Twitter Facebook RSS Feed Email
Posts tonen met het label Tunnelvisie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tunnelvisie. Alle posts tonen

Tip #08: Vraag je af wat het ideaal is van je beroep en voorkom dat je hierin doorschiet (tunnelvisie)

KRITISCHE HOUDING: TIP
Het is belangrijk om in het werk je bewust te zijn van de professionele waarden en idealen van je beroep. Anderen kunnen jou hierop afrekenen. Deze waarden en idealen vormen namelijk vaak de basis waarop jij ter verantwoording kunt worden geroepen. Of waarop jij anderen maar ook jezelf ter verantwoording roept. Twee problemen liggen echter op de loer.

Powned duidt onderzoeksresultaten objectiviteit rechters

Hoe met onderzoeksgegevens aan de haal te gaan? Enkel citaten:
- Kleurtje wordt eerder als crimineel aangewezen.
- Afkomst bepaalt de strafmaat.
- De rechterlijke macht is kortom enigszins bevooroordeeld.

De kenner ziet trouwens (door het gebrek aan tegenvoorbeelden) dat de interviewer in de reportage onbewust waarschijnlijk een andere bekende cognitieve valkuil bevestigt. Voor de liefhebber:



• Onderzoek: Mensen met een niet-buitenlands uiterlijk worden minder zwaar gestraft?, Rechtsethiek.nl, 15-03-2012

Onderzoek: Mensen met een niet-buitenlands uiterlijk worden minder zwaar gestraft?

Weinig verrassend en zoeken naar de bekende weg? Onderzoek van de universiteit Leiden laat zien dat een verdachte met een buitenlands uiterlijk bij de Nederlandse politierechter eerder celstraf krijgt. Vervelend natuurlijk want dit wekt de indruk dat er sprake is van rechtsongelijkheid. In zekere zijn de uitkomsten echter niet verrassend. Buitenlandse onderzoeken hebben dit beeld reeds eerder aangetoond bij jury-zittingen (en soms ook weer genuanceerd) en ook rechtspraak door rechters lijkt dit euvel te kennen (bijvoorbeeld DL Wiley & Mary's LJ, 1995; Leslie A. Zebrowitz and Susan M. McDonald, 1991).

Interessanter en een grotere bron van discussie is echter hoe de verschillen verklaard kunnen worden. Misschien zijn er wel goede redenen voor het verschil? Is hier wel sprake van discriminatie? En maakt het buitenlandse uiterlijk nu het verschil of gaat het om het hebben van een afwijkend uiterlijk - bijvoorbeeld t.o.v. de behandelend rechter? En welke factoren hebben nog meer invloed (gemeld wordt dat ook de plaats van de rechtbank, het verschil man/vrouw en het niet-machtig-zijn van de Nederlandse taal er toe doet)? En worden mensen met een buitenlands voorkomen nu zwaarder gestraft of mensen met een autochtoon voorkomen juist lichter?

In de NRC nuanceert Van Koppen het onderzoek:
[...] allerlei factoren spelen mee in de strafbepaling, zegt Van Koppen. Die kunnen onmogelijk allemaal zijn meegewogen.
Geeft het onderzoek ons desondanks een reden om het rechterlijke beslissingsproces toch verder te automatiseren? Of om het voorstel tot invoering minimumstraffen te omarmen?

(PS. Altijd vervelend is dan dat de onderzoeksresultaten niet direct vrij toegankelijk lijken te zijn. Dit maakt het niet mogelijk om de resultaten kritisch te beschouwen terwijl de resultaten toch direct het functioneren van de rechtsstaat raken. Hoe zit het sowieso in het algemene zin met de normatieve wenselijkheid van het onderzoek - en de populaire weergave ervan in de media? De snellezende 'burger' ziet misschien een negatief beeld van de rechtspraak ontstaan/bevestigd dat in alle nuances niet juist is?)

Korte toelichting
• Verdachte met buitenlands uiterlijk krijgt eerder celstraf, NRC, 14-03-2012

Uitgebreid
• Rechtsongelijkheid bij de rechter, NRC (abonnee), 14-03-2012

Het onderzoek
...

Interview Holman met Ton Derksen over het boek 'Leugens over Louwes', de Deventer moordzaak

Voor wie het gemist heeft, is het interview van Theodor Holman met wetenschapsfilosoof Ton Derksen over het boek 'Leugens over Louwes' (de 'Deventer moordzaak') terug te zien/luisteren. Ondanks dat het boek tot nu toe niet de impact heeft gehad als het boek over Lucia de Berk blijft het belangrijk om te blijven melden dat waar schijnen niet hetzelfde is als waar blijken. Of raakt de boodschap van Derksen uitgewerkt? Het interview duurt een half uur.

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.


• 'Het Openbaar Ministerie heeft gelogen', Human, 13-02-2012

Ina Post: Hoe een onschuldige schuld bekent

In het verleden hebben we reeds veelvuldig aandacht besteed aan de waarde en onwaarde van bekentenissen. Op NRC een posting van Steven de Jong aangaande dit onderwerp. Interessant leesvoer voor het begin van het weekend? Met onder andere onderstaande video over Ina Post (Profiel Human) en een verwijzing naar het artikel in de NYT van David Shipler.

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.

• Zo verleid je een onschuldige verdachte tot een valse bekentenis, NRC, 24-02-2012
• Why Do Innocent People Confess?, The New York Times, 23-02-2012

Stelling: Braeckman & Boudry - De Ongelovige Thomas heeft een punt, een inleiding voor kritisch denken

De gerechtelijke procedure als voorbeeld van zelfcorrectie (tunnelvisie)?

Op dit moment ben ik 'De Ongelovige Thomas heeft een punt, een inleiding voor kritisch denken' aan het lezen. In het boek geven Johan Braeckman en Maarten Boudry de lezer advies in het kritisch denken. Natuurlijk ontbreekt de confirmation bias (ook wel bevestingvooroordeel) niet. Een vooroordeel dat, zo beschrijven de auteurs (2011, bladzdijde 51) op verschillende niveaus zich kan manifesteren.

Braeckman & Boudry stellen dat het bevestigingsvooroordeel echter in gunstige zin kan worden omgebogen en onderbouwen dit - nu wordt het interessant - o.a. met de inrichting van de gerechtelijke procedure. Hun stelling is dat doordat een partij (bijvoorbeeld aanklager) alles op alles zet om een eigen hypothese over bijvoorbeeld een moord te staven, dit niet tot problemen hoeft te leiden (tunnelvisie) omdat de andere partij (verdediger) daar even ijverig aan mee doet. Dit noemen ze zelfcorrectie binnen de sociale context.

Hierdoor vindt, zo stellen Braeckman & Boudry, de zelfcorrectie ook plaats op individueel psychologisch niveau. Een kritische partij anticipeert namelijk reeds op de strenge kritiek die hij van zijn opponent mag verwachten. Dit biedt weerstand aan de verleiding van de confirmation bias.

Dat dit geen garanties geeft, weten we (al is dit voor de wetenschappelijk methode niet anders). Tot nu toe is het boek een aanrader. De stelling van Braeckman & Boudry zal - natuurlijk onder verwijzing - worden opgenomen in de volgende editie van het boek "Kritisch denken in de rechtspraktijk".

• De ongelovige Thomas heeft een punt
Een handleiding voor kritisch denken
, Houtekiet, september 2011

47. Mag een rechtshandhaver (politie) selecteren op basis van huidskleur?

De Burgemeester Daleslezing 2012 werd dit jaar uitgesproken door de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer. De lezing werd in 1998 voor het eerst gehouden en heeft als doel om een visie te geven op de werking van artikel 1 van de Grondwet. Brenninkmeijer heeft een interessant betoog waarin hij ook de valkuilen van ons verstand expliciet aan de orde brengt. Of zoals hij het mooi verwoordt: de short cuts van ons verstand. Zo zijn we, zo stelt Brenninkmeijer terecht, geneigd om een standpunt dat we op het eerste gezicht innemen onredelijk lang vast te houden, we zijn geneigd tot generaliseren en we zijn geneigd om onze vooroordelen te bevestigen. Tunnelvisie ligt op de loer. Maar, zo waarschuwt Brenninkmeijer ons, het kan ook bewust dan wel onbewust leiden tot discriminatie en ongelijke behandeling:
"Tegelijkertijd moet ik erkennen dat die short cuts uiteindelijk onrecht doen aan degenen of de situatie die ik beoordeel. Deze short cuts vormen of we willen of niet een bedreiging voor non-discriminatie. Het is daarom noodzakelijk dat we steeds weer bereid zijn om onze oordelen – die vaak vooroordelen blijken te zijn – te toetsen aan het ideaal van gelijke behandeling en non-discriminatie."
Brennikmeijer constateert echter dat politici en mensen in de media veelal geen positieve bijdrage hieraan leveren en het liefst onze onderbuikgevoelens willen bevestigen. Als je tolerant bent, genuanceerd wilt zijn, dan ben je niet meer van deze tijd. De vraag is of dit wel past bij de voorbeeldfunctie die ze hebben (met bijkomende verantwoordelijkheid). Helemaal nu het recht op vrije meningsuiting opgerekt lijkt te worden tot het recht om te beledigen, zonder dat de vraag opkwam wat het effect van de belediging is en wanneer een provocerend debat zin heeft:
"Met ruwe woorden zetten politici beelden neer die voor veel mensen 'maatgevend' worden. Door veel media-aandacht en politieke aandacht voor incidenten rond onderwerpen die tot het wegzetten of zelfs tot uitsluiting leiden – veelal verbonden met vreemdelingen – ontstaat als vanzelf een negatieve stemming in onze samenleving."
Wat volgt is de oproep tot dialoog. Een dialoog die gericht moet zijn de ander te ontmoeten. Het discussiëren in termen van wij-zij en het benadrukken van enkel sentimenten past daar niet bij. Een gesprek aangaan met de ander is echter lastig, vraagt tijd en moed.
"En bij gebrek aan deze moed zien we in deze tijd te vaak de rechtsstrijd of politieke strijd ontbranden. De politie wordt erbij gehaald, de aangifte wordt opgemaakt, Justitia moet geblinddoekt een oordeel uitspreken. Vaak volgen langdurige belastende juridische procedures die de strijd moeten beslechten en als dat tot een onbevredigend resultaat leidt en dan moeten er nieuwe regels komen."
Tot zover het betoog. M.i. vraagt één passage om extra bestudering. Brenninkmeijer beschrijft - terecht - dat beroepsdeformatie de juiste oordeelsvorming in de weg kan staan. Helaas werkt de psyche zo. Bijvoorbeeld de politie-agent die enkel allochtonen aanspreekt en oppakt. Etnische achtergrond als short cut voor keuzes in hun dagelijks werk. Brenninkmeijer:
"Als we trouw willen zijn aan artikel 1 van de Grondwet, dan zullen we voortdurend moeten reflecteren naar aanleiding van de vooroordelen die in ons brein orde trachten te scheppen in de complexe werkelijkheid. Als slechts ons gevoel, of, nog erger, slechts ons onderbuikgevoel richtinggevend wordt, dan is voorspelbaar dat wij ongerechtvaardigd onderscheid maken. Onderscheid naar onderwerpen die zeer gevoelig liggen: ras, religie, afkomst, geslacht en seksuele gerichtheid."
Een interessant betoog. Eén passage vraagt echter om nadere bestudering. Dit betreft de passage waarin Brenninkmeijer schrijft over hoe vooroordelen ten aanzien van groepen de juiste oordeelsvorming in de weg kan staan bij mensen werkzaam in de rechtshandhaving (rechters/politie). Het betreft met name het onderscheid allochtoon/autochtoon.

Nu is het logisch dat een rechter een allochtoon niet zwaarder mag straffen dan een autochtoon. Net zo min mooie, jonge vrouwen niet lichter bestraft zouden mogen worden. Uit het juridische oordeel moet gelijkwaardigheid klinken. Onderzoek uit april 2011 heeft gelukkig laten zien dat rechters in het algemeen hier - door opleiding en ervaring - goed mee om kunnen gaan. Maar het vraagt om blijvende aandacht. Een juridisch oordeel mag nooit beïnvloed worden door ras, geslacht, godsdienst of politieke gezindheid. Ondanks onze neiging hiertoe.

Maar mag een politieagent in het werk ook geen onderscheid maken op basis van huidskleur?

Enerzijds kan namelijk gesteld worden, zoals ook Brenninkmeijer doet, dat de criminaliteit onder bijvoorbeeld Antillianen en Marokkanen hoger is dan bij andere groepen. Indien een politieagent van deze kennis uitgaat, lijkt niet meer gesproken te kunnen worden van een vooroordeel. Dit rechtvaardigt het maken van een onderscheid.

Anderzijds kan dit ten eerste ook doorslaan. De rechtshandhaver vergeet dat er ook geslaagde allochtonen zijn (de meerderheid namelijk). Ook kan de politieagent ten tweede vergeten dat bepaalde gedragingen ook bij autochtone burgers net zo frequent voorkomen (homo-belediging bijvoorbeeld). Ten derde kan het optreden van de politieambtenaar resulteren in een self-fulfilling prophecy: omdat een groep vaker wordt aangesproken, zullen mensen in deze groep ook vaker opgepakt worden (hetgeen bij herhaling kan leiden tot verdere uitsluiting).

Hoe lastig het in de praktijk is, bleek wel uit recent Engels onderzoek (zie artikel NRC voor enkele verwijzingen). Brenninkmeijer is ondertussen duidelijk:
"De boodschap die ik meenam uit de politiewereld om discriminatie tegen te gaan was simpel: zorg ervoor dat je ook voldoende contact hebt met mensen uit deze groepen die zich niet crimineel gedragen. Dat is immers de overgrote meerderheid. En bij deze zin leg ik een klemtoon: de overgrote meerderheid deugt. Op die manier kan een agent voorkomen dat hij een bepaalde etniciteit ten onrechte gelijk gaat stellen met criminaliteit. Hetzelfde probleem speelt bij de controle van auto's in het grensgebied of bij preventief fouilleren als dat niet op grote schaal en op basis van willekeur, maar meer doelgericht ingezet wordt. Vraag is dan: 'wie is je doel?', en hoe rechtvaardig je je keuze?"
• Ik en de ander, De Burgemeester Daleslezing 2012, 20-01-2012
• Dat krijg je er nou van. Preventief fouilleren lokt racisme uit, NRC, 16-01-2012

Groepsdenken? 12 Angry Men (1957)

Een aanrader voor iedere rechtenstudent: de film 12 Angry Men uit 1957. Ook de versie uit 1997 - die toch minder goed is - staat op youtube. Onderwerp: groepsdenken en kritisch denken in een jury.




En even geen tijd, dan is er nog altijd het volgende filmpje.



• 12 Angry Men (1957), Wikipedia
• Groupthink, Wikipedia

Was er wel of geen tunnelvisie bij Victor Muller (jurist/oud-advocaat). Op BNR een analyse.

In Zweden heeft de rechtbank goedkeuring gegeven aan het faillissement van Saab. Op BNR een analyse van de werkwijze en aanpak van Victor Muller met in de studio André Hoogeboom (schrijver van "Hoe Spyker Saab redde"). Interessant omdat Muller is opgeleid tot jurist en ook werkzaam is geweest als advocaat (dit wordt zelfs expliciet bij de analyse betrokken). De vraag die besproken wordt, is in hoeverre sprake was van tunnelvisie bij Muller.

Was vanaf het begin immers niet duidelijk dat General Motors iedere deal met Chinese organisaties zou tegenhouden? Op voorhand was toch duidelijk dat GM nooit zou instemmen met het vertrek van technologie naar China? Sterker nog, dit was zelfs contractueel afgesproken. Was er daarom sprake van een blinde vlek bij een voor het overige slimme, intelligente man of kunnen deze twee niet samengaan? Op BNR een (oppervlakkige) analyse die wel interessante vragen oproept. Is het gegeven dat Muller bijvoorbeeld advocaat is geweest nu nog steeds relevant?

• Radiofragment, BNR, 19-12-2011
• Zwarte dag voor Victor Muller en Saab, BNR, 19-12-2011

NRC-Next 29/11. De weg der geleidelijkheid: waarom en hoe we onethisch gedrag rechtvaardigen.

In de NRC.Next van dinsdag 29 november lezen we waarom mensen in onethisch gedrag vervallen én waarom/hoe ze dit vervolgens verklaren en rechtvaardigen. De centrale vraag is: waarom vindt niemand zichzelf de bad guy? Het artikel is gericht op wetenschappelijke fraude (Stapel, Poldermans) als de problemen rond het bankwezen maar de vraag raakt ook andere domeinen ("het is de gemiddelde echtscheiding in een notendop").

De essentie van onethisch gedrag, zo is de stelling, is dat het klein begint. Het begint bijvoorbeeld met één keer even spieken bij een lastig tentamen. Of met één keer even niet de patiënten vragen om toestemming bij medisch onderzoek. Of vertaalt naar het juridische: de advocaat die één keer een administratieve onzorgvuldigheid begaat rond de derdenrekening. Het probleem is echter dat het hier niet ophoudt en dat één kleine immorele handeling vaak het begin is van meer en groter onethisch gedrag.

De persoon die dit foute gedrag vertoont, zal vervolgens het gaan relativeren. De spieker: "Iedereen doet het weleens". De onderzoeker: "het onderzoek is baanbrekend en erg waardevol". De advocaat: "Een kleine onvolkomenheid in drukke dagen". De krant:
Ethiek begint met een autonoom zelfbeeld. Het eindigt dus bij een zelfbeeld waarbij iemand zichzelf presenteert als een speelbal van de situatie.
De persoon die zich wel aan norm heeft gehouden zal de ander weer volkomen amoreel vinden. Dit leidt er vervolgens weer toe dat de ander, de spieker, de persoon die wel juist handelde al snel een moraalridder vindt.

In het artikel meer voorbeelden onder verwijzing naar het boek "Er zijn fouten gemaakt (maar niet door mij)" van Tavris en Aronson en "Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen" van Muel Kaptein. Kort door de bocht: alles om het gevoel van eigenwaarde te behouden.

• Tja, er zijn zeker fouten gemaakt (maar dat lag dus echt niet aan mij, hè), NRC.Next (enkel abonnee), 29-11-2011

Links uit het artikel:
• Carol Tavris & Elliot Aronson - Er zijn fouten gemaakt (maar niet door mij)
Waarom we dwaze overtuigingen, slechte beslissingen en kwetsend gedrag rechtvaardigen
, Uitgeverij Nieuwezijds, 2011

• Voices from the world of finance, in their own words..., Guardian
• Muel Kaptein - Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen, Uitgever Business Contact, 2011

Amerika: 10 redenen om je op het zwijgrecht te beroepen. Waarom de waarheid toch rekbaar is.



Het gaat snel maar wie mr. James Duane, hoogleraar aan de Regent Law School en oud advocaat, kan volgen, hoort een gepassioneerd verhaal waarom we ons altijd moeten beroepen op het zwijgrecht als we in aanraking komen met de (Amerikaanse) politie. Geen oproep tot publieke ongehoorzaamheid maar een interessant mini-college over hoe de waarheid toch ineens tegen ons kan werken. Omdat opsporingsambtenaren ook maar mensen zijn.

Duane vertelt op een uitnodigende manier hoe een feitelijke uitspraak ineens een betekenis krijgt die we niet hadden voorzien. Een aantal problemen die de waarheidsverteller kan opbreken:
- er zijn zoveel gedragingen verboden dat zelfs advocaten niet voor 100% weten of een feitelijke handeling strafbaar blijkt te zijn. Duane: zelfs het bezit van een kreeft is soms strafbaar!
- datgene wat gezegd wordt - al is het de waarheid - wordt toch niet gelooft op het moment dat van het tegendeel wordt uitgegaan. Duane: stel een verdachte wordt opgepakt maar vertelt dat hij het niet heeft gedaan. Zal de ambtenaar zeggen: "tja, je hebt gelijk, ga maar?". You can't talk your way out of getting arrested.
- we horen alleen dat wat we zoeken, niet wat buiten onze zoekvraag ligt.
- we vullen veel in en associëren er graag op los. Niet overtuigt: een quiz op 2:10 en uitkomst op 18:18.

28. Mag een jurist bewust feiten herkaderen (reframen) teneinde de ander eerder onbewust te overtuigen?

Aan iedere feitelijke stand van zaken kunnen we in beginsel een positieve als negatieve waardering geven. Anders verwoord: in beginsel kan ieder feit een morele kleuring krijgen waarbij het maar van de spreker afhangt of dit positief of negatief is.
Neem bijvoorbeeld rechter Pietersen, 66 jaar. Een partij die in het ongelijk is gesteld door deze rechter zal hem snel in een negatief hokje plaatsen (op zich een argumentum ad hominem t.a.v. het vonnis maar dat terzijde). De rechter is oud, ouderwets, niet meer op de hoogte van moderne ontwikkelingen, niet meer juridisch bij de tijd, et cetera. Anderzijds kan de leeftijd van de rechter door iemand anders - bijvoorbeeld de winnende wederpartij - in het tegenovergestelde normatieve kader worden geplaatst. De rechter is in dat geval ervaren, wijs (wijsheid komt met de jaren) en weloverwogen. Hetzelfde feit wordt dus op twee manieren normatief gekwalificeerd.
Het is om twee redenen belangrijk voor een jurist om dit mechanisme te onderkennen. De eerste reden heeft een politieke achtergrond. Op met name internationaal als nationaal niveau zien we politici feiten vaak bewust, soms onbewust in een specifiek kader zetten (herkaderen/reframing) hetgeen zijn weerslag kan vinden in het recht. Ook kan om politieke redenen een begrip gebruikt worden met als doel de feitelijke werkelijkheid te verbloemen teneinde de ander eerder van de wenselijkheid of onwenselijkheid van een regeling te overtuigen. Op deze manier wordt bijvoorbeeld een probleem omgebogen tot uitdaging, mogelijkheid of uitzondering. Andersom kan natuurlijk ook: een mogelijkheid wordt een probleem. Hoe dan ook, de betekenis die aan een feitelijke stand van zaken wordt gegeven, wordt gekleurd hetgeen vervolgens zijn weerslag kan vinden in het recht.

Het onderkennen van dit mechanisme is volgens sommige auteurs om een tweede reden relevant voor juristen. Op concreet niveau kan het herkaderen of reframen van begrippen namelijk ook worden ingezet door instanties - maar bijvoorbeeld ook door advocaten - om de ander eerder te overtuigen van een specifiek standpunt.
Een bekend voorbeeld van een begrip dat zowel op politiek als op concreet niveau soms ge/misbruikt wordt, is collateral damage (vrij vertaald: bijkomende schade). Dit is schade die niet gewild is en enkel bijkomend is aan de primaire gewilde uitkomst. In de internationale praktijk wordt van dit begrip echter ook bewust gebruik gemaakt om niet te hoeven spreken van burgerslachtoffers (bijvoorbeeld de Nato gedurende de oorlog in Joegoslavië). Op concreet niveau probeerde Timothy McVeigh na zijn aanslag in Oklahoma City op 19 april 1995 de 19 dode kinderen af te doen als collateral damage. Door de rechter werd dit niet gevolgd.
De vraag is of het bewust gebruik maken van dit middel moreel verwerpelijk is. Niet iedere auteur is namelijk van de morele juistheid van het bewust gebruiken van herkaderen overtuigd. Gesteld wordt dat bewust herkaderen in feite misbruik maken is van de onwetendheid van de ander en dat enkel met een kritische houding door sommige frames heen zal worden geprikt. Enkel dan wordt de feitelijke situatie ingezien.

Een bijkomend probleem van reframing is, zo wordt gesteld, dat naast de toehoorder ook de persoon die het aangepaste begrip gebruikt op een gegeven moment te veel in het geherkaderde begrip gaat geloven. Als een mens maar vaak genoeg een bepaalde term gebruikt (bijkomende schade) dan ziet de persoon op een gegeven moment zelf niet meer de werkelijkheid (het gaat ook over burgerslachtoffers). Tunnelvisie ligt op de loer. Een extra reden om als jurist terughoudend te zijn?

Ter inspiratie hieronder enkele omschrijvingen/begrippen die soms niet zuiver worden gebruikt en de waarheid verbloemen. Komt het veel voor binnen het juridische? Aanvullingen/wijzigingen zijn welkom!

- afwaarderen schulden: niet terug (laten) betalen van schulden
- andere rechtstraditie: staten met een rechtsorde die volgens de auteur minderwaardig is aan de onze
- bijkomende schade / collateral damage: (ook) burgerslachtoffers
- disciplinaire maatregel opleggen: straffen
- economische vluchteling (gelukzoekers): asielzoekers
- regeling treffen: geen dossier hebben om disfunctioneren aan te tonen
- reorganisatie, herstructurering: (soms) sanering / collectief ontslag
- ruimen: afmaken van dieren
- wachtgeld: (oorspronkelijk/soms) ontslag
- ...?

De Tompoeszaak: een kritische houding

Alle verdachten in de zogenaamde Tompoes-zaak gaan dus vrijuit nadat het OM niet ontvankelijk is verklaard door de rechtbank Zutphen. Het is moedig van de rechtbank om waarheidsvinding en een behoorlijke procesorde principieel voorrang te geven. Een eerlijke behandeling van een rechtszaak moet voorop staan en het is goed dat de rechtbank hier oog voor heeft.

Een korte samenvatting van de belangrijkste bevindingen:
(1) De rechtbank constateert om te beginnen een aantal tegenstrijdigheden en onduidelijkheden (van het begin van het onderzoek en de rechtmatigheid van diverse BOB-bevelen) waardoor een deugdelijke toetsing niet mogelijk is.
(2) Daarnaast zijn - opnieuw - een aantal geheimhoudersgesprekken niet of niet tijdig vernietigd wat naar oordeel van de rechtbank aan te merken is als een grove veronachtzaming van de belangen en rechten van de verdachten. Dit ook omdat niet valt in te zien of de gesprekken bewust of onbewust richtinggevend zijn geweest voor het onderzoek. Het is goed dat de rechtbank ook het laatste meeweegt en benoemt.
(3) Tot slot ontbrak bewust het startproces-verbaal in eerste instantie in de processtukken. Dit terwijl de rechtbank van oordeel is dat het proces-verbaal, vanwege zijn aard en inhoud, zonder meer van belang is voor de verdediging van de verdachten. De verdediging bewust bewijsmiddelen ontnemen, past het OM en in meer algemene zin onze rechtsstaat niet.

Tunnelvisie? Misschien wel. Wat in ieder geval interessant is dat de rechtbank met name een extra kritische houding miste die in deze zaak wenselijk was (dit nu maar enkel één persoon onderwerp van onderzoek was). Een houding die de rechtbank wel laat zien.

- Verdachten megaproces vrijuit na fouten OM, De Stentor, 7-10-2009
- OM niet-ontvankelijk in TomPoes-zaken, Rechtspraak.nl, 7-10-2009
- LJN: BJ9577, Rechtbank Zutphen, 06/580049-07, Rechtspraak.nl, 7-10-2009