Twitter Facebook RSS Feed Email
Posts tonen met het label Argumentatie-analyse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Argumentatie-analyse. Alle posts tonen

De 10 argumenten voor / tegen grondrechten voor dieren

In dit artikel vind je een argumentatie-overzicht als antwoord op de vraag in hoeverre dieren ook grondrechten zouden moeten hebben. Je zou het kunnen zien als een concept-argumentatiekaart (dat je mogelijk kunt gebruiken voor een debat, moreel betoog of essay). Het is in concept en mogelijk nog niet volledig, dus aanvullende argumenten zijn altijd welkom.
 


Photo by Rob Schreckhise on Unsplash

Voordat je verder leest, wel een disclaimer. Zoals vaker op deze site geldt ook hier: een uiteindelijk oordeel of we dieren grondrechten moeten geven, zul je hieronder niet vinden. Het is puur een inventarisatie van argumenten met als doel te komen tot een betere afweging. Je zult hierbij merken dat sommige argumenten beter zijn, en sommige argumenten minder goed (en misschien zelfs drogredenen zijn?). Denk ook niet: waar het meeste argumenten van zijn, dat overtuigt het meest.

Aanleiding

Als startpunt van dit deel van het college gebruikte ik overigens het standpunt van Michael Kiok tegen een nieuwe wet in Duitsland die zoöfilie zou verbieden. Meer info vind je hier. Het wetsvoorstel – ook wel samengevat als een verbod op bestialiteit – werd uiteindelijk voor het constitutioneel hof in Duitsland gebracht (door twee anonieme aanhangers van de zoöfilie).

De vraag die de rechtbank in Karlsruhe moest beantwoorden was in hoeverre een wet die bestialiteit verbood tegen de grondrechten van mensen inging (met name vrijheid, in het bijzonder ‘the right to sexual self-determination’).

De rechters waren echter helder: de wet bleef geldig. Het dierenwelzijn woog zwaarder. Zie als een eerste bron over deze rechtszaak deze link.

Argumenten tegen (en de reactie hierop)

[RECHTEN]
T1. Dieren kunnen geen beroep doen op grondrechten / niet inroepen. 

Klopt, maar dat kunnen (ongeboren) kinderen ook niet en daarvan zeggen we wel dat ze grondrechten hebben.

Dat is wel zo, maar kinderen hebben wel het potentieel om dit op termijn te doen (als ze ouder worden). Het zijn mensen (in ontwikkeling).

Hoe zit het dan met kinderen die zich niet verder zullen ontwikkelen? Of mensen met een hersenletsel? Die hebben toch ook grondrechten?

De grondrechten die ze hebben, kun je gewoon baseren op dat ze lid zijn van het menselijke soort

T2. Met rechten komen plichten. Hieraan kunnen dieren niet voldoen. 

               Zie 1 voor de tegenargumentatie

[OORSPRONG VAN GRONDRECHTEN]
T3. Grondrechten vinden hun oorsprong – naast het mens-zijn (zie verder) – in dat ze nauw samenhangen met het democratisch ideaal. Zie de klassieke grondrechten die met name gaan over het ingrijpen van overheidshandelen. Dieren hebben geen actieve bijdrage aan de democratie.

Dat grondrechten hun oorsprong vinden in de democratie wil niet zeggen dat je ook moeten kunnen bijdragen aan de democratie om ze te kunnen hebben. Ook groepen van individuen en zelfs naties kunnen grondrechten hebben bijvoorbeeld. En waarom zouden dieren geen bescherming moeten krijgen tegen een machtige overheid?

T4. Grondrechten zijn mensenrechten. Ze zijn gebaseerd op het mens-zijn. Niet op dier-zijn.

Dit is natuurlijk een definitiekwestie. We kunnen ook stoppen met het woord mensenrechten te gebruiken of deze grondrechten enkel gebruiken voor de grondrechten die voor mensen van toepassing zijn (en niet voor dieren en /of groepen, et cetera). Zie vervolgens de voorargumenten 1 en 2.

[ALTERNATIEVEN]
T5. Ook zonder grondrechten kun je van mensen (juridisch) eisen dat ze op en goede manier met dieren omgaan. Zoals mensen ook goed moeten omgaan met dingen / zaken / goederen (hoe je het maar ook noemt).

Het is wat vreemd om dieren met dingen, zaken of goederen te vergelijken. Zie ook hieronder het voor-argument: mensen zijn in de kern misschien zelfs dieren of staan op z’n minst dichterbij dieren dan dieren bij zaken (als woningen, goederen, et cetera).

In dat geval kun je dieren ook zien als een derde groep (zoals ook nu in het burgerlijk wetboek reeds gebeurt. Dieren vormen een tussengroep. Mensen hebben grondrechten. (overige) Dieren en niet-levende zaken hebben op een andere manier rechten. Maar de laatste twee zijn niet gebaseerd op de grondrechten die ze zouden hebben.

Maar waar moet je deze rechten van dieren dan op baseren? De plicht om goed om te gaan met goederen kun je baseren bijvoorbeeld op het recht op eigendom (of andere grondrechten). Waar baseer je het recht om goed om te gaan met dieren dan op?

Die kun je bijvoorbeeld funderen op de pijn die ze kunnen lijden (en die van eigenaren). Dat ze echter pijn kunnen lijden, rechtvaardigt dat wij mensen goed met ze omgaan, niet om ze meteen grondrechten te geven. Zie eerder wat gezegd is bij ‘rechten’.

[DIER]
T6. Het is niet duidelijk wat je kunt verstaan onder dier? Moet je aan een spinnetje of een mier ook grondrechten geven? Of een bacterie? Of …

Waarom zou dit niet mogelijk moeten zijn? Nog even los van over welke grondrechten we spreken, verdienen alle dieren onze zorg (tegen ingrijpen tegen de overheid). Dit hoeft het idee van grondrechten aan dieren niet in de weg te staan. Ook een miertje verdient zorg.
Dat misschien bij bepaalde dieren het lastig is om te spreken over grondrechten rechtvaardigt nog niet om in ieder geval aan een aantal dieren grondrechten te geven. Het tegenargument is een hellend-vlak-drogreden.

T7. Als je kijkt naar onze grondrechten dan gaat het met name over vrijheid, privacy, niet gediscrimineerd worden. Dit gaat niet op voor dieren.

Je hoeft niet alle grondrechten die mensen hebben direct aan alle dieren te geven. De vrijheid te mogen leven en niet zonder reden gedood te worden, zou al een goed begin zijn.


Argumenten voor (en de reactie hierop)

[OORSPRONG VAN GRONDRECHTEN / DIER-ZIJN]
V1. We hebben grondrechten omdat we mens zijn: individuen die kunnen pijn lijden. Ook dieren lijden (sterker nog: we zijn ook dieren) en daarom verdienen deze ook bescherming. Treffend is de uitspraak van de filosoof Jeremy Bentham: “De vraag is niet: kunnen ze redeneren, noch kunnen ze praten, maar kunnen ze lijden?”

De mens verschilt van (andere) dieren doordat het niet enkel pijn kan lijden, maar ook een bewustzijn heeft. We hebben het vermogen om na te denken over hoe we met anderen om willen gaan en worden niet enkel gedreven door instincten. Hiermee zijn we anders dan dieren. 

                        Dit geldt toch niet voor alle mensen? 

Ja, maar zie tegenargumentatie hierboven. Het gaat om het lid zijn van het menselijke soort.

En hoe zit het dan met dieren die duidelijk ver zijn in hun ontwikkeling (denk aan varkens en andere mensapen). Het DNA / de hersenen van varkens lijken bijvoorbeeld op die van mensen. Andersom geldt ook: het gedrag van mensen is vaak veel dierlijker dan we doen voorkomen.

Om bescherming te bieden, hoef je ze geen grondrechten te geven. Zoals je een gebouw dat je beschermt ook geen grondrechten geeft. Zie verder tegenargument T5.

[MENS=DIER]
V2. Er is geen reden om verschil te maken tussen de verschillende diersoorten (waar wij één van zijn): er is geen goed argument voor speciësisme.

Je ziet in de praktijk genoeg voorbeelden waaruit blijkt dat mensen verschillen van andere dieren. Heb je ooit een dier een kerncentrale zien ontwikkelen?

Dat het nu zo is, rechtvaardigt nog niet dat we daarom dieren anders behandelen. Ook mensen behandelen we gelijk ongeacht hun specifieke kennis, vaardigheden, bijdrage aan de samenleving e.d.

De mens gebruikt en eet (van oudsher) dieren. Dit laat duidelijk zien dat de mens boven dieren staat. Dit zie je ook terug in veel geloven. Sterker, het kan hier niet zonder. 

Dat de mens dit doet, rechtvaardigt dit nog niet. Sterker nog: het is misschien juist een goede reden om ze grondrechten te geven. Dat de mens andere mensen vermoordt, rechtvaardigt moord ook niet. Zie ook volgend argument.

V3. Dat de mens dieren gebruikt en eet, hoeft geen reden zijn om ze geen grondrechten te geven. Het is juist een reden om dit wel te doen. Het uitgangspunt wordt dan het belang van het dier en afwijking (bijvoorbeeld dieren gebruiken of eten) wordt alleen mogelijk als dit bij wet is toegestaan. Dit erkent het belang van dierenwelzijn.

Zie eerder argument: voor bescherming van het dier heb je geen grondrechten nodig. Bescherming kan ook gewoon zonder grondrechten.


Aanvullingen? Welkom!

De 12 argumenten voor en tegen een Zwarte Piet

Moeten we afscheid nemen van Zwarte Piet? Dit is een terugkerende discussie in Nederland. In oktober komen de eerste pepernoten, maar hoor je ook weer de eerste geluiden die zeggen dat we wel/niet afscheid moeten nemen van Zwarte Piet. Misschien heb jij hier ook al reeds een mening over? Voor een beter doordachte mening doe je er echter toch goed aan je eerst af te vragen welke argumenten er zijn. In deze bijdrage vind je een overzicht van de meest gehoorde argumenten.
Argumenten Zwarte Piet discussie
Eerste versie: 10-10-2013
Laatste update: 29-10-2019 (met dank aan G.E)

Herkomst argumenten
Ik ben voor dit overzicht van de belangrijkste of meest gehoorde argumenten (dus voor en tegen het vasthouden aan Zwarte Piet in onze Sinterklaastraditie) begonnen met de argumenten die ik vaak hoor in de morele discussies die ik begeleid. Deze argumenten voor en tegen een Zwarte Piet heb ik vervolgens uitgebreid en gecontroleerd met argumenten die je op weblogs en in de media terug ziet komen.

Argumentatie-overzicht
Maar let op: ik geef hieronder dus enkel een overzicht van argumenten. Het is een eerste versie van een argumentatiestructuur. Argumenten voor en tegen heb ik hierbij bij elkaar gezet.

Dit zegt natuurlijk nog niets over of het goede argumenten zijn.

Zoals altijd geldt ook hier: sommige argumenten zijn misschien beter dan andere en het overzicht wil niet zeggen dat ik het goede argumenten vind.

Het is aan jou om de argumenten te onderzoeken (op waarheid van de feiten) en te beoordelen (op juistheid van de argumenten en vooronderstellingen). En natuurlijk het liefst van twee kanten, dus van alle argumenten voor en tegen het behouden van de traditie van Zwarte Piet (anders ben je aan het rationaliseren: argumenten zoeken voor een standpunt wat je al hebt; dat schiet natuurlijk niet op).

En voor de volledigheid: je leest hieronder meerdere argumenten die vaak samen iemand overtuigen van een bepaald standpunt (binnen de argumentatietheorie wordt dit ook wel nevenschikkende argumentatie genoemd).

Tot slot
Succes met het verder vormen van een beter oordeel over Zwarte Piet. Of beter: het wel of niet behouden van een Zwarte Piet in de Nederlandse Sinterklaastraditie. Op naar een meer overwogen discussie!




TEGEN ZWARTE PIET

1. Zwarte Piet is racistisch. 
Ze worden vaak als dom neergezet, hebben een accent (vaak Surinaams terwijl ze niet eens uit Suriname komen) en gedragen zich onderdanig aan de grote baas. Het staat symbool voor slavernij. De stereotypering is racistisch.

Tegenargument:
Dat ze vaak als dom worden neergezet is maar de vraag. De rol van Zwarte Piet is eerder positief. Kinderen willen altijd Zwarte Piet zijn; zelden Sinterklaas. Sterker, als je Sinterklaas wilde zijn als kind was je toch wat sneu. Zwarte Pieten zijn grappig, lenig, zijn acrobatisch en mogen ook nog eens pepernoten en cadeautjes weggeven. Dat Zwarte Pieten vaak vreemd spreken, is niet correct. Het zwart is het roet geworden.

Tegen-tegenargument (m.a.w. een argument dat weer tegen laatstgenoemde tegenargument is):
Dat de rol van Zwarte Piet positief is, is wel vergezocht. Sprake is van stereotypering (kroeshaar, dikke lippen, gouden oorringen). Daarnaast is ook duidelijk dat het uitvoerders zijn, dat het knechten zijn en dat ze dus moeten luisteren naar de blanke Sinterklaas. Kijk maar eens naar het Sinterklaasjournaal: als er iets misgaat (en dat is ieder jaar weer) dan zijn er twee mogelijkheden. Of (1) Sinterklaas is de schuldige, maar dat is dan omdat hij oud is of (2) een Zwarte Piet is de schuldige, maar dat is dan omdat hij wat dom is geweest. Ooit van een domme Sinterklaas gehoord?

Als het daarnaast een vriend is - en geen slaaf meer is - wat is dan het probleem om niet de kleur te veranderen? Of enkel een donkere veeg van het roet? Alsof Pieten sowieso nog door schoorstenen kruipen (welke schoorstenen)?

2. Met het Sinterklaasfeest zegt de Nederlander: ik ben beter.
Zie argument 1. Spreekt verder voor zich.

Tegenargument:
De Nederlander zegt dat niet. Wie is sowieso DE Nederlander waarover je spreekt? Ga eens naar een intocht en je zult zien dat ouders het leuk vinden om met hun kinderen daar te zijn. Geen enkele ouder - uitzonderingen natuurlijk daargelaten - zal het feest als een nationalistisch en de ander uitsluitend volksfeest beschouwen. Iedereen is welkom!

Tegen-tegenargument:
Waarom zie je dan zo weinig allochtonen bij een intocht? Waarom wordt dit feest dan minder gevierd onder allochtonen? Ontken niet dat het feest een nationalistisch karakter heeft dat gebaseerd is op uitsluiting. Mensen die in de media tegen een Zwarte Piet zijn, ontvangen trouwens allerlei racistische reacties.

3. De traditie zelf is - historisch gezien - racistisch. 
Als je kijkt naar de oorsprong van de traditie dan zie je duidelijk dat het feest is bedacht vanuit een racistisch motief. NRC: In een documentaire van vorig jaar van Bibi Fadlalla stelt historicus Frits Booy dat er wel een relatie is tussen Zwarte Piet en slavernij (zonder direct te zeggen dat Zwarte Piet een slaaf is van Sinterklaas). (klik hier). 

Tegenargument.
(1) In historische zin valt dit te bezien. Zie bijvoorbeeld het artikel van Arnold-Jan Scheer in de Volkskrant. (2) En als dit al zo zou zijn, dan moet je de vraag stellen of je deze geschiedenis altijd moet corrigeren. Als de huidige samenleving het Sinterklaasfeest niet meer met een racistische bril viert, waarom zou je het veranderen? (3) En stel je zou een nieuw feest bedenken waar kinderen in moeten geloven, dan zou je toch geen groene, blauwe, rode Pieten bedenken? Geen kind dat dit gelooft.

4. Het is eenvoudig aan te passen.
Wat is nu het bezwaar om groene, blauwe en rode Pieten te introduceren? 

Tegenargument:
Ten eerste zullen kinderen dan eerder doorhebben dat het niet echt is. Enige identificatie moet er wel zijn. En moet Sinterklaas dan ook altijd een kleur krijgen? Want anders kan nog steeds gesproken worden over de blanke machthebber. En mag geel ook niet om te voorkomen dat we Aziatische mensen kwetsen? Laten we het wel proberen realistisch te houden. Zie daarnaast wat gezegd is bij traditie: deze moet je koesteren.

Tegen-tegenargument:
Niets staat ons in de weg om gekleurde Pieten te nemen. Sinterklaas mag blank zijn maar ook gekleurd. Prima. Gele Pieten moet je voorkomen als hiermee Aziatische mensen zich gekwetst voelen. Iedere stereotypering is onwenselijk. Of wees dan consequent (ook Zwarte Pieten met een hoofddoekje naast Zwarte Pieten die een verstandelijke beperking hebben?)

5. In het buitenland vinden ze ons maar gek.
In het buitenland hebben veel mensen moeite met deze traditie. Vanuit het Amerikaanse perspectief is Zwarte Piet zelfs geen optie.

Tegenargument:
Argument ad populum: dat veel mensen in het buitenland moeite hebben met de traditie, maakt het nog geen slechte traditie. Laten we de discussie over Zwarte Piet voeren op grond van rationele argumenten.



VOOR ZWARTE PIET

1. Het is een traditie.
Spreekt voor zich.

Tegenargument:
Tradities zijn niet per definitie goede tradities. Sommige tradities hebben we gelukkig achter ons gelaten (het achterstellen van vrouwen, het slaan van kinderen in de opvoeding, het gebruik van slaven, etc). Het beroep op traditie nog een ander probleem: het filosofische is/ought-probleem. Dat iets het geval is, is niet per definitie een reden dat het ook zo zou moeten zijn.

Tegen-tegenargument:
Dat mag dan zo zijn maar tradities hebben wel een bepaalde meerwaarde voor een samenleving. Ze binden en geven samenhang. Het Sinterklaasfeest is een volksfeest dat Nederland (vrij) uniek maakt. Dit moet je koesteren.

2. Het is een kinderfeest.
Het Sinterklaasfeest is gericht op kinderen. Het is geen feest waar racistische mensen hun ideeën uitwisselen. 

Tegenargument:
Dus? Omdat het een kinderfeest moeten we het maar accepteren? Sterker, je moet het omdraaien: juist omdat het gericht is op kinderen moet je heel terughoudend zijn. Indirect maak je namelijk aan kinderen reeds duidelijk dat er een bepaald onderscheid is.

Tegen-tegenargument:
Deze relatie - dat kinderen die in aanraking komen met de traditie van Zwarte Piet later eerder racistisch zullen zijn - is totaal onbewezen.

3. Niemand wordt kwaad gedaan.
Al zou het ooit al met een racistisch motief bedacht zijn, dan nog wordt nu niemand kwaad gedaan. Donkere mensen worden zelf niet gediscrimineerd als je kijkt naar het feest. Sterker, donkere mensen kunnen en mogen Sinterklaas spelen net zoals blanke mensen Zwarte Piet kunnen en mogen spelen. Dat kinderen geen kwaad wordt gedaan is eerder reeds beschreven.

Tegenargument:
De discussie is er niet voor niets: er zijn mensen die aan Zwarte Piet aanstoot aan nemen. Miljoenen mensen ergeren zich hieraan.

Tegen-tegenargument:
Dit is niet nodig (zie andere argumenten: we zijn geen racisten en het heeft geen racistisch doel).

4. De mensen die Sinterklaas vieren, zijn geen racisten.
Mensen vieren een kinderfeest. Nergens zie de andere, meer bekende racistische uitingen (hakenkruizen, vlaggetjes, et cetera).

Tegenargument:
Of we niet racistisch zijn, is om te beginnen lastig vast te stellen. Het komt wel racistisch over (kroeshaar e.d., zie hierboven). Het is daarnaast ook wel een feest dat kenmerken heeft van uitsluiting, van ingroup/outgroupdenken. Vaak zie je bijvoorbeeld minder allochtone gezinnen bij een intocht. Ook vieren mensen met een allochtone herkomst minder vaak het feest. Indirect is wel sprake van racisme. Het is een feest waarbij blanke Nederlanders elkaar ontmoeten. Dit geeft ze een prettig gevoel. Maar hier liggen wel allerlei vooroordelen over allochtonen aan ten grondslag. Zullen mensen een Zwarte Piet met een hoofddoek waarderen? 

Tegen-tegenargument:
Dat niet iedereen het Sinterklaasfeest viert, staat los van Zwarte Piet. Je kunt de blanke Nederlander niet verwijten dat anderen het feest niet vieren. Sterker, de relatie die wordt verondersteld, dat allochtone mensen het feest niet vieren vanwege de racistische sfeer, is onbewezen. Het ligt ook niet voor de hand: dat mensen voorrang geven aan hun eigen tradities en feesten - meegenomen uit het land van herkomst of verbonden aan een eigen subcultuur - is logischer. Net zoals Nederlanders in het buitenland ook mogelijk Sinterklaas eerder zullen blijven vieren in plaats van Santa Claus.

5. De meerderheid van de Nederlanders wil een Zwarte Piet.
Zie onderzoek. Spreekt verder voor zich. Maar let op: dit is niet hetzelfde als dat de Nederlanders het Sinterklaasfeest willen behouden (Pietitie).

Tegenargument:
Dat de meerderheid het goed vindt, wil niet zeggen dat het daarom goed is (drogreden: argumentum ad populum). In het verleden hebben we genoeg andere zaken gezien die de meerderheid prima vond maar toch discutabel waren (extreme voorbeelden maar denk aan het Apartheidsregime in Zuid Afrika of de ideeën van Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog).

6. Het is enkel eigen belang.
De tegenstanders van een Zwarte Piet hoor je enkel omdat dit ten goede komt aan hunzelf. Het is eigen belang. Ze horen zichzelf graag praten, willen media-aandacht omdat ze landelijk bekend willen worden e.d.

Tegenargument:
Je stelt hier de motieven van de personen ter discussie. Dit wordt gezien als een drogreden (ad hominem circumstantial). Ook al zijn de motieven fout - wat valt te betwijfelen want hoe weet je dat ze het doen uit eigen belang - dan nog kunnen ze inhoudelijk een goed punt hebben. Je moet enkel kijken naar het inhoudelijke argument. Niet naar wie het zegt.

7. Zo kun je wel doorgaan met deze politieke correctheid.
Wie is het volgende slachtoffer van deze politieke correctheid? Sinterklaas omdat het een man en geen vrouw is? Moeten we het schaakspel aanpassen (wit begint altijd). Laten we toch stoppen hiermee.

Tegenargument:
Dit is een hellend-vlak-drogreden. Indien er andere zaken zijn die historisch achterhaald zijn omdat we de ideeën erachter verafschuwen, dan vraagt dat inderdaad om aanpassing. Dat heet morele groei. Dat lijkt me geen verkeerd principe (zie ook de hierboven beschreven andere argumenten die gaan over de waarde van tradities).

8. De oorsprong is minder rationeel dan we denken.
De tegenstanders kennen een afkeer die een startpunt vindt in een bepaalde behoefte. Vervolgens vormen ze argumenten om die behoefte te verantwoorden. Dit staat o.a. uitvoerig beschreven in Ons Feilbare Denken van Daniel Kahneman. Hij laat met veel experimenten zien, dat er (vaak) geen enkel verband is tussen de aangedragen argumenten en de gedachte / behoefte. Ergo: bezint eer ge begint aan een discussie!
 
Tegenargument:
Dat de afkeer tegen een bepaalde traditie haar bron vindt in een bepaalde behoefte, wil nog niet zeggen dat de argumenten die vervolgens worden aangedragen rationeel geen hout snijden. Dit zou een drogreden kunnen zijn (ad hominem circumstantial, zie hierboven).




Niet alles zal je hopelijk en waarschijnlijk overtuigen. Het is enkel een analyse van een discussie met als doel alle zwarte piet-argumenten helder te krijgen. Het is geen evaluatie van argumenten. Laat dus ook de (toevallig) hierboven gekozen volgorde van argumenten je niet beïnvloeden.

Aanvullingen, wijzigingen, welkom! Beargumenteerde waardering van de argumenten natuurlijk ook.

De 16 argumenten voor/tegen verbod vuurwerk

ARGUMENTATIE-ANALYSE
Een verbod op vuurwerk? Dit is een steeds vaker terugkerende discussie in Nederland. Eind december - met name na de kerstdagen - komen ook weer de eerste geluiden die zeggen dat we afscheid moeten nemen van vuurwerk. Ik zal hieronder een overzicht geven van de belangrijkste of meest gehoorde argumenten (voor en tegen het vrij afschieten van vuurwerk) die ik terugzie in deze discussie. Zoals altijd: sommige argumenten zijn beter dan andere en niet alle argumenten zou ik omarmen. Ik wil enkel een discussie-overzicht geven. Ook handig als je een betoog over het vuurwerkverbod moet schrijven. En voor de volledigheid: je leest hieronder meerdere argumenten die vaak samen (nevenschikkend) iemand overtuigen van een bepaald standpunt.

Succes met het verder vormen van een oordeel over het vuurwerkverbod. Of meer formeel: het beantwoorden van de vraag in hoeverre er wel of niet een wettelijk verbod moet komen op het afsteken van vuurwerk door particulieren. Of volgens sommige schrijvers andersom: het wel of niet behouden van de traditie dat Nederlanders zelf hun vuurwerk mogen afschieten. Op naar een betere discussie en betere argumenten.

Aanvullingen: welkom! Laatste update: 12 januari 2015, met dank aan G.D (mail 8/1/2015).



TEGEN EEN VERBOD OP VUURWERK

1. Het is een traditie.
We doen het in Nederland al jaren. Dit wil je toch ook graag doorgeven aan kinderen ("het plezier dat je als kwajongen had als je een rotje in een hondenkeutel stak")?
Tegenargument:
Niet alle tradities zijn per definitie goede tradities. Tradities kunnen toch ook veranderen?

2. Veel mensen hebben plezier in het afsteken van vuurwerk. 
Tegenargument:
Ik kan plezier hebben in de gekste dingen. Als dit andere mensen stoort, moet je dit soms niet willen.
Tegen-tegenargument:
Als je alles gaat verbieden wat andere mensen stoort dan blijft er niets over. Leven is geven en nemen.

3. Steeds meer wordt ons afgenomen.
Tegenargument:
Dat valt best mee. Het is niet dat je in Noord-Korea woont. In Nederland mag je erg veel. Noem anders nog eens meer zaken die ons zijn afgenomen? Het lijkt op een hellend-vlak-drogreden.

4. Eerst zwarte piet en nu dit.
Tegenargument:
Guily-by-association-drogreden. Tegen het afsteken van vuurwerk zijn, heeft niets te maken met zwarte piet. Wat heeft een vuurwerkverbod nu met Sinterklaas te maken? Hetzelfde geldt als enkel wordt verwezen naar de initiatiefnemers (bijvoorbeeld GroenLinks).

5. Het is een onwenselijke inperking van de vrijheid van mensen.
(vaak in combinatie met reden drie en vier)

6. Overlast is nu door gemeenten goed te reguleren.
Het afsteken van vuurwerk is reeds dermate gereguleerd dat gemeenten hierdoor relatief weinig problemen hebben bij de jaarwisseling. Je hebt nu minder overlast.
Tegenargument:
In landen waar wel een vuurwerkverbod is, is ook geen overlast.
Tegen-tegenargument:
Klopt dit wel? Kijk naar Frankrijk en de diverse autobranden die je ieder jaar ziet. Deze causaliteit tussen een vuurwerkverbod en minder overlast is discutabel.

7. Pak de echte overlast aan.
Illegaal vuurwerk, vroegtijdig afschieten, dat is het probleem. Pak dit dan eventueel aan. Niet het afschieten van vuurwerk door particulieren tijdens de jaarwisseling.
 
8. Het heeft geen zin.
Mensen storen zich het meest aan het (zware) illegale vuurwerk. De mensen die dit afsteken laten zich nu ook al niet door de wet tegenhouden. Een nog strenger verbod op vuurwerk - dat toch aangevoerd zal worden uit het buitenland - zal weinig zin hebben.

9. Het alternatief is ook niet alles. 
In plaats van particulier vuurwerk wordt vaak professioneel vuurwerk voorgesteld. Op centrale punten (marktpleinen e.d.) wordt dan vuurwerk afgestoken. Dergelijke shows worden georganiseerd en gefinancierd door gemeenten. Deze extra gemeentelijke lasten raakt indirect alle burgers (extra oneerlijk: ook burgers die nu geen kosten maken omdat ze geen vuurwerk kopen). Daarnaast is het maar de vraag of het op zo'n plein het altijd veilig is (dronken mensen, drukte, diefstal). En kan de veiligheid van de opslag van het professionele vuurwerk wel gegarandeerd worden (denk aan Enschede)?
Tegenargument:
Nu zijn we net zo goed veel geld kwijt (denk aan politie-inzet in de hele gemeente, opruimen vuurwerk, medische kosten (verzekeringsgeld van ons allemaal), et cetera). De veiligheid kan ondertussen gewoon gegarandeerd worden. Dat is niet anders dan nu bij het particuliere werk.



VOOR EEN VERBOD OP VUURWERK

1. Veel mensen storen zich aan het vuurwerk.
Tegenargument:
Zie hierboven: er is altijd wel iets waarover iemand zich stoort. Er zijn trouwens knalvrije gebieden. Je wilt toch ook geen vliegtuigen verbieden? Die hoor je ook (maar dan iedere dag).

2. De meerderheid stoort zich aan het vuurwerk.
Tegenargument:
Dat de meerderheid iets vindt, maakt het nog niet goed. Dat de meerderheid dit vindt, is dus ook geen reden om vuurwerk te verbieden. Daarnaast: vooral veel jongeren vinden het leuk. Zijn die wel meegenomen in al die enquêtes? En storen ze zich aan het particuliere afsteken na twaalf uur of aan het overlast dat hier aan vooraf gaat. Pak dan het laatste aan.

3. Vuurwerk is slecht voor de volksgezondheid.
In het algemeen door de smog en in concrete gevallen door de vuurwerkongelukken die plaatsvinden. Vaak betreft dit in het laatste geval omstanders. De vereniging van oogartsen waarschuwt niet voor niets. De kosten voor behandeling in het ziekenhuis / huisarts moeten we trouwens ook nog eens samen ophoesten.
Tegenargument:
Vuurwerkongevallen zijn te voorkomen. Denk ook aan de vuurwerkbril. Waarom kopen mensen die niet als je toch buiten gaan kijken?

4. Dieren lijden onder het vuurwerk (angstige honden e.d.).
Tegenargument:
Dat dit veel dieren betreft, valt te bezien. Het duurt maar even. Vaak helpt binnenblijven trouwens ook al. Daarnaast worden er trainingen aangeboden. Moet je sowieso dieren wel in deze vuurwerkdiscussie betrekken?

5. Dat vuurwerk is zonde van het geld.
Tegenargument:
Laat mensen zelf beslissen hoe ze hun geld willen uitgeven. Het is niet aan de overheid om dit te regelen.

6. Groot professioneel vuurwerk is mooier.
Tegenargument:
Misschien, maar dat is vrij subjectief. Daarnaast beleef menig particulier ook veel plezier in het zelf aansteken (zie ook contra-argument 9).

7. Jongeren en met name kinderen komen in aanraking met (illegaal) vuurwerk.
Tegenargument:
Dit is dan de verantwoordelijkheid van de ouders. Die kopen het of laten hun kinderen hiermee in aanraking komen. Is niet anders dan bij alcohol, roken, et cetera.



Niet alle argumenten zullen je hopelijk en waarschijnlijk overtuigen. Dat is ook niet het doel van de analyse. Het enige doel is om alle vuurwerk-argumenten helder te krijgen. Het is nog geen evaluatie van de argumenten voor en tegen een vuurwerkverbod. Laat dus ook de (toevallig) hierboven gekozen volgorde van argumenten je niet beïnvloeden.

Aantal bronnen (laatst geraadpleegd 23 mei 2014): 

Tip #10: Bevraag eerst, oordeel later

KRITISCHE HOUDING: TIP
Volgens sommige auteurs leven we in een (doorgeschoten) meningencultuur. Met name de komst van internet heeft ertoe geleid dat we steeds meer geneigd zijn om zo snel mogelijk ergens een oordeel over te vormen en te geven. We mogen reageren op weblogs, opiniesites, krantensites e.d. en verwachten op z'n minst de mogelijkheid om berichten te liken.

Of deze constatering juist is of niet, sommige mensen lijken zich inderdaad niet meer de mogelijkheid of tijd te gunnen om een opinie even rustig te bevragen of te overdenken. Zelden zie je in een reactie staan: "Goh, ik begrijp het niet; zou dit of dat toegelicht kunnen worden?". Of: "Interessante opinie, ga ik eens over nadenken." In de beroepspraktijk is het niet anders. Niet direct een mening hebben, wordt vaak als vreemd ervaren. Deze mening-gerichtheid kan echter wel tot gevolg hebben dat je door te snel te reageren allerlei denkfouten maakt dan wel dat je een mening hebt over een betoog dat heel anders bedoeld was.

Oplossing?
Om te voorkomen dat je te snel oordeelt, doe je er verstandig aan als bewuste denkstap een betoog eerst even te analyseren. Al bestaat hierover in de wetenschap nog wel enige discussie, een expliciete analyse-stap lijkt een te snelle oordeelsvorming te kunnen afwenden. Met analyse bedoel ik het helder krijgen van wat en hoe precies betoogd wordt, eventueel door het stellen van de juiste vragen. Dit hoeft - zeker voor de geoefende denker - niet lang te duren: bij kleine betogen kost je dit maar enkele seconden. Een dergelijke bewuste analyse kan je wel waardevolle informatie geven. Misschien kom je al tot de conclusie dat je over het betoog je eigenlijk geen mening zou moeten vormen omdat je eerst meer informatie van de auteur moet hebben. Je eerst nog wat vragen beantwoord wilt krijgen.
Analyseren vs evalueren (van betogen)

Hoe?
Om een betoog helder te krijgen, stel je de volgende basisvragen:
  1. Wat is precies het standpunt?
  2. Welke redenen draagt de auteur aan voor dit standpunt / wat beweert de auteur hiertoe?
  3. Wat verzwijgt de auteur (maar zegt hij of zij impliciet wel)?
  4. Hoe verhouden de redenen zich tot het standpunt?

Voorbeeld
Ik zal een voorbeeld geven van hoe deze vier vragen je kunnen helpen bij het analyseren van een betoog. Ik heb hiertoe een opinie van Hans Laroes uit de Volkskrant gekozen: 'Namen van verdachten publiceren is luie journalistiek, Frank'. Deze opinie lijkt vrij duidelijk maar een nadere beschouwing leert ons dat het betoog toch nog wel wat vragen oproept (en dan zijn we nog niet eens bezig met het evalueren van zijn opinie).

De meest gedegen methode om deze vier vragen te beantwoorden, is door het maken van een argumentatiestructuur. Nu werk je in de praktijk zelden een dergelijke structuur zo uitgebreid uit als ik hieronder zal doen maar het oefenen in het maken van argumentatiestructuren helpt je wel bij het oefenen in het stellen van deze vier vragen. En bij het stellen van de juiste kritische vervolgvragen die hieruit volgen. Een belangrijk onderdeel hierbij is dat ziet je niet relevante informatie kunt wegstrepen (ik zal hier later op terugkomen).

De argumentatiestructuur van het betoog van Laroes is als volgt (waarbij ik als voorbeeld van twee argumenten een verzwegen element expliciet heb gemaakt - in antwoord op de derde vraag - namelijk van argument 1 en 3). 

Standpunt (vraag 1)
S. Namen van verdachten moeten niet gepubliceerd worden door journalisten

Argumenten (vraag 2-4)
1. want tenzij het relevant is, is het is luie journalistiek
(verzwegen: 1b als het luie journalistiek is dan moet dit voor een journalist voldoende reden zijn om namen van verdachten, tenzij relevant, niet te publiceren. Meer in het algemeen: een journalist mag niet aan luie journalistiek doen. (extra, de vraag die je later gaat stellen, is natuurlijk of je dit kunt aanvaarden.)

1.1a want er wordt niet dieper gegraven
1.1b terwijl het juist gaat om verdieping
1.1b.1 want enkel dan kunnen we de werkelijkheid verklaren, helpen begrijpen, het hoe, het waarom, … (de vijfde alinea)
1.1c (en) shaming is de taak van de rechter  

2a. er is een risico van een volksgericht
2a.1 want mensen bedreigen en verwensen anderen
2b en dat is niet wenselijk voor de journalistiek
2b.1 want daarin verliezen mensen hun vertrouwen

3. er is een risico van een volksgericht op de verkeerde mensen
(verzwegen 3b. als er een risico is van een volksgericht op de verkeerde mensen dan moet dit voldoende reden zijn voor journalisten om niet de namen van verdachten te publiceren).

Opmerkingen / concrete kritische vragen
Ik heb bewust voor dit betoog gekozen omdat het bij nadere analyse (dus bij beantwoording van de eerste vier kritische basisvragen) veel vragen oproept. Het is in ieder geval erg lastig om vast te stellen wat nu precies de argumenten zijn. Hierop zou ik Hans Laroes eerst willen bevragen voordat ik een oordeel vorm over de inhoud van het betoog. Het helder krijgen is dus problematisch. 

Voorbeelden van concrete kritische vragen:
  • Hoe moet het argument “dat de verkeerde mensen soms worden bedreigd” (het voorbeeld van Tom) nu worden gelezen? Staat dit los van het argument dat er een risico is van een volksgericht? Dus dat er een risico is van een volksgericht én dat dit volksgericht ook nog eens gericht kan zijn op de verkeerde persoon? Of staat het gericht-zijn-op-de-verkeerde-persoon los van volksgericht-zijn? Zijn dit dan vervolgens meerdere, losse argumenten of is het meer bedoeld als een argument a fortiori? De vierde alinea is hierin niet duidelijk.
  • De auteur geeft aan zijn vertrouwen te verliezen in journalisten die meewerken aan volksgerichten (die meehelpen aan ‘kruisigt hem’). Is dit nu een argument dat meegenomen moet worden? Het lijkt een subjectieve bewering te zijn. En waarom komt de schrijver hier zo laat mee? Gezien de achtergrond van de auteur lijkt het toch als argument bedoeld te zijn (daarom maar als onderdeel van 2b.1 gezet maar we moeten de auteur hier eigenlijk op bevragen).

Tip
In het algemeen: stel je oordeel uit door eerst precies te analyseren wat iemand precies zegt. Bevraag de ander hierop en vorm je dan pas een mening over de inhoud van het betoog. Stel ter analyse hiertoe bovengenoemde vier vragen en probeer hierbij eventueel het betoog (in gedachten) samen te vatten in een argumentatiestructuur.