Twitter Facebook RSS Feed Email
Posts tonen met het label Kritische houding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kritische houding. Alle posts tonen

Tip #12: Volg een (gratis) online training kritisch denken / argumenteren

Ondanks dat het bij de uitoefening van veel beroepen erg belangrijk is om de juiste vragen te kunnen stellen, is dit niet iets waarin professionals zich snel trainen. Ten onrechte wordt gedacht dat het stellen van vragen iets is als ademhalen: dit kun je toch al van nature? Dit is echter niet correct (off topic, maar hetzelfde geldt misschien ook wel voor goed ademhalen). Om goed vragen te kunnen stellen, is het o.a. essentieel om kennis te hebben van en vaardig te zijn in kritisch denken en argumentatieleer.

Op internet zijn gelukkig een aantal goede, gratis inleidende trainingen in het kritisch denken en argumenteren te vinden. Twee trainingen springen wat mij betreft online eruit. Nu zijn ze wel Engelstalig maar ik hoop niet dat dit je tegenhoudt.

1. Coursera.org / Think again: how to reason and argue
Deze cursus wordt twee keer per jaar aangeboden via Coursera.org. Je kunt echter ook op een later moment je aanmelden en de video's bekijken. Met name de video's van Walter Sinnott-Armstrong zijn erg uitnodigend. Aanrader!


2. Wi-phi / Kahn Academy - Critical thinking
Deze cursus kent inhoudelijk veel overeenkomsten met de cursus van Coursera. De standaard-onderwerpen uit het kritisch denken / informele logica komen ook hier aan bod. Bij deze training word je niet door een docent door de stof gepraat hetgeen de cursus wat saaier maakt (en ja, dat is natuurlijk subjectief). Het doel van de training is:

The critical thinking section will teach you the skills to think clearly and independently. It will help you identify valid arguments, detect inconsistencies in reasoning, understanding logical connections between ideas, and construct and evaluate arguments. 

Hier de eerste video (maar klik hierboven op de link voor het totaaloverzicht).
 



Niet genoemd?
Minder aantrekkelijk qua vorm maar toch interessant voor de liefhebber:

Aanvullingen welkom!

Tip #11: Laat je niet overdonderen door de persoon die ondervraagd wordt.

Maar weinig mensen hebben de verhoren van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties gevolgd. De verhoren duurden lang (anderhalf uur tot ruim vier uur) en werden alleen live via politiek24 uitgezonden. Op Youtube zijn de verhoren achteraf te zien, maar ook hier weinig hits. Desondanks hadden de verhoren mijn interesse want de vragen die de commissieleden stelden en de antwoorden die met name de (oud) bestuurders gaven waren leerzaam. Volgens sommigen waren dit namelijk enkel antwoorden waarmee ze de handen in onschuld wassen. Daarnaast zag je bij sommige bestuurders een bepaalde houding die voor onervaren vragenstellers overdonderend kan zijn. Is het een zekere minachting? Lastig te zeggen. Aan de hand van een fictieve cursusdag - één waarin bestuurders wordt geleerd hoe om te gaan met lastige vragenstellers - zal ik duidelijk maken welke antwoorden en signalen kunnen maken dat jij niet de juiste vragen stelt of moet doorvragen.

Stellen van vragen aan bestuurders

Beste cursisten,

Welkom bij de executive course "It wasn´t me". Tijdens deze succesvolle training krijgt u van ons enkele belangrijke tips hoe u het beste om kunt gaan met irritante toezichthouders, leden van ondernemingsraden, leden van onderzoekscommissies en het journalistieke gespuis.

Zoals te doen gebruikelijk hebben we weer een oud-cursist gevraagd om een praktijkervaring met u te delen. Omdat hij vandaag helaas verhinderd was, hebben wij met hem afgesproken dat hij voor één keer online zijn kwaliteiten zou demonstreren. 

Om de waarde van onze training extra te benadrukken, hebben we - in afstemming - gekozen voor een verhoor waar ook toezicht op de agenda stond. Want ik herhaal nogmaals, en nu met z´n allen en zonder te lachen: "Onafhankelijkheid is een hele essentiële en belangrijke voorwaarde voor toezicht".

U kunt beginnen met het maken van aantekeningen.

1. Gebruik om te beginnen de woorden dilemma's, vragen, vraagstukken, discussies en wiskunde.
Zoals onze oud-cursist goed zal laten zien, is het belangrijk om aan te geven hoe lastig het allemaal wel niet was en is. Het is geen wiskunde! Ik herhaal: het is geen wiskunde. Benadruk dat uw vakgebied interessante vraagstukken oplevert en geef aan dat de discussies wel door u gezien werden. Maar dat het lastige discussies zijn. Discussies die nu nog lopen. Dat het een dilemma was. Om het zeldzame moment te benadrukken dat u wel ergens voor staat, adviseren wij u op zo'n moment gepast getimmer.

2. Let u wel even op?
Het kan nooit kwaad om meteen de ondervrager erop te wijzen dat met het geheugen van hem of haar misschien iets mis is. Niet met dat van u. Attendeer de vragensteller er dan ook op dat u het al eerder hebt gezegd. Herhaal dit nogmaals, eventueel begeleid met het betere achterover-zitten, nogmaals: "ik heb u net aangegeven dat...". Doe dit desnoods drie keer. Sterker, je kunt "ik heb u al gezegd" niet vaak genoeg zeggen. Gebruik anders: "ik herhaal", of "nogmaals" of "ik heb u net de optelsom gegeven."

3. It wasn't me.
Attendeer de persoon die ondervraagt even fijntjes erop hoe het in Nederland geregeld is. Geef desnoods een minicollege staatsrecht of ondernemingsrecht. Dit kunt u eventueel versterken door niet meer in de ik-vorm te praten maar door uw functie te noemen. Niet "ik moest" maar "de staatssecretaris moest". Herhaal dit indien nodig. Verwijs vervolgens naar uw opvolgers. En al die verkiezingen die volgend. Dat maakt consistent beleid maken onmogelijk. Aan u lag het niet.

4. Da's toch logisch.
Niets zal uw gesprekspartner kleiner maken dan het internationale "duh, moet ik u dit nog uitleggen-signaal?". Herhaal dit eventueel na een aantal minuten. Of later nogmaals.

5. Haal uw neus op.
Ons advies aan u is om een de dag voorafgaand aan het verhoor met net iets te weinig kleren naar het strand te gaan. De persoon die u bevraagt, zal nooit weten of het te maken heeft met uw verkoudheid of dat u letterlijk uw neus ophaalt voor de commissie. Snuif, snuif, snuif.

6. Ken de synoniemen van "dat wil ik u niet zeggen".
Het kan natuurlijk voorkomen dat u oprecht iets niet meer weet. Maar het kan ook voorkomen dat u het wel weet maar het niet wilt zeggen. Zeg dan nooit "dat wil ik u niet zeggen" maar rek dit op tot "dat weet ik niet meer" of het mindere "ik heb het niet allemaal gevolgd". Het kan ook nooit kwaad om de alternatieven te kennen:
Herhaal dit desnoods vijf keer:

7. Geef toe. Maar ook weer niet.
U kunt altijd het verhoor kracht bijzetten door soms iets toe te geven. Maar doe dit wel strategisch. Zo kan het om te beginnen nooit kwaad om toe te geven dat u ook over de situatie hebt nagedacht en dat wellicht zaken anders hadden gekund. Maar voeg direct hier aan toe dat niet vergeten moet worden dat anderen dit natuurlijk in de weg zouden staan. U kon niet anders.

8. Beantwoord geen als-dan-vragen.
Geef nooit maar dan ook nooit antwoord op een als-dan-vraag. Want dat heeft u wel geleerd. In onze verdiepingsmodule kunt u trouwens leren dat u dit niet moet verwarren met het noemen van de als-dan-redeneringen die ten grondslag liggen aan het beleid. Die inzicht geven in uw beleidskeuzes. Dat mag. Helemaal goed zijn de als-dan-redeneringen waarmee u de samenleving hebt behoed van het kwaad. Deze als-dan-redeneringen kunt u ook gewoon gebruiken.

9. Weet wat u moet doen als het te warm wordt onder uw voeten.
Beantwoord om te beginnen vragen dermate lang dat u aan het eind van uw antwoord het begin van het antwoord weer onderuit kunt halen. Gooi er vervolgens een dooddoener in. Denk hierbij aan een tegeltjeswijsheid als "De wijsheid van vandaag hoeft niet de wijsheid van morgen te zijn. Ook mag het betere "je kunt - en dat geldt voor veel in het leven - niet alles weten". Zie ondertussen FTM voor meer diepzinnigheden van onze oud-cursist. Het woord evolutie doet het natuurlijk erg goed. Het frame hiermee is dat u geen invloed had. Wijs daarnaast op de rol van anderen: benadruk altijd even dat u niet de eerste verantwoordelijkheid had. Hopelijk wordt vergeten dat meerdere personen in meer of mindere mate verantwoordelijk kunnen zijn. Ook kan dit een goed moment zijn om een rechtsfilosofische discussie te beginnen. Is immers geen enkel geval hetzelfde? Geef aan dat er altijd een zekere afwegingsruimte is. Dat de regel overstijgt. Dat alles een kwestie van gezond verstand maakt.

10. Ken uw beperkingen.
Ons advies is trouwens om niet uw kwetsbaarheden te laten zien. Onze oud-cursist heeft dit nog even voor u duidelijk willen maken. Gebruik dus geen euh, euh, euh... of  euh, euh, euh....

11. Een schamper lachje op z'n tijd.
Het is natuurlijk zaak om duidelijk te maken hoe de verhoudingen liggen. Wie is nu de ervaren bestuurder? Wie wie is de man met verantwoordelijk? Who is the man? Dat bent u. Daarom: lach, lach, nog beter, lach wat minzaam.

12. Sjekkie-time!
Onze oud-cursist heeft het trouwens dit keer nagelaten maar tot slot wil ik u graag meegeven dat het natuurlijk altijd mogelijk is om tijdens het verhoor reeds een sjekkie te gaan draaien. Het zal de persoon die u bevraagt raken. En wordt toch onverwachts navraag gedaan? U resteert niets anders dan woedend te worden.

Ik dank u voor uw aandacht en wens u allen veel succes!

Is mijn arts capabel? Deze 11 vragen kunnen je helpen.

Weinig mensen stellen zich helaas de vraag of hun arts wel capabel is. Of met andere woorden hun arts wel voldoet: de juiste man of vrouw is op de juiste plek. En als ze dit al doen (meestal achteraf) dan hanteren ze vaak maar een beperkt aantal criteria. In deze bijdrage zal ik proberen enkele vragen en criteria aan te reiken die je in staat stellen een beter oordeel te vormen over je arts.
Voldoet mijn arts / huisarts?
Vraag: voldoet mijn arts?
Het is niet ondenkbaar dat je een keer een arts hebt bezocht, bijvoorbeeld je huisarts, waarbij je je achteraf de vraag hebt gesteld of je arts wel voldeed aan je verwachtingen. Je bezocht een arts, je hebt een advies gekregen of er is een medicijn voorgeschreven maar toch twijfel je. Waarom zou je het advies moeten volgen? Zou de arts wel bekwaam zijn? De laatste vraag is een goede vraag. Als een arts bekwaam is dan kan dit immers een goede reden zijn (hooguit nog niet toereikend) om het advies op te volgen. In de praktijk gaan toch twee zaken vaak mis.

Twee problemen
1. De vraag wordt niet gesteld 
Om te beginnen stellen maar weinig mensen zich (vooraf) de vraag of hun arts voldoet. Zelfs niet als dit de keuze voor een huisarts betreft. In hun wijk is mevrouw X of meneer Y de huisarts, of zijn ze in hun wijk "overgeleverd" aan huisartsenpraktijk Z. Dus gaan ze hier maar naartoe. Misschien is er nog een intakegesprek maar dan houdt het wel op. En in het ziekenhuis? Daar "wordt bepaald met wie je een afspraak hebt" of "De assistent zal het wel weten". Dus zal het wel goed zijn. Niet dus.

2. Matige criteria worden gehanteerd 
Als mensen wel proberen vast te stellen of hun arts capabel is, hanteren ze helaas vaak maar een beperkt aantal criteria. In de praktijk betreft dit de volgende twee:
  1. Is mijn arts empathisch: staat mijn arts open voor mij en mijn emoties?
  2. Had mijn arts tijd voor mij: kreeg ik genoeg ruimte om mijn verhaal te vertellen, was er genoeg ruimte voor onderzoek en/of voor het bespreken van de diagnose?
Herkenbaar? Het probleem van deze twee criteria is dat ze lang niet alles zeggen over de kwaliteit van je arts. Een arts kan zeer invoelend zijn en veel tijd voor je nemen maar desondanks toch de verkeerde diagnoses stellen. Meer algemeen als arts niet competent zijn. Nu heeft onderzoek laten zien dat er wel een klein verband bestaat tussen deze items (tijd / empathisch zijn → juiste diagnose) maar toch zou je eigenlijk op veel meer zaken kunnen en moeten letten om vast te stellen of je arts voldoet.

De oplossing: de positief-kritische patiënt
Een kritisch patiënt vraagt echter. Niet pas bij de diagnose maar ook wat betreft de capaciteiten van de arts in het algemeen (dus zeker bij de intake). Niet om de arts te bekritiseren - in negatieve zin - maar enkel om te onderzoeken wat de kwaliteiten en beperkingen zijn van de arts. Dit raakt namelijk direct de kwaliteit van de adviezen.

Dus heb je binnenkort een intakegesprek of moet je een bezoek brengen aan een arts? De volgende kritische vragen kunnen je hopelijk helpen (met tussen haakjes enkel smalltalk-zinnen om de vaak lastige vragen in te leiden):
  1. Hoe lang bent u al arts? (Heeft u eigenlijk al lang deze praktijk? Heeft u altijd hier gewerkt?)
  2. Heeft u recent nog opleiding genoten? (bijscholing / nascholing) (Ik heb altijd veel bewondering voor artsen ... u moet bijvoorbeeld vast veel opleidingen en cursussen volgen ... )
  3. Houdt u vakliteratuur bij? Welke abonnementen heeft u? (Ik zag in de spreekkamer veel tijdschriften liggen ... leest u dit allemaal? / Ik zag in de spreekkamer weinig vaktijdschriften liggen... doet u dat eigenlijk bewust ... )
  4. Hoeveel patiënten heeft u? (Het was erg lastig een afspraak met u te maken... u heeft vast veel patiënten? En onder veel verstaat u ...)
  5. Bespreekt u gevallen met collega's? Doet u aan intervisie? (Uw vak lijkt me soms best wel lastig, doet u eigenlijk aan intervisie ...)
  6. Bent u vaker in aanraking gekomen met deze aandoening of deze symptomen? Bent u specialist? Waaruit blijkt dit?
  7. Heeft u onderzoek gedaan (naar deze aandoening) / bent u gepromoveerd?
  8. Hoe staat u tegenover alternatieve geneeskunde?
  9. Heeft u verplichtingen naar of afspraken met derden, bijvoorbeeld met farmaceutische bedrijven, of heeft u andere belangen die u beroepsuitoefening raken? (Heeft u als arts nu eigenlijk veel te maken met farmaceutische bedrijven die zich opdringen? Ik lees hier wel eens over ...)
  10. Als ik een second-opinion zou willen vragen, hoe kijkt u daar tegenaan? Heeft u daar vaak mee te maken? Waar blijkt dit uit?
  11. Heeft u in het verleden wel eens te maken gehad met patiënten die een klacht hebben ingediend? (Uw beroep lijkt me best wel lastig ... patiënten die veeleisend zijn en om niets waarschijnlijk al klagen ... heeft u daar eigenlijk wel eens me te maken gehad? Kan ik eigenlijk als patiënt, zonder meteen aan u te twijfelen, dit eigenlijk ook ergens vinden?)

Kanttekening
Ik ben me ervan bewust dat veel van deze vragen niet makkelijk te stellen zijn omdat sommige artsen de vragen helaas als een motie van wantrouwen zullen zien. Zij hebben moeite met mondige patiënten. Ook kan de tijd ontbreken voor een uitgebreide bespreking. Bijkomend probleem is dat switchen van arts soms geen optie is. Tot slot zul je ook nog eens niet in je beste doen zijn (doordat je ziek bent en omdat het bezoek aan een arts vaak een zekere spanning met zich mee brengt).

Ik hoop echter dat ik met de smalltalk-zinnen enigszins aan dit probleem tegemoet kom. Je kunt en moet sowieso niet alle vragen stellen. Helemaal niet als je ook nog doorvraagt (wat bedoelt u met 'veel'? ... wat bedoelt u met 'recent'?). Daarnaast: een blik in de spreekkamer of kamer van de arts leert je vast reeds veel. Ga eens niet de (figuurlijke) Privé, Metro of Telegraaf lezen maar onderzoek! Liggen er vaktijdschriften? Kun je ergens uit afleiden of je arts fulltime werkt? Misschien kan de doktersassistente al enkele vragen beantwoorden? Kun je tijdens het wachten niet online gaan en iets vinden over je arts? Et cetera.

Mijn ervaring is tot slot dat als je bij je arts aangeeft dat je onzeker bent met wat gaat komen én dat je daarom je graag eerst een beeld wilt vormen van je gesprekspartner, dat artsen je vaak wel de ruimte geven enkele vragen te stellen. Wees hierin niet te passief (en zoek het juiste evenwicht).

Aanvullingen, verbeteringen? Welkom! (graag via @bewijs).

Vragen die een stagiaire kan stellen tijdens een stage

Opleidingen en bedrijven verwachten tijdens een stage een gezonde kritische houding van een student. Ze  zien graag dat de student niet alles klakkeloos aanneemt maar ook zelf blijft nadenken en waar nodig vragen stelt. Maar aan welke vragen moet je dan denken? In deze posting een korte toelichting.

Zeven vaardigheden die studenten nodig hebben voor hun toekomst

7 Vaardigheden studenten nodig hebben voor hun toekomst
In onderstaande video geeft Dr. Tony Wagner, co-director van de Harvard's Change Leadership Group een interessant overzicht van zeven vaardigheden die de huidige student zich eigen zou moeten maken wil hij of zij overleven op de toekomstige arbeidsmarkt. Sterker: in de toekomstige wereld.

Tip #08: Vraag je af wat het ideaal is van je beroep en voorkom dat je hierin doorschiet (tunnelvisie)

KRITISCHE HOUDING: TIP
Het is belangrijk om in het werk je bewust te zijn van de professionele waarden en idealen van je beroep. Anderen kunnen jou hierop afrekenen. Deze waarden en idealen vormen namelijk vaak de basis waarop jij ter verantwoording kunt worden geroepen. Of waarop jij anderen maar ook jezelf ter verantwoording roept. Twee problemen liggen echter op de loer.

Tip #07: Gaat de ander wel in op de argumenten / de vraag? (onbekendheid met de weerlegging)

Werd op Dijsselbloem, (destijds) voorzitter van de Eurogroep, een karaktermoord gepleegd? Deze conclusie kwam volgens velen begin 2013 bovendrijven nadat Dijsselbloem veel kritiek had gekregen over bepaalde uitspraken (zie hier of reacties op bericht hier). Maar misschien had de kritiek op hem ook te maken met de zaken die hij als ervaren politicus misschien bewust niet zei. Waardoor hij extra kwetsbaar werd.

Tip #05: Evalueer argumenten waarin een analogie zit en voorkom de denkfout van de valse analogie

Stel vragen bij een argumentatie met analogie
(update) Een argumentatie waarin geargumenteerd wordt op basis van analogie is een sterke manier van redeneren. Te snel wordt namelijk vergeten dat de analogie ook niet deugdelijk kan zijn. De grootste fout die gemaakt kan worden is dat vergeten wordt om vragen of de analogie wel toereikend is. Indien deze vraag onbevredigend wordt beantwoord, is de argumentatie niet optimaal.

Tip #04: Doet de ander zich niet vals voor? (valse identiteit)

Pas op voor mensen die zich vals voordoen?
Helaas, soms doen mensen zich vals voor. Ze doen alsof ze iemand of iets zijn terwijl dit toch echt niet het geval is. Soms is dit bewust (manipulatie) maar soms gebeurt dit onbewust. Wees dus - en zeker op internet - op je hoede en vraag je altijd af of de ander zich niet valt voordoet.

Tip #03: Is een gestelde oorzaak-gevolg-relatie juist? (onjuiste oorzaak-gevolg)

Oorzaak - gevolg? Stel kritische vragen.
Of er sprake is van een oorzaak-gevolg-relatie (oorzakelijk verband) is soms lastig vast te stellen. Kan een SP-politicus met één uitspraak (oorzaak) bijvoorbeeld de rentestand van een land beïnvloeden (gevolg)? Er zijn in ieder geval genoeg kritische vragen te stellen bij een oorzakelijk verband. Eerst een aantal voorbeelden om mee te beginnen.

Tip #02: Laat je niet gek maken door anderen (sociaal bewijs en groepsdruk)

We hebben de neiging om ons te laten leiden door anderen. Als bijvoorbeeld een groep mensen in een winkelstraat omhoog aan het kijken is dan is de kans groot dat jij ook naar boven gaat kijken. Deze neiging maakt dat we een kritische houding moeten aannemen op het moment dat we mogelijk overtuigd worden enkel omdat anderen iets doen of zeggen. 

Een kritische houding (uitleg)

Het kunnen stellen van vragen bij de informatie die op je afkomt, is een teken van een kritische houding.

Een kritische houding wordt gezien als het vermogen om de informatie die op je afkomt onbevooroordeeld, open en onafhankelijk op zijn waarde te schatten. De beroepsbeoefenaar weet dat je alle redeneringen en de daarin gebruikte informatie niet per definitie kunt aanvaarden maar dat je de gehanteerde kennis (soms) eerst op basis van criteria moeten toetsen en bevragen op houdbaarheid: op waarheid en juistheid.

De fundamentele vraag die de persoon zich continu stelt, is:


“Waarom ook alweer:
waarom zou ik deze informatie aanvaarden?”


Door het continu [1] stellen van deze fundamentele vraag [2] en de juiste vervolg- en deelvragen, kan de beroepsbeoefenaar ervoor zorgen dat sprake is van goede oordeelsvorming. Dat een oordeel bijvoorbeeld niet beïnvloed wordt door groepsdruk.

Een kritische houding heeft echter nog meer voordelen:
  • Beter begrip van de onderdelen die je bestudeert
  • Beter in het in de praktijk beoordelen en toepassen van modellen en theorieën
  • Beter en op de lange termijn efficiënter in het oplossen van problemen
  • Voorkomen van domme fouten / sneller leren van je fouten
  • Beter in staat om niet enkel op basis van emoties te handelen (volledig irrationeel)
  • Bij een constructieve open houding: minder conflicten

Het is natuurlijk lastig om te constateren wanneer iemand in een cognitieve valkuil is gelopen. Hoe kun je nu vaststellen of een rechter beïnvloed is door een tekort aan slaap? Hoe weet je nu of dat wat een autoriteit zegt juist is? Hoe weet je nu of datgene wat je leest op internet correct is en niet vervormd is door eigen belangen? Het enige wat we kunnen doen is aansluiting zoeken bij de inhoudelijke redeneringen die worden gemaakt waarbij de eerder genoemde cognitieve valkuilen je al kunnen wijzen op mogelijke tekorten.

__________

[1]
Je kunt spreken van een kritische houding als het stellen van kritische vragen stellen en het kritisch denken een algemene drijfveer is  geworden van de beroepsbeoefenaar[1]. Het is iemands karakter geworden. Zie Browne. M.N. en Stuart M. Keeley, Asking the Right Questions: A Guide to Critical Thinking, 2009, Prentice Hall, bladzijde 2.

[2]
Deze vraag kent diverse varianten zoals "Waarom zou ik deze informatie omarmen?" of "In hoeverre is deze informatie houdbaar?" Door sommige auteurs wordt ook wel gesproken over de betrouwbaarheid of de aannemelijkheid van de gebruikte informatie. Zie bijvoorbeeld  Schaaijk, G.A.F.M. van, Praktijkgericht juridisch onderzoek, Boom Juridische Uitgevers, 2011, bladzijde 198. 

Tip #01: Wees Socrates (blijf vragen)

(let op: deze bijdrage is enkel te raadplegen bij de originele auteur via www.vraagzin.nl)
 
"Een mens zou niet een niet-onderzocht leven moeten leiden". Dit is misschien wel de bekendste uitspraak van Socrates. Deze uitspraak drukt perfect de houding van Socrates uit: een onderzoekende, kritische houding. Een houding die nu nog steeds waardevol is en je concreet kunt maken met twee vragen. Twee vragen die ook relevant zijn voor de beroepspraktijk.

Tips in kritisch zijn en het stellen van de juiste kritische vragen

Tips in kritisch zijn: het stellen van de juiste vragen
De afgelopen jaren heb ik allerlei tips (klik hier) verzameld die kunnen helpen in het kritisch worden. Niet in de zin van kritiek uiten maar in de zin van het krijgen een onderzoekende, onafhankelijke, open en zelfstandige houding. Gericht op het stellen van de juiste vragen. Met als doel drogredenen te voorkomen en tegen allerlei cognitieve valkuilen aan te lopen. Ik zal deze vraagtips - in willekeurige volgorde en zonder volledig te zijn - op dit weblog publiceren. Waar nodig / mogelijk zal ik deze tips relateren aan de actualiteit.

(update, de onderstaande tekst over kritisch zijn, heb ik eerder geschreven. De meest actuele versie staat hier)

De 5 kritische vragen bij de als-dan redenering.

THEORIE
Vraag
Is een als- dan redenering nevenschikkend of onderschikkend?
En welke kritische vragen kun je stellen?

Antwoord
Deze vragen kreeg ik vandaag voorgelegd. Nu is de eerste vraag niet helemaal goed gesteld. Bedoeld wordt waarschijnlijk tot welke argumentatiestructuur je een als-dan redenering kunt herschrijven? Het antwoord is niet lastig, namelijk tot een nevenschikkende argumentatie.

Een als-dan-redenering gaat als volgt (het voorbeeld is willekeurig gekozen; het gaat er eigenlijk even niet om of je het met de inhoud van de argumentatie eens bent):

Als je liberaal bent, moet je op de VVD stemmen. 
Jan is liberaal 
------------------------------------------------------------------ 
(dus) Jan moet op de VVD stemmen. 

Deze als-dan-redenering kun je in een aantal stappen omzetten naar een argumentatiestructuur. Eerst maak je een redenering waarbij het standpunt voorop staat:

Jan moet op de VVD stemmen, want hij is liberaal (en als je liberaal bent, moet je op de VVD stemmen).

Dit kun je vervolgens in een argumentatiestructuur zetten:

S. Jan moet op de VVD stemmen
1a. (want) Jan is liberaal 
1b. (en) Als je liberaal bent, moet je op de VVD stemmen. 

De als-dan-redenering kun je dus herschrijven tot een nevenschikkende argumentatie, namelijk de derde versie (klik hier) van de vier versies van nevenschikkende argumentaties die ik eerder heb beschreven.

Kritische vragen bij de als-dan redenering
Maar waarom is dit nu relevant? Omdat je bij een nevenschikkende argumentatie (van deze vorm) als bij een als-dan-redenering dezelfde kritische vragen kunt stellen. Namelijk:

T.a.v. de aanvaardbaarheid van de als-dan-regel:
1. Klopt de algemene als-dan-regel wel? Concreet, is het echt zo dat als je liberaal bent, dat je dan op de VVD moet stemmen)
2. Is er ondersteuning voor de als-dan-regel? Concreet, is er ondersteuning - bijvoorbeeld door onderzoek - waaruit blijkt dat echte liberalen op de VVD stemmen?

T.a.v. de aanvaardbaarheid van de feitelijke beweringen:
3. Klopt de bewering? Concreet, is Jan echt liberaal?

T.a.v. het gebruikte argumentatieschema:
Het schema dat hier gebruikt is, is de kentekenrelatie. Het is tekenend voor een liberaal dat je op de VVD moet stemmen. Een vaste eigenschap van liberaal-zijn is dus stemmen op de VVD (in dit voorbeeld). Vragen die je dan kunt stellen raken de relevantie en toereikendheid:
4. Is liberaal-zijn inderdaad relevant om VVD te stemmen?
5. Is liberaal-zijn al toereikend om VVD te stemmen? Of kun je als liberaal ook op andere partijen stemmen?

De gemiste vraag aan Marcel Wintels (CDA): wanneer is een politiek standpunt fundamenteel?

Via een argumentatiecursus die gegeven wordt aan de Indiana Universiteit (VS) (h/t professor John Lucaites) kwam ik terecht op een aantal inspirerende Amerikaanse waakhond-websites, namelijk FactCheck.org (te vergelijken met NRC Next Checkt), The Media Research Center en Nieman Watchdog. Doel van deze websites is om het publieke debat in algemene zin zo zuiver mogelijk te houden. Of ze hierin slagen heb ik verder niet uitgezocht, maar conceptueel sprak me hun insteek aan. Met name de benadering van laatstgenoemde - en hun streven naar het stellen van vragen waarvan zij vinden dat deze door de journalistiek eigenlijk gevraagd had moeten worden.- is interessant. Kritisch denken begint immers bij het stellen van de juiste vragen.

Ik moest direct denken aan een interview met kandidaat-lijsttrekker van het CDA Marcel Wintels dat ik onder ogen kreeg. In een interview in HP/De Tijd afgelopen week stelde hij dat het nieuwe / hervonden standpunt van Liesbeth Spies inzake het boerkaverbod van Spies geen goede zaak was voor de politiek en de geloofwaardigheid van het CDA en daarom beter kon opstappen.

De ad-hominem "U draait en bent oneerlijk"?
Nu lijkt het interview met Wintels één grote persoonlijke aanval (de ad-hominem). Neem alleen de titel al: Aan Spies en Buma kleeft het draaien en keren. Nu moeten we dit Wintels misschien niet eens verwijten. We gaan dit namelijk sowieso de komende maanden nog veel zien: politici die elkaar beschuldigen van gedraai. En de inhoud dus laten voor wat het is. Sinds Balkenende's U draait en bent oneerlijk (over Bos, juli 2008) is het een terugkerende manier om een tegenstander zwart neer te zetten in de hoop hiermee de ethos van de ander - zoals deze wordt gepercipieerd door de burger - te verzwakken.

Ook de benadering van Wintels lijkt op een ad-hominem. Immers, een politicus aanvallen op een standpunt dat zij heeft ingenomen als deelnemer van een regering lijkt te getuigen van een persoonlijke aanval. Wintels kan weten dat Spuis als minister iemand anders is als Spuis als CDA-aanhanger. De rollen verschillen. Gelijk iedere politicus weet dat regeren tevens het inleveren van idealen met zich mee brengt (terzijde, maar dat gaan we ook veel zien: politici die het inleveren van hun eigen visie onderkennen maar ons ervan willen overtuigen dat ze hierdoor wel verantwoordelijkheid hebben genomen).

Geen persoonlijke aanval?
De nuancering van Wintels is echter dat het voor hem het niet om het draaien zelf gaat maar om het draaien bij fundamentele zaken. Dit lijkt een redelijke visie:
Een politieke partij mag altijd punten van het partijprogramma inleveren indien er onderhandeld wordt voor regeringsdeelname. Uitgezonderd hiervan zijn echter de fundamentele zaken. Indien fundamentele zaken weg worden gegeven, gaat de vertegenwoordiger van de partij een brug te ver en mag hem/haar gedraai worden verweten.
Dus klaarblijkelijk gaat de discussie over wat fundamenteel is. Voor Winkels lijkt een nee tegen het boerka-verbod hiermee (impliciet) een fundamenteel, hoog te houden standpunt van het CDA. Voor Spies mogelijk niet.

De vraag die ik - dit wetende - graag door HP/De Tijd gesteld had zien worden aan Winkels is dan ook:
Welke onderwerpen beschouwt u zelf - naast een nee-tegen-het-boerka-verbod - als fundamenteel voor uw partij; wat sluit iedere regeringsdeelname per definitie uit?
Sterker: aan alle partijen zou deze vraag gesteld mogen worden. Hieraan vooraf gaat de kritische vraag wat een standpunt nu fundamenteel maakt. Het is een (te) vaag begrip. Een antwoord hierop voorkomt hopelijk toekomstige argumentum-ad-hominems. Dit gaat trouwens verder dan enkel het geven van standpunten.


• CDA-kandidaat: ‘Aan Spies en Buma kleeft het draaien en keren’, HP/De Tijd, 02-05-2012

Kritische houding van de jurist

In Jurist en Literatuur, het magazine van Juridischboek.nl stond in het eerste nummer een interview met Alex Brenninkmeijer met als centraal onderwerp mediation. Ondanks een jaar oud is toch de volgende passage nog interessant voor ons:

Volgens Brenninkmeijer is het tijd voor een kleine anekdote die de verknochtheid van juristen aan procederen verduidelijkt. ‘In de Verenigde Staten is een onderzoek geweest hoe het toch kon dat juristen zo ongelukkig zijn. Binnen deze beroepsgroep zijn er veel meer echtscheidingen, veel meer alcoholisme en ander onheil. Wat bleek, er zit een heftige juridische oriëntatie. Een jurist is het gewend om de fout op te zoeken...’

Nu wordt in veel ethiekonderwijs juist ruimte gegeven om de studenten verder te ontwikkelen in "critical thinking". Maar is het ontwikkelen van een kritische houding wel nodig? Zeker nu juristen gewend zijn om gericht te zijn op fouten? Het kritisch denken omvat natuurlijk nog wel meer: het is een gerichtheid op onafhankelijk denken waarbij ook een open, onderzoekende houding gevraagd wordt. Hebben rechtenstudenten hier reeds meer of juist minder aanleg voor gezien hun juridische oriëntatie?

- Brenninkmeijer: ‘De filosofie van mediation is om het buiten de wet te
houden’
, Jurist en Literatuur / Meesterlijke teksten (mr. Olga Hoekstra), juni 2009

De Tompoeszaak: een kritische houding

Alle verdachten in de zogenaamde Tompoes-zaak gaan dus vrijuit nadat het OM niet ontvankelijk is verklaard door de rechtbank Zutphen. Het is moedig van de rechtbank om waarheidsvinding en een behoorlijke procesorde principieel voorrang te geven. Een eerlijke behandeling van een rechtszaak moet voorop staan en het is goed dat de rechtbank hier oog voor heeft.

Een korte samenvatting van de belangrijkste bevindingen:
(1) De rechtbank constateert om te beginnen een aantal tegenstrijdigheden en onduidelijkheden (van het begin van het onderzoek en de rechtmatigheid van diverse BOB-bevelen) waardoor een deugdelijke toetsing niet mogelijk is.
(2) Daarnaast zijn - opnieuw - een aantal geheimhoudersgesprekken niet of niet tijdig vernietigd wat naar oordeel van de rechtbank aan te merken is als een grove veronachtzaming van de belangen en rechten van de verdachten. Dit ook omdat niet valt in te zien of de gesprekken bewust of onbewust richtinggevend zijn geweest voor het onderzoek. Het is goed dat de rechtbank ook het laatste meeweegt en benoemt.
(3) Tot slot ontbrak bewust het startproces-verbaal in eerste instantie in de processtukken. Dit terwijl de rechtbank van oordeel is dat het proces-verbaal, vanwege zijn aard en inhoud, zonder meer van belang is voor de verdediging van de verdachten. De verdediging bewust bewijsmiddelen ontnemen, past het OM en in meer algemene zin onze rechtsstaat niet.

Tunnelvisie? Misschien wel. Wat in ieder geval interessant is dat de rechtbank met name een extra kritische houding miste die in deze zaak wenselijk was (dit nu maar enkel één persoon onderwerp van onderzoek was). Een houding die de rechtbank wel laat zien.

- Verdachten megaproces vrijuit na fouten OM, De Stentor, 7-10-2009
- OM niet-ontvankelijk in TomPoes-zaken, Rechtspraak.nl, 7-10-2009
- LJN: BJ9577, Rechtbank Zutphen, 06/580049-07, Rechtspraak.nl, 7-10-2009