we eerst duidelijk gaan krijgen onverminderd sterk is en hoe je dit kunt meten (wat zet je af tegen elkaar). Lastig om deze bewering op voorhand te aanvaarden.

Van der G. moet daarentegen de kans krijgen weer deel uit te maken van de samenleving nu hij zijn straf heeft uitgezeten. Het recht dat Van der G. heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer is niet groter dan het recht op vrijheid van meningsuiting van De Telegraaf. 

Hier wordt gesproken over rechten maar ik neem aan dat deze uitspraak niet bedoeld is in juridische zin. Het is toch, even ter verheldering, een moreel betoog? Ik ben ondertussen wel benieuwd (en ik sta hierin niet alleen en alleen): welke mening heeft de redactie dan precies? Een beroep op het recht op vrije meningsuiting impliceert het hebben van een mening. De foto zelf is echter geen mening. Het argument lijkt nog niet toereikend.

Welk recht voorrang heeft, is afhankelijk van de bijzondere omstandigheden in deze zaak, die nog altijd de rechtsorde schokt.

Wederom (voor de tweede keer): wat is het bewijs dat dit de rechtsorde nog altijd schokt? Dit lijkt eerder een subjectieve uitspraak. Beargumenteerd zou zelfs kunnen worden dat in deze casus de rechtsorde prima heeft gewerkt. Iemand krijgt een straf. Misschien te laag dus het strafrecht wordt aangepast. De dader komt vervolgens vrij maar onder allerlei voorwaarden. Zo hoort het te gaan in een rechtsstaat? Als mensen geschokt zijn, kan de krant er vervolgens ook voor kiezen om haar lezers te informeren over hoe een rechtsorde werkt. In plaats van deze emotie verder te voeden met het publiceren van foto's. Hebben we kranten niet juist hard nodig voor behoud van de democratische rechtsstaat? Had De Telegraaf dit ook overwogen?

Van der G. is verantwoordelijk voor een van de meest geruchtmakende politieke moorden uit de Nederlandse geschiedenis en profileerde zichzelf als overtuigingsdader. Van der G. zag in Fortuyn een gevaar voor de democratische samenleving en vond dat hem het zwijgen moest worden opgelegd.
Het gerechtshof, dat achttien jaar celstraf oplegde, noemde Van der G. „star in de bereidheid de uiterste consequenties van zijn denkbeelden te trekken”. Alom wordt aangenomen dat Van der G. in het huidige tijdsgewricht een veel zwaardere straf zou krijgen.

Prima. Maar de vraag is wel wat dit te maken heeft met het recht van De Telegraaf op een vrije meningsuiting? Betekent dit dat als het gerechtshof wel een zwaardere straf kon opleggen (en dit had gedaan) dat de redactie niet de foto's zou publiceren? Mag ik uit dit argument daarnaast opmaken dat starre mensen - of daders zonder spijt - minder recht hebben op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer? Een interessant criterium / discussie.

De maatschappelijke verontwaardiging over de daad en de straf kwam opnieuw bovendrijven in de felle discussie voorafgaande aan zijn vrijlating. Het is dan ook van belang dat niets wordt verzwegen. 

Ik ben er nog niet uit: wat zou zijn foto toevoegen aan de felle discussie over zijn vrijlating? Had hij langer straf moeten krijgen nu blijkt dat hij soms een petje draagt? Het vorige argument kon ik nog volgen maar dit begrijp ik oprecht niet (niet relevant).

Dat zag ook de burgemeester van Apeldoorn in, toen hij het publiek informeerde over de komst van Van der G.

Argumentatief een slimme zet: aansluiten bij een (positieve) autoriteit om je eigen punt kracht bij te zetten. Ik vraag me echter sterk af of de burgemeester de foto zou publiceren.

Deze zaak is in alle opzichten zo uitzonderlijk, dat het gerechtvaardigd is om de beeltenis van Van der G. te tonen.

Een mooie zin maar niet meer dan herhaling van het standpunt. De kracht van herhaling?

Met de publicatie van de foto’s wordt geen onrechtmatige inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer.

Of het juridisch wel of niet zou mogen, is voer voor juristen maar is deze zin wel relevant voor de morele overweging? Zou De Telegraaf de foto's van Van der G. niet gepubliceerd hebben als het wel een privékiekje betrof? Deze zin lijkt daarnaast te botsen met de stelling dat de zaak in alle opzichten zo uitzonderlijk is? In dat geval zou de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer toch ook te rechtvaardigen zijn? Wat ik daarnaast niet begrijp, is dat de redactie hiervoor stelde dat in de belangenafweging wel rekening is gehouden met eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van Van der G. maar dat deze inbreuk niet groot genoeg was. Hiervoor stelde de redactie immers, "Het recht dat Van der G. heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer is niet groter dan het recht op vrijheid van meningsuiting van De Telegraaf." Is er nu wel of niet een inbreuk? Of is er wel een inbreuk maar is deze te rechtvaardigen? De volgende zin maakt het nog ondoorgrondelijker:

Het gaat om neutrale foto’s, die niet in het privédomein zijn gemaakt. Bovendien heeft Van der G. geen bezwaar gemaakt.

Heeft Van der G. op het moment zelf geen bezwaar gemaakt? Heeft de fotograaf zich bekend gemaakt? Heeft de redactie later gevraagd om toestemming? Ik zou graag meer willen weten. Temeer:

Gelet op de brandende publieke belangstelling voor deze zaak, zal Van der G. publicatie van deze foto’s hebben te dulden zolang de beelden nog nieuws- en informatiewaarde hebben.

Deze conclusie komt vrij dwingend over. Terwijl in de vorige zin nog werd voorgedaan dat er een bezwaarmogelijkheid was. Had hij nu wel of niet een bezwaarmogelijkheid? En nogmaals, waar is die brandende publieke belangstelling voor deze zaak? En nogmaals, is er dus wel inbreuk in zijn persoonlijke levenssfeer aangezien hij het moet dulden?

Ergo, we zien m.i. een tweetal interessante argumenten (hij had geen spijt en de geschokte rechtsorde) waarbij het laatste argument maar matig onderbouwd is. Het commentaar kent daarnaast, zeker qua relevantie, een aantal minder betrouwbare argumenten (met name wat de betreft de wel/niet (onrechtmatige) inbreuk op zijn levenssfeer.

Wat natuurlijk op de achtergrond meeweegt (en dit raakt de toereikendheid van het betoog), is dat het jammer is dat er geen verwijzing is naar het eigen belang van De Telegraaf. Had van mij gemogen. Waarom niet gewoon zeggen dat mensen nieuwsgierig zijn en dat De Telegraaf met de foto's meer krantjes verkoopt en meer bezoekers naar de site trekt. Niets mis mee... Ik schrijf ook niet over de te hoge verwachting van de participatiesamenleving. Terwijl de ideeën en de gevolgen van de participatiesamenleving mijn leven - als de lezers van deze posting - waarschijnlijk meer zal raken dan de foto's van Van der G.

Tip #07: Gaat de ander wel in op de argumenten / de vraag? (onbekendheid met de weerlegging)

Werd op Dijsselbloem, (destijds) voorzitter van de Eurogroep, een karaktermoord gepleegd? Deze conclusie kwam volgens velen begin 2013 bovendrijven nadat Dijsselbloem veel kritiek had gekregen over bepaalde uitspraken (zie hier of reacties op bericht hier). Maar misschien had de kritiek op hem ook te maken met de zaken die hij als ervaren politicus misschien bewust niet zei. Waardoor hij extra kwetsbaar werd.

'Het verkiezingsdebat informeerde ons perfect'

OPINIE

Op de site van de Volkskrant stelt Roderik van Grieken - directeur van het Nederlands Debat Instituut - in zijn opiniestuk dat het eerste verkiezingsdebat te amateuristisch was. Ondanks dat hij een aantal goede punten inbrengt, is een kleine nuance op zijn plaats.

Inderdaad, de opzet van de debatten en het eerste verkiezingsdebat lijken om veel van de door Van Grieken genoemde redenen amateuristisch. De foto's, de journalistiek-gedreven debatleiders, het aantal debatten: er valt nog wel wat te veranderen. Al moeten we ons natuurlijk wel direct afvragen wat met amateuristisch wordt bedoeld. In het opiniestuk verwijst Van Grieken vaak naar andere landen (met name de VS) om te laten zien hoe debatten ook georganiseerd kunnen worden. En inderdaad worden sommige debatten daar anders ingevuld. Maar er is natuurlijk meer nodig om een debat professioneel te maken.

Professioneel debat? Beter is een goed debat.
Laat ik voor het gemak professioneel/amateuristisch maar gelijk stellen aan goed/niet goed. Dit is een makkelijkere indeling. Om vervolgens vast te kunnen stellen wanneer een debat goed is, kunnen we het beste terugvallen op het doel van debatteren. Het doel van een deelnemer (de politicus) is de ander over te halen tot het eigen standpunt. Natuurlijk wil een politicus bij voorkeur de politicus van een andere partij overhalen maar in het algemeen zal de politicus gericht zijn op het overhalen van de kijker. Deze kijker (de televisiekijker) wil - wat ook Van Grieken correct stelt - geïnformeerd worden. 

Wat juist informeren is, is natuurlijk lastig om te bepalen. We kunnen echter wel vaststellen waarover een burger geïnformeerd kan worden. Laat ik hiertoe (opnieuw) de indeling van Aristoteles hiervoor als kader gaan gebruiken: de logos (overtuigen m.b.v. rationele, inhoudelijk krachtige argumenten), de pathos (overtuigen door in te spelen op het gevoel van de toeschouwer) en de ethos (overtuigen door zichzelf als integer, gekwalificeerd, betrouwbaar persoon neer te zetten). Als deze indeling nieuw is voor je ontdek dan hoe Ari zijn moeder overtuigt:


Een goed debat? Kijk verder dan de logos
In de analyse van debatten wordt vaak nadruk gelegd op de logos. Bestudeerd wordt in hoeverre de kijker de verschillende standpunten en argumenten van de partijen kan herkennen en begrijpen en of het allemaal logisch overkomt. Zaken als beleid, doelstelling, partijprogramma's, bewijs/ondersteuning en het terugkomen van mogelijk overstijgende idealen vormen vaak de grondslag van deze analyse. Indien de kijker deze niet terugziet dan is het debat niet goed zo is dan de stelling.

De vraag is echter of deze gerichtheid op logos voldoende is. De kijker wil ook geïnformeerd worden over de personen zelf. Over de ethos. Hoe is een politicus in een chaotische omgeving, houdt iemand zich staande, zien we een staatsman, komt een persoon integer over? Past de boodschap wel bij de persoon? Et cetera. Dit gaat natuurlijk verder dan het tonen van een vakantiefoto van een politicus. De kijker ziet het bijvoorbeeld terug in gedrag.

Voorbeeld
Het had weinig met beleid en doelstellingen e.d. te maken maar velen zullen nog Balkenende herinneren met 'u kijkt zo lief'. Ook hier werd de kijker geïnformeerd. 


Onbedoeld een prima debat?
Mijn stelling is dat het eerste verkiezingsdebat (mogelijk onbedoeld) prima was. De chaotische insteek, het ontbreken van bepaalde politici, de ongemakkelijkheid over de foto's (maar wel meedoen): we zagen hier de ethos van de politici tot ons spreken. Dat dit vervolgens sommige van ons somber maakt, mag je het debat niet verwijten. Sterker: het is misschien een goede reden om niet de regels en de structuur van de debatten te wijzigen?

De 16 argumenten voor en tegen het hoofddoekverbod

argumenten tegen het hoofddoekverbodHet dragen van een hoofddoek - niet zijnde een boerka - wordt in het algemeen door veel mensen geaccepteerd. Desondanks ontstaat er toch soms een publieke discussie over de hoofddoek. Zou er toch niet soms een verbod moeten komen op het dragen van een hoofddoek? Bijvoorbeeld als de draagster van de hoofddoek een publieke functie uitoefent binnen de overheid (ambtenaar, rechter)? Is het dan niet logisch om een hoofddoekverbod in te stellen?

Ik zal in deze posting de argumenten voor en tegen een hoofddoekverbod geven. Ik zal me hierbij richten op het hoofddoekverbod op het werk omdat de discussie vaak hierover gaat. Want of iemand thuis of in de winkel een hoofddoek mag dragen staat minder ter vaak ter discussie. Om het punt vervolgens zo principieel mogelijk te maken, zal ik een publieke functie bij uitstek nemen: de rechter. Maar dezelfde argumenten kun je gebruiken als het gaat om een vrouw met hoofddoek die werkt als ambtenaar, lerares op een openbare school, et cetera.

De vraag: is dus of een vrouwelijke rechter haar geloof mag uiten via een hoofddoek. Het minderheidskabinet van VVD/CDA - met op de achtergrond PVV - vond in 2010 dat het dragen van een boerka in ieder geval niet zou mogen. Maar een hoofddoek? Een klein overzicht met argumenten voor een tegen het hoofddoekverbod. Ze zijn m.i. niet allemaal even overtuigend maar dat is aan jou om te bepalen. Zit er drogredenen tussen de argumenten? Wat zou een goede argumentatie maken?



ARGUMENTEN HOOFDDOEKVERBOD

9 argumenten voor een verbod op de hoofddoek

1. Een rechter moet rechtspreken. Dit betekent juridisch oordelen. Dus op basis van het recht. Eigen persoonlijke opvattingen doen niet ter zake. Of dit in de werkelijkheid ook mogelijk is, wordt soms bestreden maar een rechter moet in ieder geval zoveel mogelijk zien te voorkomen dat de partijen bij een rechtszaak de indruk krijgen dat bij de rechter bepaalde religieuze opvattingen voorrang hebben. Dragen rechters niet voor niets een toga? De eigen persoon wordt letterlijk in het donker gezet. Eigen persoonlijke opvattingen tellen niet.

2. Het tonen van religieuze symbolen kan de indruk wekken dat de rechter bevooroordeeld is indien mede-gelovigen die voor de rechter verschijnen. De schijn wordt gewekt dat de rechter niet onpartijdig is. Dit gaat niet om de opvattingen zelf (zie onder 1) maar meer om belangenbehartiging richting medegelovigen. Stel de rechter draagt een hoofddoek en een van de procespartijen ook. De andere partij zal zich hier niet prettig bij voelen. Terecht of onterecht: dit moet voorkomen worden.

3. Hieraan gerelateerd: om juist directe belangenverstrengeling te voorkomen gaat de rechter misschien overcompenseren? Dus juist om maar niet de indruk te wekken dat de rechter met hoofddoek een van de partijen die ook een hoofddoek draagt bevoordeelt, geeft ze eerder de andere partij gelijk.

4. Binnen een rechtsstaat hoort er een strikte scheiding te zijn tussen kerk en staat in het algemeen.

5. Hieraan gerelateerd: zet je hierdoor niet de deur open voor andere levensbeschouwelijke vormen van onze rechtsstaat (met name de Islamitische sharia). Dit is niet wenselijk gezien genoemde scheiding kerk en staat.

6. Andere rechters mogen ook niet met een petje op zitten (interessant aan dit argument is dat het normaal gebruikt wordt om hoofddoeken in het publieke domein toe te staan). Waarde: gelijkheid.

7. Het geeft geen goed voorbeeld aan burgers hetgeen ook een taak is van de overheid. Het wekt volgens sommige burgers namelijk de indruk van onderdrukking. De overheid moet deze symbolische waarde van de hoofddoek niet uitdragen. (zie ook pro-argument nummer 3).

8. Het dragen van een hoofddoek is niet essentieel voor een goede Islamitische geloofsbeleving. Je kunt ook goed moslim zijn zonder hoofddoek. Het dragen van een hoofddoek is eerder een culturele keuze. Dit moet je voorkomen.

9. Je zet de deur open voor andere uitingen. Dit moet je voorkomen (met name de boerka wordt hiermee bedoeld). Maar we willen ook niet dat rechters een hakenkruis-symbool dragen. Inhoudelijk mag het dan niet te vergelijken zijn, het gaat om het principe. Als overheid mag je geen religieuze uitingen doen.



7 argumenten tegen een verbod op de hoofddoek:

1. Het niet mogen uiten van het geloof via een hoofddoek maakt nog niet dat een vrouwelijke rechter haar levensbeschouwelijke opvattingen uitschakelt. Sterker: het is - normaal gesproken - een eigenschap van het aanhangen van een religie dat dit iemands gehele leven bepaald. Het is beter dat anderen dit zien. Ze kunnen dan kritisch kijken naar de juridische uitspraak. Is er echt geen sprake van belangenverstrengeling? Worden er geen verkeerde, persoonlijke argumenten gebruikt door de vrouwelijke rechter? Indien een vrouwelijke rechter een hoofddoek draagt zien de procespartijen dus haar achtergrond en kunnen ze de juridische uitspraak hier beter op bestuderen.

2. Er is mogelijk sprake van schending van een van belangrijkste mensenrechten die er is: het recht op godsdienstvrijheid. Juist omdat een religie een mensbepalende keuze is (het is geen keuze als wat ga ik vanavond eten) moet je zoveel mogelijk proberen dit recht op godsdienstvrijheid te garanderen.

3. Het geeft een goed voorbeeld hetgeen ook een taak is van de overheid. Het toont geëmancipeerde vrouwen die hun eigen en weloverwogen keuzes maken (symbolische waarde van de hoofddoek). Nederlandse moslima's zijn daarbij niet fundamentalistisch. Andere Islamitische vrouwen zullen door een verbod zich juist geremd voelen in hun emancipatie en zien niet de goede voorbeelden.

4. Onze rechtspraak moet een afspiegeling vormen van de samenleving. Enkel dan is het mogelijk om met elkaar samen te leven. En ook enkel dan zullen mensen de uitspraken van rechters omarmen. Ook vrouwen met een hoofddoek vallen hieronder.

5. De wet verbiedt het niet (al is dit nu net de discussie).

6. Hier had bij het aannemen van de vrouwelijke rechter reeds rekening mee gehouden kunnen worden. Achteraf hier een punt van maken is een schending van vertrouwen. Voor de huidige vrouwelijke islamitische rechters zou je dit dus sowieso niet moeten invoeren.

7. Andere levensbeschouwelijke uitingen staan niet ter discussie. Hoe wordt tegen keppeltjes aangekeken? En het dragen van een kruisje. En hoe moeten we tegen tatoeages aankijken? De discussie lijkt hiermee niet helemaal zuiver te zijn. Waarom toch deze discussie over het hoofddoekverbod? Waarschijnlijk om andere redenen. Heb het dan daarover.



De volgende vraag is mogelijk hoe het zit met advocaten. Ligt dit anders? Zij werken immers niet voor de overheid. In België dachten ze daar in 2009 anders over: Brusselse advocaten verboden het dragen van een hoofddoek. En hoe zit het met de getuige. In Australië stond in 2010 de getuige in boerka in ieder geval ter discussie. Maar dit is natuurlijk een andere discussie.

Heb je nog andere relevante argumenten voor of tegen het hoofddoekverbod? Altijd welkom.

• 'Kabinet komt met algeheel boerkaverbod', AD, 30-09-2010
• Brusselse advocaten verbieden hoofddoek, Standaard.be, 01-10-2009
• Judge to rule on burka in courtroom, ABC News, 05-08-2012

Voorbeeld van een goed betoog (en waarom dit een goed betoog is)

 ARGUMENTATIE-ANALYSE
In deze  posting zal ik een voorbeeld geven van een goed betoog. Vaak wordt mij namelijk hierom gevraagd. Nu ben ik altijd terughoudend in het geven van voorbeelden want om meteen met het slechte nieuws in huis te vallen: Het Goede Betoog bestaat niet. Het is altijd afhankelijk van de context of een betoog goed is of niet. Een goed betoog geschreven voor de site van De Telegraaf is waarschijnlijk minder goed geschikt voor de NRC-lezer (en andersom!). Een pleitnota enkel geschreven voor een rechter is misschien minder goed als het algemene publiek ook de doelgroep is van de pleitnota. Goed is dus een relatief begrip.

Dit lijkt een open deur maar vaak lees ik nog betogen die nauwelijks aansluiten op bijvoorbeeld de doelgroep. Stel jezelf dus altijd de vraag: wie wil ik waarvan overtuigen? En maak vervolgens niet de fout te denken dat een goed betoog een betoog is dat geen vragen oproept. De praktijk leert dat ieder betoog, hoe goed ook, vragen zal oproepen. Zo werkt taal nu eenmaal.

Maar nu een voorbeeld! Ik vind zelf het betoog “Maak van nationale dodenherdenking geen exclusieve Jodenherdenking” van Ewout Sanders, geschreven voor de NRC-site, een voorbeeld van een goed betoog. Ik zal zo uitleggen waarom. Maar eerst een waarschuwing vooraf. Met een betoog hoef je het niet eens te zijn, wil het een goed betoog zijn. Misschien ben je het volledig met Ewout oneens maar dan nog steeds kun je hopelijk concluderen: dit is een goed betoog. Mijn advies is om het betoog eerst zelf even te lezen (of in een ander venster te openen).
Titel
Om te beginnen is de titel goed gekozen. Het maakt duidelijk wat het onderwerp is én het maakt duidelijk wat het standpunt van de schrijver is.

Alinea 1 Beschrijving huidige stand van zaken
Vervolgens valt Sanders direct met de deur in huis en beschrijft hoe de kwestie nu formeel in elkaar zit. Dit is om twee redenen een goede keuze. De meeste lezers kennen reeds de discussie en dus is het niet nodig om het onderwerp uitgebreid toe te lichten. Daarnaast legt Sanders uit wat precies met de dodenherdenking wordt bedoeld. Dit is een veel gevolgde aanpak: leg in het begin even wat begrippen uit. Het is wel jammer dat Sanders niet aangeeft waar het formele standpunt precies op gebaseerd is. Waarom heet dit formeel? Vervolgens geeft hij aan hoe het nu in informeel lijkt te gaan. Misschien was beter om de begrippen in theorie en in de praktijk te gebruiken? 

Alinea 2 – 4 De voorbeelden
In de drie hierop volgende alinea’s geeft Sanders voorbeelden waarom het informeel anders gaat. Dat is slim: met voorbeelden geeft hij aan waarom sprake is van de situatie in de afsluitende zin van alinea 1. Werken met voorbeelden werkt vaak goed om de lezer mee te nemen in het betoog.

Alinea 5 Het standpunt en korte weergave tegenargument
Nu wordt het standpunt gegeven:  “Ik vind dit een kwalijke ontwikkeling”. Direct in de eerste zin: dit is een harde maar duidelijke overgang. Sanders geeft vervolgens bondig het belangrijkste tegenargument van anderen weer (Zij doen dit op basis van een vast argumenten …)

Alinea 6 Een voorbeeld waaruit blijkt dat dit inderdaad de tegenpositie is: Ies Zwaaf
Alinea 6 geeft een voorbeeld waaruit blijkt dat het tegenargument inderdaad zo door de "tegenpartij" gespeeld wordt. In dit geval wordt verwoord wat Ies Zwaaf, voorzitter van Federatief Joods Nederland,  zei het in het NOS Journaal. Het woordje "zo" is mooi:  hiermee wordt aangegeven dat het om een voorbeeld gaat.

Alinea 7 Eigen argumenten (inclusief voorbeelden)
Sanders komt nu pas met een eigen argument. Het is dus niet altijd nodig om direct met eigen argumenten te komen; dit kan ook later. Sanders vindt het respectloos en beschamend. In de zin hierop legt hij uit waarom.

Alinea 8 Aansluiten bij wat de meerderheid waarschijnlijk ook denkt: de meerderheid als autoriteit
In alinea 8 laat Sanders zien dat hij niet alleen staat in zijn standpunt. Dit doet hij door opnieuw een voorbeeld te geven: bijna alle 400 aanwezigen liepen langs de graven. Een slimme aanpak (juist omdat de rechter in zijn uitspraak het tegenovergestelde had gewild) al kun je je wel afvragen of dit argument juist is. De meerderheid kan er immers ook naast zitten. Zagen we dat juist niet tijdens de Tweede Wereldoorlog?

Alinea 9. Eigen argument II. Er is een ontwikkeling gaande. En de ander als achterhaald neerzetten.
In alinea 9 wijst Sanders op een ontwikkeling die gaande is. Dit is een slimme manier van argumenteren. Wat een schrijver dan zegt, is dat anderen misschien nog wel anders kunnen denken maar dat zij - willen ze niet achter blijven - wel moeten meegaan met de tijd. Het wijzen op nieuwe ontwikkelingen is een slimme manier om te overtuigen. De kritische vraag is natuurlijk of deze ontwikkeling echt plaatsvindt én of deze wel wenselijk is. 

Alinea 10. Jezelf als geloofwaardig neerzetten en herhalen standpunt
Alinea 10 begint met “Voor de goede orde meld ik dat ik zelf ook tot die generatie behoor. “ Wat Sanders hier doet is wat de filosoof Aristoteles zou noemen “aan je eigen ethos werken”. Met andere woorden:  Sanders stelt zichzelf neer als autoriteit om de lezer ervan te overtuigen dat hij een gekwalificeerd spreker is én dus echt gelijk heeft.

Alinea 11. Herhaling argument en doortrekken in het absurde
Sanders geeft nogmaals het centrale argument weer: “Omdat het volgens mij onverstandig is om je generaties lang te blijven afficheren als slachtoffer en daar rechten aan te verbinden.”. Vervolgens maak je het argument van de ander enigszins belachelijk door dit in het absurde te trekken.

Alinea 12. Geen conclusie maar nog een argument
De laatste alinea is niet helemaal een conclusie (zoals wel vaak wordt aangeraden) maar begint met een soort extraatje. Ik zal deze alinea even los analyseren:

Maar los daarvan: één keer per jaar kort stilstaan bij daders die evident ook slachtoffers waren van hun tijd, beschouw ik als een teken van beschaving. De toenemende Joodse monopolisering van de dodenherdenking wekt wrevel op, merk ik om mij heen. De nationale ontwikkeling volgen en mededogen opbrengen voor sommige daders zou juist respect opleveren.

- In de eerste zin wordt een beroep gedaan op beschaving. Slim want welke lezer wil nu geen beschaving. De discussie gaat er echter nu precies om wat een beschaafde herdenking inhoudt.
- Sanders heeft dus iets te verantwoorden (waarom is zijn standpunt een teken van beschaving) en doet dat in de tweede zin: het wekt wrevel op in zijn omgeving.  Een kritisch lezer zal dit nog niet overtuigen. Om hoeveel mensen gaat het dan? Hoe ziet de omgeving van Sanders eruit? Et cetera. Als argumentatiestap is het wel slim: mensen die dit betoog lezen zullen dit gevoel herkennen (de reacties onder het betoog bevestigen dit).
- In de derde en laatste zin komt de afsluiting.

Tot slot
Ondanks dat het een goed betoog is, roept het betoog na eerste lezing wel direct een aantal vragen op:
- De ontwikkeling kan dus ter discussie worden gesteld: (1) deze is niet gaande of (2) al zou deze wel gaande zijn dan moet je deze niet willen.
- De gekozen voorbeelden kun je ter discussie stellen. Met name het gebruik van mensen in de eigen omgeving hoeft ons toch nog niet te overtuigen?
- De eigen argumenten kunnen nog beter worden neergezet. Is het nu één argument of zijn het meerdere?

Maar als voorbeeld betoog: prima. Sanders gebruikt - na een goed gekozen titel - veel voorbeelden, heeft oog voor het belangrijkste tegenargument, speelt in op de mogelijk aanwezige gevoelens van de lezer en zet zichzelf neer als autoriteit. Hiermee combineert Sanders, in termen van de filosoof Aristoteles, logos, pathos en ethos tot een goed betoog.